Aanvaarding door de kerkelijke gemeenschap

1974-05-10
  • Jaargang 18
  • nummer 19

“Een gestoten deur ... een open venster u.”:
de zorg voor de geestelijk gehandicapte naaste.


Sommige mensen horen over de "aangepaste kerkdiensten" (waarover ik In een vorig artikel heb gesproken) en uiten hun vrees dat de geestelijk gehandicapte in een isolement zal komen te staan. Om dat te doorbreken worden de ouders echter gestimuleerd om zoveel mogelijk al hun kinderen, niet alleen de geestelijk gehandicapte, mee te nemen naar de kerk. De indruk wordt dan gewekt dat er een gezinsdienst wordt gehouden.

Waarom zouden gemeenteleden vanuit het kerkgenootschap, waartoe de ouders behoren, ook niet méé gaan naar de aangepaste dienst? Iedere keer zal een pastor voorgaan uit een andere kerk.
De kerkdienst gaat dan ook uit van de verschillende deputaten van de classis.
Deputaten van de Gereformeerde, Christelijk Gereformeerde en Nederlands Hervormde Kerk zijn hierbij aangesloten en geven hun classis ieder jaar een rapport om melding te maken van de gebeurtenissen en de gang van zaken.

* Wat moeten de ouders of leid-(st)ers van de geestelijk gehandicapten nu de andere zondagen, wanneer er geen aangepaste kerkdiensten worden gehouden, doen?
Wanneer ze thuis blijven, gaat het feestelijk karakter van de "zondag" voor de geestelijk gehandicapten wat verloren.
Vanuit een tehuis (waar verschillen zijn in het gaan naar de kerk door ouders) kan men het beste één bepaalde kerk kiezen waar de groep heen gaat.
Ouders die hun kind gewoonweg mee nemen naar hun eigen kerk, kunnen dat doen zolang hun kind nog thuis is; aan de gemeente wordt dan als taak gesteld de ouders met hun kind te accepteren!
De geestelijk gehandicapten hebben recht op een volwaardige plaats in de kerkelijke gemeente!
Hopelijk 'loopt de pastor door de week wel eens binnen bij het gezin, of het tehuis, om een praatje met de geestelijk gehandicapten te maken, zodat dezen het gevoel hebben dat deze pastor ook de hunne is!
Al zou er dan 's zondags veel aan hen voorbijgaan van de dienst die ze dan volgen, dan tóch voelen ze zich opgenomen in de grote groep kinderen van Gods volk!
De vraag kan rijzen waarom er geen speciale pastor wordt aangesteld voor de begeleiding van de ouders van geestelijk gehandicapten.
de gehandicapten zelf en voor het houden van aangepaste kerkdiensten en catechisaties (waar ik hieronder nader op in ga). Het antwoord ligt voor de hand: De ouders moeten door hun eigen kerkgenootschap worden opgevangen! Door de eigen wijkpredikant, die behoort bij de kerkelijke gemeente waartoe zij behoren, en door de gemeente zelf!

Houding kerkelijke gemeente

Wanneer in een gemeente een geestelijk gehandicapt kind iedere zondag zijn plaatsje in de kerk inneemt wordt vaak verschillend gereageerd: Wat een draaitol, wat een lawaai maakt dat kind ... , of: Heeft dàt nu wel zin, om dat kindje mee te nemen?
Het kan ook zijn, dat dit kind vanuit het Evangelie vol liefde wordt beoordeeld. Groten en kleinen werden door Jezus geroepen om "als kinderen" te worden. (Mattheüs 11 : 25).
Maar dat is niet de enige opdracht die de gelovige gegeven is: de geestelijk gehandicapte is onze broeder in Christus! We hebben een mede-verantwoordelijkheid voor onze broeder, waardoor we de ander niet aan zijn lot mogen overlaten! We moeten dus solidair zijn met hem.
In plaats van geïrriteerdheid onzerzijds, wanneer de dienst blijkbaar wat te lang voor de geestelijk gehandicapte duurt, moeten we hem laten rekenen op onze liefde, bijstand en ons geduld.
Dan zal de geestelijk gehandicapte - ook in deze kerkdiensten iets ervaren van de vreugde om het heil van Christus.
Het zou goed zijn, wanneer de opvoeding, de godsdienstige beïnvloeding als ook de catechese in dienst van dit teken zouden staan.

Catechese

Augustinus legde er reeds de nadruk op, dat het onderwijs dat de kerk geeft, gericht moet zijn op het geheim van het Christen-zijn.
Dit is geen verstandelijke, maar gevoelsmatige aangelegenheid.
De jongeren in de kerk krijgen daarom geestelijke leiding om als christen te leren leven; ook de jongeren die geestelijk minder begaafd zijn dan diegenen die gewoonlijk op de catechisatie komen, mogen deze leiding ontvangen.
Daarbij moeten degenen die catechisatie geven, oppassen voor een té verstandelijke aanpak, die de dienst aan de afwijkende mens verlamt!
Men zou deze godsdienstige opvoeding als een verlengstuk van die der ouders kunnen zien.
In de godsdienstige benadering van de geestelijk gehandicapte worden bijna altijd twee foutieve uitgangspunten gekozen: enerzijds een overschatting van het kennen en kunnen van de geestelijk gehandicapte, zodat men meer eist dan zij kunnen geven; anderzijds, - en dat is eigenlijk èven fout - een totale onderschatting.
De geestelijk gehandicapte hoeft helemaal niet altijd als een kind behandeld te worden!
Van een dominee hoorde ik, dat het goed was dat hij een geestelijk gehandicapt meisje op zijn catechisatie-groep had gehad: ze kende als de anderen sommige catechismusstukken uit haar hoofd!
Op mijn vraag of zoiets nu wel zinvol was voor het meisje zelf, antwoordde hij dat ze nu in ieder geval het gevoel had: "evenveel als de anderen te kunnen".
Dit is naar mijn smaak een verkeerd gekozen uitgangspunt, Wat heeft dit meisje eraan gehad om die catechismus-vragen te kunnen opdreunen?
Zou ze daar geestelijk rijker van zijn geworden?
In verscheidene plaatsen in Nederland is men begonnen met het geven van catechisaties aan enkele geestelijk gehandicapten.
Meer en meer wordt ingezien, dat aparte avonden waar de catechese een plaats krijgt, aan geestelijk gehandicapten gegeven, méér effekt heeft dan wanneer ze tussen "normale" kinderen zitten.
De vraag die opkomt, wanneer er op een eenvoudige manier catechese wordt gegeven, is hoe het met het geloof van de. geestelijk gehandicapte staat.
Kan deze, - behalve naast en met ons -, ook zèlf geloven?
En meteen volgt daaruit de vraag: is geloof aan te leren?
Wanneer die vraag wordt gesteld, is het hoog tijd om na te denken over het geloof zelf.
Kán geloof aangeleerd worden of is er misschien nog een verschil tussen geloof en geloven?

Geloof van de geestelijk gehandicapte

"Geloven" is iets dat iemand "doet". De mens is daarbij aktief betrokken.
"Geloof" is een gave met een bepaalde inhoud.
Volgens Zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus "stoelt een waar geloof op kennis en vertrouwen."
De kennis neemt bij het imbecille kind een bescheiden plaats in: wanneer gevraagd wordt wat Pasen, Pinksteren en dergelijke feesten inhouden, kan hij dat vaak nog wel onder woorden brengen.
Belangrijk hierbij is echter in hoeverre dit weten een kennis vanuit het hart is!
Het vertrouwen neemt echter bij de geestelijk gehandicapte een veel grotere plaats in.
Een geestelijk gehandicapte vertrouwt op "de Here Jezus" met een volstrekt, direkt en absoluut vertrouwen.
Twijfels kent hij niet. De Here Jezus kan toch alles?
In het gedicht van mevrouw IJskes-Kooger "Als een kind" komt dat· vertrouwen uit:

"Hij had nog nooit een letter kunnen lezen,
en van een dogma had hij nooit gehoord,
maar twijfels waren bij hem nooit gerezen,
want hij geloofde Vader op Zijn woord."

De kennis hoort er wel bij, maar laten we één ding onthouden: wanneer de Bijbel spreekt over "geloven" in de zin van "belijden", dan heeft dat woord de betekenis van "gelovig naspreken van dat wat in Gods Woord staat".
Iemand die gelooft, spreekt dan na wat zijn hart heeft gehoord.
Een predikant zei hierover: "Christelijk geloven is dus helemaal niet zo'n originele aktiviteit".
Hieruit blijkt dus dat niemand van de gelovigen neer hoeft te kijken op de geestelijk gehandicapte of op zijn geloof!
Niemand hoeft dus de geestelijk gehandicapte de catechese te onthouden, omdat "hij er toch niets van snapt".
De catechese zou alleen meer uit de onderwijzende sfeer kunnen worden getrokken en meer gericht op de voorbereiding tot het deelnemen aan het Heilig Avondmaal en tot het deelnemen aan het hele leven en de eredienst van de gemeente.




Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief