Pasen met de dood voor ogen

2013-03-23
  • Jaargang 57
  • nummer 6
Goede Vrijdag en Pasen! Wat gebeurde er veel in die drie dagen: verraad, onrecht, mishandeling en de marteldood. En dan verschijnt de opgestane Heer in een ongekende nieuwheid, waarover tot op vandaag gezongen wordt. Maar hoe dichtbij komt het Evangelie van de gekruisigde en opgestane Heer als je alleen verder moet of als de dood dreigend dichtbij lijkt? Een gesprek met Teun Petrusma en Heleen Griffioen.

Teun Petrusma verloor zijn Henny ruim drie jaar geleden. Het zat niet goed met de lever en de krachten namen snel af. Na een paar maanden wachtte al het afscheid, waarna het leven voor Teun in alle opzichten anders werd.
Heleen Griffioen is inmiddels tien jaar verder na het moment waarop voor de eerste keer borstkanker werd vastgesteld. Ze heeft zich, ondanks het herhaaldelijk terugkomen van de ziekte, in die tien jaar bedrieglijk gezond gevoeld. Maar nu zijn er uitzaaiingen, waardoor (menselijk gesproken) genezing niet meer mogelijk is.

Hier en nu
Heleen steekt meteen van wal: ‘Ik voel me soms wel eenzaam, vooral in de onzekerheid over hoe lang ik nog zal leven. Dan valt natuurlijk op dat mensen om me heen heel sterk gericht zijn op het hier en nu. Ook christenen, dat maakt niet eens zo veel verschil. Je merkt het bijvoorbeeld als er in christelijke kring gebeden wordt om genezing. Dan klinkt vooral door dat je hier en nu zo nodig bent en niet gemist kunt worden. Dat is niet vreemd, maar je merkt wel hoe moeilijk het is om te erkennen dat er gebrokenheid, lijden en ziekte is, die hier en nu niet wordt geheeld.’ Teun hoort het ‘hier en nu’ terug in de clip van het Humanistisch Verbond: ‘Wij geloven in een leven vóór de dood.’ Teun lacht even: ‘Als ik dat hoor, dan denk ik: yes, dat doe ik ook.
Want ik geniet ondanks alles ook van het leven vóór de dood. Zo is het ook door God gegeven. Maar voor mij is het niet het één en het al. En voor Henny, mijn vrouw, was dat ook zo.
Zij kon echt genieten, ondanks de depressies waar ze aan leed en chronische vermoeidheid. Maar ook zij leefde
tegelijk sterk gericht op wat komen zou.’

Auto-ongeluk
Heleen maakt even de switch naar de tijd dat ze in Kenia woonde en werkte, zo’n twintig jaar geleden. ‘Ik heb daar dagelijks mensen gezien, die in mijn ogen in een hopeloze situatie verkeerden, zonder veel uitzicht dat het beter zou worden. Niks “hier en nu” ! En toch waren ze niet hopeloos, maar leefden hun schamel bestaan dankbaar en vaak opgewekt. Dat werd niet in de laatste plaats gevoed door het besef dat hun leven open was naar Gods eeuwigheid.’ Die leefwijze maakte op Heleen blijvende indruk. En het hielp haar ook toen ze zelf een ernstig auto-ongeluk kreeg en een tijd op het randje van de dood lag. ‘Ik heb toen heel direct ervaren dat God te vertrouwen is en dat Hij alle dingen doet meewerken ten goede voor wie op Hem vertrouwen.
Daarin bemoedigden Afrikaanse christenen me ook.’ Wonder boven wonder hield ze aan het ongeluk weinig over. Ze trouwde en kreeg eind jaren negentig drie kinderen. En toen stak die ziekte de kop op.
Wat ze in Afrika had meegemaakt, hielp daar toen bij. ‘Ik heb gemerkt dat God me in zekere zin voorbereidt op fases van onzekerheid en lijden, vanuit eerdere momenten waarop Hij liet merken: “Ik ben er”. Toen ik dat ongeluk kreeg, kon ik bouwen op het moment waarop ik naar Kenia was vertrokken en alles achterliet. Daarin was God zo nabij geweest. Dat hielp me om op God te vertrouwen in die lange periode van herstel. En zo trek ik me nu ook op aan die eerdere momenten van Gods nabijheid.’ Heleen ontkent niet dat de aanvechting er soms is. Iets van: zou het allemaal wel waar zijn? Ze loopt er ook niet voor weg, maar zet er de kostbare ervaringen die ze in het leven met God opdeed tegenover. ‘Wat ik daarbij zo mooi vind, is dat het zo verbonden is met wat ik in de Bijbel ontvang. Bijvoorbeeld dat van Jezus wordt gezegd dat Hij uit het lijden de gehoorzaamheid heeft geleerd (Hebreeën 5). Moeilijke omstandigheden waren voor de Heer een leerproces in vertrouwen. En zo ervaar ik het ook.
Mijn bijbellezen is door die verbinding met mijn persoonlijke ervaringen ook veel levendiger geworden.’ Teun herkent de aanvechting. ‘De gedachte “zou het allemaal geen onzin zijn, God en eeuwig leven” komt wel eens in me op, maar ik blijf er gelukkig niet in hangen. En dat komt voor een belangrijk deel door de ervaring van die maanden van Henny’s ziekte.
Toen werd voor mij zo werkelijk dat God er echt is. Zoals het voor Job was. Hij kende God wel, maar door lijden heen werd dat zoveel reëler.
Zo’n soort ervaring had ik ook in die laatste drie maanden met Henny. Die ervaring blijft overeind, ook in de
aanvechting!’

Heerlijke momenten
Teun vertelt dat het een grote schok was, toen ze ruim drie jaar geleden hoorden dat Henny in weken, misschien maanden moest rekenen. Maar die betrekkelijk korte tijd koestert Teun als een kostbare herinnering.
‘Terugkijkend was het heel waardevol dat we ons samen konden voorbereiden op het einde. Ook heel concreet: wat er op de rouwkaart zou komen en de liederen voor de dienst.’ Soms zijn de herinneringen heel tastbaar.
Zo las Henny in een bepaalde tijd één voor één alle psalmen door en schreef de psalm vervolgens in eigen woorden op in een schrift. ‘Dat is voor mij een prachtig bezit, waar ik geregeld in lees. Hartverwarmend!’ Op zulke momenten is Henny voor Teun heel dichtbij. Hij zoekt dat ook bewust en op allerlei manieren. ‘Ik ga elke week naar het graf en dat is voor mij een rustmoment in de week. Echt waardevol en eigenlijk niet verdrietig.
Ik had nooit van mezelf verwacht dat ik dat zou gaan doen. Niks voor mij, zou ik vier jaar geleden gezegd hebben.
Op Henny’s verjaardag en ook op de dag van haar begrafenis ga ik altijd met de kinderen en kleinkinderen naar het graf. Daar spreek ik een gebed uit en zijn we samen even stil.
Heel waardevol. En daarna gaan we pannenkoeken eten. Dat zijn heerlijke momenten.’ Al gaat het gemis daarmee niet weg.
Ergens heeft zijn leven iets gekregen van de stille zaterdag. Zo wordt Teun kort voor Pasen 70 jaar. ‘Dan gaan we een weekend weg met de kinderen en kleinkinderen, met zijn negenen.
Maar ik heb wel een bungalow gehuurd voor tien mensen. Eén stoel blijft leeg.’ Teun bekent dat hij wel heel graag eens even om een hoekje zou willen kijken. ‘Even bijpraten met Henny, ook over mijn kinderen en kleinkinderen.
Er is zoveel gebeurd. Mijn dochter is getrouwd en wat had Henny dat graag meegemaakt. En dat ik vorig jaar zelf ook ziek ben geworden (een soort lymfeklierkanker), zou ik ook heel graag met Henny willen delen. Want ook al is het zo dat ik met die ziekte wel 90 kan worden, het kan ook ineens in een agressieve vorm overgaan. Dat maakt
onzeker. Maar misschien zou ze dan wel zeggen: o joh, dat weet ik allemaal allang.’

Eigen gezin
Zijn eenzaamheid en onzekerheid, ziekte en dood wel te delen met anderen, vraag ik. Heleen: ‘Ik merk dat het veel openingen geeft voor gesprek, zowel met christenen als niet-christenen.
Misschien is het nog wel het moeilijkste om het in alle openheid te delen met je eigen gezin, al lukt dat soms ook wel.’ Teun heeft heel bijzondere herinneringen aan een paar mensen van de gebedskring. Die kwamen op een gegeven moment naar het ziekenhuis, toen Teun daar om vroeg, en baden samen met Teun en Henny. Ook de momenten waarop tijdens de ziekteperiode thuis het avondmaal werd gevierd en de ziekenzalving werd gegeven, waren hele indringende momenten. ‘Henny deed gewoon mee, haast alsof er niets aan de hand was.’

Dealen
Komt Goede Vrijdag ook dichterbij door eigen lijden en eenzaamheid? Of juist de glans van de Paasmorgen? Dat is niet zo duidelijk. ‘Zo’n woord dat Jezus onze ziekte op zich heeft genomen, dat komt voor mij heel dichtbij’, zegt Heleen. ‘Of dat Hij kan meevoelen met onze zwakheden. Ik realiseer me ook dat Jezus zijn hele leven geleden heeft aan het onrecht, het lijden van anderen, de onzuiverheid en nog veel meer.’ Teun ziet ook een kant aan Jezus’ lijden, zoals de Godverlatenheid, waar je je maar weinig bij kunt voorstellen en wat niet direct in lijn ligt met je eigen lijden en onzekerheid. Hij voegt daaraan toe dat de dagen van Goede Vrijdag en Pasen bij hem vaak herinneringen oproepen aan wat Henny in liturgisch opzicht deed in de gemeente. En de schilderijen die ze maakte.
Het bijzondere van Jezus’ lijden en dood is het immens heilzame, en dat wereldwijd. Als het ergens zo is dat God de dingen doet meewerken ten goede, dan daar wel. Maar Teun kan er weinig mee als mensen over lijden en dood in het hier en nu zeggen dat ‘het wel ergens goed voor zal zijn’. Of dat ‘God er wel een bedoeling mee zal hebben’. Dat is hem te snel en te gemakkelijk. ‘Ik denk dat er dingen zijn die nergens goed voor zijn: zonde, onzinnig lijden. We zullen daarmee moeten dealen. Maak er maar geen systeem van, denk ik dan. We lopen hier aan onze kant gewoon aan tegen veel onvolmaaktheid. Dingen die bij toeval gebeuren. “Tijd en toeval treft hen allen”, zegt de Prediker. Dat is iets van de vergankelijkheid waaraan deze wereld onderworpen is. Dat moet je niet proberen op te lossen. Dat er een andere kant is, die van de eeuwigheid van God, is ook waar. Maar dat staat voor mijn gevoel soms bijna onverbonden tegenover die narigheid hier en nu.’

Eeuwig leven?
Om je heen kijkend in Nederland lijkt voor de meeste mensen het ‘hier en nu’ het één en het al – tastbaar en concreet. Is de eeuwigheid niet onaantrekkelijk?
Te eindeloos misschien en ook zo weinig ingevuld? Of verscherpt dat perspectief van Gods toekomst in tijden van ziekte en verdriet?
Heleen: ‘Ik vertrouw er echt op dat het eeuwige leven goed zal zijn, omdat God goed is. Concreet denk ik aan de nieuwe aarde zonder ziekte, egoïsme, eenzaamheid en dood. Hoe mooi zal dat zijn! Vorig jaar trof me in de brief aan de Romeinen, die we met de bijbelkring behandelden, dat we zullen delen in de heerlijkheid van Christus, die na zijn opstanding zichtbaar werd.
Ik ben zelf heel nieuwsgierig hoe dat zal zijn.’ Teun ziet vooral de continuïteit als hij denkt aan het leven dat komt. ‘Ik heb heel veel aan een tekst als “dat noch dood, noch leven, noch al dat andere ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus”. Zonder dat ik dat nou direct concreet kan invullen.’

Teun Petrusma en Heleen Griffioen-Van Oord wonen in Amersfoort en zijn lid van de NGK Amersfoort-
Noord, waar de interviewer predikant is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief