Zeven redenen om leerling te zijn en te blijven

2013-03-09
  • Jaargang 57
  • nummer 5
Hoe moet het verder met de kerk? We zien dat mensen zich niet meer willen binden. Levenslange trouw aan een specifiek verband is feitelijk voorbij. Hoe je ook over die ontwikkelingen denkt, feit is dat er een fundamentele verandering plaatsvindt. Op welke manier ga je in die situatie om met kerkopbouw? Ik meen dat nadenken over discipelschap ons verder kan helpen. In dit artikel enkele gedachten ter verkenning.

In kerkopbouwkundige literatuur zie je de veranderingen in het kerkelijke landschap terug. Ruwweg kun je daarin twee hoofdstromen onderscheiden.
Allereerst zijn er modellen en opbouwmethoden die mee willen gaan met de veranderde patronen in binding en deelname. Ze zoeken een weg voor de kerk in een samenleving die heel anders in elkaar steekt dan veertig jaar geleden. Ze proberen wat meer rek aan te brengen in wat kerk is of zou moeten zijn. Mensen als Jan Hendriks, Gerben Heitink en Henk de Roest zoeken in deze richting een begaanbare weg.
Bas van der Graaf, PKN-predikant in Amsterdam, introduceert het beeld van de Australische veeboer. Die kan zijn uitgestrekte land onmogelijk omheinen. Wat hij doet, is niet het plaatsen van een hek, maar het slaan van een waterput waar de dieren kunnen drinken. Hij laat ze ook bij die bron los. Vroeg of laat zullen ze er altijd weer naar toegaan, hoe ver ze zich ook verwijderd hebben van die bron. Dus geen hek om de kerk, maar wel een levenskrachtige bron in haar centrum.
De tweede groep van modellen zoekt juist een weg die ingaat tegen belangrijke tendensen in onze samenleving.
Zij benadrukken de noodzaak van hechte en min of meer verplichtende vormen van christelijke gemeenschap.
Het boek Total Church van de Britse theologen Tim Chester en Steve Timmis is er een goed voorbeeld van. In 2011 verscheen het onder dezelfde titel in een Nederlandse vertaling. In plaats van respect voor de persoonlijke vrijheid van mensen valt bij het concept van Total Church het accent op de verplichtende kant van het christen zijn. De volgeling van Jezus heeft domweg geen keuze; hij zal omwille van zijn discipelschap deel moeten uitmaken van de geloofsgemeenschap. De auteurs van Total Church zeggen het Henri Nouwen na: ‘Gemeenschap wordt met enig recht wel omschreven als de plek waar de persoon met wie je het minst graag samenleeft, altijd leeft.’ Dit is echt een ander geluid dan dat van de Australische veeboer.

Theedrinken
Leerling zijn van Jezus Christus betekent permanente educatie. Kerkbanken zijn daarom eigenlijk ook schoolbanken, zou je kunnen zeggen, maar dan niet schools.
Iemand als de theoloog Harry Kuitert denkt daar overigens heel anders over. Hij stelde ooit dat kerkverlating net als schoolverlating een gezond proces is. Een mens is niet bedoeld om eindeloos op school te zitten. Zo is het in zijn visie ook met de kerk: er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Je moet ook weer een keer van die kerk af, net als van school.
Het mag duidelijk zijn dat ik in dit denken niet mee kan gaan. Althans, vanuit mijn beeld dat de kerk in wezen een leergemeenschap is. Er zijn geen volleerde leerlingen van Jezus Christus die de schoolbanken van het Evangelie definitief achter zich kunnen laten! Voor volgelingen van Jezus is leerling zijn een blijvende status.
Waarom is dat zo? De belangrijkste reden is dat het Evangelie van Jezus Christus haaks staat op dominante trekken in onze cultuur en op gangbare patronen in ons individuele leven. Christenen zijn mensen ‘van de Weg’, de weg achter Jezus Christus aan. Die weg blijft ergens een vreemde en verrassende weg en dat komt omdat Hij die voorop gaat ons telkens weer ontglipt. Jezus Christus went nooit.
Wim Dekker drukt dat besef in zijn boek Marginaal en missionair heel kras uit. Hij zegt dat het heidendom ons allemaal in het bloed zit, gelovig of niet. De christelijke God bevalt ons niet, Hij is te vreemd, we weten eigenlijk geen raad met Jezus. ‘De christen is de heiden die door de God van Israël is gestoord en ontregeld en daar nooit helemaal aan kan wennen.’ Ook mooi is wat de nieuwtestamenticus en bisschop Tom Wright niet zonder zelfspot schrijft: ‘Overal waar Jezus kwam, waren relletjes, overal waar ik kom, schenken ze thee.’ Jezus zet ons leven op scherp en neemt het mee langs wegen en paden die vaak even ongebaand als betrouwbaar zijn. Als je ervoor kiest leerling van Jezus Christus te worden, kies je voor een leerproces waarin je steeds dieper gestempeld wordt door het even prachtige als weerbarstige geheim dat de dragende grond van je bestaan is geworden.

Gronden
Nadenken over de kerk vanuit het concept ‘leerling zijn’ of ‘discipelschap’ is niet nieuw. Jezus kiest een aantal leerlingen uit en gaat met hen op weg.
‘Leren’ is wezenlijk op die weg. Ik meen daarom dat er goede gronden zijn om vanuit dit concept na te denken over de opbouw van de christelijke gemeente, juist ook in onze huidige samenleving.
Een paar van die motieven noem ik hier kort.

1. Leren is iets anders dan meedoen aan kerkelijke activiteiten
In de eerste plaats haalt het concept ‘leerling zijn’ ons weg uit de sfeer van activiteiten en organisatie. Uiteraard gaat leren niet zonder activiteiten en is er zeker ook organisatie voor nodig, maar het beginpunt ligt ergens anders.
Inhoud komt vóór vorm. Het begint met een gezindheid: de bereidheid om te leren van Jezus Christus.
Discussies over kerkelijke gemeenschap gaan heel snel over de deelname aan concrete activiteiten en bijeenkomsten.
De inzet bij discipelschap bepaalt ons bij inhoudelijke zaken en vormt daarmee direct ook een goed inhoudelijk meetinstrument voor deelname aan concrete activiteiten. De vraag is dan telkens weer: in hoeverre helpen deze ons op onze leerweg? Zo voorkomen we dat we ons helemaal blindstaren op bestaande activiteiten en participatievormen.

2. Leren is geen soloreligieuze bezigheid
Het begrip ‘soloreligieus’ is, als het gaat om de navolging van Christus, een contradictio in terminis. De term wordt wel gebruikt voor mensen die zeggen wel te geloven, maar de kerk niet nodig te hebben. Maar leerling zijn van Jezus Christus heeft alles te maken met een oefening in gemeenschap.
Het gaat er niet enkel om dat je samen oefent in zaken die de eigen gemeenschap niet raken, zoals dat op school wel gebeurt. Leerling zijn is ook altijd een oefening in onderlinge gemeenschap.
Een oefening die wezenlijk deel uitmaakt van het onderwijsprogramma van de kerkelijke gemeente.
Discipelschap is dus bepaald geen soloreligieuze aangelegenheid. Leren van de Mens die bij uitstek gemeenschap belichaamde, kan zich ten diepste niet in het isolement voltrekken. Dat is wel verleidelijk, zeker in onze tijd, maar het is strijdig met waar het in het leerproces om te doen is. Leren op de weg van de navolging van Jezus Christus is te allen tijde een oefening, soms zelfs een heel zware oefening, in gemeenschap.
Het leerproces moet lijken op wat het beoogt. In de gemeente van Christus leren we van elkaar en aan elkaar.

3. Leren zet je op het spoor van groei
In de derde plaats bepaalt het leerlingzijn ons bij beweging en groei. Leerling zijn betekent dynamiek. Het brengt ons vrijwel automatisch in de sfeer van ontwikkeling en groei. Leren van Jezus Christus betekent groeien in mens zijn.
Als we het zo formuleren, zitten we tot onze verrassing ook heel dicht in de buurt van bladen als Happinez, Linda, Libelle en Margriet. Henk de Roest attendeert ons erop dat in veel artikelen in deze en andere bladen persoonlijke groei de grondtoon is. Het centrale concept ‘leerling’ in de christelijke traditie sluit daar goed bij aan.
We zijn het niet gewend om een kerkelijke gemeenschap te presenteren als plek voor persoonlijke groei en dat kan misschien wat spanning oproepen.
Om helder te krijgen wat ik bedoel, kun je het volgende op je in laten werken.
Er zijn tegenwoordig kerkelijke gemeentes die zich presenteren op spirituele en paranormale beurzen. Een dergelijke stap vind ik origineel en verrassend, omdat ze daar helemaal niet verwacht worden. De vraag waar het me hier echter om gaat is: wat zou de kerk daar willen presenteren? Welke bijdrage kan ze leveren aan persoonlijke groei en groei in gemeenschap en hoe verhoudt zich dat aanbod dan tot andere aanbieders? Ook voor gemeenten die er niet over piekeren zich op dit soort beurzen te presenteren, zijn dit leerzame vragen! Ze dwingen je om als gemeente scherp te krijgen wat je nu precies beoogt.

4. Leren is luisteren naar de Tegenstem
In de vierde plaats behoedt het denken in termen van leerling zijn ons voor gevoelsreligie, waarin onze eigen gevoelens en belevingen een dominante plek innemen. Leren is aanleren en afleren. Leren betekent dat we niet alleen varen op het kompas van gevoel en eigenbelang, maar dat we leren luisteren naar de Stem, die vaak ook een Tegenstem zal blijken te zijn.
Dat tegengeluid kan de kerk laten horen. In een tijd waarin dingen vooral leuk moeten zijn, zou de kerk het eerste deel van het motto van de belastingdienst kunnen overnemen: ‘Leuker kunnen we het niet maken.’ En in plaats van het ‘wel gemakkelijker’ van de belastingdienst, zou ze andere zaken kunnen aanbieden, zoals ‘wel beter’, ‘wel existentiëler’ of ‘wel zinniger’.
Provocerend zou ze zich zelfs met ‘wel moeilijker’ naar buiten kunnen presenteren!

5. Leren verlegt het accent van kerk naar Koninkrijk
Denken in termen van leerling zijn of discipelschap verlegt in de vijfde plaats het accent van de kerk naar het Koninkrijk, en dat is winst. Kerkopbouw kan soms heel kerkcentrisch worden ingevuld, terwijl het erom gaat dat mensen worden geholpen verder te komen op de weg achter Christus aan en te leven uit alles wat God ons door zijn Geest in Christus geeft, juist ook buiten de kerkmuren. De brede samenleving is de primaire ruimte waarbinnen discipelschap gestalte krijgt. We komen zo buiten de muren van de kerk en openen ons voor het Koninkrijk van God.
Als we dat als uitgangspunt nemen, zullen we ons minder snel opsluiten in de kerk. We denken dan niet meer exclusief van binnen naar buiten. Door ons te concentreren op het Koninkrijk van God wordt het perspectief van de gemeente ruimer en wordt kerkcentrisch denken uitgebannen.
Mooi vind ik in dit verband het dertiende artikel dat Daniel de Wolf, de man van de Bijbel in straattaal, in gedachten aan de bestaande twaalf artikelen van het geloof toevoegt: ‘Ik geloof in het Koninkrijk van God.’

6. Leren is niet vermoeiend
Er is een bekend woord van Jezus dat we meestal niet direct met leren associëren: ‘Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht’ (Matteüs 11:28-30, NBG-vertaling 1951).
Opvallend in deze woorden is de uitnodiging tot een leerproces, waarin het gaat om rust voor de ziel. ‘Ik zal pauze geven aan jullie zielen’, zoiets staat er in het Grieks. De ziel kan averij oplopen, beschadigd raken, dood gaan.
‘Want wat baat het een mens de hele wereld te winnen en zijn ziel erbij in te boeten? Want wat zou een mens geven in ruil voor zijn ziel?’ (Marcus 8:36-37). Als Jezus mensen uitnodigt om van Hem te leren, gaat het altijd weer om het aanboren van en het leven vanuit de kern van het mens-zijn.
Jezus’ uitnodiging aan vermoeide mensen vind ik uiterst actueel in een tijd van tomeloze haast, onbegrensde communicatiemogelijkheden, carrièredruk en existentiële angsten. Het leeraanbod van Jezus is dan niet iets wat er ook nog weer bij komt, iets wat ook nog weer zo nodig moet, maar het is het aanbod waardoor aan onze zielen pauze wordt gegund en ze tot rust kunnen komen. Leren als ontspanning, meer dan als inspanning.
De vraag bij dit punt is wel of het leeraanbod vanuit de kerken mensen werkelijk helpt om in de druk en de fragmentatie waarin ze leven een begaanbare en rustgevende weg te vinden.

7. Leren is een boemerang voor het kerkelijk aanbod
Het functioneren van de gemeente zou er dus allereerst op gericht moeten zijn om leerprocessen in het spoor van Jezus Christus mogelijk te maken. Die constatering is tegelijk een uitnodiging om kritisch te kijken naar het leerpotentieel van de toegepaste werkvormen binnen de kerk. Niet allemaal zijn die even leerzaam.
Hoe zit het in dat opzicht met de kerkdienst en daarbinnen met de preek?
Nog altijd heeft de wekelijkse samenkomst op de zondagochtend in de meeste kerken de meest centrale plek in het functioneren van de gemeenschap.
Daarbinnen neemt, zeker in de protestantse traditie, de preek weer een belangrijke plaats in. Voor veel gelovigen is de kerkdienst ook het enige ‘medium’ van geloofscommunicatie.
Belangrijk is om daarbij de vraag te stellen of de kerkdienst – hoe goed ook qua vorm en inhoud – de kar van het leerproces in haar eentje kan trekken.
In een tijd waarin deelname aan kerkelijke activiteiten zwaar onder druk van ieders volle agenda staat, is het zaak de kerkelijke praxis te screenen op het leergehalte: in hoeverre draagt het kerkelijk aanbod bij aan het leerling zijn of leerling worden van Jezus Christus in de praktijk van alledag? Die vragen worden in mijn ogen nog te weinig gesteld.

Jezus riep twaalf mannen om Hem te volgen en leerde hun ‘de Weg’ achter Hem aan. Leerling van Christus blijft iedere volgeling van Hem zijn leven lang. Het is daarom zinvol om vanuit het concept van discipelschap te kijken naar de opbouw van de christelijke gemeente.
Op allerlei manieren biedt die insteek in deze tijd goede handvatten voor kerkelijk opbouwwerk.

Sake Stoppels is universitair docent kerkopbouw en diaconiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zijn artikel verscheen eerder in De Reformatie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief