Het paradijs is dichtbij

1973-10-19
  • Jaargang 17
  • nummer 38
O wisten wij waar u te vinden,
land van gelukzaligheid,
voorbij aan de rots der winden
en de klippen van strijd.


Henriëtte Roland Holst

Dit is de titel van de laatstverschenen roman van (prof. dr) Klaas J. Popma. Het gebeurt niet zo vaak, dat een hoogleraar zich waagt aan het schrijven van een roman. Maar ja, waar waagt prof. Popma zich niet aan? 't Is zijn eerste roman niet. In 1955 verscheen van zijn hand de fijnzinnige roman "De zonde van Jan der Kinderen"; een uitgave van Zomer en Keuning te Wageningen. Bij Kok in Kampen verscheen van Popma de detective "Drinzel zoekt verder". En onlangs "Het paradijs is dichtbij", uitgegeven door Voorhoeve te Den Haag (f 13,90).

Het zal voor deskundigen ongetwijfeld mogelijk zijn literaire kritiek op deze roman uit te brengen.
Toch zou het m.i. kortzichtig zijn de beoordeling van deze roman daarvan te laten afhangen.
Een roman is méér dan alleen maar een literair stuk werk.
Naar mijn indruk wil Popma zijn lezers iets vertellen, dat uitgaat boven de alledaagse ervaringen.
Het is echter niet altijd gemakkelijk te bepalen wat dat is.
In zijn eerste bundel interviews over "Rome-Reformatie" had dr G. Puching ook een gesprek met prof. Popma en zegt, dat een gesprek met Popma, evenals een boek of een referaat van hem, is altijd een verrassing.
Ook in zijn laatste roman sta je voor de meest verrassende gebeurtenissen.
Niets lijkt de schrijver te dol. Soms denk je bij jezelf: dit is te gek ... dat kán gewoon niet.
Ook andere publikaties hebben lezers soms tot grote verbazing en bewondering gebracht en anderen (soms dezelfden) tot niet minder grote ergernis en woede.
Naar mijn indruk is het altijd de moeite waard om naar deze onafhankelijke denker, die een enorme bijbelkennis bezit, te luisteren en te blijven luisteren.
En nu de roman.

Een jongen, Frits van Tippa, loopt ergens in de duinen en op een gegeven moment ziet hij in de verte een bunker. Hij gaat naar binnen en na enige tijd ontmoet hij daar het meisje Lawwarde. Zij is een nakomeling van kinderen van Adam en Eva, die zij voor de zondeval kregen en dus voor zij uit het paradijs verdreven werden.
Zij vraagt Frits om mee te gaan naar het paradijs, dat heel dichtbij is. Via een vreemde, maar kore weg, die voor zondige mensen vrijwel onbegaanbaar is, komen zij op de plaats van bestemming.
Daar ontmoet Frits Lawwarda's ouders. In het paradijs kent men geen zonde en dus ook geen verlossing.
De schrijver stelt zich dus twee soorten mensen voor: de zondeloze paradijsmensen en de zondige mensen van "onze" wereld.
"Staat niets van in de bijbel", zegt U?
"Hoeft ook helemaal niet" zal Popma antwoorden. In de bijbel staat voldoende voor ons geloofsleven, maar dat neemt niet weg dat er veel niet in staat dat best gebeurd kan zijn.
Wij lezen dus rustig of onrustig in Popma's roman verder.
Frits en Lawwarda houden van elkaar, ze gaan trouwen en krijgen kinderen. In het paradijs, waar zij wonen, leven panters en leeuwen vreedzaam met elkaar en met de mensen. Frits kan in het paradijs blijven wonen, maar dat doet hij niet. Hij heeft zijn werk in de stad en in de weekends en in vakanties gaat hij voor kortere of langere tijd terug naar het paradijs.
Het eerste kind dat Frits en Lawwarda krijgen, noemen zij Katooni.
Een lichamelijk zwak jongetje, maar zonder zonden en met de gave anderen te kunnen genezen.
Hun tweede kind is een meisje, Nanja. Zij is heel erg zondig.
Zo erg, dat zij uit het paradijs verbannen wordt. Haar moeder Lawwarda gaat met haar mee naar de wereld van de zondige mensen. Nanja komt later tot inkeer en wordt verzorgster in een tehuis voor geestelijk gehandicapte kinderen.
Het is natuurlijk niet mogelijk veel van deze roman te vertellen.
Er doen zich in dit boek drama's voor. Bijvoorbeeld wanneer Nanja met haar verloofde een kijkje wil nemen in het paradijs. Dit is voor hem ongeoorloofd en hij verliest het leven. Zij wordt zwaar gewond.
Ook in deze roman komen verrassende inzichten naar voren.
Boeiende gedachten lichten op.
Bijvoorbeeld over Job, over het sterven van het lichaam en het tegelijkertijd ontstaan van het nieuwe lichaam, over geestelijk gehandicapten, die geen zonden kunnen doen, en hun verpleging.
Een tehuis voor deze gehandicapte kinderen is bij Popma een teken van het paradijs.

• Slot

Wanneer de president van de Verenigde Staten een atoomoorlog wil ontketenen, komen er volgens Popma's beschrijving miljoenen paradijsmensen op het vastgestelde uur de zondige wereld louteren met paradijszand.
Het boek eindigt met de jongste dag.
Een verdienste van deze roman is stellig, dat er nog veel over gediskussieerd kan worden en dat het de lezer - of hij het er mee eens is of niet - aan het denken zet. Hij moet!
Popma is een diepgelovig schrijver, die niet maar wat spekuleert, maar die bezig is - dit keer in de vorm van een roman - met de vragen naar de toekomst van de wereld en vooral naar de taak van de gelovigen in deze wereld.
Hij laat in dit boek zien dat een gelovige een onvermoeibare taak in dit leven heeft, wanneer hij zijn blik op de toekomst gericht houdt.
Dit op de toekomst gericht zijn heeft bij Popma iets visionairs en dit geeft zijn schrijven een spiritualiteit, die alleen vanuit het geloof begrepen kan worden.
Leven naar de toekomst betekent ook het hopen op een zeer bepaalde toekomst. Dit typeert Popma.
Hij creëert figuren en situaties, die op het "eerste gezicht"
dwaas lijken, maar die vragen om nadere bezinning.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief