Jesus Christ Superstar
1974-04-05
Johannes de Doper had het niet gemakkelijk in de gevangenis van Herodes. Niet alleen omdat hij misschien vreesde zijn optreden met de dood te moeten bekopen. Hij werd gepijnigd door de vraag: waarom zit ik hier eigenlijk? Was de Jezus uit zijn dagen inderdaad de Christus, de Zoon van God, de Verlosser? Had hij voor de ware Jezus de weg bereid of zou er nog een ander moeten kernen? Als hij zich nu eens vengist had?- Jaargang 18
- nummer 14
En dan stuurt Johannes enkele van zijn vrienden naar Jezus met de vraag: bent u het ècht of moeten wij een ander verwachten?
"Jezus, wie zijt gij?" was voor Johannes in de gevangenis en voor velen in zijn tijd een benauwende vraag. In de loop van de geschiedenis is deze vraag regelmatig gesteld. Soms bruut, soms schuchter, maar meestal met de behoefte om antwoord te krijgen.
De vraag naar Jezus
Ook vandaag wordt de vraag naar Jezus gesteld. Was hij een maatschappelijk hervormer en een buitengewoon voorbeeldig mens? Is Hij de Zoon van God, die de liefde van God voor de wereld tot uitdrukking moet brengen?
Ook in de musical "Jesus Christ Superstar" en in de gelijknamige film staat de vraag "Jezus, wie zijt gij?" centraal.
Het stuk begint met Judas, die Jezus verwijt dat hij is gaan geloven wat de mensen van hem zeggen. Je volgelingen denken veel te hemels, zeet Judas tegen Jezus. Luister goed, Jezus, het begin van je optreden was niet doorspekt met verhalen over God. In het begin van je optreden was je een geweldige man, een strijder voor de vrijheid van ons volk, dat - zoals Judas later vervolgt gebukt gaat onder de bezetting van de Romeinen.
Judas gaat verder: Jezus, luister!
De mensen zeggen dat je een Messias bent en je bent het zelf gaan geloven. Maak het jezelf toch niet wijs!
Later verraadt hij Jezus aan de farizeeën, omdat Jezus niet beantwoordt aan het beeld dat hij van hem had: Jezus als maatschappijhervormer en als strijder tegen de romeinse onderdrukking.
Dan vallen de apostelen in: "Tell me what's happening?", vertel eens gauw wat hier aan de hand is. Wat gebeurt hier?
Het is de vraag naar Jezus, die in de musical en in de film steeds weer terug komt.
Het volk verheerlijkt Jezus: Hosanna!
Superstar! Hosanna! En het volk zingt: Ik geloof in U en in God, zeg toch of ik gered ben.
Aan het eind van het stuk zingt hetzelfde volk: Kruisigt hem! Wij hebben geen andere koning dan Ceasar! Kruisigt hem!
Van het volk worden wij dus niet veel wijzer.
Wat zegt Jezus van zichzelf?
Enerzijds wijst Jezus de mensen terecht, die hem zien als een strijder tegen de Romeinen. Hij zegt: jullie weten niet wat macht en wat glorie is. Hij ranselt de kooplieden uit de tempel, omdat de tempel een huis van gebed moet zijn. Ook zegt hij dat de dood overwonnen moet worden.
Het is opvallend, dat veel uitdrukkingen uit de bijbel in deze musical en in de film overgenomen zijn. Maar het blijven woorden, waarvan de betekenis niet duidelijk wordt en waarvan de betekenis ook niet dóórwerkt of het hele verhaal in gloed zet.
Wij zien anderzijds dan ook, dat Jezus niet zo sterk in zijn opdracht gelooft. Tegen zijn discipelen zegt hij, dat zijn dood het eind is van alles wat zij beleefd hebben.
Mijn naam zal tien minuten na mijn dood niets meer betekenen, zegt hij.
Jezus bidt in Gethsémane: laat deze drinkbeker aan mij voorbijgaan, want ik ben niet meer zo zekèr van mijn opdracht. En als ik sterf, vervolgt hij, waar is het dan eigenlijk voor en wat is mijn loon? 0 God, als ik sterf, bewijs mij dan dat het niet tevergeefs is.
Toon mij de reden voor mijn sterven.
God, Izaak het kort met mij, doe het nu.: voor ik van mening verander ...
Tegen Pilatus zegt Jezus: ik heb geen koninkrijk op deze aarde.
Er kan wel ergens een koninkrijk voor mij zijn, als ik maar wist waar.
Aan het kruis zegt Jezus: God vergeef hen - zij weten niet wat zi] doen. De betekenis van deze woorden wordt echter niet duidelijk.
Van de verzoening tussen God en mensen blijkt n.l. niets.
Jezus geeft in zijn rol van superster te kennen, niet te weten dat hij de wil van God en de liefde van God voor de wereld openbaart.
De musical en de film eindigen met de dood van Jezus, de dood van een mens, een superster.
De dood heeft het laatste woord.
De tekst van de musical eindigt met de woorden: Konklusie: Johannes 19: 41. Er staat niet: verder lezen, want dáár vindt u het vervolg, de ontknoping of iets dergelijks.
Het slot is: konklusie Joh. 19: 41 - de begrafenis, de dood en meer niet! Dit had de Superster Jezus zèlf trouwens ook reeds gezegd: tien minuten na mijn dood zal mijn naam niets meer betekenen.
Een andere Jezus -een ander Evangelie
Tijdens het zien van de film "Jesus Christ Superstar" was ik onder de indruk van de schitterende muziek en de boeiende beelden.
Soms is de muziek afstotend en m.i. ook bedoeld om af te stoten.
Bijv. wanneer Judas in een lied met krijsende stem zijn hart lucht.
Weerzinwekkend!
Steeds meer drong het tot mij door, dat de superster Jezus niets te maken heeft met Jezus Christus uit het Evanglie.
Bijbelse uitdrukkingen komen wij regelmatig 'tegen, maar hun betekenis is zoek.
De vraag van Johannes: "Jezus, wie zijt gij?" wordt voortdurend gesteld. Het is ook een legitieme vraag, maar het blijft in de musical en in de film een open, onbeantwoorde vraag.
De dood heeft het laatste woord.
Geen hoop, geen verwachting, geen uitzicht.
En Bach dan?
Eindigt Bach's "Matthäus Passion" ook niet met het graf en de dood?
"Jesus Christ Superstar" en de "Matthäus Passion" zijn wat dit betreft niet met elkaar te vergelijken.
Het openingskoor van de Matthäus Passion: "Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen!" is een schuldbelijdenis van de mens. Het koor zingt over Jezus als Lam Gods, over Zijn geduld en onze schuld.
In Bach's bewerking van het lijdensverhaal gaat het om Jezus als de Zoon van God, die voor onze zonden stierf.
In "Jesus Christ Superstar" zingt het koor: Hosanna! Superstar! Hosanna!
In de "Hohe Messe" van Bach zingt het koor ook: Hosanna!, maar Bach vervolgt met de aria van een tenor: Gelooft zij Hij, die komt in de naam des Heren.
Bach eindigt de "Matthäus Passion" ook met het graf. Voor onze zonden is Jezus gestorven. Bedroefd over de zonden van de mensen en over de noodzaak van Jezus' sterven, zingt het koor: "Wir setzen uns mit Thränen nieder" ...
Maar de dood van Jezus heeft betékenis. Het verhaal is nog niet uit. Er komt méér!
Het koor zingt verder: het graf en de steen voor het graf worden "Ruhekissen", rustkussen, genoemd.
Daar kan de gelovige zijn hoofd vol vertrouwen op liggen.
Er is rust èn verwachting.
Bach heeft een bewerking van het lijdensverhaal gegeven, niet van het opstandingsverhaal. Maar de betekenis van het graf gaat verder dan het moment van de begrafenis. Ook het slotkoor van de "Mathäus Passion" wijst vooruit naar wat komen gaat.
In "Jesus Christ Superstar" wordt voor Jezus gezongen: I don't know how to love him. Ik weet niet hoe ik hem lief heb, hoeveel ik van hem houdt.
Dat is iets om van te huilen. Wie kan dat zeggen? Wie kan Jezus' liefde beantwoorden?
Als dán blijkt dat de vraag "Jezus, wie zijt gij" onbeantwoord blijft en dat de dood het laatste woord heeft, dan ontstaat er in het leven van de mensen uitzichtloosheid, teleurstelling en onrust, wanhoop misschien.
Ook Bach kent die vraag in zijn "Matthäus Passion": ik weet niet hoé ik Jezus lief moet hebben.
Maar geen onrust, onzekerheid of teleurstelling breken zich baan.
Het koor zingt aan het slot: "Euer Grab und Leichenstein Soll dem ängstlichen Gewissen Ein bequemes Ruhekissen Und der Seele Ruhstatt sein."
"Laat Uw graf, dat edel schrijn, Voor het angstige geweten Het volmaakt vergeven heten, En der ziele rustplaats zijn."