De Rechabieten

1973-10-12
  • Jaargang 17
  • nummer 37
• Wisselend beeld der vaderen

Nee, het beeld der vaderen komt mij niet zo vreemd voor. Via een familieportret zie ik ze zo weer voor me: een aantal zeer ernstige mannen in waardig costuum, zittend en staand achter een tafel.
Hooggeknoopte colberts-met-vest.
Strop(das) geslagen om een halsstarrig stijf boord met omgevouwen scherp uitstaande punten in de wandeling vadermoorders geheten, of (nog oneerbiediger) boord met openstaande staldeuren.
Over de bijna volle breedte van het vest bij enkelen een horlogeketting waaraan 'n vestzakhorloge-met-deksel. Diverse welverzorgde knevels. Een lange Goudse pijp in ieders rechterhand. Een opengeslagen bijbel op tafel.
Een vergadering van mannen op leeftijd? Vergis U niet: een jongelingsvereniging uit het begin van de jaren-twintig. Ik blijf er steeds weer met lichte verbijstering naar kijken.
Maar wat, als een latere jeugd kijkt naar het beeld hunner vaderen, te weten de jonge mensen van nu? Zullen ze minder verbijsterend zijn bij het zien van jongelui gehuld in restanten van vloer- en tafelkleden of overjarige gordijnen? En wat zullen ze denken van kunstmatig verrafelde gevlekte en gebleekte blue jeans, waarvoor ze aan de kleding industrie grif vijftig gulden afdroegen om er coûte que coûte toch vooral armoedig en haveloos uit te zien?

• Vreemdelingen in Jeruzalem

De tijden veranderen ... maar in het Jeruzalem van Jeremia's tijd verblijft een groep mensen die stuk voor stuk een levend anachronisme zijn. Een aantal nomaden (je ziet en ruikt 't aan hun kleding) tussen de steedse Judeërs en Jeruzalemmers. Rechabieten (J er. 35).
Wie zijn die Rechabieten? In 2 Kon. 10:15 v.v. lezen we, dat in de dagen van Achab en Izebel een zekere Jowadab, zoon van Rechab zijn hand legde in die van Jehu, op diens wagen klom en meereed naar Samaria, broeinest van de baäl- en astartedienst, om daar het trieste einde van Omri's geslacht mee te maken.
't Moet in die tijd geweest zijn dat deze Jonadab zijn zonen (nageslacht) een dubbele gelofte liet afleggen; nooit zouden zij een druppel wijn drinken en zij moesten binnen Israël een nomaden bestaan leiden.
Dat laatste zal hun niet vreemd geweest zijn als zij inderdaad (1Kron. 2: 55) afstanden van de Kenieten, de nomadenstam waartoe Mozes' schoonvader Jethro behoorde (Richt. 1: 6; 4 : 11).
Zo laten zich ook gemakkelijk de merkwaardige belofte-woorden van Jonadab verklaren, waarin hij blijkbaar bewust aansluiting zoekt bij de aan Israël gegeven woorden van het verbond, het vijfde "gebod". Hij belooft immers: ... opdat gij lang leeft in het land waarin gij als vreemdeling vertoeft (Jer.35 : 7). Ter herinnering: ook vreemdelingen konden zich een erfdeel in Kanaän verwerven (Ez. 47 : 22).

• De trouw der kleine luyden

Ruim 250 jaar hadden deze Rechabieten zich inmiddels aan hun gegeven woord gehouden. Alleen aan de overlast van Nebukadnezar was het te wijten dat zij sinds enige tijd in Jeruzalem woonden (Jer. 35: 11). Maar juist daar, in het deftige Jeruzalem, vielen zij des te meer op.
Men zal de neus wel opgetrokken hebben voor die naar hun vee stinkende, antiek geklede zwervers - levende anachronismen.
Wie in Jeruzalem dacht er nog aan dat Israël zelf precies zo'n bestaan had geleid in Egypte (Gen. 46 : 34!) en tijdens de woestijntocht?
Zelfs lévende monumenten worden op den duur niet meer naar hun zin herkend.
Onwillekeurig denken we aan die groep Quakers in Amerika, die een besloten gemeenschap vormen en zich sinds eeuwen afzijdig houden van alle moderne ontwikkeling.
Wat je er ook van denken mag - opvallen doen ze, op heel wat manieren. Niet het minst door de uitstekende producten die ze leveren en hun strikte eerlijkheid - wars van "money- making".
Ze hebben een naam hoog te houden: dé Naam.
Of je zou ze kunnen vergelijken met dat leger dat in deze wereld strijdt en gekenmerkt wordt door (helaas zaliger - nagedachtenis) overjarige halleluja-hoeden en uit de tijd geraakte kerstpotten.
In de kroegen van Amsterdam hoef je geen kwaad woord van ze te zeggen ... Nog altijd geldt: zij doen wat anderen vaak nalaten.

• Goed voor een les

Rechabieten, Nazireeërs, een dochter van Jeftha (Richt. 11:40), een Johannes de Doper zijn voor Israël geschenken van God. Door hen heeft God zijn volk iets te zeggen. Dáárom trekt die vreemde stoet door Jeruzalem. Warempel: ze gaan naar de tempel!De deftige priester-profeet Jeremia voorop, die zonderlinge nomaden achter hem aan. God gaat zijn volk een lesje leren.
Profeten moeten soms rare dingen doen. De ene profeet, Amos, moet Israël een uitbrander geven omdat het de Nazireeërs wijn te drinken geeft. Een andere profeet Jeremia, moet de Rechabieten kannen vol wijn en bekers voorzetten waar heel Jeruzalem bij is.
Maar de Rechabieten doen na eeuwen nog hun woord gestand t.o.v. hun voorvader: ze weigeren ook maar één druppel wijn te drinken. En weten zich nog heel precies Jonadabs woorden te herinneren.
Israël, veel vrijer (ieder zittend onder eigen wijnstok! en vijgeboom), trekt zich van Gods woorden geen zier aan - al eeuwen en eeuwen. Nog niet in Jeruzalem, nog niet in de tempel.
Vreemdelingen houden zich aan hun woord, gegeven aan een mens. Israël spot met het Woord, het woord van God. Ziedaar de hele les.

• Protest ... Pro Deo!

Kan het nog duidelijker?
God vraagt van zijn volk niet als nomaden te gaan leven, of als Quakers. Hij is niet tegen techniek en Hij is geen voorzitter van een geheelonthoudersvereniging.
Bovendien leggen die Rechabieten aan niemand hun levenswijze op zijn niet gebaat bij uniformiteit: - waarom zouden zij? Juist zij ze willen opvallen. Deze kloosterlingen van het Oude Testament willen de herinnering aan Israëls God levend houden bij het volk. Zij zijn niet “kultuurfeindlich", zij protesteren niet tegen vooruitgang en ontwikkeling. Hun protest geldt de ontaarding van Israëls cultuur zoals die zich scherp - zonder te vervallen in eerlijk een Jehu's ijver. God zelf liet Israël zich ontwikkelen van nomaden volk tot "gezeten burgers" (Deut. 6: 11 V.v. bijv.) - zoals Hij ook de eerste mens laat beginnen met een tuintje in Eden om te eindigen in een nieuw Jeruzalem.
Maar alles onder één beding; dat Israël nooit de cultus en de daarmee onlosmakelijk verbonden cultuur van de Kanaänieten zou overnemen: vruchtbaarheidsriten ontaardend in orgiën zoals bij Baäl-Peor (Num. 25).

• Het klein verschil

Tegen zo'n ontaarding protesteerden.
" vreemdelingen in nomadenkleding.
't Zou nu misschien Kunnen in blue jeans wat mij betreft.
Als maar duidelijk is: niet vanwege een nieuwe uniformiteit, maar omdat God verband legt tussen cultus en cultuur. En deze Rechabieten legden een belofte af en daaraan hielden zij zich.
Een beschamende zaak voor Gods eigen vork, Reden waarom God zijn les vervolgt, als Israël op de weg van de ontspoorde Achab blijft doorgaan, verliest het zijn eerstgeboorte recht. Dat gaat naar vréémden.
In een tijd waarin God van koning Jojachim laat zeggen, schrijf deze man in als kinderloos ..... (Jer. 22:30), horen vreemdelingen uit dezelfde mond: nimmer zal het Jonadab, de zoon van Rechab, ontbreken aan een man die voor mijn aangezicht (in diensthouding) staat - al een priester ((35 19).
Zo wordt Israëls ongehoorzaamheid afgemeten aan de gehoorzaamheid der Rechabieten. Daar ligt "het klein verschil" tussen ontrouw en trouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief