EEN CHRISTELIJK GEBED (4)
1974-05-24
• Ik heb uw naam geopenbaard - Jaargang 18
- nummer 21
Jezus heeft Gods naam geopenbaard. En openbaren is onthullen. Jezus heeft Gods naam onthuld. En onthullen is het beeld laten zien. Jezus heeft het beeld van God laten zien. En het beeld van God is Jezus zelf.
De Zoon heeft in zijn doen en laten de Vader laten zien. De Zoon is sprekend de Vader.
Daarom is Jezus ook echt mens. De echte mens is gemaakt naar het beeld van God. En dat is Jezus. De echte mens heeft een aard naar zijn Vader. En dat heeft Jezus. Hij is de vertaling van God in het menselijke.
Hij is de transparant van God. Jezus is Gods afdruk, Hij heeft God opgehemeld door Hem op aarde te laten zien.
• Aan de mensen, die Gij Mij gegeven hebt
De mensen, die Gij Mij gegeven hebt" zijn niet "de mensen, die Gij Mij geven zult". En zeker niet "àlle mensen, die Gij Mij geven zult".
Jezus heeft het niet over alle gelovigen van alle plaatsen en uit alle tijden. Jezus heeft het niet over de uitverkorenen.
Over wie Hij het dan wel heeft, zegt Jezus later: "Zolang Ik bij hen was bewaarde Ik hen in uw naam en niemand uit hen is verloren gegaan dan de zoon des verderfs." De zoon des verderfs is Judas, die Hem verraden heeft. En Judas is één van de discipelen. Jezus heeft het over zijn discipelen: twaalf mensen heeft de Vader aan de Zoon gegeven.
Aan deze twaalf mensen heeft Jezus zonder omwegen laten zien wie Hij is: vertaling, transparant, afdruk van God. Dat zul je maar met eigen ogen gezien hebben! Wat een voorrecht om mee te maken! Wat een boodschap om te verkondigen: Jezus? Dat is God!
• Uit de wereld
Jezus zei: "Ik heb vrijuit tot de wereld gesproken, in de synagoge en in de tempel, waar al de Joden bijeenkomen. Vraag hun, die gehoord hebben wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten wat Ik gezegd heb." En de Farizeeën zeiden: "Zie, de hele wereld loopt Hem na!"
De wereld kan dus toegesproken worden, horen en nalopen. De wereld kan ook zondigen;' geloven en gehoorzamen. Daarom is de wereld niet hetzelfde als: de drugs, de walletjes en de voetbaltoto. Dat zijn immers allemaal dingen. En dingen kunnen niet toegesproken worden, horen en nalopen. Mensen wel. Mensen kunnen ook zondigen, geloven en gehoorzamen.
Daarom is de wereld hetzelfde als: de mènsen.
Daar zit iets koppigs in, dat Jezus - en in zijn voetspoor Johannes de mensen de wereld noemt. Wereld is immers de vertaling van het griekse woord, kosmos. En kosmos betekent het mooie, het harmonieuze het sieraad. Denk maar aan kosmetica: dat zijn middeltjes om jezelf mooi te maken. God heeft de mensen mooi gemaakt. De mensen. zijn het sieraad de kroon van Gods schepping.
En zo blijft Jezus de mensen zien. Jezus blijft onze chaos zien als Gods kosmos. De ruïne van zijn broeders als het sieraad van zijn Vader.
Daar zit iets koppigs in. Iets van: zo zijn ze geweest en zo zullen ze weer worden ook. Ik zal zorgen dat ze zo weer worden. Jezus noemt de mensen "de wereld", en dat getuigt van optimisme: eeuwig optimisme.
Hij heeft vertrouwen in zijn zaak.
• Zij behoorden U toe
De wereld is van God. De mensen behoren Hem toe. Niet alleen de twaalf mensen, die. de Vader aan de Zoon gegeven heeft. Zelfs niet alleen de uitverkorenen, die de Vader aan de Zoon geven zal. Maar alle mensen - alle mensen behoren de Vader toe.
De mens is geen eigen meester, niemands knecht. De mens is knecht van God en God is meester van de mens. Alle mensen zijn het wettig eigendom des Heren: discipel of geen discipel, Jood of Griek, gelovig of ongelovig.
Daar moet ik eens aan denken bij alle mensen die ik tegenkom: "Jij, mens, jij bent van God. Hoe scheefgegroeid door zonde, hoe aangetast door dood: jij bent van God. En ik ben van God. Wij allen zijn van God. Al die duizend, duizend samen ... "
• En Gij hebt hen Mij gegeven
Uit al die mensen heeft God er twaalf aan Jezus gegeven. Daar heb je Petrus, heetgebakerd - geschenk van God. Daar heb je Johannes, fijnbesnaard - geschenk van God. Daar heb je, ja, daar heb je ook Judas, verdwijnend in de Paasnacht - geschenk van God. Jezus ziet de mensen om zich heen als geschenken van God, als gaven van de Vader.
Wij zien de mensen om ons heen als opgaven. Je man, je vrouw: och ja, een gave toen het begon. Toen je verliefd werd, toen je verloofd was, toen je trouwde. Maar na jaren slijt dat uit. Je man, je vrouw: geen gave meer, een opgave geworden. Je kind: een gave toen het begon.
Toen je in verwachting raakte, toen het geboren werd. De Here schonk ons een zoon, een dochter. Maar kleintjes worden .groot: kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen. Je kind: geen gave meer, een opgave geworden. Je broeders in de kerk, je collega's op het werk, heetgebakerden, fijnbesnaarden, verraders: opgaven stuk voor stuk.
Natuurlijk zien wij het verkeerd en ziet Jezus het goed. De mensen om ons heen zijn een geweldig geschenk van God. God geeft ons mensen.
Kijk eens om je heen, kijk eens om je heen, je bent in de wereld nooit alleen.
• En zij hebben uw woord bewaard
Het woord bewaren - er zijn mensen die kriebelig worden, als ze die uitdrukking horen. "Ja, ja", zeggen ze, "het woord bewaren en de broeders weggooien: dat kennen we!" Maar dat betekent "bewaren"
ook niet.
Bewaren - dat doet de cipier. Hij bewaart de gevangenen, hij wil hen niet kwijtraken. En bewaren - dat doet de ceremoniemeester. Hij bewaart de goede wijn, hij wil die niet kwijtraken. Zo hebben de discipelen Vaders woord bewaard. Het woord dat Jezus sprak, het woord dat Jezus deed, het woord dat Jezus was. Als je Jezus hoorde praten, hoorde je God de Vader praten. Als je Jezus zag, zag je God.
Dat is de verrukkelijke ontdekking die de discipelen hebben gedaan: "Jezus? Dat is God!" En die verrukkelijke ontdekking wilden zij tot geen prijs kwijtraken. Zij wilden Jezus niet meer kwijt, want zij wilden God niet meer kwijt. Zij wilden Jezus niet meer kwijt en dus wilden zij hun broeders niet meer kwijt. Want wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben.