Sprookje
2013-02-23
We kennen ze waarschijnlijk allemaal wel en ook meer dan ons lief is: men sen wier geloof is bezweken onder de pretenties van de wetenschap. Die zou immers overtuigend hebben aangetoond dat geloven elk rationeel fundament mist. In het Christelijk Weekblad van 11 januari gaat Kelly Keasberry dit soort ideeën fris en vrolijk te lijf.- Jaargang 57
- nummer 4
Geloven wordt steeds vaker gezien als iets wat je maar doet in je eigen tijd. Of zelfs als een obscure hobby. Zo denkt ook de Britse natuurwetenschapper Richard Dawkins erover. In zijn boek “God als misvatting” trekt hij fel van leer tegen religie. De teneur: de verlichte westerse mens dient hoognodig te wor den verlost van dergelijke banaliteiten. Ooit in een ver verleden leverde het geloof nog een positieve bijdrage aan onze overlevingsmogelijkheden. Nu echter weten we beter: niet God, maar de oerknal schiep de wereld. Daarmee is het christendom niet meer dan een sentimenteel sprookje dat zijn langste tijd gehad heeft . Toch geeft Dawkins het proces graag nog een extra zetje. Zal Dawkins uiteindelijk gelijk krijgen? Gelooft er over vijftig jaar niemand meer? Volgens de Amerikaanse apologeet Alvin Plantinga is dat ondenkbaar. In zijn boek “Where the conflict reallylies” bindt hij de strijd aan met het gedachtegoed van Dawkins en andere ‘new atheists’. Tot opluchting van menig theologiestudent, die dit meester werkje verwachtingsvol opent. Op spottende toon schrijft Plantinga: ‘Een bijzonder charmante zinsnede is het verplichte ‘zoals we nu weten’; ooit dwaalden wij in onwetendheid en bijgeloof, maar nu, dankzij de wetenschap, kennen we eindelijk de waarheid.’ Wat een hoogmoed, hoor je hem bijna den ken. Maar wie meent God na Dawkins af
te kunnen serveren als een achterhaald sprookjesfiguur, maakt volgens Plantinga een kapitale denkfout. Want hoezo zou evolutie ongeleid zijn? Hij haalt de Britse apologeet William Paley aan, die de schepping ooit ver geleek met een horloge. Maak je dat open, dan zie je een wonderlijk staaltje techniek, waarin alle radertjes samen werken om te beantwoorden aan het grote doel: het weergeven van de tijd. En hoewel er in geen velden of wegen een horlogemaker te bekennen is, lijkt de gedachte dat het uurwerk daarom uit zichzelf moet zijn ontstaan toch wat dwaas. Of neem het oog, een al even vernuftig mechanisme. Als complexiteit herleid baar is, zoals de evolutionisten stellen, dan zouden onze kijkers ooit minder complexe stadia moeten hebben gekend. De bewijzen daarvoor liggen volgens Plantinga bepaald niet voor het op rapen. Met het oog blijkt het al net zo te zijn als met het horloge: haal er een ogenschijnlijk onbeduidend onderdeeltje uit en de tijd staat stil. Of het licht dooft . Desondanks gaan er steeds vaker gelui den op dat geloof en wetenschap niet samengaan. De hardste schreeuwers zijn volgens Plantinga natuurwetenschappers die faliekant de bocht uit vliegen. Zij hebben hun discipline tot een dubieus brouwsel omgevormd, door zuivere wetenschap aan te lengen met allerlei filosofische veronderstellingen. Maar dat doet de waarheid geen recht: zelfs de evolutietheorie van Charles Darwin sluit niet uit dat er een goddelijke hand aan te pas is gekomen. Hoe het ook zij, het blijft lang zoeken naar de eerste christen die louter kerkt op basis van rationele gronden. Het tegendeel doet zich vaker voor: zelfs wan neer elk bewijs ontbreekt, zijn mensen nóg geneigd tot geloven.
Een ontsnappingsmechanisme dus? Of gewoon pure dommigheid? Dawkins zou hartgrondig het laatste beweren. Ik houd het liever op een geheimenis: het meest overtuigende Godsbewijs is niet uitwendig, maar inwendig. Er bestaat zoiets als een godsgevoel, diep verankerd in het hart van de mens. Wie door deze vlam is aangeraakt, zal de wereld door andere ogen gaan zien. Waarneming maakt plaats voor verwondering. Een samenraapsel van toevalligheden wordt een adembenemende creatie. Chaos wordt gestalte, en doelloosheid wordt plotseling zin en betekenis. Voor wie de wereld zó bekijkt, is het bijna onmogelijk te geloven dat God niet bestaat.
Natuurlijk valt er meer te zeggen dan in dit artikel gebeurt. Dawkins en de zijnen plegen als antwoord op bijna alle aan hen gestelde vragen te verwijzen naar de tijd; de bijna eindeloze tijd zou het onmogelijke mogelijk maken. Ook een vorm van geloof. Het boeiende is dat er in onze tijd van uit de kerk meer dan in het verleden gesprek mogelijk is over deze dingen, dialoog. Daarom is de verwijzing naar Alvin Plantinga interessant. Ook Van den Brink en Van der Kooi noemen geregeld zijn naam in hun Christelijke Dogmatiek, vaak in één adem met die van zijn collegafilosoof en apologeet Nicholas Wolterstorff . Er kan en mag werkelijk gedacht en met de ander ge sproken worden. Want ja, geloven is uiteindelijk een zaak van het hart (het godsbewijs is ‘niet uitwendig, maar inwendig’, zegt mevrouw Keasberry terecht). Maar nee, geloven is niet een kwestie van verstand op nul, blik op oneindig.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.
| Rectificatie In het vorige nummer van Opbouw is de Persschouw door een redactionele fout niet in zijn geheel geplaatst. Onze excuses voor de onvolledigheid. Hieronder vindt u alsnog de volledige aflevering. |