Een verrassing
1974-04-19
Dezer dagen ontving ik een paar boeken die een grote verrassing voor mij waren. Namelijk de verklaring van de beide brieven aan de Korinthiërs zoals prof. Jager deze indertijd op zijn college heeft gegeven en door de studenten werden opgenomen.- Jaargang 18
- nummer 16
Om daarvan maar eerst iets te zeggen: de copiëerinrichting v. d. Berg in Kampen heeft een prachtig stuk werk met deze uitgave geleverd. Zoals deze de dictaten uitgeeft, zijn ze in geen enkel opzicht minder in uitvoering en kwaliteit dan een goed uitgevoerd boek.
In de tweede plaats wil ik zeggen dat de dictaten door de anonieme bewerker ervan bizonder zorgvuldig voor de uitgave zijn gereed gemaakt. Dat karwei moet hem enorm veel moeite en tijd hebben gekost. Alle lof voor zijn werk!
Maar natuurlijk: de inhoud van de beide boeken is het belangrijkste.
En die is zoals men dat van prof. Jager verwachten kan: nauwkeurig, grondig, zonder omhaal van woorden of vertoon van geleerdheid en vrij van iedere speculatie of fantasie.
Wie een beetje op de hoogte is van wat er met de exegese van het N.T. aan de hand is, merkt overal dat de kwesties die zich daarbij voordoen grondig zijn doordacht en dat er een veelomvattende studie aan deze kommentaren ten grondslag ligt. De werkelijke waarde ervan ligt evenwel daarin dat ze tenslotte op een zo eenvoudig en duidelijk mogelijke wijze de zin van de Schrift willen weergeven en dat ook metterdaad doen.
Toen ik de boeken in handen kreeg heb ik dadelijk de verklaring van enkele brieffragmenten nagegaan die altijd sterk de aandacht trokken.
Ik zal ter typering van Jager's exegese een paar voorbeelden noemen.
Bij 1 Kor. 7: 14: "maar inderdaad zijn ze - uw kinderen - heilig", vindt men: "Hier is geen sprake van een houden voor, dat ook anders zou kunnen blijken.
Er wordt eenvoudig van uitgegaan dat ze heilig zijn. Ook is hier geen sprake van wedergeboorte.
Er zit in het woord heiligheid perspectief. Hier wordt niet bedoeld een bewuste, gelovige verhouding tot God en Jezus Christus. Maar met het gezin behoren ze bij Jezus Christus. Ze zijn heilig krachtens Gods verkiezing en verbond en roeping, die tot hen uitgaat. Ze zijn heilig krachtens geboorte uit gelovige ouders, die staan onder de genade van God."
Bij 2 Kor. 3: 17 - de moeilijke uitspraak: De Here nu is de Geest" - zegt Jager: ,Men heeft de woorden geprest en gezegd, dat Paulus hier leerde de volstrekte identiteit van Christus en de Geest. Dat dit de bedoeling van Paulus niet kan geweest zijn, blijkt uit het volgende: - "de Geest des Heren" - De Here en de Geest zijn onderscheiden. Maar ze zijn niet van elkaar gescheiden.
De Here heeft de Geest ontvangen zonder mate (Jh. 3: 34). Hij is het, die de Heilige Geest in de gemeente heeft uitgestort (Hd. 2 : 33). De Here is door zijn Geest bij zijn volk en de Geest is de Geest van Christus. Het is dus onmogelijk in de Here te geloven en de Geest niet te hebben. Evenals het onmogelijk is de Here Jezus te belijden dan door de Heilige Geest. De Here en de Geest zijn één in taak en ambt en werk.
Wie door het woord des Heren zich laat leiden, laat door de Geest des Heren zich leiden! Wie in de Here gelooft, gelooft in de Geest en heeft de Geest".
Ik zou zo nog een reeks van deze duidelijke, in de ware zin éénvoudige verklaringen kunnen opnoemen.
Ik gaf deze om iets te doen "proeven" van de kwaliteit van deze prachtige Schriftuitlegging.
Ze zullen hun weg wel vinden naar pastorieën en naar de velen wie het er echt om te doen is de Schrift te verstaan.
Ik ben ook bizonder blij dat ook prof. Jager deze boeken nog in 'handen krijgt. De weg van zijn professoraat is niet bepaald met rozen bestrooid geweest. Daarom te meer zal deze fixatie van zijn toegewijde "dienst aan het Woord" hem een vreugde zijn. Ik wens hem daarmee van harte geluk!
P.S. Ik wil er nog even op wijzen dat er in dezelfde uitvoering bij de copiëerinrichting v. d. Berg ook nog andere diktaten vanprof, Jager verschenen zijn, b.v. op de brieven aan de Romeinen, Galaten, Filippenzen, Filemon, Jakobus.