In het isolement ligt de onmacht van de belijdenis!

1974-05-10
  • Jaargang 18
  • nummer 19
Aanval van sluipschutters

Ook op kerkelijk gebied kent men het verschijnsel van de oorlogsverklaring.
Maar evenzo het verschijnsel van de sluipende infiltratie.
Bij de oorlogsverklaring wordt de inhoud van de belijdenis op een drieste en duidelijke manier verworpen. Maar bij de infiltratie-aanpak blijft het belijdeniswoord officieel recht overeind staan. Het wordt echter "nader verklaard". Het gaat iets anders zeggen dan het vroeger altijd gezegd heeft. Er verandert officieel niets. Maar in werkelijkheid verandert alles.
We belijden met zeer velen, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God. Maar wat betekent die belijdenis eigenlijk? We kunnen zomaar vernemen, dat de "Christus-figuur" in onze tijd gestalte krijgt in allerlei vrijheidsstrijders en rebellenleiders. Maar dan hebben we te doen met een "christus" (aanhalingstekens en kleine letter!), die zich toch koning laat maken en die zwijgt over de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven (Zie Joh. 6: 15, 27).
En "Zoon van God" wordt - dat is wat "theologischer" van opzet ....!.... vaak helemaal gezet in het raam van verbond en adoptie: Wij zijn in Gods verbond als zijn zonen en dochteren aangenomen.
Daarbij is Jezus de zoon-bij-uitstek, de zoon in wie Gods bedoeling met ons mensen werkelijk is gerealiseerd! Maar de "eeuwige natuurlijke Zoon van God" (Zondag 13) is vergeten!

Angst

Soms kan ons de angst om het hart slaan. In de dagen, waarin de apostolische geloofsbelijdenis tot stand kwam, heeft mendenk ik - stellig geloofd, dat men een belijdenisformulering had, waarin de ketterij afdoende werd gesignaleerd, beteugeld en bestreden. Maar leg je de belijdenis van Nicea ernaast, dan zie je duidelijk, dat er op bepaalde is al weer extra-punten zijn gezet.
Blijkbaar heeft het systeem van her-verklaring en zin-verandering een akelige vitaliteit in zich. Het heeft iets van insekten, die tenslotte ook het laatste bestrijdingsmiddel weer overleven.
In onze tijd wordt de belijdenis soms in alle duidelijkheid verworpen.
Ze zou in geen, enkel opzicht meer passen in het denk- en leef-raam van onze tijd! Maar vaak ook verklaart men zich één met de vaderen in het belijden.
Als men dan "alleen maar" de oude bekende woorden mag overbrengen in de termen van ons eigentijds gedachtenpatroon. Er behoeft, zo zegt men, "in wezen" niets te veranderen. Maar in alle geruisloosheid verandert alles toch.
Zal ook de beste belijdenis door deze infiltratiemacht tenslotte niet worden uitgehold als een huis in de tropen door een termietenleger?
Is dat niet om bang van te worden?

Wat is de oorsprong van het kwaad?

Hoe krijgt men het voor elkaar die oude en bekende woorden en namen "nieuw" te verklaren en van hun oorspronkelijke zin te beroven?
Telkèns zien we, dat men die woorden en namen isoleert van het geheel van de Schriften, al zal men zich daerbij graag op "speciale" teksten en gedachtenlijnen in de bijbel beroepen. Dan gaan die namen en woorden meer en meer een eigen bestaan leiden en dat wordt tenslotte ons eigen bestaan.
Hier hebben we te doen met een isolement waarin géén kracht ligt.
Integendeel! Wat is hiertegen nu te doen?

Johannes 20: 30-31

Aan het slot van Johannes 20 lezen we het volgende: "Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam".
" ... dat Jezus is de Christus, de Zoon van God ... ". We hebben daar - zo zou ik willen zeggeneen door de Heilige Geest ons gegeven hoofdsom, een door God zèlf geijkte en gewaarmerkte belijdenis.
Maar die belijdenis wordt ons niet gegeven als een geïsoleerd zinnetje!
Johannes heeft een brede - zij het ook niet volledige - beschrijving gegeven van de tekenen, die de Here Jezus heeft gedaan. Opdat zijn lezers daaruit de kracht zouden ontvangen om die belijdenis-hoofdsom van harte te beamen en te blijven beamen.
Er is hier een merkwaardige samenhang tussen het geheel van het evangelie en de hoofdsom van de belijdenis.
Wie op de goede manier het evangelie leest, die zal daardoor komen tot die ene korte belijdenisuitspraak.
Wie de belijdenis uitspreekt zal altijd weer naar het geheel van het evangelie terug moeten om te weten en te blijven weten wat hij zegt en om het van harte te blijven zeggen.
Het licht van de belijdenis brandt in het evangelie. Wanneer men de belijdenis isoleert van het geheel, dan wordt het licht gedoofd. Dan zal men de kracht tot geloven gaan missen!
Zo kunnen we spreken van een "pendelbeweging" tussen het geheel van het evangelie en de belijdenis-hoofdsom in Joh. 20 : 31.

De pendelbeweging

De pendelbeweging is noodzakelijk.
Zelfs wanneer we de belijdenis-hoofdsom in Gods Woord vinden en die hoofdsom dus rechtstreeks door God is gewaarmerkt.
Zo is het immers in Joh. 20: 31. Hoeveel te meer geldt dat dan van de belijdenis die door de kerk is opgesteld! Wie de belijdenis naspreekt moet terug naar het geheel van de Schriften. Want het licht van de belijdenis brandt in het evangelie. Hij moet terug naar de Schriften om te weten en te blijven weten wat hij zegt en om het van hàrte te zeggen, Van de belijdenis terug naar de Schrift en dan weer, voorzien van levende kracht, naar de samenvatting in de belijdenis. De pendelbeweging!
Zo en zo alleen staan kerk en gelovige sterk!
Maar wanneer die beweging ontbreekt gaan de lichten uit!

De verzoeking

De satan werkt graag langs lijnen van geleidelijkheid. Wat heeft hij eraan als we erg schrikken! Hij zal ons wellicht niet vragen de belijdenis in het water te gooien.
Maar hij zal ons wèl zo ver zien te krijgen, dat we Joh. 20: 31 losmaken van al het voorgaande!
Hij wil bereiken, dat de pendelbeweging stopt en dat de belijdenis van Gods Woord wordt geïsoleerd.
Dan zal het donker worden in de kerk!
Die isoleer-verzoeking komt op ons af als een man die twee handen heeft, een linkerhand en een rechterhand. In het voorgaande gedeelte hebben we hoofdzakelijk het "linkerhandswerk" gezien, waardoor èen vitale vrijzinnigheid een "legitieme" plaats krijgt in de kerk.
Met zijn "rechterhand" zal deze verzoeker daarentegen ruimte in de kerk "vrijmaken" voor een dode rechtzinnigheid.
We mogen het dankbaar in onze belijdenis waarderen, dat zij zich helemaal niet wil láten isoleren van Gods Woord. Ze wil niet als "self-supporting" worden aangezien.
Daarover een volgende keer nog iets.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief