Vervuiling van het geestelijk milieu
1974-05-31
Een zaak waar ARP en CDA zich niet tegen wapenen?- Jaargang 18
- nummer 22
In Opbouw van 3 mei jl. werd, met veel instemming, een artikel uit het Friesch Dagblad overgenomen over de brochure Oriëntatie 1974, uitgegeven door de Dr A. Kuyperstichting ter gelegenheid van het 95-jarig bestaan van de ARP. Er wordt in dat artikel geconstateerd dat in de genoemde brochure geen hoofdstuk over de vervuiling van het geestelijk milieu voorkomt, Oorzaak hiervan zou zijn dat de ARP bang is daarmee de indruk te wekken niet bij de tijd te zijn, en het daarom liever vergeet. Mijns inziens is hier enige aanvulling op zijn plaats, want uit de geschetste gedachtengang blijkt dat men niet voldoende geïnformeerd is.
Wordt het vergeten?
Hoe liggen de zaken? Inderdaad komt in Oriëntatie 1974 geen hoofdstuk over de vervuiling van het geestelijk milieu voor. Maar daaruit mag men niet concluderen dat de ARP zich hierover in het openbaar niet durft uit te spreken. U zoudt er, terecht, bezwaar tegen hebben wanneer ik na het lezen van een nummer van Opbouw zou concluderen dat de redactie haar mening over, bijvoorbeeld, het begin van het boek Genesis niet durft publiceren.
Evenzo moet men voorzichtig zijn in het beoordelen van een politieke partij op grond van een enkele publicatie.
Naar mijn overtuiging is er een heel andere reden waarom dit onderwerp niet in die brochure aan de orde wordt gesteld. Oriëntatie 1974 wil voor de gedachtenwisseling over een aantal onderwerpen een handvat geven.
Het gaat om een aantal zaken waarover in de partij gediscussieerd moet worden, teneinde op die gebieden tot een stellingname te komen en het beleid voor de komende jaren te bepalen. Het gaat dus om onderwerpen die binnen de ARP ter discussie staan. En daar hoort kennelijk de vervuiling van het geestelijk milieu niet bij?
Wil men het vergeten?
Uit andere publicaties is bovendien duidelijk dat men het ook beslist niet wil vergeten. In tegendeel, het heeft een centrale plaats in de politieke filosofie van het CDA. In een gezamenlijke uitgave van de wetenschappelijke instituten van ARP, CHU en KVP schaamt men zich er niet voor in dit opzicht duidelijk te zijn. Het Christen-Democratisch Appèl beweert niet de oplossing van alle problemen te kennen.
Het CDA beweert wel dat wij een flinke stap vooruit zetten als wij de grondfout van onze samenleving weten op te sporen.
In de gedachtengang van het CDA gaat het in de politiek om niets minde dan de vraag aan welke God een volk, een generatie zich toevertrouwt.
Politiek is ten diepste geen zakelijke maar een geestelijke aangelegenheid.
Het gaat om de gezindheid, om de mentaliteit van waaruit wij leven. Er heerst nog steeds de diep verankerde overtuiging dat wij met onze economische, technische en wetenschappelijke prestaties de moeilijkheden wel te boven komen en om het echte geluk binnen ons bereik kunnen brengen.
Het is de weigering de oorzaak van het kwaad bij ons zelf te zoeken, in ons eigen hart.
Het Christen-Democratisch Appèl wil dan ook primair een appèl zijn op het hart van ons volk. Het wil de gedachte uitdragen dat van al onze politieke en maatschappelijke idealen weinig terecht kan komen als wij niet opnieuw de waarde leren erkennen van offerbereidheid, tolerantie, eerlijkheid, trouw, liefde en verzoening.
Het ideaal wordt wel hoog gesteld zal men misschien zeggen. Binnen het CDA leeft evenwel de gedachte dat wij boven ons zelf uit moeten grijpen om zo'n maatschappij dichterbij te halen. Juist daarom acht het C.D.A. het Evangelie onmisbaar als krachtbron voor politieke actie; het geeft tegelijkertijd de moed er aan te beginnen. Tegen die achtergrond wil het CDA fungeren als een politieke organisatie, waarbinnen de menselijke accu, die zeer snel uitgeput raakt, telkens weer kan worden opgeladen. Hiermee plaatst het CDA zich in een isolement, maar dat is een isolement waaruit het kracht kan putten!