CARAVANNING

1973-09-07
  • Jaargang 17
  • nummer 32
Het rijden met uw hotelletje achter uw auto - in het engels caravanning genoemd - is van huis uit een engelse vondst. Toch wordt het op het continent veel meer beoefend. Dat rijden zelf is eigenlijk te beklemmend dan dat het een genoegen mag heten; maar het stilstaan is wel een genoegen. Een bizonder genoegen, wanneer u een van die mooie onbedorven plekjes hebt gevonden, waar Brittanje zo rijk aan is.

Wilt u geen ongelukken uitlokken dan rijdt u aan de linkerkant van de weg. Inhalen gebeurt daar rechts en het heet overtaking. Op viaducten staat: think before overtaking - maar ook daarna loont het denken nog de moeite. Bij inhalen, bij voorsorteren, bij het nemen van bochten en zo voort, moet u er zich altijd van bewust blijven, dat uw staart zo'n tien meter achter uw voorbumper zit. Dat geeft wel een erg hinderlijk zelfbewustzijn - maar het hoort bij het spel van caravanning.

De kampeerterreinen in het Verenigd Koninkrijk zijn veel zeldzamer, veel goedkoper en veel minder op toerisme ingesteld dan bij ons en in Duitsland of Scandinavië. Veel terreinen zijn alleen voor stacaravans: voor vast weekendgebruik. Want de Engelsman verveelt zich op zondag en het is prettiger zich ergens in de mooie natuur te vervelen dan op een bovenhuis, zegt men. Treft u ergens een "site" voor nachtverblijf - dat is 'n camping, die voor toerisme is bedoeld zorg dan maar op tijd aanwezig te zijn: toiletten, standplaatsjes, winkeltjes, gasvoorziening zijn er wel, maar meestal te weinig en meestal te vies. Kunt u het even fixen dat u een "bathroom" in uw caravan hebt ingebouwd (en de Engelse taal verstaat onder bathroom niet alleen badhokje maar ook toilet) dan bent u volmaakt onafhankelijk en kunt desgewenst op een stadsplein, langs de grote weg of op een zijweggetje gaan staan. Ieder vindt goed dat u zijn grond voor een nacht gebruikt - mits u het vraagt. De moderne caravan is ingericht met verlichting, die u van de auto aftapt; eventueel ook met gas. Elektrische aansluiting, als in Europa, kunt u daar nog niet verwachten. Alles loopt wat achter; de kampeergemakken, maar de wetteloosheid ook. En daarom. Caravanning, kamperen, trekken veronderstelt nu eenmaal een beetje primitiviteit, een beetje terug naar de natuur, een beetje lief nemen wat de omstandigheden opleveren. Dat is juist zo verrassend: dat elke dag boeiend is. Met een variant op Multatuli zingt u 's morgens: ik weet niet waar ik slapen zal. En het is fijn wanneer vaderman, zijn wagentje vastgezet hebbende, na afloop van een zware rit, binnen een zorgende huisvrouwen een gedekte tafel aantreft. En na afloop een gespreid bedje. Want zitkamer, eetkamer, slaapkamer, keuken, badkamer en garderobe - alles is in één vertrek aanwezig. Een vertrek, waar 's morgens ook gebeden kan worden, en waar 's avonds gedankt wordt. En waar de hele bibliotheek uit een bijbeltje bestaat.

Als u de grote steden buiten beschouwing en dus buiten uw reisroute laat kunt u merken, dat de Brit bizonder hoffelijk rijdt. En voorzichtig.
U ziet dan ook opvallend weinig politie en geen imponerende roodwitte Porsche's. Ook vrijwel nooit een wrak langs de weg. Op de grote wegen treft u onophoudelijk duidelijke voorsignalen voor komende ,afsplitsingen, zodat u tijdig uw plannen kunt beramen. U weet altijd hoeveel mijl u van de volgende grote plaats af zit. Wel mijlen van 1600 meter; dus even omrekenen.

En u leest alle borden! Met onuitsprekelijke namen erop. Een plaats als Peterborough bijvoorbeeld wordt gemakshalve tot Peterbe'ro' afgekort.
De zuidelijke steden' heten een koninklijke borough; in het Noorden wordt dat bourgh tot boro - en u herkent ons burcht. Trouwens al die plaatsnamen, te gek soms om uit te spreken. Wat op ton eindigt is een town, een stad. Wat denkt u van Melkridge (melkrug?), van Low Row (lage ruzie?) en van Killbride (zeker geen moord op de bruid, want kill = kerk of kerkhof). Om van de Keltische namen maar te zwijgen als Ecclefenchan, Auchnacraig, Crianlarich en Ullapool Als u kans krijgt een boekje over het Keltisch te pakken te krijgen, dan gaat u al rijdende vertalen. Glen = dal; Ard = hoog; Na = bij; Mara = zee; Thigh = huis. Thignamara is dus: Huis aan zee; hoera, gevonden! Ardnacross is Hoogte nabij een kruising, hier nabij een doorwaadbare plaats in een rivier, een voorde dus. Zo hebben al die plaatsnamen hun betekenis. Als bij ons Amersfoort = voorde door de Eems. Het maakt uw reis zo waardevol, wanneer u er veel van opsteekt.

