Wonen onder de pannen van Gods genade
2013-02-23
In gezang 322 staan de woorden ‘in Uw vergeving wonen wij’. Dat is makkelijker gezongen dan gedaan. Wonen in en leven vanuit genade gaat niet vanzelf. Dat weet iedereen die in de zestiger jaren de strijd binnen onze kerken heeft meegemaakt. Dit artikel is een bewerking van een prekenserie die ds. Roel Venderbos een aantal jaren geleden in de Nieuwe Kerk in Kampen (NGK) hield. De centrale vraag: hoe helpt het Evangelie om je niet te nestelen in wrok, maar te wonen onder de pannen van Gods genade?- Jaargang 57
- nummer 4
In Lucas 17 geeft Jezus onderwijs over onze verantwoordelijkheid in dit soort zaken: ‘Indien één van je broeders of zusters zondigt, spreek die dan ernstig toe.’ Zonde maakt relaties kapot; daar hebben we allemaal ervaring mee. Als jijzelf degene bent die zondigt, neem je schuld op je. Dan ben jij verantwoordelijk voor de verstoorde relatie. Dat is een zware last, die je alleen kunt afleggen door schuld te belijden. Het kan ook zijn dat je aan de andere kant zit, dat je slachtoffer bent. Welke weg wijst Jezus dan? Gewoon maar die ander vergeven? Soms zeggen mensen: ‘Je moet niet zo lang zeuren, je moet gewoon vergeven. Zeventig maal zevenmaal! Je moet maar eens bedenken hoeveel de Heer jou vergeven heeft! Staat niet ergens in de Bijbel dat we in de voetsporen moeten gaan van Hem, die toen Hij gescholden werd niet terugschold?’ Maar Jezus noemt het kwaad kwaad. Als een ander tegen jou zondigt, moet je er niet mee blijven rondlopen, maar hem bestraffen. ‘Indien uw broeder zondigt, bestraf hem’ (Lucas 17:3, NBG-vertaling 1951). En ook elders worden we opgeroepen dit te doen. ‘Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording’ (Leviticus 19:17). En: ‘Als één van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken’ (Matteüs 18:15). Ga dus het gesprek aan met degene met wie je een conflict hebt. Dat is niet eenvoudig. Het is makkelijker om naar iemand anders toe te gaan en te zeggen hoezeer je je bezeerd voelt. Maar wat Jezus zegt is – uiteraard! – heilzaam: neem het kwaad serieus en benoem het tegenover de mensen om wie het gaat. Misschien kun je dat niet alleen; zoek dan goede, deskundige hulp. Misschien is praten moeilijk; probeer dan te schrijven. ‘Weet je dat je me pijn hebt gedaan? En begrijp je dat ik er moeite mee heb, omdat ik vind dat je door je woorden of daden in strijd met het Evangelie gehandeld hebt?’ In een relatie kun je beschadigd raken door iets wat de ander je aandoet. Die ander was kennelijk bij machte om door een bepaalde daad of een reeks van daden jouw leven te veranderen. Daardoor is hij veranderd in een dader en jij in een slachtoffer. Je bent door zijn schuld aan elkaar verbonden. Zo’n ongezonde band is iets wat de Heer niet wil. Hij wil dat we leven als vrije mensen voor zijn aangezicht. En daartoe wijst Hij ons de weg. De eerste stap op die weg is erkenning van fouten en schuld.
Berouw en vergeving
In ons leven zijn er dingen die we niet vergeten, dingen die we ongemerkt zijn gaan koesteren en waardoor we mensen zijn gaan mijden. Wat zegt het Evangelie daarover? Naast bestraffing zegt Jezus in Lucas 17: ‘...en als ze berouw hebben, vergeef hun’. De confrontatie dient dus een doel: dat die ander tot het inzicht komt dat hij verkeerd gehandeld heeft.
Dat vraagt van de één de moed om die stap te zetten en van de ander de bereidheid diegene binnen te laten. Het vraagt dat je als beschuldigde de tijd neemt om de ander uit te laten praten. Wat heeft die ander nu zo bezeerd en gekwetst en wat is mijn rol daarin geweest? Het vraagt de moed om eerlijk de confrontatie met je verleden aan te gaan. En ook de bereidheid om als je iets verkeerds hebt gedaan de verantwoordelijkheid daarvoor op je te nemen en schuld te erkennen.
Jezus vindt dit blijkbaar belangrijk: niet alleen de confrontatie aangaan, maar ook berouw en vergeving uitspreken. Waarom? Omdat je de ander de kans en de tijd moet gunnen om van zijn schuld af te komen en omdat de Heer tussen broeders en zusters gezonde relaties wil hebben. Hij wil niet dat mensen onder hun verleden gebukt gaan en Hij wil niet dat er van alles en nog wat speelt tussen broeders en zusters van hetzelfde huis. Hij wil dat we in vrijheid kunnen leven, samen voor zijn aangezicht.
Wat is dan berouw tonen? Beseffen dat je echt goed fout zit. Je schamen voor je eigen gedrag. Erkennen dat het terecht is dat je daden gevolgen hebben. En ten slotte de wil om het ontstane onrecht te herstellen. Als de dader zo de macht die hij over het slachtoffer had aflegt, komt er ruimte om te vergeven. Dat wil zeggen: wat iemand gedaan heeft hem niet langer toerekenen, maar kwijtschelden. Dat wat er in het verleden gebeurd is loslaten. Je bent er niet langer op uit je te wreken en de dader terug te pakken. Je ziet af van genoegdoening of wraak. Die ander is niet langer door schuld met je verbonden, maar wordt daarvan losgemaakt, vrijgemaakt. Helaas spreekt het niet vanzelf dat op een schuldbelijdenis een uitspraak van vergeving volgt. Hoe vaak zeggen of denken we niet: ‘Zie je wel dat ik gelijk had! Ik ben echt verschrikkelijk kwaad en ik wil zelfs niet denken over vergeven…’ Aan vergeving zitten dus twee kanten. Aan de ene kant moet het slachtoffer bereid zijn te vergeven. Dat wil zeggen dat de Heer de wrok en bitterheid bij je wegneemt en je innerlijk geneest, zodat je klaar bent om die ander te vergeven. Dat kan een proces van jaren zijn. Aan de andere kant moet er óók wat gebeuren bij de andere partij. De dader moet zijn zonden inzien en beseffen wat zijn gedrag bij het slachtoffer teweeg heeft gebracht, wat een wonden er zijn geslagen, wat een pijn dat veroorzaakt heeft. Pas wanneer die zonden zijn ingezien, kunnen die zonden beleden worden en kan er vergeving worden gevraagd. En als die ander eraan toe is – en dat gaat niet op commando: je moet me vergeven! – kan er vergeving geschonken worden en kan de relatie worden hersteld. Pas bij bereidheid tot erkenning van zonden en bereidheid tot vergeving is er de mogelijkheid van daadwerkelijk herstel van de geschonden verhouding.
Koning
Waarom zou je eigenlijk de weg van confrontatie en vergeving gaan? Het kost enorm veel energie, is er niet een alternatief? Het enige alternatief is uiteindelijk het circuit van wrok en haat. En dat is niet aanlokkelijk, want je verzuurt. Wrok heeft namelijk de neiging zich uit te breiden en een stuk van je identiteit te worden. Daarom liever de weg van vergeving. Maar hoe werkt dat dan? Waar haal je de motivatie en energie vandaan? Over de weg van de vergeving vertelt Jezus de gelijkenis van de koning en de schulden (Matteüs 18:21-35). Jezus wil natuurlijk dat je deze gelijkenis betrekt op jezelf en er zelf mee aan het werk gaat. Hij wil dat de ontdekking van Gods genade je houding verandert tegenover mensen die jou kwaad hebben aangedaan. Misschien kom je dan tot je eigen verrassing wel zo ver dat je gaat bidden of het goed kan komen en dat je er zelfs een paar centen voor over hebt om er goede, deskundige hulp bij te zoeken. Misschien wordt je houding anders tegenover diegene die nog nooit één greintje berouw heeft getoond, in het besef dat God die ander ter verantwoording zal roepen voor wat hij of zij jou heeft aangedaan. Mijn Heer komt de wraak toe, Hij zal het vergelden. En die Heer is goed, dat heb je zelf ondervonden, zoals die man uit de gelijkenis. De wil tot vergeven, vanuit Gods genade, maakt alles anders.
Modder
Maar wat als iemand geen berouw toont? Dan loop je het gevaar dat je er hopeloos mee blijft zitten en dat je verbitterd wordt of op wraak zint. Op die manier blijf je eindeloos aan die ander vastzitten. Dan zegt God: ‘Ik wil niet hebben dat je zó door het leven gaat. Dan ben je gevangene van die ander, terwijl Ik je heb vrijgekocht. Blijf er niet aan vastzitten, maar geef het uit handen.’ Psalm 37 is een psalm die daarbij helpt. Ook al lijken plegers van onrecht aan het langste eind te trekken en ook al lijk jij als slachtoffer het onderspit te moeten delven, het is uiteindelijk toch echt omgekeerd: ‘Wie nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig leven in overvloed en vrede.’
De Schrift bedoelt met zachtmoedige mensen geen zachte eitjes, die alles maar over zich heen laten komen. Nee, het zijn mensen die alles van de Heer verwachten. Concreet: als je onrecht wordt aangedaan en die ander ontkent het, leg het dan in de handen van de Heer en bid voor die ander.
Het kan ook zo zijn dat de dader berouw toont, maar dat het slachtoffer niet wil vergeven. Bedenk in zo’n geval dat een slachtoffer soms wel wil vergeven, maar het niet kan. We kunnen wel eens te vlot zijn in onze verwachting dat we vergeving geschonken krijgen. Als iemand niets meer met je te maken wil hebben, als gesprek niet mogelijk is, als iemand zelfs al overleden is, kun je misschien een brief schrijven waarin je je spijt betuigt. En als je dan niets hoort, dan geldt ook hier dat je het kunt overgeven aan God. De Heer wil niet dat je ten onder gaat aan wroeging over iets wat je in het verleden gedaan hebt. Leg het dus bij Hem neer en laat dan zien in je leven dat je echt veranderd bent. Mensen in je omgeving zullen zien dat je veranderd bent, zoals de zondares die Jezus’ voeten waste. Jezus zei over haar: ‘Haar zonden zijn haar vergeven, want zij heeft veel liefde betoond.’
Vergeven betekent natuurlijk niet dat alles direct vergeten en verwerkt is.
Zoals een gebroken been tijd nodig heeft om te genezen, zo heeft een gewonde ziel tijd nodig om te helen. En soms draag je de littekens de rest van je leven met je mee. Wat kan het kwaad en onrecht tussen mensen vreselijk diep zitten en verschrikkelijke gevolgen hebben. En niet alleen tussen ons, maar ook tussen God en mensen. Het is een kloof die vanuit onze kant onoverbrugbaar was. Zonder Hem waren we in de modder van onze schuld blijven hangen. Maar Hij wil niet dat we vastgeketend blijven zitten in onze schema’s van oog om oog en tand om tand. Daarom bevrijdde Hij ons door zijn genade in Jezus Christus. En die genade is veel sterker dan onze slopende krachten, waarmee we elkaar vastpinnen op onze schuld. Alleen in zijn vergeving kunnen we wonen en leven als vrije mensen.
Exercitie
Wat moet je met het voorgaande, gelet op onze kerkelijke context? Een paar opmerkingen. De recente geschiedenis van onze kerken wordt heel verschillend beleefd. Jongeren denken veel minder kerkelijk dan vorige generaties. Zo is het allang geen automatisme meer om je bij verhuizing aan te sluiten bij een kerk van het eigen kerkverband. Jongeren zoeken een kerk waar ze zich thuis voelen.
Ze kunnen zich in de regel nauwelijks iets voorstellen bij de dingen waar hun opa’s en oma’s zich druk om maakten en waardoor wegen zich scheidden, vaak dwars door families heen.
De generatie van hun ouders is geneigd het gebeurde in de zestiger jaren te relativeren en/of te willen vergeten, onder het motto: ‘Laten we elkaar de hand geven en samen voor God en de kerk gaan.’ Toch pleit ik ervoor om bij contacten tussen een GKv-en NGK-gemeente ruimte te maken om de pijn uit het verleden te bespreken.
Niet als techniekje om wat weg te masseren – ‘dan hebben we dat ook weer gehad’ – maar om eerlijk te luisteren naar elkaars pijn en verdriet en óók om elkaars motieven, toen en nu, te proeven. Schep ruimte voor schuldbelijdenis en vergeving, misschien ook om elkaar, met een zeker behoud van gevoelen, toch de hand te kunnen geven. En bid dan samen Psalm 19: ‘Verlosser, zie mij aan, mijn Steenrots, doe mij staan in uw groot welbehagen.’ En geef dat ik zo ook die ander mag zien staan! Het mooie van zo’n ‘exercitie’ is dat jongeren leren dat je in de kerk soms stevige conflicten kunt hebben, waar je later geweldig veel spijt van hebt, maar dat je vanuit het Evangelie veel mogelijkheden hebt om vroeg of laat een conflict eerlijk onder ogen te zien en het samen uit te werken, in het besef dat onze Heer ook daarvoor zijn bloed heeft gegeven. Zo’n ervaring van vergeving en verzoening is een prachtig iets om een jongere mee te geven in zijn kerkelijke rugzak. Want net als de moeite om elkaar te vinden zal ook de moeite om elkaar terúg te vinden altijd blijven. En dan is het heel stimulerend om zo’n eerlijke worsteling tot vergeving en verzoening eens meegemaakt te hebben. Daarvan kun je ook buiten de kerk veel profijt hebben.
Volgens mij snakken kerk en wereld naar mensen die leven vanuit de genade van Christus.
Roel Venderbos is predikant van de NGK Kampen. Hij geeft op 23 maart samen met Gert Zomer een workshop rond het thema ‘vergeving’ tijdens het congres van Opbouw en De Reformatie. Janneke Burger is redacteur van De Reformatie en heeft Venderbos’ prekenserie tot dit artikel bewerkt.