Eerlijk en realistisch praten over de kerk

2013-02-23
  • Jaargang 57
  • nummer 4
Dagvoorzitter van het congres van Opbouw en De Reformatie is theoloog en docent Theodoor Meedendorp. Aan de hand van een aantal vragen stelt hij zich voor. ‘Ik vind het belangrijk om eraan te werken de kerk een gastvrije plek te laten zijn voor christenen en niet-christenen tegelijk.’

Theodoor Meedendorp is theoloog en docent levensbeschouwing op een middelbare school in Amsterdam. Hij is getrouwd met Gerjanne en houdt van theater, films, boeken, kloosters en verhalen. Op een nieuwe manier kerk zijn in een stedelijke omgeving heeft zijn bijzondere aandacht, gericht op christen en niet-christen tegelijk. Ook houdt hij ervan de hedendaagse cultuur te verbinden met het goede nieuws van Jezus. Hij heeft als auteur meegewerkt aan het Handboek voor kringleiders en het dagboek Mosterd.

Wat betekent ‘kerk’ op dit moment voor je?
“Kerk” is voor mij op dit moment de kleine groep mensen met wie ik één keer in de twee weken eet, drink, lach, praat, meeleef, zing, bid, bijbel-lees en discussieer. Dat we als kring ook nog bij elkaar in de buurt wonen, versterkt niet alleen de betrokkenheid op elkaar, maar ook de betrokkenheid op de buurt.’

Zijn er momenten of ervaringen uit de kerk van je jeugd die je koestert?
‘Tijdens de ziekte en het overlijden van mijn vader heb ik de kerk als meelevende en warme gemeenschap leren kennen, met soms ook onverwachte bezoeken en contacten met mensen met wie we als gezin daarvoor minder contact hadden. Je leert zo mensen op een andere manier kennen. Bijzonder.’

Wat vind jij het lastige van gereformeerde kerken?
‘Dat het te veel gaat over de kerk en te weinig over Jezus, en dat praten en theologiseren over God, geloof en kerk de boventoon voeren en vaak het beleven van God, geloof en kerk in de weg staan. Daarnaast lijkt het er soms op dat men denkt dat gemeenschapsvorming vanzelf gaat, als je je papieren maar op orde hebt. Niets is minder waar.’

En het mooie?
‘Dat er in de gereformeerde traditie altijd een sterke nadruk ligt op plaatselijke gemeenschappen zonder al te veel hiërarchie, waar je gemakkelijk aan mee kunt doen als je wilt. Ook de nadruk op het zwakke van de kerk, als een gemeenschap van mensen die vergeving nodig hebben, vind ik mooi. Juist door die zwakte kan Gods genadekracht zichtbaar worden.’

Als jij je inzet in de kerk, waar draait het dan om? Wat is voor jou belangrijk om in de kerk mee bezig te gaan?
‘Ik vind het belangrijk om eraan te werken de kerk een gastvrije plek te laten zijn voor christenen en niet-christenen tegelijk. Samen optrekken helpt om het geloof eerlijk en relevant te leven. Ook kan een levende christelijke gemeenschap een illustratie zijn van het goede nieuws van Jezus. Geen woorden, maar levende voorbeelden. Om deze twee dingen te bereiken zal het altijd moeten draaien om de persoon Jezus en het goede nieuws van zijn Koninkrijk dat nu al zichtbaar kan worden in daden en woorden.’

Je bent gevraagd om dagvoorzitter te zijn op het congres van 23 maart. Waarom denk jij dat het belangrijk is om met elkaar over de kerk te praten?
‘Eerlijk gezegd heb ik wel even geaarzeld. Ik wil van generaties na mij niet het verwijt krijgen: “Het ging ook altijd over de kerk, en nooit over God.” Maar als praten over de kerk leidt tot het ontdekken van de kerk als gemeenschap waar je genade kunt ervaren en Jezus kunt leren kennen, dan werk ik graag aan een dergelijk gesprek mee.’

Op wat voor manier zou je zo’n gesprek graag voeren?
‘Graag op een eerlijke en realistische manier. Ideaalbeelden kunnen namelijk pijn uit het verleden wegwuiven of voor de toekomst vermoeiend werken. Een gesprek met de volgende uitspraak van Dietrich Bonhoeffer in het achterhoofd kan bijzonder worden: “Degene die zijn droom van gemeenschap liefheeft , zal gemeenschap vernietigen (zelfs als zijn intenties oprecht zijn), maar de persoon die de mensen om hem heen liefheeft , zal gemeenschap creëren.”’

Denk je dat de kerk toekomst heeft ?
‘In een tijd waarin veel mensen zich eenzaam voelen en onverbondenheid ervaren, liggen er kansen voor de kerk als geloofsgemeenschap. Het is een uitdaging voor gelovigen om zo sterk verbonden te zijn met hun Bron dat ze veel te geven hebben en een commitment durven aan te gaan met mensen die op liefde een aandacht zitten te wachten.’

Wat zijn jouw gedachten over het ‘vaste’ en het ‘vloeibare’ van de kerk? Wat is ballast en wat is bagage?
‘Als de kerk als instituut te belangrijk wordt, denk ik altijd: kerk is waar twee of drie in de naam van Jezus bijeen zijn. Als de christelijke subcultuur daarentegen met al z’n netwerken niet bijdraagt aan de lokale kerk, maar eerder alle aandacht en energie wegzuigt, zou ik zeggen: doe mij toch maar een zichtbare gewone lokale gemeenschap, in plaats van kilometers afleggende christenen op zoek naar de meest vervullende samenkomst, conferentie of happening.
Wat ik in ieder geval zie gebeuren, beginnend in de grote steden, is dat er netwerken en gemeenschappen ontstaan, bestaande uit gelovigen met verschillende kerkelijke achtergronden, die elkaar vinden vanuit het verlangen kerk te zijn voor de directe omgeving. Ik ben wel benieuwd waar dit de komende jaren naartoe gaat. Ik vind dat een hoopvolle ontwikkeling.’

Janneke Burger-Niemeijer is redacteur van De Reformatie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief