MILIEU-BEHEER 1)
1974-05-10
Ik lees u enkele verzen uit de profetie van Hosea (4: 1 - 3): "Hoort het woord des Heren, gij Israëlieten, want de Here heeft een rechsgeding met de bewoners van het land, omdat er geen trouw, geen liefde en geen kennis Gods is in het land. Vloeken, liegen, moorden, stelen en echtbreken! Men pleegt geweld, bloedbad volgt op bloedbad. Daarom treurt het land en al wat er in woont, verkwijnt, zowel het gedierte des velds als het gevogelte des hemels; ja zelfs de vissen der zee komen om."- Jaargang 18
- nummer 19
De gebeurtenissen van de laatste tijd hebben ons wakker gemaakt uit de welvaartsroes. Wij hebben de kwetsbaarheid van onze samenleving gezien.
Ook hoe we roofbouw gepleegd hebben op de schepping. En nu is er werkelijk hier en daar bezinning: hoe nu verder. En wat precies hebben we fout gedaan?
Maar wie zal ons de juiste probleemstelling leveren? Het leven is door wetenschap en techniek zo uiteengevallen. Degenen die leiding geven zijn vaak deskundigen, maar op een bepaald vakgebied. En ze durven zich niet buiten dat vakgebied te bewegen uit vrees voor ondeskundig te worden gehouden en dat lijkt wel het ergste wat gebeuren kan. 'n Soort ex communicatie uit naam der wetenschap.
Het leven valt zo uiteen en de mensen merken het niet. Ze merken niet dat ze de ene dag met spandoeken lopen om de vestiging van een industrie tegen te gaan en de volgende dag protesteren tegen werkeloosheid.
Elk gebied schijnt zo wel z'n eigen keten van oorzaak en gevolg te hebben.
Elk vakgebied is een gesloten wereldje geworden.
Daarom praten de zedemeesters vandaag zo door elkaar heen. Je hebt economische moralisten, mileu-moralisten, biologische moralisten, medische moralisten. Ze doen allemaal hun zegje: met elkaar of tegen elkaar in, ze merken het niet eens. En het is geen wonder dat er hoe langer hoe minder geluisterd wordt. Er is nog nooit zoveel informatie geweest en tegelijk: er is nog nooit zoveel onwetendheid geweest onder de mensen. Dat komt omdat de informatie onsamenhangend is.
De eenheid van het leven is zoek onder de mensen en de bijbel, die ons over die eenheid onderwijst, wordt in onze cultuur tot zwijgen gebracht.
Inderdaad is er in de Schrift eenheid van het leven. Het leven wordt in de bijbel in de religie samengenomen. Vanuit dat centrum is er de vertakking naar alle kanten. Maar zoals je soms een moderne stad ziet zonder centrum, zo heeft ook de moderne mens het religieuze eenrum van leven verloren.
De onderwijzing uit het Woord ontbreekt. Dat heeft de profeet die we zoeven lazen, ook waargenomen. "U geldt mijn aanklacht,o priester" zegt hij even verder. En ook de profeet neemt hij op de korrel. De priester is hier vooral degene, die in de wet onderwijst en de profeet is degene die een richting aanwijst. Maar beiden hebben het volk laten verkommeren, zodat Hosea klaagt: mijn volk gaat verloren door gebrek aan kennis. Dat is niet hetzelfde als een intellectueel manco. Maar het gebrek aan kennis duidt op het religieuze tekort. Het is het kennen van de Here, dat hier bedoeld wordt en het centrum van het mensenleven uitmaakt.
En pas als dat religieuze centrum er weer is, dan gaat ook het vermaan niet langer op in onsamenhangende details, maar wordt dat vermaan zelf ook centraal, op het centrum van het leven gericht. Dingen, die aan de randen van het leven misgaan, worden dan niet met een randethiek benaderd, maar ze worden in relatie gebracht tot het centrum. En de stem der profetie roept boven de stem der deskundigheid uit: daar, in het centrum, daar is het mis en vandaar dat 't ook aan de randen ellendig verloopt.
Zo spreekt Hosea over het treuren van het land, het verkwijnen van wat er in woont, zowel het gedierte van het veld als het gevogelte des hemels.
Ja, zelfs de vissen der zee komen om. Als dat geen milieubederf is! We weten er van mee te praten. Verbazen ons erover, dat deze verschijnselen al zo vroeg in de geschiedenis stem krijgen, nog vóór de uitvinding van het plastic.
Ik weet ook niet precies wát de profeet ervan heeft waargenomen. Misschien zijn het symptomen geweest, zó nog van het begin, dat we er nu om zouden lachen en zeggen: nou, als het niet meer is! Maar Hosea heeft dit dan toch in profetisch perspectief gezien en daar woord aan gegeven: wat
we hier klein en nietig zien beginnen, loopt uit op de verkwijning. Totaal!
Dat kan niet missen.
En wat heeft hij er dan als oorzaak van aangewezen? Waren ze in Samaria zo slordig op hun afval? Bekommerden ze zich niet om de rotzooi, die ze in de haast van de consumptie achter zich lieten slingeren? Het staat er niet. Daarom kan het nog wel zo zijn. .Maar daarover geen woord bij de profeet. Hij is immers geen milieu-moralist, geen rand-ethicus.
Hij zegt: hoort het woord des Heren, gij Israëlieten, want de Here heeft een rechtsgeding met de inwoners van het land, omdat er geen trouw, geen liefde en geen kennis Gods is in het land. Vloeken, liegen, moorden, stelen en echtbreken! Men pleegt geweld; bloedblad volgt op bloedbad. Dáárom treurt het land. De fout ligt religieus ethisch.
Ja - maar is dát nou geen slag in de lucht? Wat heeft het milieu er nu voor pijn aan, dat er echtgebroken wordt? Wat 't milieu betreft, is het toch veeleer zaak, dat je je bepaalde vervuilde industrieën van het lijf houdt?
Zeg dat nou eens tegen Amsterdam. Hosea: alles verkwijnt, vogels, dieren, vissen, omdat er zoveel gevloekt wordt of gemoord. Overtuigt dat? Als Hosea nu eens de moeite genomen had om wat tussenschakeltjes op te sommen tussen b.v. echtbreuk en milieuvervuiling. Dan konden we hem tenminste narekenen. Maar nu: bots-krak, echtbreuk - milieuverpesting.
Niet eens morele milieuverpesting. We moeten namelijk met dat milieu zo concreet mogelijk blijven. Het gaat Hosea inderdaad om de kikkers en de roodborstjes en het oppervlaktewater.
Hoe ligt dan dat verband bij hem? Dat verband ligt in het verbond dat God met de mens gesloten heeft. God - schepping - mens, dat is in de Schrift een gesloten circuit. Moet je horen uit Hosea 2 (: 20) : Het zal te dien dage geschieden, dat ik verhoren zal, luidt het woord des Heren. Ik zal de hemel verhoren en die zal de aarde verhoren en de aarde zal het koren, de most en de olie verhoren en die zullen Jizreël verhoren.
Hier zie je de band van het verbond lopen van God over de schepping naar - zijn volk. In die samenhang staan wij. En doen wij kwaad tegenover God en de naaste, dan staat de schepping daar niet buiten. Die protesteert dan en zegt: zo zijn we niet getrouwd. En zo is er verband tussen ethisch-religieuze zonden en de gezondheid en de bruikbaarheid van ons milieu.
Een zodanig verband, dat wij niet alle tussenschakels kunnen overzien en in kaart kunnen brengen, Ik tenminste niet. Maar we gelóven dat verband.
Zoals een eenvoudig christen in he ziekenhuis eens tegen z'n buurman zei: als je zo vloekt, word je nooit beter. Die man zag het verband, al overzag hij het niet.
Laten we daarom met een protesterend milieu om ons heen onszelf onderzoeken op dit verband. Heeft God ook met ons misschien een rechtsgeding?
Ik ben bang dat alle milieu-medicijn is en blijft een kurieren am Symptom, een rand-aanpak - niet radicaal genoeg.
De stem der profeet moet in onze cultuur weer aan het woord komen. Wat een verantwoordelijkheid voor de verkondigers. Wij hebben vandaag geen dienaars der wetenschap nodig op de kansel; geen deskundigen in die moderne toegespitste betekenis van het woord, van hoeveel waarde zij verder ook mogen zijn. Maar op de kansel zijn nodig mensen die hun medemensen naar het centrum toespreken om ze daar voor God te stellen. Dat hééft gevolgen tot aan de verste randen van het leven. Niet alleen de engelen in de hemel, maar ook de kikkers in de sloot zullen blij zijn als één zondaar zich bekeert. Immers - het ganse schepsel zucht en is in barensnood tot nu toe en het wacht op het openbaar worden van de kinderen van God.
Als we met God en de naaste in het reine gekomen zijn, komt er ook reinheid voor de schepping.
Hoe - dat overzie ik niet precies. Maar 't is wel waar. Het is waar omdat Gods woord het zegt. En dit is geen trap tegen welke deskundigheid ook, maar een oproep aan haar om van haar troontje af te komen en zich weer dienstbaar te stellen aan een leven dat in de Godsverhouding z'n centrum vindt.
1) Toespraak, gehouden op 16.1.'74, uitgaande van de Stichting Alle-Dag-Kerk.