Reactie op 'Verantwoording' (1)

1974-05-24
  • Jaargang 18
  • nummer 21
Men zal zich herinneren, dat ik in het nummer van 22 maart 1974 van Opbouw een artikel 'Verantwoording' heb gepubliceerd. In De Reformatie van 27 april jl.
heeft prof. dr J. Douma daarop gereageerd. Ik laat wat hij schrijft eerst in z'n geheel volgen.

* Voorlichting

Blijkens een artikel dat ik via Scheps' Kerknieuws onder ogen kreeg, heeft ds H. de Jong, gereformeerd predikant buiten verband te Amsterdam-C., een lezing gehouden over de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Hij hield die lezing voor de Theologische Faculteit van de Rijksuniversiteit te Utrecht en voor de Katholieke Theologische Hogeschool te Amsterdam.
Zijn toehoorders kregen onder meer het volgende voorgeschoteld: In het conflict binnen de vrijgemaakte kerken ging het om Schilders erfenis. Dit titanen-gevecht om Schilders erfenis (om twee tegenvoeters te noemen, prof. J. Kamphuis en dr G. Puchinger) is tenslotte, na lange, vermoeiende jaren van polemiek beslecht geworden door het scherpe wapen van de kerkelijke tucht van de zijde van de meerderheid'.
Zij die naar het wapen van de tucht grepen, hadden een terugkeer naar de synodaal-gereformeerde kerken verwacht van allen die door de tucht getroffen werden. 'Deze verwachting is niet uitgekomen. Reden, waarom de kerken buiten het verband voor de binnenverbanders een probleem vormen. Ze zijn een misrekening'.
Aan beide zijden van de scheur wordt algemeen getwijfeld aan een spoedige heling van de breuk. We zijn van de eerlijke inspanning elkaar zo lang mogelijk vast te houden, ook eerlijk een beetje moe.
Maar vergis u niet: de scheur gaat wel diep. Zij van hun kant schilderen ons af als het aller-gevaarlijkste, dat er bestaat. Zelfs als we nog iets goeds zeggen of doen zijn we er nog des te gevaarlijker om.
De binnenverbandse kerken doen al hun best om opvangcentrum voor verontrusten te worden. 'Soms denk je wel, dat wij er daarom uit moesten'.
Aldus drs H. de Jong, in zijn voorlichting binnen de akademische wereld.

* Geen hereniging

Drs De Jong gelooft op dit moment niet in het nut van samensprekingen om tot hereniging te komen. Ik ook niet. En zéker niet als aan derden deze dwaasheid over ons ten beste gegeven wordt. Wie van toeten noch blazen weet, zal het al wel vreemd. vinden dat er over eerlijke inspanning (kennelijk ook ónzerzijds) gesproken wordt, terwijl wij in een volgende zin worden afgeschilderd als lieden die niet zullen nalaten, zelfs als er iets goeds van buitenverbanders te melden valt, dat als zeer gevaarlijk te brandmerken.
Ik was van plan waarderende woorden in de rubriek 'Ethische Verkenningen' te wijlden aan het besluit van de kerkeraad buiten verband Amsterdam-C om geen huwelijken van gemeenteleden te bevestigen die reeds voor de burgerlijke huwelijksvoltrekking samenwonen.
Ook het Nederlands Dagblad vroeg daarvoor inmiddels aandacht. Maar de lust zou mij vergaan dat thans in ons blad nog te doen. Drs De Jong kan weten hoe in De Reformatie meer dan eens op lichtpunten gewezen is, die hoop gaven dat nog niet alle mogelijkheden voor een hereniging waren uitgedoofd. Hij levert echter met zijn - 'voorlichting' naar buiten een forse bijdrage om de deur helemaal dicht te gooien. En dat gebeurt dan niet omdat we aan beide kanten zo moe zijn van het gepraat, maar omdat het aan een eerste voorwaarde voor contact ontbreekt: elkaar niet bekladden, en zeker bij buitenstaanders elkaars eer en goed gerucht naar vermogen voorstaan en bevorderen (zondag 43).
Dat doet drs De Jong hier duidelijk niet. Noch als hij ons afschildert als mensen, die al wat buitenverbands is kwalificeren als het allergevaarlijkste.
Noch als hij een bizarre gedachte niet binnen de haag van zijn tanden kan houden door de veronderstelling uit te spreken, dat zijde buitenverbanders - er uit moesten om voor verontrusten plaats te maken.

J.D.

