Naar een cultuur van discipelschap
2013-03-09
Eén van de kernwaarden van de Kruispuntkerk in Maastricht is dat we leerlingen van Jezus willen zijn en elkaar verder willen helpen op ieders unieke weg met God. Maar hoe doe je dat als kerkelijke gemeenschap? - Jaargang 57
- nummer 5
Vraag aan iemand die als kind is gedoopt en als jongere belijdenis heeft gedaan een jaar na zijn belijdenis hoe het nu met zijn geloof is vergeleken met toen. De kans is groot dat hij zal zeggen: minder. Op de vraag waar dat mee te maken heeft, krijg je als antwoord dat hij de regelmaat van de catechese mist. Na het moment van belijdenis doen is er geen gestructureerde opvang. Het wordt aan het kersverse belijdende lid overgelaten wat hij verder doet aan groei in geloof en wat zijn taak gaat worden in de gemeente (of niet). Alleen voor degenen die gaan studeren is er de christelijke studentenvereniging, waarin de groei in geloof zich verder kan ontwikkelen.
Als er bij mensen die van jongsaf aan gelovig zijn opgevoed al zo snel stagnatie optreedt in de geloofsgroei, wat betekent dat dan voor mensen die op latere leeftijd tot geloof komen en zich bij de kerk van Christus voegen?
Er zijn allerlei oorzaken te bedenken waardoor zij kunnen terugvallen in hun vroegere situatie.
Terwijl wij in de wereld gewend zijn om diploma’s en certificaten te halen voordat we zelfstandig aan de gang gaan, denken we in de kerk dat alles vanzelf gaat. Misschien denken we dat het genoeg is dat we trouw de diensten op zondag bezoeken. Maar ook dan is het de vraag in hoeverre de verkondiging van het Evangelie effect heeft, in de zin dat we ook echt aan de slag gaan met datgene wat we horen. Leidt een oproep in een preek om meer te bidden tot verdieping van het gebedsleven bij degenen die in de dienst aanwezig waren? Anders gezegd: realiseren we ons dat we slordig omgaan met het menselijk potentieel dat de kerk heeft ontvangen?
De belangrijke vraag daarbij is hoe we dat potentieel in ontwikkeling brengen, zodat Gods Koninkrijk op aarde zichtbaarder wordt.
Stijl
Laten we eerst kijken hoe Jezus en Paulus mensen tot discipelen maakten.
Jezus bracht niet alleen het Evangelie van het Koninkrijk van God aan massa’s mensen, maar nodigde sommigen uit om Hem te volgen. Met hen deelde Hij zijn leven. Hij liet in zijn eigen leven zien wat het Evangelie voor Hemzelf betekende en wat het voor zijn volgelingen zou gaan betekenen.
Zo maakte Hij een kleine groep mensen tot zijn discipelen. Zijn laatste woorden op aarde bevatten de opdracht aan deze groep om anderen tot zijn leerlingen te maken door hen te dopen en te leren wat Hijzelf in woord en daad aan hen had meegegeven.
Aan de doop gaat dooponderwijs vooraf. Daar zit een termijn aan. In het bijbelboek Handelingen kunnen we lezen dat dit gebeurt door middel van een toespraak of een gesprek waarop bekering volgt. Maar na de doop moeten de leerlingen doorgaan met het onderwijs over alles wat Jezus hen heeft meegegeven. Het is dan ook niet verrassend hoe makkelijk de apostelen in hun brieven teruggrijpen op wat zij van Jezus hebben geleerd over welk thema dan ook. Het effect van Jezus’ investeringen in deze kleine groep mensen is groot. Er ontstaat een beweging die het Koninkrijk van God zichtbaar maakt onder vele volken.
De wijze waarop Jezus mensen tot discipelen maakte, wordt de stijl van Gods Rijk. In Derbe verkondigden Paulus en Barnabas het Evangelie en ze maakten er veel leerlingen (Handelingen 14:21). Door te reizen waren ze afhankelijk van mensen die bereid waren om te luisteren en hen in hun huis te ontvangen, waardoor ze als vanzelf hun leven deelden met degenen die tot geloof kwamen. Daarop doelt Paulus als hij zegt dat hij zowel in het openbaar als bij mensen thuis onderricht heeft gegeven (Handelingen 20:20). Deze manier van geloofsoverdracht is bedoeld om zich voort te planten, zodat elke nieuwe generatie gelovigen ook werkelijk uit discipelen bestaat (2 Timoteüs 2:2).
Huddelgroep
Wij zijn sinds juni 2012 als kerkenraad begonnen met de zogenoemd huddel. Het woord komt van het Engelse ‘huddle’. Het wordt gebruikt in de wereld van de sport en duidt op het moment waarop de spelers op het veld worden samengeroepen om instructies te ontvangen. ‘Go into a huddle’ betekent: de koppen bij elkaar steken.
Dat doen wij als kerkenraad elke twee weken, op een woensdagavond, anderhalf uur lang. De huddel is bedoeld om leidinggevenden in de gemeente te helpen om te groeien in discipelschap. Discipelschap betekent dat we ons vertrouwen stellen op God de Vader, Jezus gaan volgen en vervuld worden met de Heilige Geest.
We verkennen de band met God, met elkaar en met alle mensen die in onze netwerkjes aanwezig zijn: op ons werk, bij school en in de buurt. We kijken naar momenten in de afgelopen twee weken die ertoe doen. Dat kunnen kleine of grote gebeurtenissen zijn, positieve of negatieve. Het is niet de bedoeling dat degene die de leiding heeft zelf antwoorden geeft op de vragen die naar boven komen, maar dat we zelf de weg ontdekken die God ons wijst.
Ik kan daarvan een voorbeeld geven.
Toen ik een jaar geleden hoorde dat de landelijke subsidie voor de Kruispuntkerk in Maastricht in 2014 zou stoppen, werd ik onrustig. Als ik in Maastricht zou blijven, zou de helft van mijn inkomen komen te vervallen. Ik ging op zoek naar mogelijkheden om in mijn onderhoud te voorzien, waardoor ik in Maastricht zou kunnen blijven werken. Maar de ene na de andere deur ging dicht. Ik had daaraan al de conclusie verbonden dat me geen andere mogelijkheid restte dan me beroepbaar te stellen.
Ik sprak erover met m’n medeambtsdragers en anderen. Zo had ik tijdens een conferentie een gesprek met een collega uit Engeland over het horen van Gods stem. Hij vertelde dat God hem zei dat hij na achttien jaar zegenrijke dienst de gemeente moest verlaten en dat hij binnen een jaar duidelijkheid zou krijgen over zijn nieuwe roeping. Dat betekende voor hem een stap in het ongewisse in vertrouwen op God, dat Hij zal ‘voorzien’.
Dezelfde dag was het alsof een stem van God tegen mij het tegenovergestelde zei: jij moet de komende zes jaar in Maastricht blijven. Dat is voor mij een stap in het ongewisse.
Want wat gaat dat financieel voor mij betekenen? Geen idee. Maar als dit mijn ‘roeping’ is, hoef ik mij daar ook geen zorgen om te maken. Wat zei Jezus over het zoeken van Gods Koninkrijk?
Deze en andere momenten gebruiken we om elkaar te bemoedigen en uit te dagen, zodat we groeien in discipelschap.
Als kerkenraad zijn we nu een halfjaar bezig. De ervaringen zijn positief.
Het bindt samen om ons leven met elkaar te delen, het is vormend voor ons werk als ambtsdrager, het helpt nieuwe ambtsdragers op weg en we voelen ons beter in staat om leiding te geven aan de gemeente.
In zes tot twaalf maanden zijn degenen die ‘gehuddeld’ worden in staat om anderen op dezelfde manier te vormen. De oorspronkelijke huddelgroep blijft ook daarna bestaan, maar gaat naar een frequentie van eens in de zes weken. Dan gaan we na hoe iedereen leiding geeft aan zijn eigen huddelgroep. Geleidelijk groeit de gemeente als geheel in de hoogte en de diepte, de lengte en de breedte van discipelschap.
Cultuur
Er zijn meer middelen om dit proces te versterken. De huddel kan beschouwd worden als het georganiseerde moment waarop we elkaar coachen. Daarnaast nodigt de leider van de huddel de leden van zijn groep met hun partners en kinderen en enkele anderen uit om ook op informele wijze te delen in elkaars leven. Daarin staan het samenzijn rondom een maaltijd en het doen van leuke dingen voorop, maar op informele wijze wordt ook aandacht gegeven aan de band met God. Bij die gelegenheden zijn ook niet-christenen welkom. Dat laat hen zien hoe het is om samen een nieuwe familie te vormen. En het houdt ons scherp.
Het is ook verstandig om een gebedspartner te hebben voor wie je geen geheimen hebt, met wie je ook die dingen bespreekt die je niet met een groter gezelschap wilt delen. De laatste vraag die je elkaar stelt is: ben je helemaal eerlijk geweest?
Met deze hulpmiddelen proberen we te bevorderen dat er een cultuur van discipelschap ontstaat, waarin het verlangen naar eerlijkheid en het gevoel van verantwoordelijkheid sterker worden. We kiezen niet voor controle maar voor vertrouwen en willen aanspreekbaar zijn op ons gedrag.
We hebben het nu niet gehad over de vergaderingen van de kerkenraad, over de bijeenkomsten van de kringen, over pastoraat en catechese en over vergaderingen binnen het verband van kerken. Maar deze groei in discipelschap zal zijn uitwerking hebben op al die terreinen, zodat er een cultuur van discipelschap ontstaat.
Terugreis
Het is goed om ons af te vragen of de nabije toekomst – of zelfs de huidige situatie, op sommige plaatsen en in sommige kerkverbanden – het niet noodzakelijk maakt om in de kerk zo bezig te zijn dat we minder afhankelijk worden van betaalde fulltimers.
Momenteel betalen wij mensen om een aantal werkzaamheden voor ons te verrichten, maar we weten niet hoe lang we dat systeem kunnen volhouden.
De eerste aanwijzingen in die richting waren al aanwezig voordat de economische crisis uitbrak. En nu al zijn er kerken die een eigen predikant en een eigen gebouw niet meer kunnen betalen, omdat het ledental enorm is afgenomen vergeleken met vijftig jaar geleden.
Het zou best kunnen dat we naar een cultuur van discipelschap toe moeten omdat het niet anders kán. En dat kan betekenen dat er een andere invulling gegeven zal worden aan de standaardverdeling van taken over predikanten, oudsten en gemeenteleden.
De taakverdeling zoals wij die vandaag kennen, is historisch zo gegroeid. Maar het kan dat we teruggaan naar een situatie die ons weer dichter bij de Bijbel brengt.
In Handelingen 14:21 zagen we al dat Paulus en Barnabas het Evangelie verkondigden en mensen tot discipelen maakten. Dat was hun doel op de heenreis. Op de terugreis deden ze dezelfde plaatsen aan. We lezen in vers 23 dat ze nu oudsten aanstelden.
De discipelen van de heenreis worden nu belast met de leiding over de gemeente, terwijl Paulus en Barnabas hen achterlieten en terugkeerden naar de kerk die hen had uitgezonden.
Ik zeg wel eens dat ik mijn werk als predikant zo doe dat ambtsdragers en gemeenteleden zeggen: ‘O, als het zo moet, kan ik het ook.’ En waarom ook niet? Het Evangelie verkondigen in de dienst en daarbuiten, dooponderwijs geven en dopen, mensen laten delen in hun leven en helpen groeien in discipelschap, het avondmaal vieren...
Laten fulltime-theologen zich meer gaan richten op de vorming van discipelen die leiding gaan geven aan de gemeente.
Jacob Glas is predikant van de Kruispuntkerk (GKv) in Maastricht.