Aangepaste kerkdiensten

1974-05-03
  • Jaargang 18
  • nummer 18

"Een gesloten deur ... een open venster.":
de zorg voor de geestelijk gehandicapte naaste.


"Geestelijk gehandicapte kinderen zijn even volwaardig in onze kerkelijke gemeenschap als wij allemaal. De kerk is nu juist de enige plaats waar scheidingen moeten wegvallen."

Deze woorden werden in 1964 door een predikant gesproken in een vergadering van ouders van geestelijk gehandicapten die in Arnhem werd gehouden en waar gesproken werd over de pastorale zorg voor de geestelijk gehandicapte.
"De maatschappij deelt ons in hokjes van geld, eer en aanzien in, maar een wezenskenmerk van de kerk is dat alle mensen voor God gelijk zijn", ging hij verder. "Wat verbeelden wij ons om te menen, dat wij alleen maar dienstbaar moeten zijn aan de geestelijk gehandicapten. Misschien zijn zij in de verticale verhouding wel volwaardiger dan wij !"
Omdat er in de gewone kerkdiensten niet voldoende aandacht werd besteed aan de geestelijk gehandicapten, en de ouders zich afvroegen of er wel iets van de "Boodschap" dóór kwam bij hen, omdat de vorm waarin de pastor zijn woorden en zijn boodschap goot, voor hen te ingewikkeld en te ondoorzichtig was, werd het plan geopperd, om aangepaste diensten, aan hen aangepast, te gaan houden.
In de gewone diensten zongen de geestelijk gehandicapten wel mee, maar het was de vraag of er iets van datgene wat gezegd werd, tot hen doordrong.
Misschien is het ook niet juist te vragen wat er van het gesprokene méégenomen wordt; béter is misschien te vragen wat de geestelijk gehandicapte aan de dienst belééft.
Het belevingselement kan namelijk een brok vreugde inhouden voor de geestelijk gehandicapte die met zijn ouders mee mag gaan naar de "gewone kerk".
In een aangepaste dienst wordt het Evangelie echter gebracht op een meer kinderlijke, direkte en aanschouwelijke wijze.

Godsdienstige opvoeding

Dit sluit aan bij de manier waarop geestelijk gehandicapten geloven; de vader en moeder zullen er thuis ook rekening mee houden in verband met de godsdienstige opvoeding van hun kind, dat aanschouwelijk materiaal hun kind in verrukking kan brengen. Ik denk hierbij aan platen in de Kinderbijbel, of aan de boekjes die op het ogenblik in de handel zijn, en die zijn uitgegeven door het Nederlands Bijbel Genootschap te Amsterdam (thans te Haarlem) in samenwerking met de Katholieke Bijbelstichting te Boxel en de Stichting Docete te Hilversum, onder de serienaam: "Wat de Bijbel ons vertelt."
Ieder boekje vertelt een afgerond Bijbelverhaal, op zeer sobere, maar voor kinderen erg indringende wijze.
Naast de boekjes bestaan grammofoonplaten, die echter over het algemeen niet zo bijzonder geschikt voor de geestelijk gehandkapten zijn als de boekjes.
Voordat men met de uitgave van deze boekjes en grammofoonplaten - waar nog steeds nieuwe van uit komen - begon, moesten bij het N.B.G. weerstanden overwonnen worden; men was bang in strijd te komen met artikel 1 van het N.B.G., welk inhoudt dat de Bijbel puur gebracht moet worden.
Iemand hakte tenslotte de knoop door; hij maakte duldelijk dat de Bijbel door het N.B.G. 365 keer vertaald werd; nu zou het voor de 336e maal "vertaald" worden in de taal van de kinderen, in woord en beeld.

* Een tweede punt waar de ouders in de godsdienstige opvoeding rekening mee kunnen houden is, dat ze hun kind allereerst een gevoel van veilige geborgenheid moeten geven; dit kan bijvoorbeeld door het te voeden, te koesteren en lief te hebben.
Vanuit de zo ontstane veiligheidsgevoelens gaat het gevoelsleven zich ontplooien. Dit is zo belangrijk, omdat de hoogste waarden waarmee het kind in aanraking komt, niet door zijn intellectuele maar door zijn gevoelsleven worden bepaald. Wanneer het kind in een omgeving komt, waar verdriet heerst, voelt het dat aan, en wordt mee-bedroefd.
Wanneer het kind dus leeft in een sfeer, waaruit blijkt, dat zowel vader als moeder gelovig het leven bezien, dan zal zijn gedrag, voor zover dat mogelijk is, uiting worden van deze sfeer.

* Wat eveneens belangrijk kan zijn is, dat het kind de volwassene imiteert, hem ná-gelooft. Zoals vader en moeder de handen vouwen voor het bidden, zoals zij reageren op elkaars fouten, zal ook het kind ditzelfde op die manier doen.
Hieruit volgt, dat de ouders van déze kinderen, - meer nog dan ouders van "normale" kinderen -, op hun eigen doen en laten moeten letten.

* Een vierde punt, dat door de kinderen zéér fijntjes wordt aangevoeld, is dat van de regelmaat.
Dit laatste vooral met het oog op het Bijbellezen. dat de geestelijk gehandicapten vaak zelf niet kunnen, waardoor ze het moeten hebben van het luisteren naar het voorgelezene, en met het oog op het bidden.
De waarde hiervan kan men voor het kind hierin zien, dat het "mee mag doen" met vader en moeder en de. andere gezinsleden.
Deze zelfde punten die belangrijk zijn voor een godsdienstige opvoeding van de geestelijk gehandicapte thuis, zijn van belang in de kerk.

Aangepaste dienst

In Veenendaal werd in 1964 de eerste aangepaste kerkdienst gehouden, waarna in meerdere plaatsen dit voorbeeld werd gevolgd.
Tegenwoordig worden in verschillende plaatsen regelmatig, eens in de maand of eens in de drie maanden, deze diensten gehouden.
Belangrijk hierbij is, dat ze horen te vallen onder de verantwoordelijkheid van de officiële plaatselijke kerkeraad en kerken. Dat deze verantwoordelijkheid aanvaard is, moet getoond worden door de aanwezigheid van leden van de kerkeraad in de diensten.
Het is namelijk de bedoeling dat het werkelijke kerk-diensten zijn, die beginnen met een votum, groet, en eindigen met de afscheidszegen.
Jammer genoeg worden in sommige 'plaatsen deze diensten niet erkend als officiële kerkdiensten, hetgeen mijns inziens een onderwaardering inhoudt. Anderen willen ook niet meedoen - en ik denk met name aan sommige van onze vrijgemaakte kerken - omdat ze deze kerkdiensten te oecumenisch gezind vinden. Erg jammer dat deze kerkgenootschappen niet, in verband met deze speciale diensten, over deze drempel heen kunnen stappen. Niet de dogma's, maar de liefde tot God en tot elkaar overheerst hier immers!
In Alkmaar is een werkgroep ontstaan die vanuit de Raad van Kerken te Alkmaar zich afvraagt of de kerken zich niet téveel onttrekken aan de verantwoordelijkheid op dit terrein, en of er in de kerkdiensten zèlf wel bij het niveau van de geestelijk gehandicapte wordt aangesloten, en of er niet te veel buiten het grondvlak dat wil zeggen, de ouders van de geestelijk gehandicapte, om, gebeurt.
De werkgroep houdt zich bezig met de vraag of het houden van aangepaste diensten wel de beste manier is om de gehandicapte in contact te brengen met geloofservaringen.
Het lijkt mij, dat er veel van deze kerkdiensten kan uitgaan. Vooral wanneer er een vast liturgisch programma is met liederen en gebeden, waar de bezoekers vertrouwd mee raken.
Het votum en de groet zijn steeds hetzelfde en op een kinderlijke manier gesteld: "We hebben de hulp hard nodig van de Heer, Die hemel en aarde gemaakt heeft."
God brengt jullie Zijn groet over en Hij zegt: Ik wil altijd met jullie opnieuw beginnen.
Dat er maar vrede bij jullie mag zijn, door de Heer Jezus Christus."

Hulpmiddelen

Veel wordt er in de diensten gebruik gemaakt van doelgerichte hulpmiddelen: tekeningen, die over het te behandelen thema gaan, gemaakt door bijvoorbeeld leerlingen van de Pedagogische Academies, ook wel vergrote tekeningen van de uitgaven van het N.B.G.Groepen worden uitgenodigd te komen zingen (o.a, de Shepherds, de Young Man Christian Association Singers uit Kampen, het koor van de Willem van den Berghstichting) of de geestelijk gehandicapten mogen zelf op instrumenten meespelen.
In het stimuleren van de kinderen hiervoor was Wim ter Burg, de muziektherapeut en maker van de liedjes uit de bundel van Hanna Lam en Wim ter Burg: "Alles wordt nieuw", een man, bij uitstek geschikt hiervoor.
De pastor toont - zo mogelijk - veel concreet materiaal. (In verband met Pasen was een graf van gips gemaakt, waarvan de steen weggewenteld kon worden, zodat ieder kon zien, dat het graf leeg was!
Ander materiaal was biivoorbeeld een berg, gemaakt van papiermaché, waar Mozes vanaf kwam met de stenen tafels in zijn handen.
Toen het over eerlijk verdelen ging, kwamen er limonadeglazen aan te pas, appels, e.d.), Toch moet hier, dacht ik, een uitroepteken bij worden aeplaatst.
Het is immers zo, dat geestelijk gehandicapten concrete zaken moeilijk kunnen scheiden van abstracte.
Het gevaar is groot, dat ze, bij té veel visuele beelden daarin blijven steken, en de toepassing van de pastor niet volgen.
Dàn moet er gelet worden op soberheid!
Ook in deze diensten.
Niet alles moet concreet worden voorgesteld door flanelbord tekening of met de hand gemaakt materiaal.
maar het middel tot contact, het "woord" mag ook een grote plaats hebben.
Door het "woord" kunnen sommige concrete beelden oproepen.
Vooral in verband met de kerkelijke feesten zou men er op kunnen letten dat door de voorbeelden niet de inhoud van Evangelie verloren gaat voor de kinderen.

Kerkelijke feesten

Met 't Kerstfeest zal men er moeilijk onder uit kunnen, een kerstboom te nemen, maar er zal op moeten worden gelet, dat de kinderen "het Kind" centraal zullen blijven stellen.
Onlangs hoorde ik hoe Rudolf Steiner (de oprichter van de zgn.
Vrije Scholen) het kerstfeest vierde.
Omdat ik de gedachte erg goed vond, wil ik die graag hier door geven: In een ellips-vormige cirkel waren holte kaarsen gezet. In het midden brandde één kaars dit 't allereerst licht af. Alle kinderen mochten naar het hart van de cirkel gaan en hun kaars aansteken met de vlam van de Ene grote kaars.
Misschien zouden de kaarsen in de lijdenstiid opnieuw gebruikt kunnen worden: 0p Goede Vrijdag wordt de grote kaars uitgeblazen: Het Licht der wereld gedoofd door mensen!
Om van de kerkdiensten een féést te maken en de kinderen de volle geloofsblijheid te geven, heeft Herman Verbeek zich beijverd, in een inrichting waar hii een jaar lang stage liep, te ontdekken of er iets van religieuze ervaring was bij geestelijk gehandicapten.
Hij vond dat de liturgie teveel een woordenspel was geworden.
"De kerk doet voornamelijk een beroep op ons zitvlak."
Maar een geestelijk gehandicapt kind vraagt: "Neem je de trommels mee? Mogen we in de kring dansen? Water petsen? Wie mag de kaarsen aansteken?"
De nieuwe mogelijkheden voor de kerkdiensten die Verbeek heeft gevonden en in' zijn boek "Een beker koud water" heeft weergegeven, door vieringen van het liturgisch jaar met de kinderen, heeft hij op een frisse, vreugdevolle manier neergeschreven.
De pastors die een aangepaste kerkdienst moeten - beter gezegd: mogen - leiden, zou ik willen aanraden dit boek te lezen, al is het natuurlijk wel zo, dat Verbeek dag in dag uit door. kon gaan met zijn voorbereidend en uitvoerende werk, terwijl de pastor die een aangepaste dienst houdt, slechts één middag per maand heeft.
Gelukkig vindt er wel overleg plaats met de leidsters van tehuizen, ouders van ouderverenigingen, en hoofden van scholen over het thema dat komen gaat.
Ieder kan dan op zijn plaats al spoedig na een dienst beginnen met het aanleren van het nieuwe lied, zodat de geestelijk gehandicapten aan de herkenning veel vreugde beleven.
Vaak is het dan werkelijk een dienst om zelf mee te gaan klappen en enthousiast te raken; want hoe groot bliikt het geloof van de geestelijk gehandicapte; wat kijken ze blij wanneer de pastor hen met Gods zegen begroet; wat komen wij vaak tekort met onze eigen problemen die we meenemen wanneer we op de kerkstoelen zitten!
In de kerkdienst funktioneert slechts ons oor, terwijl geestelijk gehandicapten met hun hele lichaam meeleven: ze neuriën met het orgel mee, klappen in de handen, terwijl anderen stralend met de collectezak mogen rondlopen; ze geven antwoorden aan de pastor die hen bij zijn woorden betrekt door steeds vragen te stellen.
De blijheid straalt van de gezichten van de geestelijk gehandicapten af; problemen kennen ze op zo'n moment niet!
De sfeer is ontspannen, en de kinderen voelen zich thuis, daar, waar "hun" dienst is.

Plaats

In sommige streken van het land worden de aangepaste diensten steeds in dezelfde kerk gehouden, in andere streken wordt iedere keer een andere kerk gekozen.
Ik geloof wel dat het goed is, om naar dezelfde kerk te gaan, iedere keer wanneer de dienst gehouden wordt.
Voor de geestelijk gehandicapten, voor wie de gewoontevorming, het ritueel immers zo belangrijk is (denk daarbij bijvoorbeeld ook aan de liturgie), is een vaste plaats om naar de kerk te gaan erg belangrijk.
Wanneer zij iedere maand naar dezelfde kerk gaan, zal het op den duur voor hen de kerk van "de aangepaste kerkdienst" zijn geworden, waardoor de beleving van die dienst meer en meer wordt: ,,'t Is onze dienst."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief