Toepassing

1974-05-17
  • Jaargang 18
  • nummer 20
"We zitten hier midden in de critieke spanningen in de gereformeerde theologie, die in 1886 gezinnen .
en kerken uiteen hebben gedreven, en die thans opnieuw, met nog veel groter geweld, ons tot gemeenschappelijke bezinning dringen. De vraag, die ons gesteld wordt en waarop wij een antwoord zoeken is deze: welke plaats nemen wij als leden van de kerk in deze wereld in? Hoe hebben wij ons te organiseren?
In hoeverre heeft die organisatie nog betekenis voor deze wereld?
Wat is onze verhouding tot die verbanden in de wereld, die niet zo direct voor de poort der eeuwigheid staan?
"Ik geloof dat ik mij niet vergis, als ik zeg, dat wij allen zullen toestemmen, dat deze vragen ons heden ten dage met elementaire duidelijkheid weer worden gesteld. Zo duidelijk, dat wij onze eigen oplossingen wantrouwen en weer opnieuw naar onze bijbel grijpen om te kijken of wij wel goed gelezen hebben".

(citaat uit rede O.N. voor de theol. studenten van de Vrije Universiteit op 7 nov. 1935; zie G. Puchinger, "Een theologie in discussie pag. 38).

Terecht schreef Ds. H. de Jong kortgeleden in ons blad dat er in de vrijgemaakte kerken veel geleden is aan de kerk.
Velen van ons zijn meer dan één maal in hun leven voor de keus gesteld of zij bij de verdrukten of bij de verdrukkers in de kerk wilden behoren. In de keus voor Christus en de Zijnen kwamen zij op de, zo voor 't oog wel erg smalle weg, "Gereformeerd - vrijgemaakt - buiten verband", waarop wij nu met allerlei vragen en aarzelingen ten aanzien van onze identiteit wandelen.
Het is goed ons steeds weer op die "identiteit" te bezinnen, maar we moeten ons wel wachten voor paniek.
want wanneer er niet uit verdienste en zonder ijdel roemen een eerli-k Wden aan de kerk gevonden wordt zijn we in de buurt van het kruis en daarom in de buurt van de Heer van de kerk, die ons geduld wel eens op de proef stelt.
Paulus heeft zich in de strijd eens beroepen op zijn littekenen!
Het is de lezers wel duidelijk geworden dat de aandacht die ik in deze bijdragen vraag voor de persoon en het werk van O. Noordmans, niet in een academisch vertoog, maar in een meer toepasselijke verhandeling is getoonzet. Het citaat uit de rede door Noordmans gehouden in 1935, kan ons dacht ik iets zeggen in de situatie, waarin wij met onze vragen over ons kerkelijk leven en de toekomst daarvan verkeren.
Wij zijn overigens niet de enige groep kerken, die met hun identiteit tobben; dit doen alle kerken van gereformeerde belijdenis in ons land. Was het maar zover dat er een gezamenlijke bezinning, met wantrouwen van eigen oplossingen en een opnieuw grijpen naar de bijbel, op gang kwam.
Wat nu onze situatie betreft is het niet moeilijk aan te geven hoe wij in de wonderlijke verstrooiing terecht kwamen, waarin wij ons nu bevinden. Wij komen uit die geestesrichting in ons land, die in de wegen van Afscheiding, Doleantie, Vrijmaking enz. de goede strijd voor Christus kerk hebben gestreden.
Daarin zijn wij gegaan in de voetstappen van een vorig geslacht dat het Koninkrijk en zijn gerechtigheid zocht in kerken, die de Christus van de Schriften naar gereformeerd belijden wilden volgen en zich in leer en leven wilden onderwerpen aan Zijn gezag.
Daarnaast maakte men zich in het voetspoor van Abraham Kuyper op om Christus' Naam te belijden op alle terreinen van het leven.
Zo kreeg voor ons het koninkrijk

Belevenissen met Dr O. Noordmans

der hemelen voornamelijk gestalte in de kerk en de christelijke organisaties en scholen.
Het gereformeerde leven kwam op deze wijze tot grote bloei; er was offerbereidheid en een zegenrijke beïnvloeding van land en volk. Vrijmoedig werd er gesproken van de anti-these in onze wereld en er vormde zich een weerbaar geslacht met een scherp en waakzaam oog voor de verachtering van de genade en afval in kerk en christelijk leven.
Het is opvallend hoeveel klachten over afval en bezwaren tegen de geest van de eeuw je bij gereformeerde scribenten sedert Réveil en Afscheiding tegenkomt.
Wie onder ons herinnert zich niet hoe in het vroegere Gereformeerd Gezinsblad de redactie niet moede werd verschijnselen van afval en verval te signaleren.
Het is daarom niet zo verwonderlijk dat in de geestelijke en culturele revolutie, die over ons land gekomen is en overal verwoestingen heeft aangericht, met name in gereformeerde kringen, waarbij niet alleen duidelijke tekenen van verval, maar zelfs wel van ontaarding zijn op te merken, voor veler besef Gods koninkrijk overspoeld dreigt te worden, zodat men het niet meer ziet.
Nu meen ik dat onze situatie zo is, dat wij uit die. gereformeerde wereld komen en daar ook helemaal bij horen, maar gelijk behoorlijk geknauwd zijn door in deze wereld in geweld ontaard gezag en dit geeft verlegenheid en aarzelingen.
Nu weten ook Nederlandse gereformeerden wel dat het koninkrijk van God veel meer is dan het geloof en de daaraan verbonden inzet van de kinderen van God. Zij kennen hun bijbel en weten daaruit hoe de Here onze God de machtigen en de machten van deze aarde in Zijn hand heeft en dat Hij de tijden keert, dikwijls juist wanneer zijn volk krachteloos is geworden. Toch zochten wij de tekenen van het rijk grotendeels in onze vormgeving daarvan, daarom is de verslagenheid over wat ons wedervaart in de afbraak van het christelijk leven in de scholen, de pers, radio enz. zo groot.
Het komt mij voor dat Noordmans ons hier iets te zeggen heeft.
In een vorig artikel wees ik op zijn keus in de zaak van de Doleantie.
In zijn al genoemde rede voor de studenten van de V.U. citeer ik nog eens (zie Puchinger, a.w. pg 34/35) "Ik heb omstreeks 1886 in schuren de prediking van dolerende predikanten en oefenaars aangehoord. De scheur van 1886 ging dwars door het gezin, waartoe ik behoorde. De helft ging mee met wat toen de doleantie heette, de andere helft niet.
Dit alles geeft mij misschien het recht om over critieke spanningen in de gereformeerde theologie te spreken. Ik heb ze reeds meegemaakt op een leeftijd, waarop ik ze nog niet dieper kon doordenken.
Maar in ruil daarvoor heb ik ze toen reeds aan den lijve gevoeld".
Dus ook bij Noordmans een lijden aan de kerk!
Als nu maar niemand hier een poging mijnerzijds meent te kunnen bespeuren om Noordman bij ons in te lijven.
Hij komt uit de kring van hen, over wie J. G. Woelderink eens schreef dat zij in de strijd van Afscheiding en Doleantie eveneens God wilden gehoorzamen en het welzijn der kerk zochten, maar zij beoordeelden, alles overlegd hebbende dat dit doel beter kon behartigd worden door niet van de Hervormde Kerk te scheiden.
Het is niet zo dat er alleen aan onze zijde geleden is in de dagen toen grote kerkelijke beslissingen vielen in ons land.
En het was geen eenvoudige zaak om na de scheidingen het konkinkrijk te zoeken in de Hervormde Kerk.
Wat is nu het merkwaardige en verrassend bij Noordmans, die bij zijn inzet in de volkskerk van die dagen, met zoveel gebreken in het kerkelijk leven, die hij scherp zag, toch niet bepaald een nieuw ontwakend geestelijk leven vond.
Hebben de klachten over afval en lauwheid in zijn werken de overhand?
Integendeel.
U herinnert zich wellicht het stukje meditatie, dat ik in het vorige artikel citeerde over die twee kinderen op de landweg en de psalm die met hen meewandelde als Jezus met de Emmausgangers.
Vooral in de meditaties en schriftverklaringen is het dikwijls een belevenis, hoe Noordmans laat zien dat het koninkrijk in diverse gestalten tot een levende, haast tastbare werkelijkheid van genade wordt. Er komt dan een volle verzekerdheid van de Geest op je af, die in een wereld waarin voor het oog afval en zonde de realiteit bepalen, een blijde bemoediging en vertroosting zijn.
Ook wijs ik nog even op wat eveneens in het vorig artikel geciteerd werd over het leven van de heiligmàking.
Wanneer ik Noordmans op dit punt enigszins heb verstaan is er voor hem in het leven uit de Geest in de heiliging gelijk een ontspanning en een spanning.
Die ontspanning is er, wanneer een mens tot rust komt in het volbrachte werk van Christus, waarin de laatste ernst uit het leven wordt weggenomen door de overwinning van de genade.
Die overwinning manifesteert zich voor het geloof in al de tekenen van het rijk, waarvan de geschiedenis van Gods volk en van deze wereld vol is.
Maar gelijk is er de spanning omdat in de kerk alles komt te staan in het teken van de voleinding, onder een "gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid" (2 Kor. 4: 17).
In het leven in ontspanning en spanning past dan ook wat men wel het puritanisme bij Noordmans heeft genoemd.
Wanneer ik nu samenvattend een typering van deze schrijver probeer aan te geven, denk ik niet aan het lijden aan de kerk.
Dat is bij hem wel aan te w.ijzen, maar domineert niet. .
Het was juist mijn bedoeling dat wij iets bij hem zouden leren. Bij de pastor-theoloog-christen Noordmans meen ik iets te vinden van wat Paulus in Romeinen 8 noemt het zuchten van hen die de Geest als eerste gave ontvangen hebben.
In dit zuchten heeft niet het lijden maar het verlangen de overhand.
Wie de Geest als onderpand heeft ontvangen en daarin reeds mag grijpen naar het eeuwige leven ziet gespannen uit naar de volkomenheid van het rijk.
Ik dacht zo dat er op dit punt voor ons wel iets te leren is.
Als we goede aandacht geven aan de vruchten van de Geest en letten op de krachten van het koninkrijk zullen we het lijden niet koesteren, maar de vrucht daarvan inbrengen.
Hiermede besluit ik de artikelen "belevenissen", om binnen enige tijd nog eens aandacht te vragen voor iets uit de inhoud van de werken van Dr. O. Noordmans.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief