Cape May (4 - slot)
1973-09-21
- Jaargang 17
- nummer 34
Nog andere bezwaren?
De vorige keer schreven we over het bezwaar van de Amerikaanspolitieke instelling. Er werden en worden ook andere bezwaren aangevoerd.
Dr C. van der Waal heeft in zijn "Antithese of Synthese?'" 1951, gemeend te moeten waarschuwen tegen het gevaar dat binnen het samenwerkingsverband van de Internationale Raad elke kerk aangediend zal worden als een meer of mindere zuivere, ware kerk. Aldus zo vreest hij, zou de pluriformiteit een wettige plaats ontvangen ten voordele van de oecumenische vijand.
Wat daarvan te zeggen?
Dat de kerken binnen het samenwerkingsverband van de "raad" elkaar aanvaarden als kerken is juist gezien. Een oordeel over elkaars min of meer zuiver-zijn spreken ze niet uit hoewel ze wel een confessionele mening daarover hebben. De gereformeerden hebben en houden hun bezwaren tegen de Baptisten en het omgekeerde is en blijft ook zo, dat de Baptisten hun mening hebben over de gereformeerden. Zij aanvaarden elkaar als partners in het samenwerkingsverband op de grondslag waarmee allen instemmen, met omschreven werkdoelen, die ze gemeenschappelijk hebben.
De presbyterianen met hun Westminsterse belijdenisgeschriften kunnen elkaar gemakkelijker zien als min of meer, zuivere, ware kerken dan de gereformeerden met de drie Formulieren in Nederland.
Immers in de Westminsterse belijdenis wordt gezegd in art. 27 dat de algemene kerk soms meer, soms minder zichtbaar is geweest. En de bijzondere kerken die leden zijn van de algemene kerk, zijn meer of minder zuiver, naar gelang de wijze waar op de leer van het evangelie er wordt onderwezen en aangenomen, de inzettingen er worden bediend en de openbare eredienst er onderhouden wordt en onderhouden op meer of minder zuivere wijze ... De zuiverste kerken onder de hemel zijn onderworpen zowel aan vermengingen (van goed en kwaad) als aan dwaling.
Sommigen zijn zo gedegenereerd dat zij blijkbaar geen kerken van Christus meer zijn. Zoals gezegd de Amerikaanse en Engelse presbyterianen hebben het wat hun kerkbegrip aangaat, in deze ietwat gemakkelijker dan de gereformeerden van Nederland, die met het onderscheid tussen "ware" en "valse" kerk dat de Nederlandse geloofsbelijdenis ongenuanceerd schijnt te gebruiken, het niet makkelijk hebben. Wellicht moet ik schrijven, dat de gereformeerden van Nederland het zich voor een deel althans, met dat schijnbaar ongenuanceerde spreken over "waar" en "vals", gemakkelijk hebben gemaakt.
Met dit laatste bedoel ik dat men de zinsneden in art. 29 over de ware kerk niet geïsoleerd moet lezen, los van datgene wat in de Nederlandse Geloofsbelijdenis nog meer gezegd wordt over het onderwerp: de kerk. In art. 27 wordt uitgesproken dat we geloven een algemene kerk, die een heilige vergadering is van de ware Christus gelovigen d.w.z. van alle ware Christus gelovigen. Aan het eind van datzelfde artikel wordt over deze algemene kerk beleden, dat deze kerk niet gelegen (gesitueerd), gebonden, beperkt of bepaald is. in een zekere plaats ook niet gebonden aan bepaalde personen, maar dat zij verspreid en verstrooid is is door de gehele wereld; nochthans (ondanks dit feit van de verstrooiing!) is deze kerk samengevoegd en verenigd met hart en wil in één en dezelfde Geest, door de kracht des geloofs.
Bavinck heeft niet opgehouden zijn leerlingen bij te brengen, dat het eerste wat van de kerk te zeggen is, is, dat zij de vergadering van alle gelovigen, uit alle tijden, onder alle volken, in alle kerkelijke gemeenschappen is, zoals prof. Veenhof in zijn "Volk van God" onweerlegbaar en in den brede heeft aangetoond.
Bavinck heeft in zijn oratie over "De Katholiciteit van Christendom en Kerk" gezegd dat er geen algemeen christendom is boven, maar toch wel in de geloofsverdeeldheid.
Evenmin is er een kerk hoe zuiver ook die met de algemene · kerk samenvalt. Tegenover de vrees van dr Van der Waal dat de pluriformiteit een wettige plaats zou krijgen, stellen wij de vrees, dat door het zich vastleggen op de term “ware" en "valse" kerk uit art. 29 met verwaarlozing van hetgeen verder op schriftuurlijke wijze in de Nederlandse geloofsbelijdenis van de kerk wordt beleden, men het gevaar loopt zich van de Kerk van Christus in de praktijk los te scheuren als kerkelijke roepering.
Los scheuren van de kerk, van het Lichaam van Christus, is sectarisme.
Vervolgens heeft dr Van der Waal op bladzijde 219 van zijn genoemde boek er op gewezen dat men van het woord "reformatie" (del 20e eeuw) in de kringen van de Internationale Raad niet een eenzijdig gebruik moet maken alsof deze term alleen maar zou betekenen: breken met een gedegenereerd of vals !1eworden kerkelijk instituut. Reformatie betekent en moet deze betekenis houden, zich steeds reformeren op alle gebieden en onderzoeken wat de wil Gods is ten aanzien van de verschillende levensgebieden. Reformatie betekent ook openstaan voor verder onderzoek van de heilige Schriften. Bevreesd zijn voor het zich voor altijd vastleggen op bepaalde verworvenheden in theologisch of kerkelijk opzicht. Het Woord wil zeggen blijven staan naar het gevangen geven van al onze gedachten onder het Woord Gods. Met deze kritische opmerking ga ik akkoord. Ik maakte ze in het bovenstaande reeds tot de mijne.
Het derde bezwaar dat dr Van der Waal meenden te moeten noemen op genoemde bladzijde in z'n boek, zie ik niet zitten. Dat is dat de "raad" het schema van de Wereldraad zou overnemen om zèlf in 't werk van de aangesloten kerken te gaan treden door zèlf prediking en zendingswerk ter hand te gaan namen. Mij dunkt dit gevaar is niet aanwezig. Wat ik wel zie als een bezwaar is dat de Intern. Raad een politieke keuze doet zoals we in ons vorig artikel beschreven hebben. In hét doen van een politieke keuze volgt zij het spoor van de Wereldraad.
Zij kiest precies de aan die van de Wereldraad tegengestelde politiek, maar zij gaat dit doende, in principe die verkeerde weg. De keus van de Wereldraad kènnen wij langzamerhand. Bekend is het besluit van de Wereldraad om gelden beschikbaar te stellen voor de bevrijdingsbewegingen. Door dat te doen heeft zij veel sympathie gewekt in links georiënteerde kringen. In ons land waren bewegingen als "Nieuw Links" - de extreem linkse groepering binnen de Partij van de Arbeid - zeer geinteresseerd in de maatschappelijke uitspraken van de Wereldraad ná Uppsala. Bekend is de gift van 200.000 dollar die de Wereldraad in 1970 ter beschikking heeft gesteld van revolutionaire bewegingen. Opvallend was wat dr A. H. van den Heuvel, toen nog hoofd van de afdeling Jeugdzaken van de Wereldraad, nu algemeen secretaris van de Nederlandse Herv. Kerk, in een omstreeks de paasdagen van 1970 in een huis aan huis verspreid kerkelijk blad schreef:
"De kerk is merkwaardig verdeeld in verband met de opstanding.
Maar de kerk is ook verdeeld over de opstand.
Mij dunkt dat het een niet belangrijker is dan het ander.” 1)
Hieruit moge blijken hoever men in de kringen. van de Wereldraad van huis is en waarde hecht aan de z.g. structuurverandering.
Zelfs de opstanding des Heren wordt op gelijk niveau gesteld met de opstand tegen het overheidsgezag.
Ondanks dat wat in Rom. 13 staat. De politieke keus van de Wereldraad is al lang duidelijk en is voor hen die het nog niet zagen, hoe langer hoe duidelijker geworden.
Het standpunt van de Internationale Raad is extreem rechts in de Amerikaanse betekenis van dit woord d.w.z. contra-revolutionair, voor handhaving van een bestaande status-quo al is die status quo niet in overeenstemming met de eisen van het Woord Gods.
Vat ik mijn opmerkingen inzake de "raad" samen dan wijs ik er nog eens op dat de Intern. Raad een platform heeft geschapen van mondiale afmetingen, waar christelijke kerken en groeperingen die de heilige Schrift als het Woord Gods liefhebben, en willen bewaren, elkaar kunnen ontmoeten. Dit is geen geringe zaak. We moeten daar dankbaar voor zijn.
Onze kritiek richtte zich voornamelijk tegen het feit dat de "raad" evenals de Wereldraad een uitgesproken keus in de praktische politiek heeft gedaan en deze verlangt van al zijn leden. Dit is wellicht typisch Amerikaans.
Maar het gaat de bepalingen van de preambule en de constitutie te buiten.
Bovendien menen wij dat de regel van art. 30 van e kerkenorde die van Dordt - 1618 - stamt een gulden regel is voor de manier van handelen op kerkelijke samenkomsten.
Deze regel luidt: "In deze samenkomsten zullen geen andere dan kerkelijke zaken en dezelve op kerkelijke wijze behandeld worden". Natuurlijk komt bij het lezen van deze regel de vraag: wat zijn kerkelijke zaken?
Het antwoord op deze vraag hangt af van het antwoord op de vraag: wat is de taak van de kerk? De kerk beeft het Woord Gods te verkondigen dat over alle dingen, en alle mensen gaat en dat zonder aanziens des persoons. Dat is een grote .schier te grote opdracht voor gebrekkige en zondige mensen.
Daarmee moet men zich op kerkelijke vergaderingen bezighouden.
Dat raakt ook het handelen in politiek. Maar het is wat anders dan aan politiek doen, zich schikken in het gareel van een politieke partij, die altijd eigen zaak zoekt te bevoordelen en vaak met middelen die zéér aanvechtbaar zijn, en door de HERE veroordeeld worden.
1) J. A. E. Vermaat. Kerk en tegen kerk; Buyten en Schipperheijn n.v. Amsterdam, blz. 39.