In de voetsporen van Jezus
2013-02-09
Lopen door de smalle straatjes van Jeruzalem of langs de Via Dolorosa. Zitten op de berg van de zaligsprekingen.- Jaargang 57
- nummer 3
Uitkijken over het meer van Galilea, alleen of met een groep. In dit artikel vindt u een bonte mix aan ervaringen van Nederlands-gereformeerden die een bezoek aan Israël brachten en voet op bijbelse bodem zetten. Al zijn er ook die dat nog nooit deden.
‘Je rijdt soms door een woestijn en denkt dan: daar moet Jezus gelopen hebben.’ Weimy Smit uit Sliedrecht maakte een jaar geleden de reis naar Israël, samen met anderen uit Sliedrecht, Barendrecht en Dalfsen. Ds. Geert van Dijk (NGK Sliedrecht) was er ook bij.
Het werd een intensieve reis, bijeengepakt in slechts acht dagen. Met hoogte- en dieptepunten.
Massada was voor Weimy Smit een topper (ook geografisch natuurlijk), ondanks dat ze niet de jongste van het gezelschap was. ‘Als je daar staat, dan zie je dat hele verhaal van de opstand van Jeruzalem en de belegering van het rotsmassief gewoon voor je.
En dat was op allerlei momenten zo.
Ik las na thuiskomst het Matteüsevangelie en ik merkte dat ik me veel beter een voorstelling kon maken bij wat ik las.’ Nazareth Village, een soort openluchtmuseum, boeide haar ook. ‘Je had er een nagebouwde timmermanswerkplaats uit de tijd van Jezus, met het gereedschap dat ze toen gebruikten. Maar je kon ook zien hoe ze olijfolie persten. Dat gaf een hele goede indruk van het gewone leven uit Jezus’ tijd.’ Piet en Janny Oggel uit Barendrecht gingen met dezelfde reis mee en deden vergelijkbare indrukken op.
Janny: ‘Het uitzicht vanaf de berg Karmel over de vlakte van Jizreël vond ik werkelijk indrukwekkend. Je leest erover bij Elia, maar als je het dan ook echt ziet... En ook het meer van Galilea en de gedachte dat Jezus dat meer net zo heeft zien liggen, dat is wel heel bijzonder!’
Ds. Wieb Dijksterhuis (NGK Voorthuizen-Barneveld) ging al in de jaren negentig met een predikantenreis mee en zal in mei met zijn hele gezin Israël bezoeken. Hij ziet ernaar uit, want al bij het eerste bezoek maakte het land een diepe indruk op hem.
‘Ondanks alle humbug vind je daar toch de Bijbel terug. Al die bijbelse plaatsen, de oosterse sfeer en het jodendom,
dat ik intrigerend vind. Ik kan ook rustig zeggen dat het mijn preken heeft veranderd.’
Gedoe
Er waren de laatste jaren geregeld groepsreizen vanuit onze kerken.
Cees Barendsma trok in maart 2009 onder leiding van ds. Kees de Groot (tot voor kort NGK Zeewolde) naar Israël met meer dan dertig gemeenteleden uit Zeewolde en Lelystad. Het werd een onvergetelijke ervaring. Om te beginnen al omdat het als groep – met zo veel verschillende mensen – in grote harmonie verliep. En dan het land. Barendsma: ‘Je krijgt veel meer idee van wat een “dagreis” in die tijd voorstelde. Maar ook de woestijn, die bloeide als een roos: ongelofelijk mooi. Precies tijdens ons verblijf in Israël gebeurde dat en om dat dan met eigen ogen te zien, geweldig!’ ‘Of neem de berg der zaligsprekingen, waar de akoestische omstandigheden zo bijzonder zijn – zo zegt men – dat het inderdaad mogelijk moet zijn om duizenden mensen toe te spreken’, vervolgt Barendsma. ‘En zo waren er zoveel momenten. Bijvoorbeeld de keer dat we bij de Jordaan waren, Psalm 42 lazen en samen het opwekkingslied Als een hert zongen. Dan gaat er wel wat door je heen. En nog steeds is het zo dat als ik preken hoor zulke herinneringen weer helemaal boven komen. Ik vind het ook ongelofelijk dat er zo veel gebeurd is in zo’n klein land!’ Negatief was eigenlijk iedereen over al het gedoe rond de heilige plaatsen.
Alleen al de enorme stapel religiositeit die je tegemoet komt. Al die soorten van geloof, die zich gestort hebben op de plaatsen van geboorte en dood van Jezus. Barendsma vertelt dat het hele reisgezelschap daar niets van moest hebben. ‘Het zal wel, dacht ik op die momenten.’
Voor ds. Kees de Winter (NGK Culemborg) is het al meer dan tien jaar geleden dat hij naar Israël reisde, maar hoewel de herinneringen wat vervaagd zijn, herinnert hij zich dit punt nog goed: al die religiositeit op al die plaatsen!
Weimy Smit ervoer eveneens die vervreemding. ‘Door het commerciële kon ik op zulke plekken maar moeilijk denken aan Jezus’ geboorte of zijn lijden.’ Janny Oggel kreeg bij al dat gedoe eerder een Efteling-gevoel dan dat ze dichter bij de Heer en bij het Evangelie kwam. Zo zag ze mensen intens de voet van het kruis kussen, maar kreeg dat maar moeilijk gerijmd met de soberheid van Jezus.
Overal zit handel in, zo merkte Cees Barendsma bij de Klaagmuur. Een orthodoxe Jood bood aan om voor hem te bidden. Maar gratis en voor niks was dat niet, zo bleek al snel.
De breed gedeelde conclusie is dat er weinig veranderd is sinds de eerste eeuw, toen Jezus de tempel schoonveegde.
Mensen maken beschamend snel een handeltje van het heilige.
Vrede
Het zal u niet verbazen dat er onder de Israël-gangers verschillend gedacht wordt over het land dat ze hebben bezocht. Is het een staat als alle andere staten van de wereld of toch nog steeds volk van God in het beloofde land?
Opvallender vond ik het om te merken dat de concrete ontmoeting met Joden en Palestijnen zo verschillend uitpakte. Janny Oggel ervoer ultraorthodoxe Joden als erg afstandelijk, op het onvriendelijke af. ‘Er was zelfs een moeder met een kind in een wandelwagentje, die de handen voor de ogen van dat kind hield toen wij voorbijkwamen. Dat kind mocht ons gewoon niet zien. Dan sta je wel even gek te kijken!’ Ook op Weimy Smit kwamen de ultraorthodoxe Joden als wettisch over. ‘Het is of ze je niet willen zien, je bent lucht voor hen.’ Dat was anders met de niet-orthodoxen en ze had ook meer in het algemeen de indruk dat Joden en Palestijnen vriendelijk met elkaar optrokken.
Cees Barendsma had een positievere indruk van de (Joodse) bevolking en probeerde zelf ook steeds zo open mogelijk te zijn in de contacten. ‘Ik heb Israël ervaren als een gastvrij land en vooral met Joodse mensen goede gesprekken gehad.’ ‘Voor een deel hangt dat natuurlijk af van wie je spreekt en waar je komt’, zo benadrukt Wieb Dijksterhuis.
Hij had zelf vooral moeite met het harde beleid van de Israëlische regering richting de Palestijnen. ‘De laatste keer dat ik in Bethlehem was, ging ik door zo’n checkpoint in de muur tussen Joods en Palestijns gebied.
Dan kijk je uit over de velden van Efratha en zie je dat er midden in zo’n Palestijns gebied zomaar een Joodse kolonistenwijk (Beit Jala) gebouwd wordt. En zulke gebieden breiden zich steeds meer uit. Ik vind eigenlijk dat dat niet kan.’
Dick en Jeannette Westerkamp (NGK Houten) gingen vorig jaar voor de tweede keer naar Israël met het doel om een reeks van ontmoetingen te hebben met Joden en Palestijnen. De contacten met de Palestijnen (veelal christen) liepen soepeler dan die met de Joden, zo was hun ervaring. Daarbij kwamen ze vooral onder de indruk van het verlangen naar vrede onder de Palestijnse christenen die ze ontmoetten.
Dat leefde bijvoorbeeld sterk bij de Maronitische aartsbisschop Elias Chacour. Hij was verdreven uit zijn geboortedorp, dat na de ontruiming zelfs plat gebombardeerd was op last van de Israëlische autoriteiten. Maar de diepe wens van Chacour bleef – ondanks alles – toch verzoening tussen Joden en Palestijnen.
Diezelfde gedrevenheid ervoeren Dick en Jeannette bij het project ‘Tent for the Nations’ (zie ook www.
opbouwonline.nl, artikel 013209).
De slogan van dat project is: ‘We refuse to be enemies.’ En dat ondanks de tegenwerking van overheidswege.
Cees Barendsma ziet de Palestijnse problematiek als onoplosbaar. Hij is ervan overtuigd dat er pas echte vrede zal zijn als Jezus terugkomt.
En als het gaat om de concrete politiek heeft hij begrip voor de gebouwde afscheidingsmuur tussen Joods en Palestijns gebied. ‘Het valt op dat er daardoor geen aanslagen meer zijn geweest, zoals dat eerder wel het geval was. Ik kreeg ook de indruk dat weinig Palestijnen zitten te wachten op een opdeling in een Joodse en een Palestijnse staat.’ Kritisch is Barendsma op de offi ciële Nederlandse berichtgeving over Israël en de Palestijnse kwestie. ‘Daar krijgt Israël veel te vaak de zwarte piet toegespeeld, zo is mijn indruk.
Je krijgt een heel ander beeld uit andere nieuwsbronnen, zoals Israël Today, Zoeklicht of Christenen voor Israël.’ Je voelt bij Cees Barendsma een warme sympathie voor Israël. ‘Die was er ook al voordat ik naar Israël ging, maar het is door de reis wel bevestigd.’
Reisadvies
Niet iedere Nederlands-gereformeerde reist af naar Israël en ook niet elke predikant uit onze kerken zette voet op bijbelse bodem. Zo speelde ds. Dick Lagewaard (NGK Veenendaal) in de afgelopen jaren wel eens met de gedachte om met een trip naar Israël mee te gaan, maar kwam het er niet van, vooral om praktische redenen. ‘Ik houd erg van reizen, daar ligt het niet aan.
Maar aan de andere kant ben ik ook nuchter: je hoeft als mens niet overal naartoe te vliegen. En het heeft voor mij ook niet zo’n hoge prioriteit. Ik ga liever naar India om daar les te geven aan het Th eologische Seminarie, waar ik al een aantal keren geweest ben.’ Ergens is Lagewaard ook bang dat zo’n bezoek aan Israël hem een beetje zal tegenvallen. Maar hij geniet wel weer van Joodse kunstenaars, zoals Chaïm Potok, Marc Chagall en onder ons Marc de Klijn.
En daar hoef je niet voor naar Israël!
Ds. Martin van der Klis voelt op dit moment ook geen grote aandrang om Israël te bezoeken. ‘Wat zal ik daar nog kunnen vinden? Is het toch niet iets van “uw voetspoor was in de zee”? Al is het de laatste jaren wel meer gaan trekken. Iets van: daar heeft onze Heiland gelopen. De omgang de (evangeliën) prikkelen ook wel in die richting.’ Van der Klis is wel weer bang voor de commercie en de kitsch.
Ga je dan weer even terug naar de Israël-gangers, dan geven de meesten toch een positief reisadvies om ook maar een keer in de voetsporen van Jezus te gaan. Al hoef je daar in diepere zin natuurlijk niet voor naar het beloofde land...
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en redacteur van Opbouw.