Blijven volharden in de gemeenschap
1974-03-22
Handelingen 2 : 42 - Jaargang 18
- nummer 12
Van de eerste gemeente in Jeruzalem leun we, dat de leden niet enkel bleven volharden bij het onderwijs van de apostelen, dus bij de gezonde evangelische leer, maar ook bij de gemeenschap. Het is een groot voorrecht, dat de geroepenen door het Evangelie in de gemeenschap worden gesteld. Ze beoefenden van meet af de kerkelijke gemeenschap.
Laten we als gelovigen de gemeenschap los; houden we de hand met de broeders en zusters niet vast, die met ons eenzelfde kostbaar geloof verkregen hebben; onttrekken we ons aan een gemeentelijk leven, zoals het door de apostelen van de Heer onder opzieners en diakenen is gesteld, dan wordt ons christelijk leven aan niet geringe gevaren blootgesteld.
Wij kunnen onszelf wel wijsmaken, dat we als Christenmensen beter op onszelf kunnen blijven staan, dat we zonder die bepaalde band de Heer eerst recht en in vrijheid en met een goed geweten kunnen dienen, zonder de moeilijkheden en bezwaren en gevaren, die een kerkelijke samenleving altijd meebrengen. Maar op de duur zal blijken dat zulk een individueel christenleven verarmt en in strijd is met het levend lid zijn van het lichaam van Christus.
Wij mogen ons niet onttrekken aan onze gemeenschapsplicht. Wij hebben elkaar op te bouwen in het geloof.
We zullen in gemeenschappelijke samenkomsten de lofprijzing des Heren volbrengen en de dood van onze Heer Jezus verkondigen bij brood en beker.
Wij zullen de gaven van zijn Geest tot nut en tot heil van onze medechristenen gewillig en met vreugde aanwenden.
Nooit op onszelf blijven staan, maar als lidmaten van één lichaam in waarachtige broederliefde met elkaar steeds meer verbonden worden.
Volharden in de gemeenschap!