CONFESSIONALISME

1974-06-14
  • Jaargang 18
  • nummer 24
• De bijbel/een oerwoud?

Het is wel bekend, dat de reformatoren grote nadruk hebben gelegd op de duidelijkheid van de Schrift. Daarmee protesteerden zij tegen de opvatting van Rome, dat de bijbel voor de "leken" een gesloten boek is en dat het "leergezag der kerk" die bijbel moet openen. Door deze gedachte werd het de christenen onmogelijk gemaakt de stem van de Goede Herder rechtstreeks te horen en te herkennen. Er zat immers een instantie tussen - de geestelijkheid, En die trok het geloofsvertrouwen feitelijk naar zichzèlf toe. Als de "leken" maar geloven wat de kerk gelooft ... !
Men sprak daarbij graag over de leiding van de Heilige Geest.
Maar die leiding kreeg dan in het kerkelijk leergezag een zeer "massieve" gestalte. En dat ging ten koste van de bijbel zelf. Die verdween zakelijk op de achtergrond.
Geen wonder dat de reformatoren met nadruk de duidelijkheid van de Schrift naar voren brachten en dat art. 7 NGB zegt, dat al hetgeen de mens schuldig is te geloven om zalig te worden in de Schrift genoegzaam (= op een genoegzame manier!) geleerd wordt.

En toch is het ook voor de kerken van de reformatie telkens weer verleidelijk geweest om de duidelijkheid van de bijbel zakelijk te gaan ontkennen en het feitelijke gezag in de kerk in handen te leggen van een andere instantie.
Daarbij bleef men - net als Rome trouwens!- - de bijbel als Gods Woord erkennen.
Zo kan men, wanneer iemand zich op de bijbel beroept, nog wel eens te horen krijgen, dat zo'n beroep toch eigenlijk niets zegt, omdat iedere ketter natuurlijk wel zijn letter zal hebben! En daarin kun je toch vaak een verhulde kritiek op de bijbel zèlf beluisteren! Die bijbel is dan toch eigenlijk een soort waarheden-oerwoud, waarin je alle kanten uitkunt! We kunnen niet zonder een gids, die ons door de verwarring van bomen en struiken heen op de goede weg blijft leiden.
Aan die gids willen we dan ons wel en wee graag toevertrouwen.
Maar wie of wat kan als die gids optreden?

• Kwalijke vacature!

Zo heeft het wegvallen van het roomse leergezag bij vele reformatorische christenen een "vacature" achtergelaten. En dat ondanks de goede belijdenis van art. 7 NGB. Het goddelijk gezag van de bijbel werd beleden. Maar als je daarnaast en daarbij de duidelijkheid van de Schrift niet naar voren brengt, dan kan dat goddelijk gezag om zo te zeggen nergens landen! Het komt niet echt binnen in onze kerkelijke mensenwereld.
Daarom wordt er gezocht naar een instantie die feitelijk en zakelijk dat gezag óverneemt.
Voor de vervulling van de genoemde vacature is de belijdenis telkens weer een gedwongen gegadigde.
Gedwongen! Zelf moet zij er niet van hebben - lees art. 7 NGB maar eens door. Maar het gaat haar net als de heiligen - art. 26 NGB -, die men is gaan vereren) "doende hetgeen zij nooit gedaan noch begeerd hebben ... ".
Zoals de heiligen Christus niet wilden verdringen, zo wil de belijdenis het Woord van God niet verdringen.
Toch kan dat zomaar gebeuren.
De bijbel behoudt het goddelijk gezag. Dat is van een hémelse signatuur. Maar tot opperrechter hier op áárde wordt de belijdenis benoemd! Zo gaat het, wanneer de duidelijkheid van de bijbel niet meer wordt beleden.
En daar hebben we nu het confessionalisme!
We doen er niet goed aan dat confessionalisme te typeren als een "overwaardering" van de belijdenis.
Evenmin als we bijvoorbeeld bigamie moeten verklaren uit een "overwaardering" van het huwelijk. Neen, het is hier geen zaak van maat of graad. De belijdenis krijgt een plaats die zij niet kan en wil innemen. Ze komt op een eenzame hoogte te staan. Ze wordt van haar wortel en bron, de Heilige Schrift, geïsoleerd.
Oorspronkelijk uit de bijbel getrokken komt zij nu tegenóver de bijbel te staan. Als een zelfstandigheid.
Zij komt zelfs bóven de bijbel te staan. Als opperrechter!
En dan gaat het verkeerd.

• Geringe schade?

Ik kan me voorstellen dat heel wat mensen de aangerichte schade toch gering achten. Laten we nuchter zijn, zo zeggen ze. We hebben een goede belijdenis die met Gods Woord overeenkomt. En juist vanwege die overeenkomst zal een confessionalist dus heus nog wel goed uitkomen!
Maar dan zien we iets belangrijks over het hoofd. Zeker, als ik belijd, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, dan komt die belijdenis geheel overeen met Gods Woord. Maar in Joh. 20: 31 zegt de apostel toch méér over de relatie tussen Gods Woord en de belijdenissamenvatting. Alle genoemde tekenen zijn geschreven, opdat wij (blijven) geloven, dat Jezus de Christus is ...
Daar wordt in de relatie evangelie-belijdenis het element van kracht binnengebracht. Het evangelie brengt ons tot de belijdenis.
Zonder dat evangelie worden de diepste en de grootste woorden schitterende omhulsels van onze armoede. We zeggen ze wel.
Maar wat zeggen ze ons nog? Al de beschreven tekenen hebben we nodig om de goede belijdenis goed te blijven belijden.
Wanneer de "pendelbeweging" tussen de belijdenis en het Woord van God wordt gestopt. dan worden de rechtzinnige woorden als de statige muren van een oude kerk, waaruit de meubelen zijn verwijderd en waarin niet meer wordt geleefd, De woorden zijn wel diep, maar ze zijn geen uitingen van léven meer! Onze God is een naij-verig God. Wie Hem als Spreker van zijn Woord beledigt, die gaat ervaren dat niets redding kan bieden en dat de belijdenis voor zulk en tegen-natuurlijke
taak niet geschikt is! Dan treedt er een verstarring op, waarvan we nu enkele symptomen willen noemen.

• Symptomen van het confessionalisme

1. Logicistische verschraling: Omdat het uitgangspunt - half onbewust - genomen wordt in de veronderstelde onduidelijkheid van de Schrift gaat het besef van het bóódschapkarakter van het evangelie verloren. Het geloof is dan ook niet meer het ja-woord op Gods beloften maar slechts een instemming met de waarheden van de belijdenis - een verstandelijke verschraling.

2. Formalisme: Omdat men de belijdenis meer en meer als een zelfstandigheid gaat zien, gaat de diepte in het oordelen verloren.
Men krijgt iets één-dimensionaals, wat bijvoorbeeld daarin uitkomt, dat een afwijking van enig punt der belijdenis zeer snel wordt gekonstateerd, maar praktisch nooit gewógen. Men heeft geen achtergrond meer waartegen men de zaak-in-geding ziet afsteken!

2. Wetticisme: Omdat het geloof verschraalt en daarmee de werkelijke verbondenheid met de HERE, wordt meer en meer de behoefte aan een religieuze kompensatie gevoeld. De belijdenis gaat functioneren als een nieuwe wet en het buigen onder dat "juk" geeft een substituut voor de zekerheid van het geloof.

3.Meer zou te noemen zijn. In feite is het confessionalisme een variant op een roomse erfenis. Symptomen en gevolgen zullen das ook een herinnering aan het roomse verleden in zich besluiten.

• De ontkoming

Misschien zegt iemand, dat het hem wel wat duizelt. Het Woord zonder de belijdenis was niet de juiste weg. Maar het confessionalisme is ook al die goede weg niet, Waar staan we dan eigenlijk?
Ik herinner aan wat al gezegd is.
De "pendelbeweging" - van de volheid van het evangelie wordt men gebracht naar de samenvatting in de belijdenis (Joh. 20 : 31); van de belijdenissamenvatting gaat men terug naar het Woord van God (de bewijsplaatsen in de catechismus). We blijven staande, als we in beweging blijven! Stilstaan is ook hier bevriezingsgevaar!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief