De Club van Rome

1974-04-26
  • Jaargang 18
  • nummer 17
Inleiding

De laatste tijd komt het steeds vaker vaar dat in allerlei publicaties, van dagbladartikelen tot specladistische boeken, het werk van de Club van Rome en de daaraan ten grondslag liggende problematiek wondt aangehaald. In verband hiermee lijkt het ons goed op de genoemde zaken wat dieper in te gaan. Wij willen daarbij eerst aangeven wat de Club van Rome eigenlijk is en welke uitgangspunten en doelstellingen zij heeft. Daarna zullen wij de tot nu toe bekendste publicatie van de Club van Rome bespreken en de daarop ontstane kritiek en bijval. Tenslotte zullen wij proberen een christelijk standpunt ten aanzien van de betreffende problematiek te vinden.

De Club van Rome

De Club van Rome is een in Zwitserland geregistreerde particuliere stichting, die haar naam ontleent aan de plaats waar in het voorjaar van 1968 de eerste vergadering werd gehouden. Initiatiefnemer en voorzitter is de Italiaan Aurelio Peccei, 1) die behalve directeur van Italconsult - een managementadviesbureau - lid van de bestuursraad van het Fiatconcern is. Enkele andere leden zijn Dr A. King, directeur-generaal voor wetenschapszaken bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in Parijs; Dr S. Okita, president van het Japanse Economische Research Centrum;, Prof. C. L. Wilson, hoogleraar aan de Slaan School of Management van het Massachusetts Institute of Technology (M.I.T.) in Boston. USA; Dr H. Thiemann, directeur-generaal van het Institut Battelle, een research-instelling; Dr V. L. Urauidi, president van "El Colegio de México" en Prof. E. Pestel, hoogleraar aan de Technische Universiteit van Hannover. De twee Nederlandse leden zijn Prof. C. J. F. Böttcher, voorzitter van de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Dr A. E. Pannenborg, lid van de Raad van Bestuur van Philips.
De leden (voorlopig 50 à 60, later mogelijk ongeveer 100) wonen en werken verspreid over circa 30 landen in alle werelddelen. Vestigingsplaatsen van de Club van Rome zijn voorlopig Rome, Genève, Den Haag en Tokio.
De groep is zo veelzijdig mogelijk samengesteld qua vakgebied, functie en politieke gezindheid.
Alle leden hebben in hun land en daarbuiten vele en veelzijdige contacten, zodat zij in brede kring bekendheid kunnen geven aan het werk van de Club van Rome en de resultaten daarvan. 2)

De belangrijkste uitgangspunten van de Club van Rome zijn:
1. Nergens ter wereld wordt voldoende rekening gehouden met de onderlinge relaties tussen de belangrijke problemen (zoals milieuvervuiling, bevolkingsgroei, industrialisatie etc.) De deeloplossingen die men kiest hebben dientengevolge vaak een averechts effect, en door het afzonderlijk behandelen van deelproblemen loopt de situatie uit de hand.
2. Onderzoek naar de relaties tussen de problemen, met name de kwantitatieve relaties, 3) is dan ook een dwingende noodzaak.
3. Een internationaal samengestelde groep particulieren kan veel sneller en efficiënter het beoogde onderzoek op gang brengen dan een moeilijk tot stand te brengen samenwerkingsverband van regeringen.

De voornaamste doeleinden die de Club van Rome nastreeft zijn:
1. Het onderzoeken en laten onderzoeken van de kwantitatieve en kwalitatieve samenhang van de wereldproblemen.
2. Het in brede kring de aandacht vestigen op de ernst van de problemen, op hun onderlinge samenhang en op de noodzaak gecoördineerde maatregelen te nemen ter verbetering van de onevenwichtige situatie.

