Je verbinden in een tijd van onverbondenheid

2013-02-23
  • Jaargang 57
  • nummer 4
‘Onverbondenheid’ lijkt een trend binnen kerkgemeenschappen. Allerlei verbindingen die vroeger vanzelf spraken en logisch leken, worden vandaag met groot gemak losgelaten. Tegenlijk hoort verbinden bij de kerk. We zijn immers leden van één Lichaam? Kees de Ruijter geeft op het congres van 23 maart een workshop over dit spanningsveld. Hier alvast een voorproefje.

‘Ik geloof in de gemeenschap der heiligen.’ Die eeuwenoude woorden gebruiken we nog steeds. Maar of we er nog steeds hetzelfde in horen als vroeger is de vraag. Er zat altijd iets in van ‘ingelijfd’ zijn in de gemeente. Je hoort er dus het mooie beeld in van het lichaam van Christus (1 Korintiërs 12). Gemeenschap is een sterk woord! Maar proef zo’n beeld nou eens in de werkelijkheid. Mijn voeten kunnen niet zomaar gaan en staan waar ze willen. Dat zou te gek zijn om los te lopen. Mijn hele lijf zit daar altijd aan vast. Als dat meekomt in de gemeenschap der heiligen, dan voelt dat ongemakkelijk. Dan kan ik dus niet gaan en staan waar ik wil. Maar dat is nou juist zo’n diepe behoefte vandaag. Je moet zelf kunnen kiezen. Daar groeien we mee op, daar krijgen we alle ruimte voor en het wordt ons op school aangeleerd. Dat is in de kerk dus niet opeens weg. Daar wil je ook ruimte hebben voor je eigen keus. Ga ik naar onze eigen kerk, of moet ik ergens anders heen voor wat ik nodig heb? Dat zijn de grote lijnen van een spannend dilemma dat veel mensen lijken te ervaren in onze tijd.

Shoppen
In de special van Opbouw en De Reformatie van 26 oktober 2012 schreef socioloog Wim Dekker een artikel over de ongebonden generatie van vandaag, die graag de keus aan zichzelf houdt, ook als het om de kerk gaat. ‘De kerk wordt geconfronteerd met bindingsangst’, schreef hij. In zijn woorden is dat geen veroordelende typering, maar een beschrijving van de werkelijkheid. Tegelijk wil ook die generatie geloven dat we niet van onszelf zijn, dus ook dat het ten diepste niet gaat om trouw aan onszelf. Daarmee zette hij de spanning herkenbaar neer, zo herkenbaar dat er een massa reacties volgde. Kennelijk zitten we midden in die spanning en willen we er verantwoord mee om leren gaan. Maar dat is lastig genoeg. Nu de liturgie zo divers is geworden, zie je opeens dat de ene vorm veel beter bij jouw geloof past dan de andere. Heb je dan gewoon pech als het in jouw gemeente tegenvalt, of ga je dan regelmatig shoppen om de batterij op te laden? Je wilt wel wat doen in de kerk, maar je niet definitief binden. Een projectje in je gemeente is dan leuk, maar ambtsdrager moeten ze je niet maken. Of toch? Hoort dat nou juist bij de gemeenschap der heiligen, ‘je gaven gebruiken tot heil van de andere leden’? Een aantal decennia geleden voelde men die spanning nog niet zo, hoewel kerkscheuringen uit die periode ook niet bijdragen aan het beeld van een overtuigende gemeenschap. Maar vandaag lijkt er vaak reden om je af te vragen: wil ik hierbij horen? Een bars geformuleerd ondertekeningsformulier, een dominee die weinig uitstraalt, een kerk die tegenvalt, het lijken zo gauw redenen om een ander adres te zoeken.

Forummiddag
Achter dit alles gaat een typerende trek van onze huidige cultuur schuil. Individualisering is een basisgegeven geworden. Het individu staat centraal in een netwerk, dat hij in veel opzichten naar eigen keuze opbouwt, bijstelt en soms ook weer afbreekt. Dat geldt ook voor onszelf. Ook kerkleden zijn kind van hun tijd. Individualisering is daarin een gegeven dat we eigenlijk alleen maar kunnen accepteren. Het roept voor kinderen van God wel vragen op. Zo woedde er eind negentiger jaren binnen de GKv een diepgaande discussie die heftige vragen opwierp rond de kerkelijke cultuur en gemeenschap. Vragen als: Is er wel ruimte om jezelf te zijn binnen zo’n strakke traditie? Hoe relevant is de manier waarop de basiswaarheden van het geloof onder woorden werd gebracht? Zo’n discussie kan gemakkelijk escaleren. En dat gebeurde ook op een forummiddag die rond het debat was belegd. Mensen kwamen lijnrecht tegenover elkaar te staan. De belijdenis van de kerk en de daaromheen gegroeide kerkcultuur werden vervreemdend genoemd. In een terugblik op die discussie gebruikte Gerrit Glas eens een keer het woord ‘onverbondenheid’. Die typering sloeg de spijker op de kop. Je kunt dat woord sindsdien van alle kanten horen gebruiken als aanduiding van een trend binnen de kerkgemeenschap. Allerlei verbindingen die vroeger vanzelf spraken en logisch leken, worden vandaag met groot gemak losgelaten. De diagnose ‘onverbondenheid’ lijkt trefzeker als aanduiding van een kerkelijke trend van dit moment. In een later opstel beschrijft Glas hoe hij in dat begrip wel drie dimensies onderscheidt. Ik noem ze hier kort en geef er een paar eigen observaties bij.

Splijting
Splijting tussen mensen en groepen is de meest concrete laag. Dat is dus ook wat je in de werkelijkheid ziet gebeuren: mensen laten elkaar vrij gemakkelijk los en zoeken hun eigen weg. Nu is dat natuurlijk niet een verschijnsel van vandaag; in het verleden voltrok die splijting zich ook tussen de NGK en de GKv. Alleen lijkt splijting tegenwoordig, anders dan toen, ook bij een manier van leven te horen. Baanhoppen en projectmatig werken zijn belangrijke trends. Terugkomen op keuzes en je niet lang vastleggen hoort daarbij. Dan is het niet vreemd dat dat leidt tot shoppen rond de kerkdienst en zoeken naar de gemeente die bij jou past. Splijting is voor sommigen misschien wel een te negatief woord, als je verlangt naar een vloeibare kerk.

Wortels
Een tweede dimensie die Glas noemt, is meer historisch van aard. Mensen zijn ook steeds minder verbonden met de wortels van hun traditie. In het genoemde debat speelde dat zeker ook een rol. We komen als kerken uit een sterk op de Bijbel gerichte traditie en de belijdenissen gaven daar een duidelijke kleur aan. De vraag vandaag is steeds meer of je iets hebt met zulke formuleringen uit het verleden. Belijdenissen uit de zestiende eeuw hebben zo hun blinde vlekken. Bovendien: wie kent die geschriften eigenlijk?
Het is inderdaad niet te veel gezegd als je dat typeert met ‘afgesneden zijn’. De belijdenisgeschriften hebben via de catechese vaak als een soort invoegstrook gefungeerd naar de kerk van alle eeuwen. Maar de vraag van vandaag is steeds meer: hebben we daar nog iets mee? Ook al omdat er vroeger kerkscheiding plaatsvond, kun je ze soms als ballast gaan zien.

Duivelse scheiding
Ten slotte is er dan de diepste geestelijke dimensie. Glas duidt die aan als een duivelse scheiding tussen God en mensen. De typering ‘duivels’ is ter zake. Want dat is precies zijn werk: scheiding brengen waar God gemeenschap wil geven. Denk nu niet meteen dat de trend waar het hier om gaat ook altijd als duivels te typeren is. In al het kerkhoppen ontdek je bij veel mensen een duidelijk verlangen naar een diepere eenheid in Christus. Hoe sterk was dat verlangen vroeger bij die afgetekende grenzen?

Genoeg spannende vragen rond gemeenschap en eigen keus in de kerk. Spanning kan gemakkelijk uitgroeien – een reden om serieus aan het werk te gaan rond dit spanningsveld. Wat en waar is gemeenschap in Christus vandaag? Tot ziens op 23 maart in de workshop!

Kees de Ruijter is hoogleraar praktische theologie aan de Theologische Universiteit in Kampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief