Zijn er nog Careys en Taylors onder ons?

2005-05-06
  • Jaargang 49
  • nummer 9
Wat zou er door zijn hoofd gegaan zijn toen hij de kust van India langzaam maar zeker dichterbij zag komen? In 1793 stapte een arme jonge Engelse dominee, part-time onderwijzer en schoenmaker aan boord van een schip om op weg te gaan naar het onbekende India.

In Calcutta werkte William Carey jarenlang aan het vertalen en drukken van delen van de bijbel in verschillende Aziatische talen en startte bovendien een christelijke school.
Financiële problemen, natuurgeweld, ziekte in familie en kritiek uit Engeland weerhielden hem er niet van zijn missie voort te zetten. Dit alles onder het motto ‘expect great things from God; attempt great things for God’ (verwacht grote dingen van God; onderneem grote dingen voor God).
Een jaar eerder, in 1792, publiceerde Carey een pamflet. Hierin bond hij de strijd aan met de heersende opinie in de toenmalige kerk dat de Grote Opdracht zoals gegeven door Jezus Christus, niet langer voor christenen gold. De apostelen en anderen hadden er hard aan getrokken, om het Evangelie te verkondigen en discipelen van alle volkeren te maken, en het was genoeg zo. Bovendien ‘eigen land eerst’ want er was genoeg te doen onder ongelovige landgenoten.
Als God de heidenen wilde bereiken zou Hij zeker andere wegen weten te vinden om hen met het Evangelie te bereiken...

William Carey wordt gezien als de ‘vader van de protestantse zending’.
Wat zou hij zeggen als hij de protestantse kerk vandaag bezig zou kunnen zien? Wat zou hem opvallen?
De statistieken zouden hem vertellen dat er anno 2004 nog zo’n 10.000 bevolkingsgroepen zijn waar geen christelijk getuigenis is. Kortom dat er nog zo’n 2 miljard mensen zijn die nog nooit van Jezus en over God gehoord hebben. Navraag zou hem leren dat drie van de vier protestantse zendelingen in gebieden werken waar het christendom al wijd verspreid is en we zouden eerlijk moeten toegeven dat slechts 2,4 procent van alle buitenlandse zendingswerkers werkt in gebieden waar mensen nog niet met het evangelie bereikt zijn.

Hoe zit het dus bij ons? Zijn we zoveel anders dan Carey’s tijdgenoten? Zien we Gods finale opdracht aan ons als iets actueels of is er sinds 1792 toch niet zo heel veel veranderd? Was zending een zaak voor de apostelen en die paar geestdriftige zielen uit het verleden maar niet voor ons? Vinden we dat de Grote Opdracht in 2004 stopt bij onze landsgrenzen omdat de geestelijk nood in Nederland toch ook zo groot is?
Carey maakte korte metten met de argumenten van de christenen uit zijn tijd. Hij onderkende zeer zeker de geestelijke nood onder zijn landgenoten en benadrukte dat het zien ervan ons zou moeten aansporen om hen in aanraking met God te brengen.
'Maar', zo zegt hij, 'dat betekent niet dat dit all pogingen om het evangelie in andere werelddelen te brengen, moet overstijgen. Onze landgenoten hebben de genademiddelen en als ze willen kunnen ze Gods woord horen.
Ze hebben de middelen om de waarheid te weten en er zijn trouwe voorgangers in bijna alle delen van ons land (...). Het is echter een heel ander verhaal voor hen die geen bijbel hebben, geen geschreven taal, geen voogangers en geen goede overheidniets van al die voordelen die wij wel hebben.'

Een land- en in zekere zin tijdgenoot van William Carey was Hudson Taylor.
Hij startte zendingswerk in China en deelde Careys weerzin tegen de passieve introverte houding van de kerk in zijn tijd. Hij beschrijft zelf hoe hij op een zondag een kerk uitliep, 'niet in staat om te zien hoe een gemeente van duizend of meer leden zich verheugen in hun eigen veiligheid terwijl miljoenen lijden door gebrek aan kennis'.
Wat de ‘founding fathers’ Carey en Hudson echter vooral gemeen hadden en kenmerkte was hun totale overgave aan God, geworteld in een kennen van Hem. Ze waren God zo dankbaar voor hun redding dat ze hun leven totaal aan Hem wilden toewijden. En God honoreerde dat. Hij deelde met hen Zijn passie voor mensen die Hem nog niet kennen en gaf de pioniers een taak die groter was dan ze zelf konden overzien of bevatten.
Wat zou er door zijn hoofd gegaan zijn toen hij de kust van India langzaam maar zeker dichterbij zag komen? ‘Expect great things from God; attempt great things for God.’ Met heel beperkte middelen maar met enorm doorzettingsvermogen gingen mensen als William Carey en Hudson Taylor op weg om het evangelie naar de einde der aarde te brengen.
Ze vertrouwden erop dat God een weg zou banen waar geen weg leek te zijn en dat Hij zijn kracht door hun zwakheid zou laten zien. Dat gaf hen de moed om door te zetten om grote dingen voor God te bereiken.
Gebaseerd op informatie ontleend uit ‘Perspectives on the World Christian Movement’, Ralph D. Winter, Steven C. Hawthorne e.a., hoofdstukken 44, 45, 46 en 72, William Carey Library, 1999.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief