Elkaar niet onnodig belasten of binden.
1974-03-29
Galaten 5 : 1 - Jaargang 18
- nummer 13
De christelijke vrijheid is een kostbaar goed.
Het is de vrijheid, die ons in Christus geschonken is om in alles te mogen leven naar de wil van onze hemelse Vader, overeenkomstig het voorbeeld, dat Christus Zelf ons gegeven heeft, zonder ons te laten ophouden door voorschriften en geboden, die slechts leringen van mensen zijn.
Paulus schrijft aan de Christenen in Galatië : 'Waarvoor zijn we anders door Christus bevrijd dan om in vrijheid te leven? Hóu je daar dus aan, en zorg dat je niet opnieuw onder het slavenjuk terechtkomt'.
Het schijnt wel alsof Christenen er telkens weer op uit zijn elkaar die vrijheid te ontnemen, door te willen binden aan voorschriften, tradities, gebruiken, waaraan Christus ons niet gebonden heeft. Dat was niet alleen zo bij de judaïstische Christenen in Paulus' dagen. We vinden het heden ten dage nóg in de kerk.
Er zijn predikanten die in hun preken de gemeente kunnen belasten met voorschriften, die naar hun inzicht behoren tot een waarachtige christelijke levenswandel, zonder dat de grond ervoor uit de Bijbel is af te leiden. Er kunnen kerkeraden zijn., die bij het uitoefenen van hun opzicht en tucht en bij het ambtelijk vermaan een gezag zich aanmatigen, dat niet de eigen verantwoordelijkheid en mondigheid van de gemeenteleden eerbiedigt.
Omgekeerd kunnen er gemeenteleden zijn, die hun predikant of kerkeraad binden willen aan tradities en gebruiken, die zij, als zijnde niet op Gods Woord gegrond en door Christus verordend, terzijde hebben gesteld.
Wij mogen elkaars leven niet belasten met dingen die de HERE ons niet oplegt. Wij mogen van ambtsdragers niet vragen gewoonten en gebruiken te volgen, welke niet behoren tot hetgeen de Heer Jezus ons te onderhouden bevolen heeft.
Daarmee tasten we de christelijke vrijheid aan. En de gevaren die daaraan verbonden zijn zien wij duidelijk, in wat Paulus in zijn brief aan de Galaten ons van Petrus en Barnabas meedeelt. Door toe te geven aan de judaïstische ijveraars, die niet met gelovig geworden heidenen aan dezelfde tafel wilden eten, stonden ze de waarheid van het Evangelie in de weg en kwamen tot huichelarij.