Van hart tot hart over de liefde van Jezus

2005-05-06
  • Jaargang 49
  • nummer 9
Verandering: winst en verlies

Het gezicht van de zending is in de afgelopen jaren geweldig veranderd.
Vroeger was er een veelbesproken overwicht van macht aan de kant van kerken in Europa tegenover hun “dochterkerken” in ontwikkelende landen.
Vandaag staan dezelfde kerken in een partner relatie als gelijken. Zending is ook meer professioneel geworden, met reusachtige budgets, formele beleidsprocessen en ingewikkelde structuren.
Deze structuren combineren het werk van verschillende kerken tot één groot project. Voor sommigen betekent dit dat de toekomst van de zending gegarandeerd is. Voor anderen betekent het dat de zending van de kerk haar hart kwijt is. Er is inderdaad winst en verlies.
Als winst moeten we kijken naar zaken als groter effectiviteit, beter beleidsvorming en beter aanwending van financiële middelen. Ook de structurele aspecten van de oecumenische verhouding tussen kerken in Nederland en bijvoorbeeld
Zuid-Afrika kunnen beter functioneren op deze manier.
Het duurt wat langer om de verliezen op te merken. Toch zijn er al aanduidingen dat werkelijke geestelijke betrokkenheid van lidmaten in Nederland bij het zendingswerk steeds meer afneemt.
Een van de oorzaken daarvan is dat de verhouding van gemeente (in Nederland) tot gemeente (in Zuid Afrika) binnen de nieuwe structuren wat meer op de achtergrond staat, met een gepaardgaand verlies aan de geestelijke inhoud en karakter van deze verhouding. Voor lidmaten van eertijdse zendende kerken, een ook van steunbiedende kerken, is zending nog meer dan voorheen een zaak geworden van alleen maar financiële bijdragen aan een centraal lichaam dat verder voor alles zorgt. Voor het centraal lichaam in Nederland is zending steeds meer een zaak van gesprek geworden met een centraal lichaam op het zendingsveld over organisatie, beleid en financiën. Toch is het nu belangrijker dan ooit dat de kerkelijke en geestelijke aard van het zendingswerk niet prijsge-
geven wordt of op de achtergrond verdwijnt.

Gesprek over de liefde van Christus
Op het zendingsveld hebben onze kerken nu het punt bereikt waar ze als kerken, als levende gemeenten, moeten groeien. Daar is veel meer voor nodig dan alleen maar geld en super efficiënte organisatie. Individuele gelovigen en kerken groeien vooral waar er een gemeenschappelijke ervaring van en verdieping in de werkelijkheid van de liefde van Christus is
(Ef 3:18-19). Het is een werkelijkheid die een mens alleen samen met andere heiligen kan beleven.
Één manier om in deze behoefte te voorzien, is om binnen de bestaande structuren van de zending ook ruimte te laten voor de verhouding van gemeente tot gemeente, vooral voor gesprek van hart tot hart over de liefde van Christus.
Ik wil u vragen even de woorden van Jezus in Matteüs 6:25-34 te lezen. Dit zijn woorden die voor vele welvarende Nederlanders geen betekenis meer hebben.
Voor onze gelovigen in Nqutu zijn ze best moeilijk te begrijpen. Bedoelt Jezus dat nu echt zo direct? Kunnen we echt die dingen van Hem verwachten in geloof? Waarom zien we het dan niet gebeuren? We geloven wel, maar we zijn steeds arm en honger.
Zouden gelovigen in Nederland hierin iets van de mensen van Nqutu kunnen leren? En de mensen van Nqutu ook van christenen in Nederland?

Gesprek over grote afstand
Is het mogelijk om van elkaar te leren, ook al zijn we zo ver van elkaar? Één mogelijkheid is om in Nederland en Zuid Afrika met elkaar de Bijbel mee te lezen, zoals in “Met Opbouw in een jaar de Bijbel door”. Een groep in Nederland (laten we zeggen in de gemeente van Leerdam) leest bijvoorbeeld een tekst als Matteüs 6:25-34 en ze schrijven hun gedachten en gesprekken hierover op. Een groep in Nqutu (laten we zeggen op Ohaleni) doen hetzelfde, en de twee groepen sturen dan hun gedachten aan elkaar. Het wordt dan weer besproken en van commentaar voorzien teruggestuurd. Zo kan een geloofsgesprek op gang komen die deze afstand overbrugt. Zo kunnen we van elkaar leren, elkaar ondersteunen, wederzijds de behoeften en vragen leren kennen en ook persoonlijk voor elkaar bidden.

In kort: voor de volgende twintig jaar van ons zendingswerk is uw hart veel belangrijker dan uw portemonnee.
Help ons een manier te vinden waarop we van hart tot hart en kerk tot kerk met elkaar kunnen meedenken over en samen groeien in de ervaring van de onmetelijkheid van de liefde van Christus (Ef 3:18-19). Zo zal de kerk van Jezus groeien – niet alleen in Nqutu, maar ook in Nederland.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief