CAPE MAY(2)
1973-09-07
- Jaargang 17
- nummer 32
Zien we het agendum in van het 8ste wereldcongres van de Internationale Raad van Christelijke Kerken dat van 13 tot 23 juni j.l. gehouden is in Cape May, aan de oostkust van de Verenigde Staten, dan valt op, dat de "raad" zijn meeste aangesloten kerken heeft in de zogenaamde derde wereld.
Men ziet dat aan de zogenaamde regionale raden. Men zag het als men de grote vergaderzaal betrad, aan de huidskleur van grote groepen van de afgevaardigden.
Er was veel echt en diep zwart uit Afrika aanwezig. Voorts waren er veel gele en donkerkleurige mensen.
Regionale raden bestaan in Afrika, het Nabije Oosten, Zuid-Amerika, het Verre Oosten, Canada, Noord-Amerika, Europa en opgericht werd tijdens het congres een raad voor de Caraïbische Zee met dr Hellström uit Suriname als president.
In Afrika zijn drie vaste punten van de "raad" namelijk de Oost-Afrikaanse Christelijke Alliance te Nairobi in Kenya; de Centraal Afrikaanse Christelijke Raad te Kisubu in Kenya en de West-Afrikaanse Raad van Christelijke Kerken in Nigeria.
In het Nabije Oosten is de Middle East Bible Council gevestigd te Beiroet in Libanon waarbij groepen zijn aangesloten uit Egypte, Israël en Arabië.
Wat Zuid-Amerika betreft waren er afgevaardigden uit Brazilië, Argentinië, Ecuador en Guatamala, Bolivia, Peru, Uruguay, Venezuela, Mexico, Chili, Jamaica, Haiti, Honduras en Suriname.
In het Verre Oosten zijn aangesloten kerken in Korea, Taiwan of Formosa, Japan, de Philipijnen, Hongkong, Viëtnam en Thailand of Siam. Ook uit Pakistan, India, Nieuw Zeeland, Australië, Indonesië en Singapore waren afgevaardigden.
De Raad voor het Verre Oosten heeft een bureau in Singapore, in Taipei op Taiwan, in Seoel in Korea enz.
De Verenigde Staten van Amerika waren niet zo talrijk vertegenwoordigd als men zou verwachten.
Er waren wel vele Amerikaanse bezoekers en de organisatie van het congres met zijn massa afgevaardigden en bezoekers was geheel in Amerikaanse handen, in vele opzichten voortreffelijk gedaan, maar het getal van Amerikaanse Kerken dat is aangesloten is heel gering.
De Bijbels Presbyterianen vormen de enige kerkengroep uit de presbyteriaanse of gereformeerde familie van kerken in de Ver. Staten, die bij de "raad" zijn aangesloten.
De naaste kerkelijke familie is er niet bij. Zoals de Orthodoxe Presbyterianen, en Evangelische Presbyterianen en de Christelijke Gereformeerden uit de Ver. Staten (Christian Ref. Churches) de Bijbels Presbyterianen vormen in het enorme aantal van de Amerikaanse kerken een naar het getal, zeer onbetekenend groepje. We weten wel dat we niet naar het getal moeten zien.
God doet door een Gideonsgroepje dikwijls grote dingen. Toch mogen we het geringe aantal constateren.
Canada was ook niet sterk vertegenwoordigd.
Ook uit Canada ontbraken de gereformeerde groeperingen geheel. Wat er was, dat waren broeders uit rechtzinnige Baptisten- en Methodistenkringen.
En Europa? Het waren hoofdzakelijk Nederlanders die Europa ditmaal vertegenwoordigden. In Engeland en de Scandinavische landen zijn wel sympathiesanten met de Internationale Raad, maar zij waren niet aanwezig in Cape May.
Zoals bekend is de enige Nederlandse kerkengroep die bij de "raad" is aangesloten de Christelijke Geref. Kerken in Nederland.
De Molukse Evangelische Kerk in Nederland is ook aangesloten.
Deze kerk representateert echter de Ambonese vluchtelingen in ons land, en is als zodanig te onderscheiden van de autochtone Nederlandse kerken. De Christelijke Geref. Kerken vormen ook de enige kerkengroep uit Europa die aangesloten is.
Het aantal kerken dat zich aansluit neemt voortdurend toe. Er zijn nu meer dan tweehonderd denominaties. Onder deze tweehonderd zijn er uit Nederland en uit Europa niet meer dan de twee bovengenoemden.
Dat is niet veel. Het is een duidelijke indicatie van het feit dat het samenwerkingsorgaan van de Internationale Raad in onze kerkelijke omgeving niet aangeslagen is om zo te zeggen.
Toch doet de "raad" in deze tijd belangrijk werk. Daarover wordt niet aan de weg getimmerd. De stem van de "raad" wordt in ons land door gebrek aan publiciteit vrijwel niet gehoord. Het dagblad "Trouw", de Nederl. Chr. Radio Ver. en het Ikor maken er geen melding van of het moet zijn in kleinerende zin. Van de zgn. massa-media uit ons land waren alleen het Reformatorisch Dagblad en de Evangelische Omroep present in Cape May. Dit feit spreekt voor zichzelf. De andere genoemde Nederlandse communicatie-middelen hebben zich duidelijk kritiekloos opgesteld ten dienste van de Wereldraad van Kerken en zijn arbeid. Dit is in zekere zin hun eigen zaak. Het is echter een blijk van kortzichtige vooringenomenheid dat zij zich kritiekloos hebben opgesteld zoals zij dat hebben gedaan.
De heer Meindert Leerling, een van de vertegenwoordigers van de Evang. Omroep, die op het congres te Cape May aanwezig was, schreef in "Koers" van 14 juli '73, een sympathiek maar niet kritiekloos artikel over de Intern.
Raad. We citeren uit zijn artikel het volgende.
"De ICCC roept de lid-kerken steeds weer op zich te houden aan het onfeilbaar woord vaGod, niet te twijfelen aan de beloften die de Schrift. ons geeft, en te strijden voor de verkondiging van het Evangelie in alle landen van de wereld.
En voor een dergelijke strijd is moed nodig al kunnen we ons dat in Nederland - nog? - niet goed voorstellen. Er zijn tal van voorbeelden uit de wereld te geven waaruit blijkt dat de Schriftgetrouwe christenen om wille van het geloof worden gediscrimineerd, ten achter gesteld, vervolgd en soms gedood. Heus niet alleen in strikt communistische landen, al vormen die al één derde deel van de gehele aarde. Zelfs in een ogenschijnlijk puur democratisch en liberaal land als Amerika, wordt met alle macht geprobeerd de strijders voor Gods Woord de mond te snoeren.
Maar dat is een verhaal apart.
Gelet op heel die ontwikkeling is een zo krachtig mogelijke ICCC dringend gewenst.
Er zal in de leiding van de ICCC steeds een kritische houding ten opzichte van de koers en de gevolgde methodiek moeten zijn. Men mag niet verzinken in een star fundamentalisme zonder meer."
Op dat laatste hopen we in een vervolg terug te komen.
Uit het artikel van de heer Leerling geven we ook dit door. Hij schrijft: "Een congres als dit te Cape May is een "happening" van bijbelgetrouwe christenen, uit heel de wereld, die elkaar gedurende tien dagen bemoedigen en troosten vanuit het Evangelie, er.., varingen uitwisselen en elkaar informeren over allerlei vormen van modernisme, de invloed van de Wereldraad, de houding van de Roomse kerk, het communisme en de nieuwe moraal."
Niet onjuist opgemerkt. Wat het congres tot een boeiende zaak maakte was het grote aantal afgevaardigden uit de derde wereld met name uit Afrika, India, het Verre Oosten in het algemeen en Zuid-Amerika. Er was veel gelegenheid tot persoonlijke contacten.
Contacten die gewoonlijk zeer leerzaam waren en rijk in deze zin, dat men iets ervoer van de gemeenschap van de universele kerk van Christus, die vergaderd werd en wordt uit alle geslacht en taal en volk en natie.
Waar ter wereld is er een mogelijkheid zovele broeders uit de ganse christenheid gedurende een aantal dagen in ongedwongen samenzijn te ontmoeten? De "raad" heeft deze mogelijkheid in het leven geroepen; dit tijdelijke platform der ontmoetingen geschapen.
Dit is geen geringe zaak!
Het voornaamste wat tijdens het congres officieel plaats vond was het rapporteren uit de verschillende regio's van de wereld over de kerkelijke toestanden, en het aannemen en publiek maken van verklaringen over belangrijke zaken.
Zo zijn er verklaringen aangenomen en publiek gemaakt over de heilige Schrift, over de Wereldraad van Kerken, over de nieuw-Evangelische beweging en de oecumenische theologie, over het communisme, over Rome en de éne wereldkerk en over het vraagstuk van de Indianen in de Ver. Staten. In deze resoluties en verklaringen wordt geen onderscheid gemaakt tussen kerkelijke en politieke zaken. Heel gewoon is over politieke kwesties een uitspraak te doen d.w.z. over Amerikaanse-politieke zaken. Eén voorbeeld daarvan. Dat is de verklaring die werd uitgegeven over het Indianenprobleem in de Ver. Staten, dat in de belangstelling gekomen is in het voorjaar door de bezetting van Wounded Knee.
Zoals bekend is Wounded Knee voor sommige Indianen een soort bedevaartsoord omdat daar in 1890 veel stamgenoten door de blanken zijn omgebracht. In de verklaring die door het congres werd uitgegeven wordt eerst het omvangrijke probleem geschetst.
Er zijn ongeveer één miljoen Indianen overgebleven in de Ver. Staten. Dat is minder dan één procent van de totale bevolking, verdeeld over 263 stammen en met naar schatting vijftig tot honderd verschillende talen. Mede door de grote onderlinge, ook culturele verschillen is het geven van een uniform beeld praktisch onmogelijk. In de laatste jaren was in de toestand van de Indianen in hun reservaten veel verbeterd.
Opeens echter barstte de bom toen de aanhangers van de Amerikaanse Indiaanse Beweging (AlM) Wounded Knee bezetten met de bedoeling het uit te roepen als een onafhankelijke staat, die afgevaardigden zou moeten zenden naar de Ver. Naties. Deze AlM zou steun hebben ontvangen van diverse kerkelijke organen.
Ongeveer 200 duizend dollar van de Amerikaanse Lutherse Kerk, de Ver. Methodisten Kerk, de Episcopaalse Kerk, de Nationale Raad van Kerken, de Wereldraad van Kerken (uit het fonds ter bestrijding van racisme), de Roomse Kerk van de "Interreligious Foundation for Community Organization".
U ziet een zeer gemengd gezelschap van vrijzinnige kerken, kerken, die er geen been in zien met alle mogelijke godsdiensten samen te werken ter bereiking van min of meer ideolodische politieke doeleinden. Zo werkt de Wereldraad van Kerken en de Nationale Raad van Kerken in de Ver. Staten. Beseffen vele leden van deze kerken wel dat hun gelden onder anderen gebruikt worden om de zgn. Rode Macht naast de Zwarte Macht van sommige negers te helpen financieren? In de verklaring werd verder uitgesproken dat het bureaucratisch systeem dat de continuïteit van de Indiaanse bevolking in Amerika heeft belemmerd, terzijde gesteld behoort te worden en dat men zal moeten erkennen dat de Indianen Amerikaanse staatsburgers zijn en feitelijk de eerste Amerikanen. Aan de stammen zou de bevoegdheid over hun eigen zaken te oordelen en te beschikken teruggegeven moeten worden en hun hulpbronnen, mineralen en culturele erfenis zou door de wet en de regering van de Ver. Staten beschermd moeten worden. Er zijn vele verdragen verbroken. Het is de hoogste tijd om deze stammen hun zelfbeschikking en hun rechten eens en voorgoed terug te geven.
De verklaring eindigt met een oproep tot steun aan de zendingen en zendingsarbeiders die het evangelie prediken onder de Indianen en die de wettig gekozen stamhoofden steunen en de Indianen inlichten over de werkelijke aard van de AIM.