Paulus' brief aan de Galaten

1973-06-29
  • Jaargang 17
  • nummer 26
Allegorie 4 : 21-27

Men vindt dit gedeelte van de H. Schrift moeilijk verklaarbaar.
Dat zit vast op de woorden "diepere zin", of "zinnebeeldige betekenis" (Willebrord vertaling) of "zinnebeeldige mededelingen" (Greijdanus), "diepere zin" (Groot Nieuws voor U). Letterlijk staat er allegorische (uitspraken of iets dergelijks.) Daarbij komt dan de vraag aan de orde of het geoorloofd is de H. Schrift allegorisch uit te leggen.
Men vindt dit gedeelte ook moeilijk vanwege vers 25a. Van Stempvoort spreekt van een onbegrijpelijk zinnetje. Een andere uitlegger spreekt van "donker".
Dat wordt versterkt door het feit dat de juiste lezing in het Grieks moeilijk is vast te stellen. Dan gaat het over de vraag of in vers 25 het woord Hagar er wel in hoort of dat het er later bijgevoegd is. Greijdanus kiest voor latere invoeging en vertaalt dus zó "want de berg Sinaï is in Arabië (zie Korte Verklaring).
In het woordenboek van Koenen-Endepols wordt het woord allegorie zo verklaard. Allegorie = het anders zeggen; zinnebeeldige voorstelling; uitgewerkte beeldspraak; samenhangende reeks beelden uit één gebied, die dient tot uitdrukking van een samenhangende reeks gedachten op een ander gebied".
De allegorische manier van Schriftuitleg heeft veel kwaad gedaan en doet nog steeds veel kwaad. Men kan op deze manier afkomen van wat er werkelijk staat in de H. Schrift.
Paulus neemt het woord allegorie over uit het Griekse denken van zijn tijd. Maar het is de vraag maar of hij ook dat denken overneemt en de methode of alleen het woord en het dan een nieuwe inhoud geeft. Ik meen dat we voor het laatste moeten kiezen.
Als we het verband met heel de brief aan de Galaten maar vasthouden is het niet zo moeilijk.

Wet

Als we dit gedeelte vers voor vers op de voet volgen en dan in het verband, dan worden de zaken die Paulus bedoeld wel duidelijk.
In vers 21 wordt het woord wet in twee betekenissen gebruikt.
Zegt mij die wetticistisch wil leven en zo Uw behoud bewerken, luistert ge niet naar het Woord van God? Dat is dan een parafrase waarmee ik weer wil aanduiden: "Het woord wet heeft in de H. Schrift dus onderscheiden betekenis. Waarom we op elke plaats te onderzoeken hebben, welke zin het daar heeft" (Grijdanus).
Nu dat is hier wel duidelijk, zonder meer.
Dan gaat Paulus iets in herinnering halen van feiten uit het Oude Testament. Abraham had twee zonen. Eén van Hagar, Ismaël, Gen. 16 : 5 en één bij Sara, Gen. 21 : 2, Izak. Maar de weg van de geboorte was verschillend.
Ismaël werd op aandringen van Sara door Abraham verwekt bij Hagar. Naar het toenmaals geldende recht geen ongeoorloofde zaak. Maar wel ongeoorloofd in de ogen des HEREN.

Vlees

Die van de slavin was naar het vlees verwekt. Naar het vlees kan twee betekenissen hebben hier. a. op menselijke wijze en b. naar menselijke redenering. Het lijkt me niet nodig om een keus te doen. Ismaël werd op menselijke wijze verwekt, maar toch ook ongeoorloofd. En dan niet omdat Abraham er geen vrouw bij mocht hebben, maar omdat Abraham en Sara op deze wijze God probeerden te helpen Zijn belofte aan Abraham te vervullen, nl. dat hij een zoon zou krijgen. Ze brachten niet meer het geduid op te wachten op Gods heilrijke daden en meenden zelf te moeten ingrijpen om het heil Gods te bewerken in dit leven. Abraham bidt dan ook tot de HERE: "och dat Ismaël mocht leven voor Uw aangezicht" (Gen. 17 : 18).
Het kind van Sara wordt op een andere manier geboren, nl. door de belofte. Nu waren kinderen van een slavin ook slaven. Kinderen van vrije waren vrij, geen slaven. De positie van de moeder bepaalt de positie van het kind.
Iets dat in het huidige Israël nog een rol speelt.
Wat is dus nu het verschil tussen die twee kinderen. Nu dat de een een slaaf was en naar het vlees verwekt. Abraham en Sara hadden niet het geduld te wachten en meenden God een handje te moeten helpen op de weg van het heil.
Maar het kind van Sara is geboren toen het menselijk gesproken niet meer mogelijk was dat Sara kinderen zou krijgen en dat Abraham kinderen zou verwekken. Dat staat in Rom. 4 : 19. Als er menselijk gesproken geen mogelijkheden meer zijn, dan is God trouw aan Zijn belofte.
Dat de namen van de moeders niet genoemd worden, is op te merken. Het gaat om de positie van de moeders en dus van de kinderen. Slavernij-vrijheid.

Geschiedenis en aardrijkskunde

Dat nu heeft een diepere betekenis, zegt Paulus. De strijd tussen Geest en vlees was er al in het leven en in het gezin van Abraham.
Diezelfde strijd is er nog.
Nu in de gemeenten van Galatië (Gal. 3 : 1-4).
Op de berg Sinaï - een concreet aanwijsbare plaats - is de wet des HEREN gegeven. Maar door de zonde van de mens, die zich zelf verlossen wil, is de wet ten leven iets geworden in het Jodendom van Paulus' dagen, waarmee men recht overeind wilde blijven staan tegenover God. Een middel om niet van genade te leven. Een middel om aan de eis van het geloven aan Gods belofte te ontkomen.
Zodra de wet geen tuchtmeester tot Christus meer is, is hij krachteloos (Rom. 7: 7vv en Rom. 7 : 14; zie ook Gal. 3 : 24).
Daarom zijn allen, die het nog van de bedeling van de Sinaï verwachten, slaven, evenals Hagar.
Als Greijdanus gelijk heeft dat het woord Hagar in 25a er later bij gevoegd is, is de betekenis van dit versdeel ook niet meer moeilijk.
Dan deelt hij louter mee dat de berg Sinaï in Arabië ligt. Wat voor de Galaten waarschijnlijk een niet overbodige mededeling is geweest.
Wie het nu nog van het toenmalige Jeruzalem verwacht, is in slavernij.
Ze zijn gelijk aan de Ismaëlieten die heidenen zijn. Judaïsme is in de grond van de zaak heidendom, zoals we al eerder zagen. Dat is de scherpe punt van deze geschiedenis. Abraham, Sara, Ismaël, Izak, het waren concreet levende mensen. Geen leermodellen. En Sinaï en Arabië (Paulus is er geweest, Gal. 1 : 17) zijn aanwijsbare plaatsen. Het heil heeft te maken met geschiedenis en aardrijkskunde.
Hieruit blijkt wel dat Paulus met het woord allegorie het niet heeft over niet gebeurde zaken.
Je leeft in de bedeling van de slavernij als je meent eigen zaligheid te moeten verwerven. Je leeft in de vrijheid als je alles verwacht van Gods beloften in Jezus Christus.
De Galaten behoeven dus niet meer het te verwachten van een aards middelpunt, het Jeruzalem van toen. Maar ze moeten alles verwachten van Jezus Christus, die het nieuwe Jeruzalem doet neerdalen uit de hemel. (Vergelijk Hebr. 13: 12-14 en Hebr. 12: 22, 23). De gemeente van onze Here Jezus Christus wordt een stad zonder tempel. Zie Openb. 21 met name vers 22.
Die gemeente is de gemeente van hen die de beloften aanvaarden.
En het zal een grote schare worden (vers 27).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief