MENSENROOF
1973-09-21
Ruim vijf dagen, om precies te zijn 130 uren, heeft een gevaarlijk psycopaat een viertal mensenlevens in zijn hand gehouden. De hele wereld leefde mee met de bankoverval in Stockholm. De toedracht was ongeveer als volgt.- Jaargang 17
- nummer 34
Ene Jan Erik Olsson overviel gewapend een grote bank in het hart van de stad. Hij gijzelde vier bankbeambten in de kluis. Zijn eis van drie miljoen kronen (twee miljoen gulden) werd ingewilligd. De gebruikelijke eis van een renwagen met volle benzinetank, vrije aftocht en al die andere kleinigheden werd ook toegestaan. Toch aarzelde hij.
En terecht. Want hij wist als u en ieder ander: dat inwilliging alleen een tegenzet kon zijn in een spel, dat met schaakmat diende te eindigen.
Zijn eis van een vliegtocht naar het buitenland, samen met de gijzelaars, werd dan ook niet serieus genomen - althans niet toegestaan.
Zelfs op dit punt zijn er grenzen. Wel werd toegestaan, dat een tot levenslang veroordeelde vriend van de overvaller uit het gevang werd gehaald om hem te assisteren.
Zo ging men de eerste nacht in. Het gezelschap van zes man: een gewapende partij van twee boeven en een ongewapende partij van vier onschuldige gijzelaars, bevond zich in de grote bankkluis; een ruimte van 45 vierkante meter met muren van zo'n zestig centimeter dik beton en ijzer. Het zal je slaapkamer maar zijn. Drie van de gijzelaars waren vrouwen: twee jonge meisjes en een gehuwde jonge vrouw. Haar enige beschermer was een 25-jarige mannelijke collega, die tegen de wapens van beide boeven waarschijnlijk weinig in te brengen had.
De heer Olsson (32), volgens de psychiater een gevaarlijk man, tot alles in staat; volgens zijn broer reeds twee weken tevoren van plan de slag van zijn leven te slaan of om te komen; volgens sommigen een beschaafde, vriendelijke vent; volgens een arresterende politieman een onbeschaamde man met een vreselijke vocubulaire; volgens zijn moeder van anker geslagen tengevolge van een echtscheiding; volgens politiecommissaris, die de operatie leidde, een onmenselijk creatuur, dat voor niets staat; - deze heer Olsson was gewoon op staatskosten te logeren maar had na een "vacantie" verzuimd zich op 15 augustus bij zijn "hotel" te melden en begon na een week van voorbereiding op 23 augustus zijn avontuur. Met inzet van een handvol mensenlevens.
Nu zijn we langzamerhand vertrouwd met deze situatie: dat een koelbloedig misdadiger zich verschanst achter enkele onschuldigen om zo zijn operatie uit te voeren. We schrikken er niet meer zo van als wanneer we er zelf bij betrokken waren. We hebben ergens het vertrouwen: dat de justitie wel aan het langste eind trekt en de boef tenslotte dood of levend gegrepen wordt. Het geld speelt dan geen rol meer. De ergste gevolgen van zo'n overval-met-gijzeling zijn, dat onschuldigen worden gewond of gedood.
Zo ging het tot nu toe meestal. Hoewel enige tijd geleden in Duitsland al een jonge vrouw de dood vond bij een bankoverval en in Nederland een collega van schrijver dezes werd doodgeschoten - in de meeste gevallen komen de gijzelaars, bankclienten of bankpersoneel, met de schrik vrij.
Maar we moeten wel begrijpen dat er een escalatie in deze dingen zit.