Dan de waarschuwingsborden als: reduce now, vaart minderen, nul Of low gear now, terugschakelen nu het nog kan. Blind summit = onoverztchtelijke helling, dus niet in den blinde inhalen. Road junction = wegsplitsing, eigenlijk samenvoeging van wegen.
En ieder plaatsje van enige betekenis heeft zijn kasteeltje, zijn mooie buitenwijken, zijn oude eikenbomen, zijn allerliefste tuintjes vol rozen; ook zijn inlichtingenkantoor, zijn bezienswaardigheden. De platte gewoonte, uit Duitsland overgekomen, dat mannen langs de weg" schaamteloos hun petite commission staan te plegen, is daar onmogelijk; eerst omdat elk plaatsje zijn public conventences heeft oftewel zijn publieke gemakken; en voort omdat elke lay-by (zijweg om te parkeren) zijn rijke bosjes met struikgewas heeft, waar Israël zich met zijn schepje in de eenzaamheid kan begeven.

Het is voor mij een mysterie, dat mensen dagen lang op één camping kunnen blijven staan te nixen. De camping moet het rustpunt zijn na een dag vol belevenissen - maar geen blijvend verblijf. Anders gezegd: het kampeerterrein is een middel, maar geen doel. Anders wordt het vervelend. Let maar op.
De kinderen vinden elkaar, al was het maar om samen te spannen tegen elke orde. De moeders gaan koken, wassen, buurten en intrigeren.
De mannen gaan - ja wat doen mannen eigenlijk, als ze niets doen? Sommige kijken naar auto's, andere kijken naar vrouwen, nog andere kijken naar beide. Die raken nooit uitgekeken. De vrouwen van rustende caravanners zijn als regel te dik, te lui en te snoepzuchtig.
Ze zijn dik omdat ze niets te doen hebben en ze kunnen niets doen omdat ze te dik zijn. Daarom blijven ze kokkerellen of op hun stoel zitten. De mannen en hun jonge zoons gedragen zich dan wat sportiever: ze laden hengels uit, zetten veel visgerei klaar, hijsen zich in regenkleding en laat nu de kat maar komen. Vangen ze niets dan is dat niet hun zorg.

De jongemeisjes zijn een apart soort. Ze bedenken boodschapjes, flaneren in hun lange, net iets te strakke broeken rond, met korte, net iets te korte truitjes aan en maken zich druk met niets te doen te hebben. Dat doen ze op een elegante wijze. Ze trekken dan ook de aandacht van de vrije trekkende jongens: mannen met baarden, geen zomen aan hun verrafelde broekjes, verwilderde haren, stapels bagage op hun rug en stevige schoenen.

Die jongens zijn meestal het sportiefst van de hele bevolking. De footpathwandering (u kunt dat toch vertalen?) is zeer in trek: van het Engelse merengebied kunnen zij honderden mijlen ver langs openbare voetpaden trekken tot voorbij Edenburg. Overal treft u het bordje: public footpath en dat is het tegenovergestelde van ons Verboden Toegang.
Het houdt namelijk de uitnodiging in, deze eeuwenoude paden, die nooit onteigend of gesloten kunnen worden, te volgen.
Er is een wandeling vanaf het Peak District tot langs de Schotse grens: 250 mijlen of 400 kilometers. Gaat u er maar aan staan. Grotendeels door woest heuvellandschap. Steeds wordt dan ook aangeraden, goed schoeisel, kompas, kaart en voedsel mee te nemen.

Wij hebben eens, zij het niet als wandelaars, een deel van die Schotse grens bezien. Want daar zit een stuk historie achter. Uit de romeinse tijd is daar het restant van een stenen muur overgebleven," die over het smalste deel van het grote eiland heeft gelopen. Naar de opdrachtgever, de romeinse keizer Hadrianus (122 n.C.) heet deze oude muur de Hadrian's wall. Tal van plaatsnamen als Wallbe en Wallsend herinneren na 1850 jaar aan de pogingen, om van het Zuiden uit de "wilde Schotten" te overmeesteren, De romeinen hebben het vier keer geprobeerd en zijn niet geslaagd. Als u nu weet, dat die muur op elke mijl een vesting had, begrijpt u in eens de naam van een restaurant dat Wallmile heet.

U zou de grote steden overslaan, zei u? Maar het geviel, dat ik door de grote stad Glasgow moest rijden. Dat is zo'n drie kwartier van intense spanning, vooruitkijken, loeren in twee uitstaande spiegels, berekenen, schakelen," stoppen, optrekken, computorising en dit alles zonder een seconde te verslappen. Al die tijd is me éénmaal een waarschuwend claxonsignaal overkomen. Een bus (nu ja, bus: het is zo'n tweeverdiepingshuis op wielen) stopte plotseling vlak" voor me.
Ik trachte er om heen op de andere file te komen, maar dreigde op dat moment een Rolls Roys te krassen. Die blafte, beschaafd maar zeer duidelijk. Die tien meter lengte achter uw voorbumper, weet u nog?

En eenmaal was er de spanning van een veerboot. Ik vroeg me af, hoe we met al ons spul de Hebriden zouden bereiken. Een stuurman kwam onze totale lengte afpassen: 28 1/2 voet, zei hij. Maar u hebt kleine voeten, probeerde ik. Ons schip is 31 voet breed, zei hij vastberaden, rijdt u maar op! Ik dacht aan dat onnozele cijfer 31, waarop ik geleerd heb niet teveel te vertrouwen. Toch reed ik, op geuniformeerd gezag. En ja hoor, die kerels kunnen je op een inch nauwkeurig binnenloodsen. Dwars over het dek, met de neus boven zee. Toen daverde het schip, want naast me werd nog even een kolossale vrachtwagen gestouwd - maar de hekken gingen dicht en we deinden de oceaan op. Saevis tranquillis in undis - maar dat is latijn en dat moet u niet te veel geloven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief