Geloofsopvoeding (1)
2013-03-23
Mats (4) gaat met zijn moeder naar de supermarkt. Onderweg komen ze langs een groot, wit huis. ‘Daar woont de Here God, hè mama’, zegt Mats.- Jaargang 57
- nummer 6
‘Gaan we daar koffiedrinken?’ De moeder van Mats schrikt een beetje. Wat moet ze daar nou weer mee? Als jij de moeder (of vader) van Mats was, hoe zou jij dan reageren?
Eenmaal thuis pakken Mats en moeder de boodschappen uit en drinken koffie. Mats komt met een boekje aanlopen en vraagt of moeder wil voorlezen. Het is zijn eigen kinderbijbel.
Bij een plaatje van de tempel, roept Mats enthousiast: ‘Kijk mama, het huis van de Here God.’ En inderdaad: met een beetje fantasie (en die heeft Mats wel ) lijkt het prachtige witte huis in het dorp wel een beetje op de tekening van de tempel.
Voor kinderen van de leeftijd van Mats zijn fantasie en werkelijkheid nog moeilijk van elkaar te scheiden.
Tot een jaar of zes, zeven is het voor kinderen lastig om te begrijpen dat verhalen uit boekjes en beelden van tv iets anders zijn dan hun dagelijkse werkelijkheid. Dat een verhaal zich ‘toen en daar’ afspeelde en niet ‘hier en nu’ is voor hen moeilijk te bevatten.
En dat levert soms leuke situaties op.
Bij de moeder van Mats valt het kwartje. ‘Het huis in het dorp lijkt wel een beetje op dat plaatje, hè? Maar het is toch niet hetzelfde huis. De tempel is het huis van God. Die stond heeeeeel lang geleden hier heeeeeel ver vandaan. We kunnen ook niet echt bij de Here God koffie drinken.
Maar we kunnen wel samen koffiedrinken en dan is de Here God toch altijd bij ons. Zullen we samen het verhaal nog een keer lezen?’ Mooi toch? Voor een kind als Mats is God altijd dichtbij. Zou dat nou bedoeld worden met ‘worden als een kind’?