De politie neemt geen initiatieven, maar moet zich aanpassen aan de initiatieven van misdadigers. Vinden deze betere methoden, dan moet de politie hen volgen in tegenmaatregelen. De misdadiger is aan zetjustitie kan alleen tegenzetten leveren. En vandaag of morgen is het mogelijk, dat een bankovervaller inderdaad de slag van zijn leven slaat al of niet met dodelijke offers, en met de buit in veiligheid is voor justitie de juiste tegenzet gereed heeft. De Engelse justitie heeft nooit alle daders van de beruchte treinroof van jaren her kunnen grijpen. Want de ene partij heeft alle tijd om plan-met-konsekwenties te overwegen.
De andere partij wordt bij het beraden van tegenzetten massaal voor de voeten gelopen door publieke belangstelling, de pers, ongevraagde adviezen, onjuiste tips en geëmotioneerde familieleden.
Daarom kunnen we er niet op rekenen, dat elke afloop zo gunstig kan zijn als nu. Want deze keer was de afloop klassiek: de boeven gingen weer het gevang in, nu beiden voor levenslang, en de onschuldigen zijn vertroeteld in de schoot van hun families opgenomen. Maar morgen kan een man opstaan, die de fouten van Jan Erik Olsson analyseert en verbetert.
Deze man Olsson heeft vanuit zijn standpunt de zaak "knap gespeeld", zoals dat heet. Hij had voldoende assistentie van zijn vriend, zodat hij op tijd kon slapen en nadenken. Hij kon het hoofd koel houden gedurende vijf dagen en nachten. Men kon hem niet klem zetten want zou dan mensenlevens opofferen. Hij kon eisen voor een vrije aftocht stellen. Hij kon de helft van de buit pesterig verbranden: een miljoen gulden! En hij was de enige van de zes, die op eigen benen, met opgeheven hoofd, geboeid maar fluitend het bankgebouw verliet. Zij het onder geloei van de menigte.
Dan de gijzelaars. Die waren na een paar dagen aan het eind van hun weerstand en smeekten, dat hun leven gespaard mocht blijven. Het moet een vreselijke toestand zijn geweest: drie jonge vrouwen en drie mannen in een kleine ruimte, geen enkele hygiënische voorziening, nauwelijks voedsel en water nadat er gaten in het dak waren geboord, ter nauwernood enige kledingstukken en matrassen, en dit alles onder ondragelijke spanningen.
Want hoe lagen de fronten, hoe de genegenheden? Vormden de vier employé's een hechte groep? En in hoever? Was de jongeman een gehate chef of een fijne collega? Konden de drie vrouwen het vinden of lustten ze elkaar levend? Waren de twee misdadigers het in alles eens - of werd de een gebruikt door de ander? Had de ene boef zich eigenlijk liever aan de kant van de gijzelaars gesteld als hij durfde?
In elk geval (om de onzekerheden in het krachtenveld te illustreren) volgens de politie waren de jongste twee meisjes "op de hand" van de medeplichtige boef, toen ze bevrijd werden. En volgens een krant was het gehuwde vrouwtje verkracht door een der desperado's. Dit bericht kwam door nadat de meisjes hadden verklaard, dat de boeven zich als heren gedroegen!
Alle gijzelaars werden per brancard naar een ziekenhuis vervoerd.
Laten we hopen dat ze de beproeving ook psychisch goed te boven mogen komen. Zelfs het sterkste zenuwgestel is niet altijd vuurbestendig.
Bij de opleiding voor zakenmensen wordt soms een moderne harde methode gebruikt: een groep wordt samen opgesloten en moet alles uitpraten. Dat kan levenslang begrip opleveren. De karakters komen in goede en kwade kanten volledig openbaar. Defecten kunnen gezamenlijk en krachtdadig hersteld worden. Met zulk een paardemiddel-methode worden soms, soms, goede resultaten bereikt.
Maar dat ligt hier toch anders. Het samengaan is hier niet vrijwillig geweest. De normen lagen ver uiteen. De omstandigheden waren levensgevaarlijk.
En daarom is dit gedwongen samen-hokken behalve mensonterend ook psychologisch verre van begeerlijk.
Vervolgens de overheid. Die draagt het zwaard niet tevergeefs, zei Paulus, en scheen dat te beseffen. Men deed er tenminste het nodige aan.
Zowel politie als justitie als regering hebben er aan getild. De politie is toegejuicht door het publiek. Commissaris Curt Lindroth heeft dat verdiend, zo bewees prins Carl Gustav met zijn danktelegram aan deze koele klont.Justitie had voortdurend overleg met het buitenland, teneinde de modernste aanpak voor te bereiden. Tot deze aanpak behoorde een lawaai- en traangasoffensief, dat de gehele operatie, eenmaal rijp, in vijf minuten afwikkelde. Het startsein daartoe werd gegeven door de hoge autoriteiten. Het dankwoord werd in een speciale uitzending gesproken door premier Palme: "ons volk is één in grote dankbaarheid voor het schitterende werk van onze politie".
Natuurlijk heeft de politiek ook de nodige munt uit deze tragische affaire geslagen. Daar begon de hoofdpersoon mee, toen hij zei dat hij tot 16 september het wel zou kunnen uithouden. Op die datum zou namelijk een politieke verkiezing plaats vinden en het falen van de overheid zou op de stemming grote invloed kunnen hebben. En premier Palme zal, voor hij zijn juichende rede hield, wel een zucht van verlichting hebben geslaakt. Een politieke zucht namelijk.
En tenslotte wijzelf, burgers van het Avondland. Wij leven in het postchristelijke tijdperk. Hoewel alle wetten van Mozes, alle wetten van God de Heere, met voeten getreden worden, genieten rechtvaardigen en onrechtvaardigen nog steeds in de burgerlijke en strafwetgeving voorrechten, die van God geschonken zijn. Nog steeds wordt ons leven min of meer beschermd. Nog steeds is het huwelijk een (min of meer betwist) heiligdom. Nog steeds wordt de persoonlijke eigendom min of meer beveiligd. Nog altijd zijn smaad en laster strafbare zaken.
Er zijn landen in Europa, waar de zondag nog altijd beschouwd wordt als de voortzetting van de sabbath, zoals Petrus Dathenus en John Knox hun discipelen hebben geleerd. En nog altijd geldt het min of meer als onbeschaafd, de naam van de Heere God te misbruiken.
Niettemin - het is een aflopende zaak. Al de genoemde voorrechten staan op de tocht. De laatste tien jaren boden een ontstellende versnelling in de afloop. De onbeschaamdheid in het verkeer wijst erop, dat een mensenleven van geen waarde is. De onbeteugelde sexcultuur doet solide mensen twijfelen aan de mogelijkheid van een monogaam huwelijk, van een harmonisch gezinsleven. De geraffineerde methoden van geld-toeëigening worden door regeringen voorgestaan en door onderdanen grif overgenomen. Marx' uitspraak dat eigendom diefstal is - wordt vandaag vertaald met: onroerend goed is uitgestelde belastingschuld.
De perversie eindigt niet bij de mens: na het "Nader tot U" van van 't Reve staat ons nu een Skandinavische film over "Het liefdeleven van Jezus Christus" te wachten - waarbij liefde niet liefde maar erotiek betekent.
Vlieguigkapingen, bankovervallen zijn in weinige jaren verhonderdvoudigd.
Tevergeefs trachten regeringen maatregelen te nemen: ze zijn verouderd voor ze in werking treden. Mensenroof is een gewone zaak.
De mens der wetteloosheid is zo begaan met zichzelf, dat hij daar alle andere beelddragers van God voor kan opofferen.
Dit alles is een begin van het einde, zegt de Schrift. Zie toe, dat niemand zich hierdoor in de war laat brengen. Maar laten we onze hoofden opheffen en uitzien naar de dag, waarop de Zoon des mensen op de wolken verschijnt. Om recht te doen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
En om een nieuwe aarde te scheppen, waarop genade en waarheid elkaar met een kus begroeten.