De Club van Rome noemt zich apolitiek en bedoelt daarmee slechts afstand te nemen van vooropgestelde partij-politieke standpunten. De problemen waarin de Club van Rome zich verdiept houden trouwens niet in de eerste plaats verband met politieke tegenstellingen, maar zijn moeilijkheden die zich onafhankelijk van politieke keuzen, overal ter wereld voordoen. Zij houden verband met het tekortschieten en het niet aan de eisen van de tijd aangepast zijn van de overheidsapparaten en vele andere omstandigheden, die veroorzaakt worden door de steeds snellere voortuitgang op wetenschappelijk, technisch, economisch en sociaal terrein.

De nieuwe aanpak van de Club van Rome

Nadat het denken over de toekomst zich in het verleden veelal beperkte tot de onderlinge samenhang van twee grootheden - Malthus deed bijvoorbeeld uitspraken over de onderlinge relatie tussen bevolkingsgrootte en middelen van bestaan - heeft de Club van Rome zich ten doel gesteld de relaties tussen méér - liefst álle invloedrijke grootheden in het wereldgebeuren te bestuderen.
Het is duidelijk dat dit niet eenvoudig is. Vandaar dat als eerste aanzet in deze richting, want men pretendeert beslist niet meer, in 1970 aan een groep onderzoekers aan het M.LT. onder leiding van Dennis Meadows gevraagd werd, een onderzoek in te stellen naar het mogelijk toekomstig verloop, op wereldschaal; van de volgende vijf variabelen:
1. de omvang, van de wereldbevolking,
2. de grootte van de industriële productie,
3. de voorraad onvervangbare natuurlijke grondstoffen, 4. de beschikbare hoeveelheid voedsel en
5. het niveau van de milieuvervuiling.

Dat dit onderzoek werd "uitbesteed" aan het genoemde instituut, laat zich gemakkelijk verklaren.
Aan dezelfde instelling had tevoren Jay Forrester,4) de zogenaamde systeemdynamica ontwikkeld - de wetenschap die het gedrag van één of meer grootheden in een complex systeem, onder invloed van alle andere daarin werkende variabelen tracht te achterhalen. 5) Hiertoe is nodig dat de invloeden die de variabelen onderling op elkaar uitoefenen nauwkeurig bekend zijn.
Als wij bijvoorbeeld zeggen, dat de hoeveelheid voedsel verdubbelt wanneer de wereldbevolking met 10% stijgt en dat elke % toename in de industriële productie de voedselhoeveelheid met 7% zal doen afnemen - terwijl de voorraad natuurlijke grondstoffen en de milieuvervuiling geen invloed hebben op de hoeveelheid voedsel - dan hebben wij de relatie tussen de beschikbare hoeveelheid voedsel enerzijds en de andere vier genoemde factoren anderzijds
volledig omschreven. De hier genoemde relaties dienen hier natuurlijk alleen als voorbeeld en geven niet de werkelijke situatie weer.
Een aantal van dergelijke "relatie-beschrijvingen" tezamen vormt een model van het systeem dat onderzocht wordt - in het geval van Meadows dus een wereldmodel.
Forrester had met behulp van zijn theorie eerst het gedrag van een fabriek, met (voor zover mogelijk) alle daarin optredende relevante factoren genalyseerd en later hetzelfde gedaan voor de stad Boston. Dezelfde methoden werden nu door Meadows en zijn team gebruikt om het "gedrag" van de wereld te analyseren, waarbij hij alleen de vijf eerder genoemde variabelen in aanmerking nam. 6) Wanneer de onderlinge relaties tussen de te onderzoeken grootheden bekend zijn en bovendien de grootte van elke variabele op een willekeurig ogenblik - de zogenaamde beginwaarde, dat wil bijvoorbeeld zeggen: de hoeveelheid nog aanwezige grondstoffen op 1 januari 1974 - dan is het tamelijk eenvoudig om met behulp van een computer het verloop van alle onderzochte factoren in de toekomst aan te geven. Hierbij dient wel opgemerkt te worden, dat "de toekomst" die als resultaat van de berekeningen tevoorschijn komt, sterk afhankelijk is van de gebruikte relatie-beschrijvingen en ook van de ingevulde beginwaarden.
Bovendien zijn de uitkomsten van de berekeningen uiteraard slechts geldig als de onderlinge relaties tussen de onderzochte grootheden niet veranderen.
Op deze punten komen wij nog terug wanneer de kritiek op het werk van Meadows wordt besproken.
De resultaten van het onderzoek dat Meadows en zijn team heeft verricht, zijn gepubliceerd in het boek dat de titel "Rapport van de Club van Rome" kreeg 7) - mogelijk een wat misleidende titel.
"Rapport aan de Club van Rome" zou beter geweest zijn. De indruk dat het hier gaat om hét rapport aan de Club van Rome is ook niet juist, want waarschijnlijk is dit het eerste maar zeker niet het laatste rapport dat in opdracht van de Club van Rome tot stand is gekomen.
Andere activiteiten die op initiatief van de Club van Rome worden ontwikkeld zijn:
1. een onderzoek op basis van het model "Japan" waarin 72 variabelen voorkomen,
2. een Westeuropees project, waarin West-Europa wordt verdeeld in een aantal gebieden, die ieder afzonderlijk worden geanalyseerd, terwijl vervolgens de onderlinge afhankelijkheid van deze gebieden onderzocht zal worden,
3. een project, dat bedoeld is om het door Meadows gebruikte wereldmodel belangrijk te verfijnen.
De uitvoering van dit project geschiedt onder leiding van Prof. H. Linneman, hoogleraar aan de V.U.,
4. een onderzoek naar sociale systemen onder leiding van Prof. Pestel,
5. een onderzoek naar de bevolkingsproblemen van een aantal landen in hun onderlinge samenhang onder leiding van Prof. Urquidi en
6. een onderzoek in Latijns-Amerika aan een model waarin de ontwikkeling van de derde wereld en haar relatie tot de ontwikkelde wereld wordt bestudeerd.8) Al deze activiteiten zullen uiteindelijk resulteren in rapporten waarvan iedereen kennis zal kunnen nemen.
In een volgend artikel willen wij uitgebreider terugkomen op de resultaten van het werk van Meadows en zijn medewerkers, en de daarop ontstane kritiek.

1) Aurelio Peccei werd in 1908 in Turijn geboren en studeerde economie.
In 1930 kwam hij bij Fiat, voor welke firma hij reeds vóór de 2e wereldoorlog in China enige jaren werkzaam is geweest. Na 1945 werd llij naar Zuid-Amerika overgeplaatst als directeur van de Fiat onderneming daar. Van 1964 tot 1967 was hij president en uitvoerend directeur van Olivetti, van welk bedrijf hij ook later vice-president is gebleven.
2) Zie o.a. het Voorlichtingsbulletin van de Club van Rome-Nederland, nr. 1, uitgegeven door en op aanvraag beschikbaar bij Club van Rome-Nederland, Lange Voorhout 16, Den Haag.
3) Met kwantitatieve relaties worden de relaties bedoeld die getalsmatig onderlinge verbanden vastleggen.
Bijvoorbeeld: als wij aannemen dat geld op de bank rente opbrengt, dan hebben wij nog geen kwantitatieve uitspraak gedaan. Dat is wél het geval wanneer wij zeg-gen dat geld op de bank 7% rente per jaar opbrengt:
4) Jay W. Forrester werd in 1918 in Anselmo, Nebraska, geboren. Hij stichtte in 1949 het servo-mechanische laboratorium van het M.LT.
Sinds 1956 is hij betrokken bij de ontwikkeling van de systeemdynamica.
In 1969 verscheen zijn boek "Urban Dynamics" waarin hij een model van de stad Boston beschreef.
5) De systeem dynamica bestudeert de wisselwerking tussen verschillende grootheden in een geheel, bijvoorbeeld tussen de trek naar, of van een stad in relatie tot de werkgelegenheid, de gemiddelde huishuur, de opleidingsmogelijkheden, en dergelijke,
6) Meadows deed dit op basis van het door Forrester geschreven werk "World Dynamics".
7) Uitgeverij het Spectrum, Utrecht 1969, Aulapocket nr. 500.
8) Zie het Voorlichtingsbulletin Club van Rome-Nederland, nr. 5.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief