Wie Hij is!
2013-03-23
Als Jezus één persoon is met twee naturen, een goddelijke en een menselijke, lijdt hij dan niet aan een gespleten persoonlijkheid? De stichter van het christendom als psychiatrisch patiënt? Zijn Joodse tijdgenoten zouden er in dat geval niet zover naast gezeten hebben; zij dachten dat Hij bezeten was. Maar we moeten ons over deze suggestie niet te druk maken. Deze oud-kerkelijke woorden, waarmee we belijden wie Jezus is, roepen verwarring op in onze moderne tijd.- Jaargang 57
- nummer 6
Wie Jezus is, blijft een geheimenis dat vraagt om geloof.
Voordat de kerk in de eerste eeuwen beleed wie Jezus is, hadden de evangelisten daar in hun geschriften al uitvoerig getuigenis van afgelegd.
Op grond van ooggetuigenverslagen en overgeleverde tradities legden zij vast hoe de leerlingen van Jezus Hem gezien en gehoord hadden, welke ervaringen zij met Hem hadden opgedaan, ja, hoe ze Hem met eigen handen hadden aangeraakt, voor en na zijn opstanding.
Hun conclusies zijn normatief, ook vandaag nog, en moeten aan onze eigen overwegingen richting geven.
Het is bovendien de vraag of wij vandaag beter onder woorden kunnen brengen wie Jezus is dan de oud-kerkelijke belijdenissen. Ze zijn nog niet aan vervanging toe.
Verlichting
Eeuwenlang was er rust aan het christologische front. Er werd over van alles gestreden in de kerk, maar niet over wie Jezus is. Hij is Zoon van God, geboren uit de maagd Maria. Zijn goddelijke afkomst was niet in het geding.
Pas toen mensen dapper over de dingen begonnen na te denken binnen een gesloten wereldbeeld, waarin de wetten van oorzaak en gevolg de dienst uitmaakten, ging bij hen ‘het licht’ op. Jezus was gewoon een mens, gestorven en begraven. Van Hem viel als voorbeeldig mens veel te leren, vond men. Van moraal en deugdzaamheid hoefden ze niet verstoken te blijven. Godsdienst had zo nog haar nut in het publieke domein.
Dit seculariserende klimaat liet natuurlijk geen ruimte voor de overtuiging dat Jezus gekruisigd werd en op de derde dag opstond uit de dood.
Alles wat over Boven gezegd werd, kwam van beneden. Al die hemelse opvattingen over Jezus werden als menselijke projecties aan de kant geschoven, met behulp van deze of gene vakwetenschap (tegenwoordig de neurobiologie).
Vandaag de dag is Jezus mens, een Joodse man die door Paulus omhoog geschreven werd tot een heilandfiguur.
Zo verdween de echte Jezus achter de kerkelijke Jezus. Godsdienst dient nergens meer toe in de publieke sfeer.
Wie Jezus ook geweest mag zijn, het maakt niet uit. Daar is het verhaal dat met de Verlichting begon op uitgelopen.
Menselijke maat
In het Evangelie ontmoeten we Jezus als een gewone Joodse man uit de eerste eeuw na onze jaartelling. Geboren uit een vrouw, net als ieder ander, groeide Hij op in het gezin van Jozef, net als zijn broers en zussen. Hij zal bij zijn vader in de bouw hebben gezeten en zo het vak hebben geleerd. Hij was net als wij allemaal moe op zijn tijd, verdrietig, of ook boos. En hij had ook te vechten tegen verzoekingen.
Zoals alle Joodse jongens zal hij bar mitswa hebben gevierd en zich zonder morren hebben gevoegd naar het levenspatroon dat in de Wet van Mozes was vastgelegd. Hij kwam dan ook niet, zei Hij later, om de wet en de profeten af te schaffen. Daar leefde ook hij naar. Hij volgde het eeuwenoude spoor van de rabbijnen in zijn publieke optreden. Hij werd niet voor niets als rabbi aangesproken.
Natuurlijk viel Hij wel op door wat Hij zei en wat Hij deed sinds zijn openbare doop in de Jordaan door zijn alom bekende neef Johannes. Zijn boodschap over het aangebroken Godsrijk en de wonderen die Hij als tekenen daarvan verrichtte, waren doortrokken van de kracht van de Heilige Geest, met wie Hij vervuld was. Zijn hele leven liet zien hoe God wil dat wij mensen leven. Waar Hij zijn voetstap zette, werd het leven leefbaarder.
Hij kwam gruwelijk aan zijn einde, maar dat was profeten voor Hem ook overkomen. En zijn dood aan het kruis, onrechtvaardig als het was, was ook niet echt uitzonderlijk in het Romeinse rijk. Ja, Hij was mens onder de mensen, een voorbeeldig mens, een innemende man, een imponerende persoonlijkheid, iemand die indruk maakte, ook op een keiharde cynicus als Pilatus.
Maar er is een andere kant aan het verhaal. Dat verhaal over Jezus barst, om zo te zeggen, uit zijn voegen. Jawel, geboren uit een vrouw was Hij, maar de Heilige Geest was daar van meet af aan bij betrokken. De wonderlijke geboorte van Isaak uit de stokoude Sara werd met gemak overtroefd door zijn geboorte uit de maagd Maria.
Als twaalfjarige jongen op bezoek in de tempel verbaasde hij de geleerde priesters met zijn inzicht in de Schriften.
En Hij overschreed helemaal de menselijke maat toen Hij, in de Jordaan gedoopt, de Heilige Geest ontving en door God zijn Vader als Zoon erkend werd. Heel zijn publieke optreden wees uit dat Hij boven het mens-zijn stond.
Werd Hij om zijn prediking en genezingen eerst nog nagelopen, dat werd anders toen Hij zonden vergaf.
Dat stuitte op hevig verzet; het was godslastering. Dat was het ook, tenzij Jezus meer was dan een mens vol van de Geest. Hij was niet slechts een prediker van de eindtijd; de eindtijd brak letterlijk baan in zijn woorden en daden.
En zijn dood? Daar had God een bedoeling mee. Het kreeg een profetische belichting vanuit Jesaja 53. Jezus kwam helemaal op uit de mensenwereld: zoon van David, zoon van Abraham, zoon van Adam. Tegelijk was Hij helemaal afkomstig uit de wereld van God. Zoals Johannes het formuleerde: het Woord was bij God en het Woord was God. Zijn leerlingen hebben het gezien, gehoord, aangeraakt. Deze Jezus was aangewezen als Zoon van God en door de Heilige Geest bekleed met macht toen Hij opstond uit de dood, schrijft Paulus (Romeinen 1:4).
Inderdaad, helemaal mens, maar toch ook helemaal God.
Hoofdpijnpunten
In het Nieuwe Testament treffen we nog geen pogingen aan om de zaken leerstellig op een rij te zetten. Allerlei gegevens waarover de hoofden zich later in de kerkgeschiedenis zouden breken, worden onbekommerd naast elkaar vermeld.
Jezus als Zoon was er van voor alle tijden, dus Hij was pre-existent. Hij is samen met de Vader en de Geest de ene God van Israël – de triniteit dient zich dus al aan, bijvoorbeeld in de bekende doopformule in Matteüs 28. Als mens loopt Jezus over het water, of maakte Jezus als God dat mogelijk?
Een later theologisch hoofdpijnpunt doemt hier op: werd Jezus’ menselijke natuur beïnvloed door de eigenschappen van zijn goddelijke natuur en omgekeerd? Als Jezus zei dat Hij iets niet wist, wist hij het dan ook echt niet? Of wilde Hij het gewoon niet weten, omdat Hij helemaal mens wilde zijn? Hij kalmeerde de storm op het meer; welke natuur had toen de overhand? En aan het kruis? Het was echt helemaal de mens, vervuld van de Geest, die daar hing. We zeggen niet: God hing aan het kruis. Maar Hij was ook meer dan helemaal mens aan het kruis. Hoe verhouden die twee naturen in Christus zich nu tot elkaar?
Iemand heeft het nadenken over de twee naturen van Jezus eens vergeleken met het balanceren op een evenwichtsbalk.
In de Bijbel worden die denkoefeningen nog niet gedaan. Het komt aan op geloof en overgave. Toen Jezus als Heer verkondigd werd in de hellenistische cultuur in het Romeinse rijk drong de noodzaak zich echter op om na te denken over al deze vragen, want het luisterend publiek was toen niet minder kritisch dan vandaag.
In die zendingssituatie worstelde de vroege kerk eeuwenlang om, met vallen en opstaan, tot geloofsuitspraken te komen over wie Jezus is. Deze uitspraken werden gedaan op beroemde oecumenische concilies als die van Nicea in 325 of die van Chalcedon in 451. Ik beperkt me tot deze twee concilies en de geloofsuitspraken die daar werden gedaan.
Nicea
In Nicea werd Arius’ antwoord op de vraag wie Jezus is afgewezen. Daar was dan ook alle reden toe. Hij vond dat Jezus helemaal mens onder de mensen was. Naast de ene God van Israël kan er niet nog een ander zijn die aanspraak maakt op die naam, stelde hij. Jezus was als Zoon geschapen door God voor een speciale missie op aarde. Als uniek mens was Hij de grondlegger en voltooier van ons geloof, degene op wie wij onze blik moeten vestigen. Hem moeten wij navolgen op de weg van onze heiliging.
Onze verlorenheid in schuld is niet zo diep dat wij dat in de kracht van de Geest niet zouden kunnen.
Voorgegaan door Athanasius sprak het concilie in Nicea na een lange en bittere geloofsstrijd uit dat Jezus waarachtig God uit waarachtig God is, geboren, niet gemaakt, van hetzelfde wezen met de Vader. Onze verlorenheid in schuld is zo diep dat wij met minder niet toe kunnen. In Jezus komen we oog in oog te staan met God zelf, die onze verlossing veilig stelt (2 Korintiërs 5:19).
Deze uitspraak van Nicea rust op gegevens die in het Evangelie voorhanden zijn. Met termen ontleend aan de omringende cultuur beleed de kerk dat Jezus een goddelijke natuur heeft.
Hij is God. Een uitspraak waar de kerk ook vandaag nog bij staat of valt.
Chalcedon
Toch moeten we met evenveel nadruk zeggen dat Jezus helemaal mens is. Daar mag niets aan afgedaan worden. Hoe dat nu precies in elkaar steekt? Dat is een geheimenis. Er is maar één Here Jezus Christus.
We mogen Hem niet opdelen in een goddelijke en een menselijke Jezus, waarbij zijn mens-zijn eigenlijk ondergesneeuwd raakt. We mogen beide naturen niet scheiden. Dat leidt volgens het moderne gebruik van deze terminologie tot een gespleten persoonlijkheid, aan wie we in leven en sterven niets hebben.
Vermengen mogen we beide naturen echter ook niet. Daardoor zouden ze van karakter kunnen veranderen en dan houden we een soort halfgod over, bekend uit de Griekse mythologie.
Al zou dat zou destijds best een aantrekkelijk verhaal geweest kunnen zijn.
Op het concilie in Chalcedon legde men niet uit hoe beide naturen zich nu precies tot elkaar verhouden in de ene persoon van Christus. Dat is ook minder van belang. Christus kennen is wat anders dan veel weten over zijn twee naturen. Men sprak alleen uit dat de beide naturen niet gescheiden mochten worden, maar ook niet vermengd.
Beide naturen horen onlosmakelijk bij elkaar. In Jezus hebben we helemaal met een mens te maken en helemaal met God.
Dat is ook nu nog zo. In de hemel is deze mens onze voorspraak en eens zal Hij terugkomen als rechter. Het is deze God die zit aan de rechterhand van zijn Vader.
Vriend
Geliefd over de hele wereld is het gezang ‘Welk een Vriend is onze Jezus’.
Hij is onze Vriend, bij wie je kunt uithuilen en opnieuw kunt beginnen.
In het bijbelse getuigenis is Hij ook de Leeuw uit Juda en het Lam dat staat als geslacht. Als Heer leidt Hij de geschiedenis tot haar bestemming. Hij is onze hogepriester en voorspraak in de hemel. Hij is de ruiter op het witte paard uit Openbaring, de zegekrans al omgehangen. Zijn eigendom zijn we in leven en sterven. Hij is een Vriend, maar niet gesneden op de maat van onze behoeften.
Jezus, betuigd in de Bijbel en beleden in Nicea en Chalcedon, is onze Verlosser: gekruisigd, gestorven, begraven en opgestaan, opgevaren naar de hemel, vanwaar we Hem terugverwachten om levenden en doden te oordelen.
Op deze Vriend is onze blik in geloof gericht.
Dr. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en werkte van 1979 tot 2002 als zendeling in Zuid-Afrika.