Verloren vrede

1973-10-05
  • Jaargang 17
  • nummer 36
Wie het woord vrede gebruikt, weet dat hij een veelbetekenend woord uitspreekt. De zaak, die hiermee aangeduid wordt, houdt velen bezig. Het is een ideaal, dat vóór ons ligt. De wereld hunkert naar vrede.
Oorlogen zijn gewonnen, ook de laatste, maar velen zijn van overtuiging dat de vrede niet gewonnen is, maar veeleer verloren.
Daarom moet er wat gedáán!
Er wordt gesproken over vrede.
Desnoods, met alle geweld. Die zàl er komen. We kennen vandaag vredes-bewegingen, sjalomgroepen (sjalom is het Hebreeuwse woord voor vrede). En de vredesoproepen en vredeskranten en vredespamfletten ontvangen we.
Want men beseft het heel goed: wij leven in een wereld van onvrede.
Als "de wapenen zwijgen" is dat nog geen bewijs dat er vrede is.

Daarom houdt het thema: vrede zovelen bezig.
Belangrijke mensen hebben over de vrede gesproken en zich voor de vrede ingezet.
De vermoorde President J. F. Kennedy heeft in een grote rede in 1967 over de vrede o.a. dit gezegd:

"Er is geen enkele, eenvoudige sleutel tot deze vrede, geen grote of machtige formule, die door één of twee mogendheden kan worden toegepast. Echte vrede moet het product zijn van vele naties, de som van veel daden. Hij moet dynamisch zijn, niet statisch. veranderlijk om aan de eisen te beantwoorden die iedere nieuwe generatie stelt. Want vrede is een proces, een man ier om problemen op te lossen."
Hij heeft het duidelijk gesteld: deze verder te bereiken, is een zaak van de mensen zelf. Dat kunnen wij. Dat moeten wij.
"Laat ons onze houding herzien tegenover de vrede zelf.
Te velen van ons denken dat dit onmogelijk is. Wij hoeven deze opvatting niet te aanvaarden.
Onze problemen zijn van mensenhand; daarom kunnen zij ook door mensen worden opgelost. De mens kan zo groot zijn als hij verkiest te zijn.
Geen probleem van menselijk lot is buiten het bereik van menselijke wezens ... Ik ontken niet de waarde van verwachtingen en dromen. Maar wij wekken ontmoediging en ongeloof, door deze tot onze enige en onmiddellijke doeleinden te maken"

En de tegenwoordige paus Paulus VI heeft in zijn in 1965 gehouden toespraak tot de algemene vergadering van de UNO o.a. dit gezegd:

" ... En nu zijn wij aan het voornaamste punt van onze boodschap gekomen ... Het is het woord dat gij van ons verwacht en dat wij niet kunnen uitspreken zonder ons bewust te zijn van zijn diepe ernst: nooit meer de één tegen de ander, nooit, nooit meer! ... Het is de vrede, de vrede die het lot der volken en dat van de hele mensheid moet bepalen."

Achter al deze woorden staat de drang van het weten: "als wij geen andere wegen dan oorlog vinden om onze menselijke problemen op te lossen, verwoesten wij de toekomst van onszelf en voor onze kinderen."
(Internationaal Comité voor het geweten inzake Vietnam.
23-1-1966).

Daarom bestudeert men de oorzaken van het ontbreken van vrede en verzamelt men de voorwaarden voor de vrede, om intussen de mentaliteit van de mensen, te beginnen bij de kinderen, te veranderen, want zal er ooit vrede komen, dan moet het nu. in onze tijd.
Daarom moet er verandering in mentaliteit komen. Kort geleden werd het nog geschreven:

"De vraag "oorlog of vrede" hangt nu en in de toekomst voor een belangrijk deel af van de vraag of de mens er (via een fundamentele vernieuwing van zijn sociale opvoedingstechnieken) in slagen zal zijn denk- en gedragspatronen aan de huidige levensomstandigheden (atoombom, technologische ontwikkeling, mondiale afhankelijkheid) aan te passen.
Meer dan op iets anders dient de opvoeding gericht te zijn op de vorming van een nieuw, bij de huidige omstandigheden passend mensentype."
(Oecumenisch critisch pamflet, maart 1973).

Bij de mensen die zich zo, met alle geweld, willen inzetten voor de vrede, zijn er ook die het woord evangelie gebruiken en die zich uit religieuze motieven inzetten voor deze vrede.
We willen daarom vandaag met elkaar proberen iets te zien van wat de bijbel over vrede zegt.
Dan kunnen we van dat weten uit onze houding leren bepalen (gemakkelijk is dat niet altijd) tegenover de vele stemmen die tot ons komen en die om onze instemming vragen en onze inzet verwachten.
Wat is vrede?
Er is in de geschiedenis van het christendom gesteld dat vrede zou zijn: een zaak van het innerlijk, een rust. een kalmte van het menselijk hart: vrede tussen God en de ziel.
Dat moeten we zonder meer een ontsporende verarming en mistekening van het bijbelse vredebegrip noemen.
Dergelijke ontsporingen zijn er jammer genoeg te vinden en aan te wijzen in de geschiedenis van de Christelijke kerk. Van de kerkvader Augustinus is bekend dat hij onderscheid maakte tussen: een eeuwige hemelse vrede van de ziel met God èn een aarde vrede, een pax terrena.
Misschien is deze gedachtengang wel mede oorzaak geweest van die uit later tijd toen men zei: er is een mystieke vrede van de ziel met God, "ontheven aan de tijd", èn er is een aardse vrede, die met wapenen moet worden gehandhaafd en hersteld.
Men stelt wel twee mogelijkheden, maar het gáát zulken eigenlijk alleen om die eerste vrede, die zalige visie van God, die rust in God.
Ik stelde al: dat zijn ontsporingen geweest.
En ieder die ons vandaag komt vertellen dat vrede wel-stand en wel-zijn van enkeling en volk betekent.
kan dat onmiddellijk toegegeven krijgen, Inderdaad: de bijbel zegt niet, dat vrede allereerst een ziele-toestand is, een zaak van gevoel, van geluk en bevredigdheid.

Vrede is: dat alle dingen op orde staan, dat er veiligheid is en geen gevaar, dat de dreiging ontbreekt, dat het leven zich kan ontwikkelen, dat de verhoudingen tussen enkelingen en volken gestabiliseerd zijn.
Een situatie dus waarin de mensen kunnen zaaien en oogsten, bouwen en van de schepping genieten, de vruchten van hun werk kunnen eten en daarin niet bedreigd of verhinderd worden.
De profetie van Micha geeft een tekening: "Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen en zijn zullen de oorlog niet meer leren. Maar zij zullen zitten ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat i e m a n d hen o p s c h r i k t ." (Micha 4 : 3, 4).
Dat is een bijbelse tekening van de vredes-toestand.


Alleen maar ... dan zijn we er nog niet. Want we kunnen niet zeggen: dat is dus vrede, dus: de krachten inspannen, alle mogelijkheden benutten en wij gaan die vrede maken, s c h e p p e n, bewerken.
Vrede is namelijk nooit en te nimmer los te maken van een kader, waarin die vrede beleefd wordt, nooit los te maken van een verbond: want vrede is de toestand van samenleven tussen partijen die verbonden zijn, mensen of volken.
Vrede en Verbond horen bij elkaar.
En in een verbond is de normale toestand: vrede. De bijbel spreekt wel over: vrede-verbond. Als ieder zich houdt aan de afspraken, als ieder trouw is, dan is er vrede, dan is er geen dreiging, geen gevaar, maar veiligheid en wel-zijn.
Zulk een verbond maakte God met de mens. Met Abraham, met Israël. Hij beloofde vrede. Dat zou er zijn als beide partijen zich hielden aan de afspraken: dan is er sjalom.
Dat vertelt de thora, de wet, de verbondsafspraak, dat herhalen de profeten, de knechten van God.
God geeft vrede. Het heil dat Hij wegschenkt en belooft aan mensen, is vrede. Hij heeft immers een verbond gemaakt. Hij heeft zichzelf gebonden. Hij bewaart het verbond. Hij zal zijn afspraken nimmer krenken maar eeuwig dat verbond gedenken.
Het wordt zo duidelijk gesteld in Lev. 26: 6 v.v.: "Indien gij in mijn inzettingen wandelt en mijn geboden nauwkeurig in acht neemt, dan zal Ik u te rechter tijd uw regens geven zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt: de dorstijd zal bij u duren tot de wijnoogst en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood eten tot verzadiging en veilig in uw land wanen, EN IK ZAL VREDE IN HET LAND GEVEN, zodat gij nederliggen zult zonder dat iemand u opschrikt: Ik zal de wilde dieren uit het land uitroeien en het zwaard zal uw land niet teisteren."

En datzelfde wordt in negatieve zin herhaald kart vaar de intocht in het beloofde land in Deut. 18 : 18 v.v.:

"Laat er daarom ander u geen man af vrouw, geen geslacht af stam zijn, wier hart zich nu van de HERE, onze God, afwendt om de gaden dezer valken te gaan dienen; laat er ander u geen wartel zijn, die gif of alsem voortbrengt. Maar als iemand bij het haren van deze vervloekingen meent, dat hij gezegend zal blijven en zegt: Ik zal vrede hebben, wanneer ik in de verstoktheid van mijn hart wandel - waardoor hij verdeling brengt zowel over het bevloeide als over het dorre land - dan zal de HERE die man niet willen vergeven, maar zullen de toorn en de ijver des HEREN tegen hem branden."

Daarom moeten we dit zeggen: de vrede van enkeling en valk wordt altijd bepaald door de verhouding tot God, de Schepper en Verbondsgod.
Er kàn eenvoudig geen vrede zijn, als er vijandschap is tegen God, als de Schepper miskend wordt, als het verband kapot gemaakt is, als de afspraken gebroken zijn.
Dat vindt U averal in de bijbel, in de wet, in de psalmen, in de profeten: er is geen vrede, zo klagen de dichters soms, maar ze weten wel hoe het kamt: het is vanwege de zonde. (Vergelijk ps. 38).
Als het valk zich niet houdt aan afspraken, de waarden van het verbond, dat de HERE maakte, dan is er geen vrede, geen veiligheid, geen wel-varen: dan moet het spaak lopen, en dat gebeurt dan ook; niet één keer, niet twee keer, maar tien keer. Steeds opnieuw.

Dat vergat Gods valk steeds weer. Dat negeerde het. Tot ze met de neus op de feiten werden gedrukt. Tat ze vroegen: Waarom doet God het zo?
En dan stuurde God profeten: daarover hebben ze gesproken.
Naar dat verbond steeds weer teruggeroepen.
Ze hebben gezegd: het eerste wat gebeuren moei is dit: terugkomen tot de HERE.
Volg Hem. Doe zijn waarden.
Dan kamt het andere. En ze hebben, gedreven door de Geest van God de moed gehad de diepe oorzaak van de on-vrede en ellende aan te wijzen: omdat het verband kapot gemaakt was, omdat ze niet de sabbat van de HERE hielden, omdat ze de afspraken niet nakwamen, daarom is er geen vrede.
Die echte, die ware vrede is de inzet van de worsteling om het hart van Gods volk, met name in de dagen van Jeremia en Ezechiël.
Deze beide profeten hebben te maken gehad met mensen die zich ook profeten noemden, aak Godsgezanten wilden zijn maar die de mensen wat op de mauw speldden, die hen wat wijs maakten, die een vrede voorspiegelden die vrede profeteerden, maar het waren geen echte, geen gezonden profeten. Ze spraken uit hun eigen hart en uit eigen denken, OMDAT ZE GEEN OOG HADDEN VOOR GODS RECHTEN in het verband.
Jeremia spreekt er van in hoofdstuk 6 (ook in cap. 14 en 29). Er zijn mensen die wel zien dat het fout is bij het valk van God, maar die daar een zalfje overheen strijken, die wel weten dat alleen een diepe en scherpe operatie redding kan brengen, maar die het allemaal ap het gemakkelijkst genezen met de waarden:

vrede, vrede, terwijl er geen vrede is, vers 15. En even verder preekt de profeet het in naam van zijn Zender uit: “Hoor, gij aarde zie, Ik breng onheil over dit valk, de vrucht van hun eigen overleggingen, want zij luisteren niet naar mijn woorden en mijn wet verwerpen zij." vs. 19. In hoofdstuk 29 wordt het opnieuw duidelijk gezegd: "Laten uw profeten die in uw midden zijn en uw waarzeggers u niet misleiden en luistert niet naar uw dromers, die gij laat dromen: want zij profeteren u vals in mijn naam; IK HEB HEN NIET GEZONDEN" (vs. 8, 9).

Daarom is er maar één weg tot de vrede, één weg om de verloren vrede terug te winnen: dat is de weg van het verband. Terug tot God.
Terug tot Hem die tra uw blijft, ondanks onze ontrouw, Om die vrede te hervinden moe ten volk en enkeling de weg terug.
De weg van de meeste weerstand: de weg van de ommekeer naar de Machtige en Zijn gerechtigheid.
Want wij zijn het niet die de verloren vrede kunnen terugbrengen met onze inspanning. Dat doet de HERE, de God van het verbond.
Vrede maken, dat doet Hij en Hij alléén.
En wij worden opgeroepen terug te keren tot Hem en zijn rechten.
Dan pas zal er opnieuw vrede zijn.
Of, om het met de woorden van Jeremia te zeggen: "Want Ik weet, welke gedachten Ik over U koester, luidt het woord des HEREN, gedachten van v red e en niet van onheil, om U een hoopvolle toekomst te geven. Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden en Ik zal naar u horen; dan zult gij Mij zoeken en vinden wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart. Dan zal Ik Mij door u laten vinden, luidt het woord des HEREN en in uw lot een keer brengen; dan zal Ik u verzamelen uit alle volken en van alle plaatsen waarheen Ik u verstoten heb, luidt het woord des HEREN en u terugbrengen naar de plaats vanwaar Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren." (Jer. 29 : 11-14).
Zo trekt God hun ogen en hun hoop naar de toekomst: Hij zal een nieuwe toekomst maken: Hij zal vrede maken, en Hij roept hen terug te keren tot de oude paden, de paden door God aangelegd in de afspraken van het verbond.
De grote belofte voor de toekomst is er voor dat volk: er komt een vrede-rijk, er komt een Vredekoning.
Hij verschijnt die Vredevorst heten zal. Want het verbond wordt hersteld: een nieuw verbond. God zelf zal verzoening doen over de vijandschap, over de schendingen, over de ontrouw, over de ongerechtigheid.

En daarom zingen de engelen in de kerstnacht: Eerst: Ere zij God in de hoge. Hij doet het. Daarna: vrede op aarbij bij (in) mensen van het welbehagen.
Onze vrede is Christus. (Ef. 2 : 14).
Hij heeft de vijandschap tegen God en zijn rechten, de vervreemding van God en het verbond en de vrede, gedragen in zijn eigen lichaam.
Hij heeft de muur die scheiding maakte weggebroken.
Hij deed dat door "in zichzelf vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen en de twee, tot één lichaam verbonden weer met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.
En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u die veraf waart en vrede aan hen die dichtbij waren."
(Ef. 2 : 15, 16, 17).
Daarom horen deze drie V's bij elkaar: vrede, verbond en verzoening.
"God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende" (2 Cor. 5 : 19).
Daarom kunnen we zeggen: "Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus." Rom. 5 : 1.
Wij hebben vrede, Met God.
Zeker, het is waar: we leven in een wereld van onvrede, van haat en geweld en onrecht en oorlog en vijandschap.
Maar wie deze herstelde vrede kent zal een verkondiger van die vrede worden. In diens eigen hart en leven zal alles weer op orde komen; de chaos zal er verdwijnen, de harmonie herkregen zijn en die mens zal uit die vrede gaan leven: met zijn vrouw, met zijn kinderen, in zijn gezin, in de kerk en in zijn maatschappelijk leven, in de omgang met anderen.
Deze vrede zal hart en leven tot een eenheid brengen. En dat moet de kerk, de gemeente van Christus tonen. Dan zullen allen die waarachtig deze vrede door het offer van het kruis aanvaard nebben, moeten tonen dat het kruis niet ijdel is. Dat er kracht van uitgaat.
Dan zullen we er aan moeten werken dat ook tussen mensen die bij elkaar horen, omdat ze van Christus zijn, tussen kerken die Christus' lichaam niet gedeeld mogen laten, zijn in deze wereld, de vijandschap verdwijnen gaat, dan moeten de misverstanden opgeruimd, dan moet de schuld beleden.
Want al het doen en laten van hen die de vrede, die alle verstand te boven gaat gebonden hebben, zal vol mogen zijn van die vrede.
"Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden." Matth. 5: 9.
Onze roeping is terug te keren èn terug te roepen tot de God des vredes en tot zijn gerechtigheid.
We hebben te belijden en te beleven dat Hij zijn rechten gelden laat op allen die zijn schepselen zijn.
Dat terugroepen en zelf terugkeren tot deze God des vredes bedoelt de Hebreeén-brief in hoofdstuk 12: 14: Jaagt naar vrede ...
met allen.
Zulke mensen leven en zien uit naar de vrede die komt. Niet door de vorming van een nieuw mensentype, niet door het omturnen van mensen, door het omvormen van het denken der mensen (deze vrede gaat alle verstand te boven, Fil. 4 : 7), maar doordat deze God alles nieuw gaat maken.
Het vrede-rijk komt, want de Vrede-vorst komt weer. Dan zal niemand meer leed doen noch verderf brengen, omdat,... zij allen de HERE kennen. Omdat allen gebogen hebben voor Hem die de Heer is, omdat allen belijden dat Hij het is, die éne naam.
Want dan is de vijandschap volkomen verdwenen, omdat die grote tegenstander weg is.
"De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden." (Rom. 16: 20a).
Dan is de bedreiging weg: de poorten van de stad staan open.
Dan verkeert de leeuw met het lam en het kind met een adder.
Dan zijn de tranen weg.
Van die vrede zullen genieten allen die geschreven stonden in het levensboek van het Lam.
Het Lam dat de zonde der wereld wegnam en daardoor de vrede maakte, het verbond herstelde: onze Middelaar, onze Vredevorst.
Vraagt gij zijn naam, zo weet dat Hij de Christus heet, Gods eengeboren Zoon, verwinnaar van de troon, de zege is Hem beschoren.
Ik dank U.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief