SMOL TOK
1973-08-17
Dat zijn vreemde woorden. Geen engels, geen schots. Het is bedoeld om het engelse small talk klinkklaar weer te geven. U kunt namelijk op verschillende manieren het verbale cantact met de engelssprekende medemens beleven. Hebt u met hem gekibbeld, dan had u arguments met hem. Was het een vreedzame gedachtewisseling dan spreekt hij van een discussion. Hebt u een gesprek met hem gehad, dan heet dat een talk. Hebt u alleen wat babbels uitgewisseld, dan noemt hij dat een "small talk". Bijvoorbeeld. Een hotelgast komt de trap af en zegt "lovely weather, isn't it?" Zegt u nu "indeed it is" en zegt hij dan nog "enjoy your trip" - dan heeft hij het mooie weer aan uw goede reis geknoopt en u had een small talk met hem.- Jaargang 17
- nummer 29
De Schotten vervoegen het werkwoord talk (spreken) in alle tijden en wijzen. Iedereen zegt iets leuks tegen iedereen. De winkelmeisjes, die op een zonnige dag elkaar haastig voorbijtrippelen, zeggen nog gauw "lovely" en "yea" tegen elkaar en zijn het dan eens, dat ze het met het weer hebben getroffen. Vraagt u de weg aan iemand, die zelf de weg niet weet, dan schiet hij een derde, zo nodig een vierde man aan, tot u uw weetje weet. Rijdt u door dan staan nummers drie en vier, wellicht ook nummer vijf, nogeven na te praten: over uw jasje, over uw accent, over uw land van herkomst en misschien wel over wat u daar had willen doen. Small talk. Stapt u een winkeltje binnen, om iets te vragen dat daar niet te koop is, dan zal de winkelmevrouw u volstrekt duidelijk willen maken waar u het wél kunt kopen, wat het kost, hoe u er het beste heen kunt gaan en dat het aardige mensen (nice people) zijn. Bedankt u, verlegen om zoveel hoffelijke hulpvaardigheid, dan lacht het vriendelijke mevrouwtje: o nt at all, helemaal geen dank. En brengt u tot de stoep weg. Small talk.
Kunt u het in de kerk niet vinden (de gezangen liturgie of iets anders) dan zijn er twee tot drie hulpvaardige lieden, die u een geopend boekje aanreiken. En zelf een ander nemen. Dat geeft na afloop van de dienst recht op een small talk. Tracht u uw hotelletje van de auto af te koppelen, dan pakt de buurman mee aan, om het logge ding te draaien en vast te zetten. Een small talk is de bekroning, Zit u mes uw karavaan in een verkeersknoop en begint het zweet u uit te breken - dan zet een vrachtwagenchauffeur zijn locomotief stil, slaat zijn armen over elkaar en laat u rustig voorgaan, tot u weer ap het rechte pad bent.
Of we "dutch" waren? vroeg men ons soms, Ja, dat waren we. Dus van Germany? 0 nee, van Nederland, is dat niet erg genoeg? - Eigenlijk gek dat het buitenland de Maffen Germanen noemt en dat wij duitsers tegen ze zeggen. En dat wij van de lage Landen ons "dutch" noemen, ofschoon van vreemde smetten vrij, als u ons volkslied uit de vorige eeuw wilt geloven, Dat alles zal nag wel uit de tijd van het "diets" stammen.
Maar wij maken evenveel vergissingen, zij niet meer. Een garageman uit Tabermary (Tobermory is het enige stadje ap het Hebriden-eiland Mull, en de naam betekent: bron van Maria) - een garageman zei me, dat hij in Assen was geweest. Dat was in 1944, dus ondergedoken in oorlogstijd, Ik vroeg hem: als engels soldaat? Pardon sir, zei hij vriendelijk, ik ben een Schat! Jawel, een Schat voor een Engelsman aan te men is ongeveer de grootste stommiteit, Maar goed, hij was in Assen geweest.
Nee, niet in Essen, zoals hij beweerde. Essen is een stinkstad in Germany, maar Assen is bij ons de stad van Bartje en van de TT-races.
Dat zei hem niets - maar hij had daar slecht water gedronken (zowat het enige wat hij als gevallen piloot had kunnen vinden) en was daadziek geworden, Gelukkig hadden Nederlanders hem gevonden en prachtig verzorgd. Zo bleef hij buiten rijgsgevangenschap. Hij kwam Assen nogwel eens bezoeken en zou in het voorbijgaan onze gast zijn.
Small talk.
Dat zei trouwens een Schot in Crianlarich ook tegen me. Hij kwam nag wel eens aanlopen, zei hij. Had in Arnhem gevochten, september 1944. Had het er levend afgebracht - ondanks de vele, vele fouten in de organisatie, Hij herinnerde zich, dat het "dutch people" zo gek was geweest op de parachutes; de rest wilde hij vergeten zijn. Small talk.
En een wethouder in Dervaig (weet u waar dat ligt?) zei me: ik was in Hoek en in Rotterdam om uw koningin Wilhelmina terug te brengen.
- Welzo, vroeg ik, heb ik het goed gehaard dat u in die tijd kolonel was? - Dat probeer ik juist te vertellen, antwoordde hij somber.
Small talk.
Een grootdeel van de Schotse wegen (en vooral in de mooiste gebieden) heeft maar een halve breedte. Dat heet single track, enkel spoor.
Bij elke bocht, op iedere heuvel en voorts op elke 100 meter staat een wit-zwarte paal: die geeft een wisselplaats aan. De meest gerede partij stopt daar en geeft met een lichtseintje te kennen, dat de ander mag voorbijrijden. Geen gekibbel over wie voorrang heeft - maar een wedstrijd, wie het meest beleefd is. De passerende partij steekt de hand op om te bedanken; heeft hij haast dan is het altijd nog wel een vinger boven het stuurwiel uit. De ander weert de dank af, door zijdelings met het hoofd te knikken.
Ja, zijdelings. Stel u voor en probeer het eens. Zo is de groet van de natives, de inboorlingen. Op de manier van: loop nu gauw heen! Het deed eerst niet leuk aan. Toen ik er naar vroeg vertelde me iemand, waar die onhoofse hoofdknik vandaan komt. Oorspronkelijk was het de groet met opgeheven hand. Later werd die groet aan het hoofd gebracht.
Nog later de tik aan de pet. Dat gebaar kon nog bezuinigd worden, door vinger en hoofd naar elkaar toe te brengen. En eindelijk hield men de hand thuis en bewoog alleen het hoofd even dwars, richting hand. Zo is de schotse economie, men noemt dat wel zuinigheid.
Dat van die zuinigheid is overigens niet waar. De Schot wil zijn geld goed besteden, en laat hij daar gelijk aan hebben, maar zuinig, schriel, is hij niet. Laat staan een gierigaard. Als u aan de benzinepomp de toch al goedkope benzineprijs naar boven wilt afronden, zegt de benzinemeneer verbaasd: why sir? Waarom nou? En betaalt u precies zoveel terug als u toekomt. Maar wanneer u ergens met het kleine geld niet helemaal rond komt en papiergeld moet aanspreken - zegt de Schot al haastig - laat de rest maar zitten. En nu bent u het, die de fooi krijgt! Ziet u, zo zijn Schotten.
We hadden een paar verloofde jonge Schotten op theevisite. Er werd zuinig gesnoept en gedronken, want zij had de bruidsjapon al klaar en mocht niet meer groeien. Ze babbelden en informeerden en vulden een uur (de thee duurt daar zestig minuten) met gezellige small talk.
En prezen de nederlandse koekjes, de nederlandse klaas en de nederlandse worst. Jawel.
Op een moment zei ik "my wife and me" ... en vroeg: is het niet juister gezegd "my wife and I"? - Zo is het, bevestigden ze. En zeggen de Amerikanen niet "me" in plaats van "I"? - Zo is het, zeiden ze weer. Het is onbeschaafd, maar bij ons wordt het ook wel gedaan.
Dat noemen wij plat. - Het woord "plat" kon ik niet direct thuisbrengen. - Ze verduidelijkten het: zo spreekt het boerenarbeidersvolk.
We zeggen dan: they call a spade a spade, ze noemen een schop een schop. - En wat is daar tegen? Vroeg ik. Daar gingen twee paar wenkbrauwen omhoog: het is niet beschaafd om de dingen zo maar bij hun naam te noemen, niet beleefd, not polite.
Kijk, daar zat geloof ik de bron van de small talk in. Het is niet beleefd om rechttoe, rechtaan te spreken. Men converseert om de dingen heen. Zegt alles wat niet tot het onderwerp behoort. Zodat het onderwerp als een stuk legpuzzel ligt ingebed in de small talk. En wat is de stam van beleefd, van polite? Dat is de stam van het woord polis, stad; ook van polijsten, beschaven; ook van politiek, dat is vechten zonder wapens. Zodat ik maar zeggen wil, dat je in den vreemde heel wat kunt leren. Men kan veel praten zonder iets te zeggen. Kwelling des geestes? Small talk!
Kent u het stadje Oallander? Nee? Goed, maar kent u dan het stadje Tanncohbrae? Ja, dat kent u: het aardige stadje, waarin destijds de schotse televisieserie "Doctor FinLay's Casebook" speelde. Welnu, het filmstadje Tannochbrae vindt u op geen enkele schotse kaartmaar in Callander vindt u alle plekjes, die u uit de televisieserie over de plattelandsdokters zo vertrouwd zijn geworden: de mooie villa Ardenhouse. de waterval, de school, de weggetjes, de schotse vrouwtjes.
Alleen de doktoren Finlay en Cameron en hun huishoudster Jeanet zijn er niet meer; ze zijn beroepsspelers. Alle anderen waren plaatselijke dilettanten.
In dat leuke stadje genoten we eens bed and breakfast bij een schotse mevrouw. Denkt u vooral niets verkeerds: het is zoiets als logies met ontbijt bij ons, of Zimmer mit Frühstück in Zandvoort. Ze stelde ons voor aan een engels paar, dat de slaapkamer naast ons gebruikte en de huiskamer met ons deelde; mitsgaders de thee. - Deze mensen, zei ze verduidelijkend, komen uit Engeland; een land ginds, daarachter. (Ze wees achteloos naar het Zuiden.) Zeker nooit gezien? Nooit, zei ik. Als ik naar Schotland ga zet ik meteen het stuur op Noord en kijk niet rechts of links. Well said, goed gezegd, lachte ze voldaan en constateerde een gehuichelde gebelgdheid bij het engelse paar. Ik moest dus iets goedmaken. - Mevrouw, zei ik, men zegt wel eens dat Schotland de brains (hersenen) van Groot Brrttannië vormen; is dat waar? - Dat is juist, antwoordde ze tevreden. - Maar mevrouw, vroeg ik verder, wat heeft een land aan hersenen, als er geen lichaam is dat die hersenen kan gebruiken? - Well said, zei het engelse paar, op zijn beurt tevreden.
En dat is nu small talk. De taal. van Peyton Place. Men kán in het engels ook enorm belangrijke dingen zeggen natuurlijk. Maar het small talk klinkt altijd het prettigste. Vooral in uw vakantie.