De leerschool van de gehoorzaamheid

2013-03-23
  • Jaargang 57
  • nummer 6
‘Zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden.’ Dit tekstwoord uit Hebreeën 5:8 laat ons zien dat Jezus niet als slachtoffer onder zijn lijden, maar als Heer en Meester boven zijn lijden stond.

In de loop der jaren ben ik (merk ik) steeds meer doende geweest om het lijden van onze Zaligmaker uit de sfeer van de zieligheid te halen. Veel voorstellingen van het lijden maken de indruk van een Jezus die eronderdoor ging.
Maar Jezus’ dood was daad.
Dat actieve en daadkrachtige hoor ik in het tekstwoord waarin gezegd wordt dat Jezus de gehoorzaamheid geleerd heeft uit hetgeen Hij heeft geleden. Het lijden was voor Hem de leerschool. Wie zo het lijden hanteert, zit er niet als slachtoffer onder, maar staat er als Heer en Meester boven.
Degenen die het lijden over Jezus brachten, bedoelden zeker niet dat Hij eruit zou leren. Het was bij hen niets anders dan opzettelijke leedtoevoeging. Maar de Here Jezus zag er zijn goddelijke Vader in en achter. Hij leefde bij het woord van de Knecht des HEREN uit Jesaja 50: 4 en verder: ‘De Here HERE heeft mij als een leerling leren spreken (...) Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen. De Here HERE heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel.’ Hier zien we het lijden duidelijk als een school van gehoorzaamheid.
Door het lijden en de smaad heen ging het oor open voor het horen en de gehoorzaamheid, en al horend ging de Knecht zien dat lijden zijn opdracht was.
Dit profetische woord illustreert prachtig hoe Jezus de gehoorzaamheid leerde uit hetgeen Hij leed.

Taaleigenaardigheid
Er doet zich echter bij deze bekende uitdrukking, ‘de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden’, een moeilijkheid voor. De indruk wordt gewekt dat de Here Jezus het gehoorzamen aan God nog moest leren. Dat dit aanvankelijk met vallen en opstaan gepaard is gegaan en dat de ongehoorzaamheid pas gaandeweg plaatsmaakte voor gehoorzaamheid. Zoals dat bij ons allemaal op de weg van kind naar volwassene het geval is.
Maar dat verdraagt zich moeilijk met de zondeloosheid van Jezus. Daar is juist ook de brief aan de Hebreeën niet onduidelijk over. In alle dingen is Hij op gelijke wijze als wij verzocht geweest, ‘doch zonder te zondigen’, lezen we in Hebreeën 4:15. Hoe moeten we dit dan verstaan?
De oplossing ligt in een taaleigenaardigheid van het Grieks (en van de oudere talen in het algemeen), waarmee wij niet meer vertrouwd zijn. U kent het wel van andere voorbeelden. Denk aan het woord ‘hoop’, zoals Paulus dat in zijn brieven gebruikt. ‘Hoop’ betekent bij hem niet alleen de activiteit van het hopen, maar duidt ook de inhoud van de hoop aan. Bijvoorbeeld in het woord: ‘De hoop nu die gezien wordt is geen hoop’ (Romeinen 8:24).
De hoop betekent daar niet de activiteit van het hopen, maar datgene waarop wij mogen hopen.
Bij het woord ‘geloof’ is dat precies hetzelfde. Het duidt de daad van het geloven aan, maar ook de geloofsinhoud. Als Paulus in Galaten 3:25 de nieuwe bedeling aanduidt met de woorden ‘Nu het geloof gekomen is...’, bedoelt hij niet te zeggen dat er vóór Christus’ komst in de wereld niet geloofd is. Hoe zou Abraham anders de vader der gelovigen kunnen heten? Nee, het geloof is hier aanduiding van wat wij als nieuwtestamentische kinderen van God mogen geloven.
Op die manier is hier met ‘gehoorzaamheid’ niet het gehoorzamen als daad bedoeld, maar datgene waaraan gehoorzaamd moet worden. Het woord ‘gehoorzaamheid’ is in ons tekstwoord de omschrijving van de taak, de opgave waarvoor Jezus kwam te staan. Daarom staat er zo eigenaardig: de gehoorzaamheid. Die taak, dat levensprogram, heeft Hij gaandeweg uit zijn levensgang door het lijden heen opgemaakt. En het gehoorzamen als daad ging daarmee gepaard.

Leerproces
Wat die opdracht betreft : die stond Hem dus niet van meet af aan in alle helderheid voor de geest. Wij lezen in Matteüs 16:21: ‘Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en schrift geleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden.’ Van toen aan. Daar heeft de Here dus niet van het begin af aan over gesproken. Het inzicht in de noodzaak daarvan zal bij Hem gegroeid zijn.
Maar, zegt u, dan is er dus bij Jezus toch een groei, een ontwikkeling in zijn geest geweest? En verdraagt zich dat dan wél met zijn God-zijn? Daarnaar gerekend wordt toch in de Passie van Matteüs gezongen dat Jezus in de wereld kwam met het vooropgezette doel: ‘Er wollte Mittler werden?’ Dat stond toch van alle eeuwigheid af voor Hem vast? Die gedachte behoefde bij Hem toch niet te rijpen?
Een en ander is voor ons inderdaad moeilijk met elkaar te rijmen. Maar we zijn in goed gezelschap, want de schrijver van de brief heeft dat zelf ook moeilijk gevonden. ‘Hoewel Hij de Zoon was’, schrijft hij, ‘heeft Hij de gehoorzaamheid opgemaakt uit hetgeen Hij heeft geleden.’ Dat wil zeggen: je zou op grond van het zoonschap denken dat zo’n leerproces voor Hem niet nodig was, maar de Schrift leert beide en wij moeten zowel aan het een als aan het ander vasthouden.
Het ware mens-zijn van Christus bracht met zich mee dat er een groei in zijn denken, willen en voelen is geweest en dat Hij niet vanaf het allerprilste begin met een volledig scenario van zijn lijdensgang in zijn geest heeft rondgelopen.
Anders had Jezus toch ook nooit kind kunnen zijn?
Staat er niet van zijn kinderjaren geschreven dat Hij ‘toenam in wijsheid’ (Lucas 2:52)? Daar heb je toch die groei?
Juist die groei heeft zijn gehoorzaamheid zo sterk gemaakt en zijn lijden als daad van gehoorzaamheid met kracht naar voren doen komen. Prachtig maken we dat op uit het inkijkje dat Jezus ons in zijn binnenste gunt als Hij (in Johannes 12:27) zegt: ‘Wat zal Ik vragen? Vader, verlos Mij uit deze ure? Maar hiertoe ben ik toch in deze ure gekomen?
(Neen, veeleer:) Vader, verheerlijk uw naam!’

Drs. Henk de Jong is emeritus predikant van de NGK Zeist.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief