New Monasticism

2013-03-09
  • Jaargang 57
  • nummer 5
Vorig najaar heeft de EO onderzoek gedaan naar de manier waarop mensen van buiten aankijken tegen christenen.
Daar word je niet vrolijk van: ‘Christenen zijn hypocriet, veroordelend, en tegen homo’s.’ Eén van de nieuwere bewegingen die bewust proberen om als christenen anders in de samenleving te staan, noemt zich New Monasticism.
Een jaar of tien geleden ontstaan in Amerika (met als bekendste vertegenwoordiger Shane Claiborne) vindt New Monasticism ook in Nederland weerklank.
Bij het ‘monastieke’ leven dat nagestreefd wordt moet niet, zoals in vroeger tijden, gedacht worden aan monniken en nonnen die zich in kloosters terugtrekken. Dit kloosterleven speelt zich af in de volle realiteit van het dagelijkse leven. De leden noemen zich ook wel ‘gewone radicalen’.
In Soteria (2012, nummer 4) schrijft Jurjen de Bruijne over deze boeiende beweging.
In 2004 zijn twaalf kenmerken van de beweging opgesteld, namelijk:

1. Verhuizen naar verlaten plaatsen in het land/van de samenleving.
2. Delen van economische bronnen met gemeenschapsleden en behoeftigen.
3. Gastvrijheid voor vreemdelingen.
4. Klagen over of aandacht vragen voor een raciale scheiding in de kerk en christelijke gemeenschappen door een actief streven naar herstel en verzoening.
5. Nederige onderwerping aan Christus’ lichaam, de kerk.
6. Bewuste vorming in de weg van Jezus en de regels van de gemeenschap, volgens de weg van het noviciaat.
7. Zorg voor het gezamenlijk leven van de gemeenschapsleden.
8. Ondersteuning van zowel celibatair als monogaam levende gemeenschapsleden en hun kinderen.
9. Geografische nabijheid van de andere gemeenschapsleden die een gezamenlijke regel hebben.
10. Zorg voor de aarde die door God gegeven is door elkaar en lokale economieën te steunen.
11. Vrede stichten te midden van geweld en conflicten oplossen volgens Matteüs 18:15-20.
12. Toewijding aan een gedisciplineerd en contemplatief leven.

En dat alles dus niet binnen de vier muren van een klooster, maar midden in het leven van alledag.
Op een wat andere manier heeft J.R. Wilson hetzelfde onder woorden gebracht, in een boekje met als titel Living faithfully in a fragmented world:

1. Herstel van de fragmentatie. De Westerse cultuur is niet zozeer pluralistisch, maar gefragmenteerd en daarom moet de kerk opnieuw haar doel () herstellen. Veel culturele aspecten, met name de moraal, bestaan zonder dat er nog sprake is van de oorspronkelijke samenhang ertussen. Het morele kader dat de Westerse samenleving de natuurlijke cohesie gaf, was het christelijke geloof. Daarvoor in de plaats kwam het Verlichtingsproject waarbij de rede en het humanisme als belangrijkste bron voor de moraal werden gezien. Maar het Verlichtingsalternatief is () in elkaar gevallen en we leven nu op de ruïnes. Het gevolg daarvan is een fragmentering van de samenleving en vooral van mensenlevens. Als voorbeeld noemt Wilson aanbidding. In veel kerken wordt daaraan aandacht besteed, maar het leidt nauwelijks tot concreet handelen, zoals in de zorg voor armen en wezen. New Monasticism wil niet zozeer met kritiek komen, maar samen met de kerk ontdekken wat haar doel was en is.
2. Herstel van de traditie. De grote verleiding voor New Monasticism is om net als veel gemeenschappen in de jaren ’60 en ’70 de kerk te vergeten en te doen alsof het nu allemaal opnieuw moet worden uitgezocht. New Monasticism wil zich onderwerpen aan de kerk en putten uit haar rijke traditie. Daarvoor zal de kerk moeten leven met haar geschiedenis en ontdekken dat die geschiedenis niet losstaat van haar huidige staat. () Puttend uit de traditie moet de kerk haar doel herstellen en zoeken naar nieuwe wegen voor de toekomst.
3. Nieuwe nadruk op de praxis van het geloof. Er moet weer verbinding komen tussen theorie en praktijk.
Daarbij wijst New Monasticism op het belang van tijd en discipline om het geloof concreet te leren. Claiborne zegt daarover: ‘Men had me geleerd wat een christen hoort te geloven, maar niemand had me ooit verteld hoe een christen behoort te leven.’ Uiteindelijk is geloof geen beslissing, maar een oefening.
4. De deugd. Volgens Wilson is het van belang dat de kerk haar geloofsvorming gaat herontdekken, waarbij naast het herstel van haar doel ook de betekenis van de gemeenschap van belang is. Dat kan door het inoefenen van deugden. New Monasticism praktiseert de vorming op de weg van Christus (zie kenmerk 6) door discipelschap en karaktervorming.
5. De gemeenschap zelf. Volgens (een andere auteur) is de gemeenschap, net als de kerk, te vaak gezien als een ‘reparatieplek’ voor persoonlijke problemen. Maar de christelijke gemeenschap is veel meer dan dat; zij is een ‘sociaal, politiek en economisch alternatief voor een gebroken samenleving’.

De conclusie van De Bruijne:

New Monasticism is gevoelig voor wat leeft in de huidige cultuur, maar laat tegelijkertijd op inspirerende wijze en vol geloof een alternatieve levensstijl zien.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief