‘Lees wat er staat en laat staan wat je leest’
2013-02-09
Het was zoiets als een blikseminslag, die eerste reis van Dirk Korf naar Israël, ruim dertien jaar geleden. Meer dan twee uur lang zat hij te vertellen, toen hij weer terug was op Urk. ‘In Israël werd ik me heel sterk bewust: dit is het land waar God gewoond heeft, waar Jezus heeft gelopen, waar de heilsfeiten hebben plaatsgevonden. Ik raakte er niet over uitgepraat. Mijn vrouw zei: ik heb een andere man gekregen.’ - Jaargang 57
- nummer 3
Na zijn eerste Israël-reis in 1999 ging Korf, lid van de NGK Urk, met andere ogen de Bijbel lezen. ‘Ik had in de Bijbel natuurlijk altijd al gelezen over Israël en Jeruzalem, maar nu ging ik dat letterlijk nemen. Niet geestelijk, maar fysiek: dit land, deze stad. Naarmate ik me er meer in verdiepte, ging ik beseffen: er liggen nog steeds onvervulde beloften voor Israël. De terugkeerbelofte die we in onze tijd werkelijkheid zien worden bijvoorbeeld, of de landbelofte die nog maar gedeeltelijk is vervuld.’ Dirk Korf groeide op in de vrijgemaakt-gereformeerde traditie. ‘Als het in de Bijbel over Israël ging, werd daar de kerk ingevuld. Alle beloften voor Israël werden betrokken op de gemeente of op het geloofsleven. Dat kreeg ik nooit rond. Na mijn reis naar Israël viel het op zijn plaats. Sindsdien lees ik wat er staat en laat ik staan wat ik lees. Veel mensen zeggen: Nederland, Argentinië en Israël, het maakt allemaal niets uit. Maar de Schrift zegt dat Israël nog steeds Gods oogappel is. Je kunt heel lang theologiseren en alle verbonden erbij pakken, maar als leek onder de kansel lees ik nergens dat Gods onberouwelijke beloften aan Israël teruggetrokken zijn.’
Beenderen
Ook de donkere kant van Gods werk kreeg door zijn bezoeken aan Israël nieuw reliëf voor Dirk. ‘Door wat ik in Yad Vashem zag en door gesprekken met orthodoxe, Messias-belijdende en seculiere Joden werd ik me er veel meer van bewust dat het Joodse volk door de hele geschiedenis heen is verdrukt op een manier die zijn weerga niet kent. Dat staat niet los van de vloek van God uit Deuteronomium 28 voor als het volk niet in zijn wegen zou wandelen.
Een Jodin uit Nederland, als kind teruggekeerd uit het kamp en nu in de tachtig, zei tegen me: ‘Waarom moest ik een Jodin zijn? Want ik heb niets anders dan ellende en verschrikking meegemaakt.’ Die vervolging gaat tot vandaag door.
Om de zoveel tijd krijgen de Joden weer de schuld van alles. Dan moet ieder mens, en zeker de kerk, zich toch afvragen: wat zou er toch met Israël aan de hand zijn? Als je dat verband niet ziet, ben je volgens mij ziende blind en horende doof.’ Maar mag je die directe verbinding tussen vloek en vervolging wel leggen, vraag ik Dirk. ‘Ik zeg dat niet, de Schrift zegt het, op veel plaatsen. De Here is rechtvaardig. Hij straft als je Hem niet volgt, maar altijd met de belofte van genade erbij, de mogelijkheid om terug te keren. Lees Ezechiël 37, daar zie je dat toch gebeuren? Vlees, zenuwen, geest! En dat wordt gezegd tegen Israël. Op die genade van God mogen we vertrouwen: het Joodse volk, jij en ik. Als Israël het zou moeten hebben van zijn eigen verdiensten, kwam er ook van mij en van jou niks terecht.’
Met de oprichting van de staat Israël in 1948 werd Ezechiël 37 gedeeltelijk vervuld, gelooft Korf. ‘Na 2000 jaar kwamen de Joden terug naar hun land. De beenderen kwamen tot leven. Ik denk ook aan Jesaja 66: kan een volk op één dag geboren worden? Ja, dat kan, dat gebeurde toen.
Ze hebben dat land ontvangen van de Almachtige en Hij brengt ze daar terug.’
Ondernemer Korf – met expertise in de bouw, samen met zijn vriend Willem de Boer die deskundig is op het gebied van keukens en catering – is sinds die eerste reis al meer dan vijftien keer in Israël geweest, vaak voor projecten waar arme mensen gekleed en gevoed worden.
‘Ik denk aan het woord van God tot Abraham: wie u zegent, zal gezegend worden. Ik hoop dat we als kerken Paulus’ opdracht, “verwek ze tot jaloersheid”, niet alleen met woorden maar ook met daden gaan uitvoeren.
Natuurlijk moet ook de nood van Palestijnse broeders en zusters gelenigd worden, maar Paulus schrijft: “Doe wel aan allen, inzonderheid je broeders in het geloof.” Voor hem waren dat toen allereerst de Joden.’
Armageddon
Op één van zijn eerste reizen na zijn ‘bekering’ in 1999 nam Dirk Korf zijn hele gezin mee, inclusief zoon Arie, toen 21 jaar. Ook bij hem ging er een knop om. Hij studeerde economie, maar dat ging van geen kant. Na die reis ruilde hij die studie in voor ‘Talen en culturen van het Midden-Oosten’, met Hebreeuws als hoofdvak. ‘Daardoor heb ik de taal van de Bijbel leren kennen en weet ik wat er precies staat.’ Het is voor Arie een belangrijke leeswijzer geworden. ‘Lees wat er staat en ga niks vergeestelijken. De profetieën uit Openbaring vind je al eerder in Daniël, Ezechiël, Jesaja en Zacharia. Daar wordt duidelijk dat Israël een prominente rol in de eindtijd zal spelen. Lees Ezechiël 38 en 39 over Gog en Magog. Dat vind je weer terug in Openbaring 20. Dan gaat het toch echt over het fysieke volk in het fysieke land. Ik kan er niks anders van maken. Armageddon is voor mij een concrete plek in Israël, waar een geweldige slag zal worden geleverd.
Israël hoeft voor die rol in de eindtijd niet eens zelf in beweging te komen. Je ziet het in deze tijd toch voor je ogen gebeuren in Egypte, Iran, Syrië en in al die landen die zich tegen Israël keren? Het land wordt steeds meer de steen des aanstoots waar Zacharia over spreekt.’ ‘In onze kerken zijn veel profetieën over Jezus’ eerste komst letterlijk uitgelegd’,
vervolgt Arie. ‘Terecht. Maar waarom dan niet de profetieën over zijn tweede komst en wat daaraan vooraf gaat? Die gaat zich echt afspelen in Israël, niet in Nederland.’ Dirk vult zijn zoon aan: ‘Lees Zacharia 14, vul voor Israël de gemeente in en voor Jeruzalem weet ik welke hoofdstad en je snapt niks meer van dat hele hoofdstuk.’ Regelmatig schrijven ze erover in het kerkblad van de NGK Urk. ‘Tot en met de komst van Jezus zien we de Almachtige fysiek bezig: met mensen, volken, landen. Maar daarna wordt alles geestelijk gemaakt’, zegt Dirk. ‘Waarom toch? In antwoord op de vraag van de apostelen in Handelingen 1 zegt Jezus niet “dat herstel van het Koninkrijk is geestelijk”, maar “het tijdstip daarvan is niet aan jullie, maar aan de Vader”.
En elders zegt Jezus dat hij Koning zal worden van de vervallen hut van David. Dat is toch niet geestelijk, maar
stoffelijk, fysiek.’
10 procent
Vader en zoon Korf hebben zo hun wensen voor de prediking in de kerken.
Dirk: ‘Het mag van mij indringender.
Het is niet ouderwets om te zeggen: als Christus terugkomt of als je gaat sterven, is het eeuwig wel of wee. Als dat moment komt, wat dan?’ Arie: ‘Ik zou graag willen dat de prediking breder wordt. 90 procent van de preken gaat over 10 procent van de Bijbel. Ik hoor zo weinig over de profetieën en daardoor blijft een groot deel van de Bijbel dicht. Terwijl we vandaag steeds meer de vervulling ervan zien.’ Hij verlangt ook naar meer diepgang in de preken. ‘Preken zijn vaak meditaties met een pastorale toepassing.
Maar het hoeft niet zo laagdrempelig, de lat mag wel wat hoger. Laat de gemeente meer verbanden zien en leg lijnen van het Eerste naar het Tweede Testament.’ Volgens Dirk komt Israël dan vanzelf in beeld. ‘Als de prediking diepgang krijgt en we gaan lezen wat er staat, zonder veel gedogmatiseer en filosofie, dan kom je uit bij Israël.’
Ad de Boer is lid van de NGK Voorthuizen/ Barneveld en redacteur van Opbouw.