Echte vrijheid
1973-10-05
• Een woordenspel - Jaargang 17
- nummer 36
Vrijheid is een vreemde zaak!
Schoolkinderen hunkeren naar vakantie - dan hoeven ze niet naar school en hebben ze vrij.
Maar àls ze vrij hebben, weten ze vaak niet wat ze moeten doen en vervelen ze zich.
Wie middelbaar of hoger onderwijs volgt zegent in gedachten de dag waarop de studie afgerond wordt met het slotexamen: nooit meer repetities, nooit meer tentamina.
Maar eenmaal in de maatschappij aangeland groeit 't heimwee naar 't goede leventje van vroeger: wat had je toen veel vrijheid ...
Jonge mensen willen trouwen.
Dan ben je aan niemand verantwoording meer schuldig. Niemand vraagt meer: waar heb je uitgehangen en niemand zegt meer: op tijd thuis zijn. Je verdiensten kun je naar eigen inzicht besteden, zonder de goed? bedoelde raad van je ouders.
Jawel - maar àls je getrouwd bent, merk je al gauw (ik spreek niet uit bittere ervaring!) hoe weinig er van die gedroomde vrijheid overblijft.
Natuurlijk - ik speel een beetje met het woord vrijheid.
Maar dat deden de joden ook. En door dat woordenspel gaapt er een steeds diepere kloof tussen Jezus en hèn. Zodat de joden snerend opmerken: zeggen wij niet terecht dat Gij een Samaritaan zijt en bezeten zijt? Terwijl Jezus hun verwijt: gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoorder van den beginne. .. (Joh. 8: 48, 44). En dat alles om dat éne woord: vrijheid (Joh. 8 : 36).
• Politieke of sociale vrijheid?
Hoe langer je over dat ene woord "vrijheid" nadenkt, hoe moeilijker het wordt.
In 1945 werden we bevrijd - en we verzeilden in een "koude oorlog" ... Anno 1973 zijn we vrij maar tienduizenden demonstreren en protesteren omdat ze h.i. niet vrij genoeg zijn. 't Is precies zoals Van Randwijk in zijn laatste artikel schreef: " ... en dat is juist wat ik niet weet en wat ook niet meer gezegd behoeft te worden, wat vrijheid is, en wat vrijheid zijn moet."
Nooit zullen we die knoop ontwarren als we Jezus niet aanhoren en met Hem meedenken. Hij was 't die begon te spreken over "bevrijding" (vs 32). Hij belóóft hun die.
Op de één of andere manier waren de joden er wel achter, dat het niet om een politieke vrijheid ging. Waarschijnlijk o.g.v. het raadselachtige "de waarheid zal u vrijmaken". Tenslotte waren ze in politieke zin allerminst vrij: de romeinse bezetting had hun vrijheid op allerlei punten aan banden gelegd. Ze waren bezét gebied. Gretig gaan ze in op Jezus' woorden... gretig om Hem tegen te spreken! Spreekt hieruit nationale trots? Wat voor zin hebben hun woorden? In elk geval voeren zij aan: wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest ... hoe zegt Gij dan: gij zult vrij worden?
Men heeft wel gezegd: in hun trots vergaten zij een belangrijk stuk van de geschiedenis. .. Egypte, Babel etc. Waarna geconcludeerd wordt: vrijheid wordt verstaan als sociale vrijheid, dus i.t.t. slavernij. Waarbij te denken valt aan Paulus' betoog in Gal. 4 : 21-31.
Misschien. In elk geval hebben deze joden toch ook regelmatig het begin van de verbondswoorden gehoord: Ik ben Jahweh ... die u uit het slavenhuis geleid heb ...
• Religieuze vrijheid!
't Zit hem dus vast on het "wij zijn Abrahams nageslacht". Hebben ze aan Izaäk-Imaël en dus Sara-Hagar gedacht? Of zonder meer aan Abraham, de vrije herdersvorst, de onafhankelijke koning?
Verschillende rabbijnen spreken in elk geval de mening uit, dat alle Israëlieten koningszonen zijn.
Hoe dan ook: hun afstamming bepaalt hun status: vrijen. Dat waren ze en dat bleven ze. Zelfs de slavernij in Egypte, de ballingschap in Babel, de bezetting door Rome kan daar niets aan af doen.
De àfkomst telt alleen - al zal daar nauw mee verbonden zijn de zekerheid dat zij het enige volk zijn waarmee God via Abraham zijn verbond sloot. Vrijheid in religieuze zin dus.
Maar mogen zij daar al even aan denken - Jezus nog des te meer.
Hij denkt - en predikt - in andere categorien. En maakt de begrippen onaanvechtbaar en voor enerlei uitleg vatbaar.
Kort en goed geeft Hij uitleg: een ieder die de zonde doet, is een slaaf der zonde.
Het gaat Hem inderdaad om religieuze vrijheid. Die wordt ten diepste niet bepaald door afkomst en deelgenoot zijn van het verbond met God zonder meer.
Jezus haalt er de zonde bij. Dié typeert de mens als slaaf, n.l. als hij de zonde doet, als de zonde zijn levenselement, zijn lust en zijn leven is (i.t.t. de waarheid doen, 3 : 21).
• Bevrijding noodzakelijk
Dat geeft een praktische consequentie.
Al voelt de Israëliet zich nog zo thuis: de slaaf blijft niet voorgoed in het huis, de zóón blijft er voorgoed.
En dat brengt de onmiskenbare noodzaak met zich mee van bevrijding, zelfs voor Israëlieten: wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij (pas) wérkelijk vrij zijn ... De Zoon promoveert slaven tot zonen!
De context is griezelig in zijn climax: ' eerst: geen zonen maar slaven dan: niet Abraham als vader maar een ander tenslotte: niet God als Vader maar de duivel ...
Ze horen niet "thuis" bij Abraham, bij God, maar bij de duivel - en dan nog als slaven. Bevrijding is alleen te wachten van de Zóón (dat zijn zij zelf niet). Wat een degradatie!
Toch worden alleen zó woorden als "vrijheid" transparant. En dat voor mensen die in Hem geloofden (vs 30, 31). Ze zullen nog veel meer moeten geloven ...
Wie is zoon? Die de wáárheid doet: Jezus.
Die is slaaf? Die de zonde doet.
Wanneer ben je geen slaaf meer?
Als je van de zónde bevrijd bent, de zonde geen "heer en meester" meer over je is. Iemand moet je vrijmaken: daar ben Ik voor gekomen, leert Jezus z'n verbijsterde toehoorders.
Maar dan breekt ook werkelijk de vrijheid aan.
Dáár ligt de kern van het probleem: wat is vrijheid?
• De machteloosheid overwonnen
Dé vrijheid werd niet gebracht door 1945 of een ander gedenkwaardig jaartal. Dat blijkt. Is de wereld er op vooruit gegaan sinds bijv. 1945?
Is er echt vrede en recht (Ps. 85, 72) gekomen?
De vraag stellen is antwoord geven.
We zien een griezelige ontwikkeling van pseudo-vrijheid: ontsporing op allerlei gebied, machteloze protesten tegen oorlog, honger, uitbuiting, taboe's.
Aanvankelijk kenden we de economische boycot, uitgevoerd door (verenigde) naties. De enkeling waande zich machteloos, geconfronteerd als hij was met wereldellende, tot- ook hij zijn kans zag en greep: consumentenboycot.
Maar tegenover twee artikelen die het doelwit werden, staan er tweehonderd - even besmet. En dus is het gevoel van machteloosheid alleen maar groter geworden.
.. Eén ding wordt steeds duidelijker: we zijn niets opgeschoten, vanaf de Dam tot aan Vietnam.
Terecht wordt de vraag gesteld: hebben al die jonge mensen hiervoor hun leven gegeven?
Maar Jezus heeft zijn leven gegeven om het probleem in de kern te raken en op te lossen: de zónde - zolang die heerst, komt er geen einde aan de slavernij en verslaving, met alle gevolgen voor de slaaf ...
Daarom spreekt Jezus over werkelijk vrij zijn.
Dat geldt (nu) levende mensen. Er komt iets koninklijks in hun leven.
Hun lust en leven is de waarheid doen. In Gods Koninkrijk beginnen, vrede, recht en vrijheid zich te laten gelden.
Wie bijvoorbeeld zijn schuldenaar vergeving schenkt, laat iets zien van zijn vrijheid. Hij is niet meer "bezeten" van wrok en wraakzucht: hij kan zich vrij opstellen tegenover zijn naaste.
Het leven van christenen overziende, mag Jezus terecht de vraag stellen: heb Ik hiervoor mijn leven gegeven?
Gelukkig ieder mens, die daar van harte "ja" op kan zeggen!