THE 100th
1974-05-31
Iemand, die ooit in Edinburgh is geweest, mag menen Schotland te hebben gezien. Maar dat is niet helemaal juist. Edinburgh mag dan het historisch-culturele centrum van Schotland zijn - Schotland zelf is gans anders. Hetzelfde geldt voor de grote industrie- en handelsstad Glasgow. En kent u die beide steden, tesamen en in vereniging vormende de "Lowlands", dan moet u de "Highlands" en de "Islands" ook een beetje gezien hebben om een indruk van het volledige Schotland op te doen.- Jaargang 18
- nummer 22
Eilanden zijn er in ruime mate: van het grote Lewis af tot het kleine Iona toe; van het met palmen getooide Skye af tot de mini-eilandjes, die vaak particulier bezit zijn, En de Highlands - hoe dun ook bevolkt, toch het voornaamste deel van Schotland vormende - bestaan uit aaneengeschakelde bergketens met dalen en hoogvlakten. Deels begroeid met weidegrond, met varens en heide of licht struikgewas.
Deels bebost door de ijverige Forestry Commission, die 8000 hectare bos per jaar plant. Deels ook ongenaakbaar, zodat elk jaar bergbeklimmers verongelukken en veel dorpjes hun eigen reddingsbrigades hebben.
Tenslotte moet u de meren niet vergeten. "Finland heet het land der duizend meren", schreef dr v. Egeraat eens, "maar Schotland kan ook met recht die naam dragen".
De noordelijkste plaats van internationale faam is Inverness. Inver betekent stad. Inverness is dus: stad aan de rivier Ness. Er is ook een Firth (haai) van Inverness, er is een Loch (meer) Ness en in dat Loch huist het beroemde monster van Lochness. Dat monster was daar al in de tijd van de apostel Columba (zo'n 1400 jaar geleden) en het is tientallen malen uitgetekend, gefotografeerd of zelfs gefilmd door waarnemers. Zeg nooit dat het monster niet bestaat - of u mag er niet terugkomen. En vraag niet aan een Schot, of hij in het bestaan van het monster gelooft - want die vraag grenst aan godslastering.
Het monster bestaat dus, maar weinigen hebben het gezien. Overigens kloppen de beschrijvingen treffend met elkaar. Er is een theorie, die spreekt van een "voorwereldlijk" dier uit het geslacht der saurussen, welk dier uitgestorven had moeten zijn - maar in Lochness, dat in verbinding staat met de Noordzee en de Atlantische Oceaan, zijn paaiplaats heeft.
Goed, u laat dat monster liever met rust. We komen er wel eens op terug, als u niet oppast.
En neemt u nu Inverness als springplan:k, dan staat het onbekende barre Noorden van Schotland voor u open. Het is een boeiend avontuur, in twee dagen de Noordkust te "ronden". Wij hebben het dit jaar gedaan en het was een wonder in onze ogen.
Als u, komende van Inverness, de Oostkust volgt naar het Noorden, begint alles vrij rustig: Dingwall, Alness, en u hebt over een goede weg met prachtige uitzdchten uw eerste baai gerond. Verder: Tain, Bonar, Dornoch en u hebt de tweede baai omgereden. Dan gaat de tocht bijna recht (nu ja, recht) naar het Noordoosten, langs de Noordzee.
De weg wordt smaller, de huizen worden afgewisseld door ruïnes, de boerderijen krijgen een andere bouw, het vee is van andersoortige rassen, de .plaatsnamen worden "Noors". U mag ook zeggen: Keltisch.
Craikaig, Lybster, Bruan zijn niet Brdts meer. U komt het woord Kirk in combinaties tegen: Halkirk, En dan zit u ineens in de stad Wick, het eindpunt van de weg A 9, op 876 mijlen van het Zuidwestelijke Landsend. De naam Wick herinnert u aan de eeuwen van de Wäkingers: 800-1000 n.C., invallen van Denen en Noren, weet u nog?
En van Wiek gaat u nog even verder tot de meest Noordoostelijke plaats van het United Kingdom: John 0' Groats. Ooit van gehoord?
Wel, de naam is van een Nederlander afkomstig; u moet hem dus kennen. Het durp telt zo'n dozijn huizen en twee hotels, leeft van een beetje boerenbedrijf en voorts van vreemdelingenverkeer. Van elke twee boerderijen (ze heten daar crofters en dat doet u aan krocht denken) is er een tot ruïne vervallen. De vroegere eigenaars emigreerden naar Canada en Nieuw-Zeeland. Uit de turfhopen op de grauwe velden blijkt de armoede.
Hier woonde eens Jan de Groot, omstreeks 1600. Zijn naam verbasterde op de klank af. Was hij als inboorling aanvaard, dan kon hij John mac Groot hebben geheten. Nu bleef hij een vreemde eend in de Schotse bijt en dat blijkt uit de Ierse (!) verbastering o'Groat.
Hij liet een merkwaardig verhaal achter. Zijn afstammelingen, acht in getal, kwamen jaarlijks in het ouderlijk huis samen maar dreigden steeds in familieruzie uiteen te spatten. Ieder wilde aan het hoofd van de tafel zitten, het eerst de deur inkomen, voor de voornaamste stamhouder doorgaan. De stokoude John, blijkbaar al terzijde geschoven, gaf zijn laatste staaltje van levenswijsheid weg: door een kamer te bouwen die achthoekig van vorm was en acht deuren bevatte, mitsgaders een achtkantige tafel. Voortaan kon ieder zijn eigen deur gebruiken en alle acht zaten ze aan het hoofd van de tafel. Toen het zo ver was, was John blijkbaar van de kaart.
Het verhaal is voor de Nederlander niet vleiend. Toch wordt het doorverteld, van gids tot prentbriefkaart. We hebben die middag thee gedronken in het John 0' Groats hotel - en wel in een achtkantige kamer met een achtkantige tafel er in; met gastenboeken in leer gebonden, de juiste naam in gouddruk, in de muurkast - wat dacht u wel? En we hebben gepeinsd over de Nederlandse faam ter wereld; intussen uitziend naar de Orkneys en de Shetlands: de eilandjes, waar onze bekende ponies vandaan komen.
Dan gaat de weg langs de Noordkust, westwaarts. Geen gemakkelijke weg, grotendeels "single-track", halfbaansweggetjes met wisselplaatsen.
U komt langs prachtige duinen en zandstranden. Sportieve lieden, die er de verre reis voor over hebben, beoefenen er het zeilen per zeilwagen. En in de plaatsnaam Dunnett herkent u "duin".
U komt door het stedeke Thurso en bedenkt, dat hier de Noorse god Thor is vernoemd, dezelfde die wij elke Donderdag eren. Jawel, want onze Donderdag (Thursday) staat tussen de dag van Wodan en die van Frya in. Om van de Zaterdag maar te zwijgen.
Precies op het midden van de Noordkust ligt het leuke plaatsje Bettyhill, waar u een goed hotel vindt. De kosten zijn belachelijk laag, bij het continentale niveau vergeleken. Het avondeten is verzorgd, het ontbijt wordt met "U" aangesproken en vol goede moed begint u aan de tweede helft van uw uitstapje.
Het gaat larugs Tongue, om enkele prachtige baaien heen, naar Durness.
Als u haast hebt hoeft u de schone Firth niet te ronden, maar u kunt er sinds enkele jaren via een brug ...dam-brug dwars overheen rijden. En dan komt, na het dorpje Smoo, de plaats Durness, Daar is het.
Bij Durness vindt u de Smoo-grotten. Grote kelders, in het kustgebergte door de zee uitgesleten in vroege ijstijden, toegankelijk en indrukwekkend.
U hebt wel eens gehoord van de Fingal's grot op Staffa, waar u per boot kunt binnenvaren? De grotten van Durness zijn iets in die geest. De hoofdgrot is een enorme zaal, een kathedraal: slechts tien meter hoog, maar 36 meter breed en 60 meter lang. Er is een waterval in. Over de vloer stroomt levend water. In vele duizenden jaren zijn de gesteenten tot de schoonste kleuren uitgesleten. Als u rondziet merkt u een "kansel" op, een nonnengang en een orgel - en andere dingen, die bij de bouw van een Godshuis behoren.
U wordt er stil van. Deze aarde is van de Heere: het diepst van 's aardrijks ingewand, het hoogst gebergte is in zijn hand. Hij heeft haar boven zeeën gegrond en op stromen gevestigd. Als u omkijkt, ziet u de enorme ingang, die als een poort zijn "hoofden" omhoog heft.
Dan komt u buiten en ziet huizenhoog op de rots op het "kerkplein" iets geschreven. "The 100th" staat er. Dat is alles. Even nadenken: de honderdste bezoeker? De honderdste rots? Nee - voor Engelssprekende christenen is "The Hundredth" de honderdste psalm; de psalm, waarmee talloze kerken haar zondagmorgendienst beginnen, gezongen op de wijs van psalm 134.
Hoe dat opschrift daar gekomen is, welke waaghals in religieuze bewogenheid hier zijn techniek en moed heeft doen spreken - niemand weet het. Maar het is een preek! Juicht de Heere, gij ganse aarde.
Dient Hem met vreugde. Erkent, dat de Heere God is; Hij heeft ons gemaakt. Gaat met een loflied zijn poorten binnen. Want de Heere is goed tot in eeuwigheid.
Een enkele maal vindt u dat meer in Schotland. Dat daar na kilometers van eenzaamheid ineens op een rots staat: Jesus saves, Jezus redt! Of ook: One cross, één kruis. De naam van Colomba leeft er nog.
Zouden Bonifacius en Willebrordus er ook niet zijn geweest?
U koopt wat stukjes geslepen rots bij een slanke jonge Schotse meid en verlaat de Noordkust. Door een triest en uitgestorven turfland bereikt u eindelijk Scourie, de Noordelijkste plaats op de Westkust, Daar ziet u de zee terug - maar die heet nu Atlantische Oceaan. Pas na een lange afdaling (u merkt het in uw oren) beseft u, bij Kylestrome gekomen, dat u over een enorme hoogvlakte hebt gereden.
Bij een nieuwe baai gekomen gaat u met een pontje over. Dat kost u geen cent, maar u mag niet mopperen als het een uur duurt, want voor minder dan zes wagens vaart de pont niet. U komt aan in Kylesku, rijdt Zuidwaarts, door bizonder mooie landschappen, naar de havenplaats Ullapool. U bent weer in de bewoonde wereld: een wereld, die door de warme Golfstroom wordt gekust en bevrucht; een wereld, waarin palmen en citrusbomen groeien, waar geen sneeuw valt en waar het klimaat heerlijk is.
Dat zeiden trouwens ook de drie Schotse zusjes, die wij de vorige avond in het hotelletje van Bettyhill hadden gezien en die we, ja werkelijk, in een winkeltje in Ullapool weer tegenkwamen. Want ook.
zo'n uitgestorven en uitgestrekte wereld is maar een kleine wereld.
Waar mensen elkaar ontmoeten en opnieuw ontmoeten.
Mensen op deze aarde, die Gods arm vergaarde, die Hij veilig leidt.
Overal vind je mensen, naar Gods beeld geschapen. En het eind van Schotland, het eind van alle zaken, is: looft de Heere, gij ganse aarde.