* Schilders erfenis

Het hele conflict draaide om Schilders erfenis, beweert drs De Jong.
Nu is die erfenis ons veel waard, en wij hopen - terwijl er grond voor vrees is - dat zijn nagelaten werken veel lezers zullen vinden in de kerken binnen- en buitenverband.
Er gaat wel geen week voorbij, of ik word in mijn theologische arbeid aan deze grote man en Schriftgeleerde herinnerd. Wij hebben allen veel aan hem te danken.
Maar wij zijn geen Schilder-kerk, en de bewijzen daarvan kunnen ook aan drs De Jong bekend zijn. Eén voorbeeld ter illustratie: Toen ondergetekende in 1966 op het onderwerp 'algemene genade' promoveerde, oefende hij Z.i. ingrijpende kritiek op Schilders theologische beschouwingen uit. Dat gold Schilders opvattingen over verkiezing en verwerping en over het cultuurmandaat.
Geen Puchinger heeft toen hoera geroepen en geen Kamphuis heeft de noodklok geluid. Wel is er over deze materie in goede geest gediscussieerd.
En deze discussie wordt voortgezet - niet pro of contra K. Schilder, met als sluitstuk het in beweging zetten van de machinerie der tucht, maar tot verheldering van ons inzicht in de Schriften.
Ik gaf één voorbeeld, terwijl er meerdere te geven zijn. Noch wat Schilder over het cultuurmandaat, noch wat hij over de kerk geschreven heeft, is onder ons het einde van alle tegenspraak. Ook als Schilder over de kerk en art. 27-29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis schrijft, voelen wij hem menigmaal worstelen met de woorden.
Wij geloven ook niet veel van het titanen-gevecht om Schilders erfenis als daarbij de naam van dr Puchinger valt. Onder de indrukwekkende lange rij van persoonlijkheden bij Puchinger is Schilder er één, en dat wekt reeds niet de indruk dat Puchinger ooit voor hem door het vuur gegaan is. Puchinger nam afscheid van onze kerken om zich bij een synodaal-gereformeerde kerk te voegen. Dat lukt niet met een beroep op Schilder. Ook niet met een beroep op Bavincks oratie uit 1888 onder de titel De Katholiciteit van Christendom en Kerk, hoewel Puchinger dat in zijn afscheidsbrief 'geprobeerd heeft. De breed-oecumenische Puchinger staat een heel eind af van Bavincks gereformeerde katholiciteit, waarin katholiciteit en confessionaliteit niet op gespannen voet met elkaar staan.
Het onhistorische verhaaltje van drs De Jong over de worsteling rond Schilders erfenis onttrekt de werkelijke stand van zaken aan het oog. Ons blad is daarop reeds zo vaak ingegaan, dat we hier met een korte aanduiding kunnen volstaan: Het ging niet om 'het conserveren van Schilders erfenis, maar om het bewaren van de afgesproken band aan de belijdenis. Drs De Jong weet daar niet meer van te vertellen dan dat iemand 'wel eens een confessionele schuiver maakte (ds Telder met zijn boek: Sterven en dan)'. De term laat reeds duidelijk zien hoe druk drs De Jong zich daarover zal maken.
Hoe hebben de zijnen hun verontwaardiging lucht gegeven toen kerken tegen deze 'schuiver' in het geweer kwamen op kerkordelijke wijze! Intussen kunnen de Telders en de Vonks in de kerken buitenverband blijven 'schuiven'.
Het ging niet om het conserveren van Schilders erfenis, maar om het bestaansrecht van de vrijgemaakte kerken toen tot en met in de Open Brief dit recht ontkend werd. Solidariteit met de synodalen was daarin een sleutelwoord. En vele ondertekenaars van deze brief hebben de weg die hier uitgestippeld werd dan ook bewandeld.
Het ging niet om 'het conserveren van Schilders erfenis, maar om het bewaren van de kerken voor een chaos, waarin iedereen zo langzamerhand dreigde te kunnen doen wat goed was in zijn ogen.
Dat alles gaat bij drs De Jong de mist in.

J.D.


* 'Rechts' en 'veilig'

Drs De Jong is van mening, dat wij de buitenverbanders reeds lang, en dat nog wel en bloc, een terugkeer naar de synodale kerken toegedacht hadden. Deze gedachte heeft bij mij persoonlijk nimmer geleefd, en het zal drs De Jong ook wel niet gemakkelijk vallen daarvoor het bewijs te leveren. Zoals trouwens voor vele algemene beweringen waaraan zijn artikel rijk is.
Veel erger is het, dat hij het ook nog aandurft over een misrekening te spreken. In het verband waarin dit woord gebruikt wordt, komt het hierop neer: Als wij geweten hadden dat zij - de buitenverbanders - niet synodaal zouden worden, waren we aan tuchtprocedures niet begonnen.
Nu zitten we met het 'probleem' van de buitenverbanders. Je verwachtte, toen je naar het wapen van de tucht greep, dat ze synodaal zouden worden, en ziedaar - ze weigeren die weg te gaan.
Ik zou daar zeer van ondersteboven zijn als de kerken van drs De Jong zich vandaag als gereformeerde kerken ontplooiden. Dan zou ik voor de klemmende vraag komen te staan: wat hebben wij - wat heb ook ik gedaan, wen wij een zeer duidelijk neen zeiden tegen wat wij meenden te zijn een afbraak van de gereformeerde kerken? Hebben wij ons niet grandioos vergist in de mensen, die thans buitenverband zijn? Hebben we ons niet op de schijn verkeken?
Drs De Jong bevestigt ons echter eerder van !het tegendeel als hij schrijft:

'Wij zijn, als buitenverbanders, met weinigen, en de frustratie is groot. Het gevaar is, dat we ons van narigheid op de stroom der 'huidige polarisatie laten meedrijven en dan natuurlijk rechts terechtkomen (want dat is het veiligst)'.

'Veiligst' zal hier wel zoiets als 'gemakkelijkst', 'behaaglijkst' betekenen.
Wie zich - zoals schrijver dezes - moet bezighouden in het vak ethiek met de ingrijpendste vragen voor de samenleving, zal zich zeer in de kou gezet voelen met zo'n opmerking van een gereformeerd predikant.
Terwijl er namelijk niets ge makkelijker is dan voor de enorme druk van progressieve ideeën te bezwijken, of naar het midden op te schuiven om zo nog een beetje mee te tellen, voelen wij in de ethiek, en evenzeer natuurlijk in de politiek en op zoveel andere terreinen meer hoeveel strijd het kost het Woord van God zuiver te bewaren en daarvoor te buigen, ook al moeten we dan voor achterlijk of voor 'rechts' (iets netter, maar met dezelfde betekenis) doorgaan. Wij schamen ons dan niet 'rechts' te heten en bewust te polariseren - ook in deze polemiek met een buitenverbandse predikant, die een moderne kreet over dat 'veilige rechts' heeft overgenomen zónder zelfs enige nuancering aan te brengen. Ik ken een 'rechts' dat zich in deze wereld behaaglijk uit wil strekken, terend op eigen kapitaal, terwijl miljoenen hongeren.
Maar ik weet ook, dat vandaag 'rechts' heet al wie tegenover een ontstellende meerderheid (óók in de theologenwereld) volhoudt dat het Woord van God een betrouwbare en concrete gids in ons leven is.

J.D.

* Eigen identiteit

Drs De Jong vervolgt: 'Zo ('rechts' terechtkomend, J.D.) vinden we dan toch een identiteit, waar we niet zonder lijken te 'kunnen. Maar hier stel ik dan toch maar eens hardop de vraag, of wij nu daarom dit onthutsende verleden achter ons hebben, om nu zomaar met vele anderen mee verontrust te zijn. Ligt het niet veeleer op onze weg, te bemiddelen, althans om dat te trachten? Soms denk ik, dat we bezig zijn, 'n sentimentele variant van het binnenverband te worden: dezelfde opvattingen, maar dan gevoelsmatiger naar voren gebracht. Wij moeten het voordeel van het nog niet rechtstreeks betrokken zijn bij de huidige polarisatie uitbuiten. De Schriftmatige prediking is van huis uit onze kracht, Daàr moeten wij ons dan ook op toeleggen. Misschien laat God daaruit een gemeentelijk leven ontstaan, dat de warmte kent van de liefde tot God en de naaste'.

Zomaar met vele anderen mee verontrust zijn... De woordkeus van drs De Jong doet ons met recht de vraag stellen: Staat er dan zo weinig op het spel in de huidige verontrusting, dat u zich kunt veroorloven buiten de 'huidige polarisatie' te blijven? Op verontruste mensen is wel het een en ander aan te merken; op de gegrondheid van hun verontrusting over de ondermijning van Gods Woord en over de verwoesting van Christus' kerk niet.
En dan mag een duidelijke keus gevraagd worden. Drs De Jong staat liever boven de partijen. Geen 'rechts' en geen 'links'. Geen polarisatie, maar bemiddeling.
Wij hebben nimmer voorspeld dat de buitenverbanders en bloc synodaal zouden worden, Wij kunnen wel voorspellen, dat met de koers die drs De Jong vragenderwijs voor zijn kerken ziet weggelegd, deze kerken steeds duidelijker niet-gereformeerd zullen worden. De vaagheid die drs De Jong hier introduceert verdraagt zich niet met de duidelijkheid waarmee gereformeerde belijders vandaag hun positie dienen te bepalen.
Wij zijn zonen van Calvijn en niet van Erasmus.

J.D.

Volgende week hoop ik hierop in te gaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief