Niet iedereen zomaar ons vertrouwen geven

1974-05-31
  • Jaargang 18
  • nummer 22
Van onze Heer Jezus staat geschreven terwijl Hij te Jeruzalem was op het Paasfeest, dat velen in zijn naam geloofden doordat zij zijn tekenen zagen die Hij deed. Maar Johannes (2 : 24) merkt daarbij op: 'Jezus zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende en omdat het voor Hem niet nodig was dat iemand van de mens getuigde; want Hij wist zelf wat in de mens was'.
Wij weten niet wat in het hart van ieder mens is.
Dat moet ons voorzichtig maken. Wij mogen ons niet dadelijk aan iedereen toevertrouwen. Valse profeten kunnen in schaapsvacht tot ons komen, maar van binnen roofgierige wolven zqn. schijn-apostelen, bedriegelijke arbeiders kunnen zich voordoen als apostelen van Christus.
Wij kunnen niet in iemands hart kijken.
Maar onze Heer heeft gezegd: aan hun vruchten zult u ze kennen (Matth. 7: 16). In een kanttekening merken de Statenvertalers bierbij op: 'Door deze vruchten wordt verstaan niet zozeer het leven, hetwelk voor een tijd bedriegen kan, als wel de leer die aan Gods Woord moet beproefd zijn'.
Als we zo bedachtzaam en kritisch ingesteld zijn vinden we niet alles meer zo mooi wat met een dierbare stem door de radio komt. Dan komen we niet zo gemakkelijk onder de indruk van een sectariër die met veel bijbelteksten en vrome praat zijn voet tussen de deur komt zetten. Dan worden we voorzichtig met de boeken van zogenaamde christelijke schrijvers en uitgevers die we zelf lezen of onze kinderen in handen geven. Dan nemen we ook niet zomaar alles aan omdat een dominee of professor het zegt.
De Bereers in Hand. 17 ontvangen wel met alle bereidwilligheid de woorden van Paulus en Silas, maar nadat ze eerst hun leer aan Gods Woord getoetst hadden. Daarin onderscheidden zij zich gunstig van de Joden te Thessalonica. Bij dit laatste merkt een kanttekening op: 'Dit is een recht edel gemoed, dat zijn geloof niet op het zeggen van mensen maar alleen op Gods Woord bouwt'.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief