De verkiezingen
1974-04-05
Er is alle reden om ook in de rubriek kerkelijk leven iets te zeggen naar aanleiding van de verkiezingen.- Jaargang 18
- nummer 14
In de eerste plaats moet men constateren dat de partijen die uitspreken dat zij in de politiek ook met het Woord van God, het Evangelie, willen rekenen wéér zijn achteruit gegaan. Ten opzichte van de Kamerverkiezingen van 1972 wel niet zoveel, maar in vergelijking met de Statenverkiezingen van, 1970 meer dan 10%!
Bij de Statenverkiezingen zijn ruim zes honderd duizend kiezers minder naar de stembus gegaan dan bij de laatste Kamerverkiezingen. En van dézen zouden zeker niet de meesten op de "christelijke" partijen hebben gestemd! Daarom is een vergelijking van de uitslag van deze Statenverkiezingen met die van de verkiezing voor de Kamer van anderhalf jaar geleden niet juist.
Tot die "christelijke" partijen rekende ik CDA - KVP, ARP, CHU, - SGP; GPV en de RKPN. Maar deze optelling is ook weer niet geheel juist. Er zijn in de KVP immers veel mensen die van oordeel zijn dat politiek en christelijk geloof niets met elkaar te maken hebben en daarom een "open partij" begeren.
Vlak voor de verkiezingen verklaarde n.b. de voorzitter van de KVP, De Zeeuw, dat voor de televisie nog nadrukkelijk. Als trouw partijlid volgde hij wel de gedragslijn van de meerderheid van de partij die onder de enthousiaste leiding van prof. Steenkamp een CDA wil die als geheel door het Evangelie wordt "geïnspireerd". Maar persoonlijk prefereerde hij een "open volkspartij" "in het midden".
De Nijmeegse hoogleraar Duynstee schreef over de situatie in het KVP het volgende: "Wat de KVP betreft, deze blijft te veel verdeeld over de te volgen koers: prevaleert de samenwerking met de PvdA of prevaleert de christen-democratische samenleving?
De voorzitter van de KVP, de heer De Zeeuw, heeft in zijn optreden voor de televisie jongstleden zaterdag na de partijraadsvergadering van zijn partij voor het eerste gekozen en bovendien -de kracht van het Christen-democratisch appèl ongeloofwaardig gemaakt. Binnen de KVP zijn duidelijke tegenkrachten, maar door de KVP te stemmen weten deze kiezers niet of zij stemmen voor de richting De Zeeuw dan wel voor de richting Steenkamp-Andriessen."
En hoe staat het in dit opzicht met de ARP?
Deze partij werd onder de invloed van Groen van Prinsterer gekenmerkt o.a. door twee dingen. Wat het religieuze uitgangspunt betreft gold met grote kracht: In ons isolement, d.i. in onze zelfstandigheid, in onze beginselvastheid, ligt onze kracht. Maar wat de concrete politieke desiderata betreft zijn we bereid tot samenwerking met iedere democratische partij waarmee dat mogelijk is. Wat dat laatste betreft gold het: het is lood om oud ijzer.
Ik ben, zo schreef Groen eens, wat de beginselen betreft volstrekt exclusief, omdat ik anders geabsorbeerd wordt. Maar voorts werk ik graag samen met de conservatieven in het behouden van alles wat waarlijk goed is en met de progressieven in alles wat werkelijk vooruitgang betekent.
Op schitterende wijze bleek dat bv. bij de grondwetsherziening van 1848.
Radicaal wees hij de beginselen af van Thorbecke en de zijnen die deze grondwetsherziening tot stand brachten, En Groen kritiseerde niet minder de wijze waarop deze herziening tot stand kwam. Want ook die was naar zijn overtuiging revolutionair.
Maar de concrete veranderingen die door deze Grondwetsherziening tot stand werden gebracht aanvaardde hij. Hij sprak met het oog daarop zelfs van een hervorming die daardoor in het Staatsleven wat gerealiseerd.
Ten gevolge van deze stand van zaken had men in de ARP steeds een meer "conservatieve" vleugel men denke aan Fabius en zijn geestverwanten.
En dan ook een meer "progressieve". Een vooraanstaande figuur daarvan was bv. Talma.
Kuyper sprak met het oog daarop van een "droite" en een "gauche".
Maar het gemeenschappelijk beginsel hield allen' samen. En leidde, soms na veel moeite, tot één beleid en tot cordiale samenwerking.
De vraag komt nu op, is deze situatie er in de ARP nog? De stijlloze gang van zaken bij de laatste kabinetsformatie maakt dit dubieus!
Het heeft er alle schijn van dat vele "pricipiële'" antirevolutionairen nu Of voor de CHU, Of voor de SGP, Of voor het GPV hebben gestemd.
En zij die de band aan de beginselen minder belangrijk achtten, voor zover ze "progressief" waren, voor de PPR en de PvdA.
In een televisie-uitzending werd meegedeeld dat van de leden der Geref. Kerken 56% op de CDA had gestemd, 8% op de PvdA, 6% op de PPR en 11% op de VVD.
Interessant is in dit opzicht de verkiezingsuitslag in de gemeente Bunschoten.
Er was een tijd dat in die gemeente 90% van de kiezers AR stemden. Het was een "bolwerk" van die partij. Biesheuvel begon er in 1972zijn verkiezingcampagne l Nu stemde slechts 23% van de kiezers op de ARP - in 1972 40.4%! De CHU klom er van 1.5 tot 4.9%. Het GPV ging met 0.9% achteruit. De SGP met eenzelfde percentage vooruit.
Maar de PKU (PvdA, D66,PPR) klom van 6.7% tot 9.9%.En de VVD zelfs van 6,4% tot 14.6%.
Eenzelfde beeld vertoonde Urk. De ARP daalde van 46.8 tot 35.2%. De CHU klom van 7.1 tot 18.3%. De SGP en het GPV gingen eveneens, al was het maar resp. 0.9% en 1.2% vooruit. De PvdA en de VVD tellen daar nauwelijks mee.
Het meest spectaculair - en verontrustend! - waren de uitslagen in de Uilenstede. Dat is het studentenwooncentrum in Amsterdam, waarin ongeveer twee duizend studenten van de V.U., plm. achthonderd van de Stedelijke Universiteit en driehonderd leerling-verpleegkundigen van de School voor Verpleegkundigen van de V.U.-school voor Verpleegkundigen wonen. Van de kiezers uit dit centrum stemde 19.3% op de PvdA, 31% op de PPR, 15.2% op de PSP (in heel het land behaalde deze partij 1.1%!), 6.2% op de CPN en 3.2% op D66. Het CDA kreeg 10.8%. Dat wil zeggen van al deze studenten stemde slechts ongeveer een tiende deel op een christelijke partij! Volgens een analyse kwam de winst voor de PSP vooral uit de kring van de V.U.-studenten.
Onder hen ging het aantal van deze stemmers zelfs met 8.3% vooruit.
Uit deze cijfers blijkt wat wij van de toekomstige intellectuele leiders uit de "christelijke", de "gereformeerde" wereld hebben te wachten.
Prof. Firet, hoogleraar in de Theologie aan de V.U. verklaarde onlangs in een interview dat de toekomstige generatie van de gereformeerde predikanten vooral zal bestaan uit mannen die lid zijn van de PPR en van de VPRO! Het heeft er alle schijn van.
Toen ik deze uitslag las dacht ik aan een woord van Lenin. Die verklaarde eens dat pacifisten, radicalen, anarchisten, salon-revolutionairen, e.d. "onze nuttige idioten" zijn, omdat ze in het Westen de wereldrevolutie van het communisme op effectieve wijze voorbereiden.
Men vraagt zich na deze verkiezingen met te meer klem af: zal er nog een radikaal-christelijke polemiek in ons land blijven?
Zal het nog komen tot een herleving van de "anti-revolutionaire of christelijk-historische richting", volledig ingesteld op de situatie, de problemen van onze tijd - "exclusief" als het aankomt op de levende band aan het Woord en bereid tot zakelijke samenwerking met wie ook als het om "goede" praktische projekten gaat?
Eén ding staat wel vast: Van een "christelijke" regering, steunend op een "christelijke" meerderheid in het parlement, zal wel nooit meer sprake zijn.