Persschouw
1973-10-19
Ja, het stond in de krant en nu weet iedereen het: Prof. Jager herdacht zondag dat hij voor 45 jaar in "het wondere ambt" werd bevestigd.- Jaargang 17
- nummer 38
Ik heb daarover niets in "Opbouw" geschreven.
Ik heb namelijk nog nooit ruzie met "Harm Jan" gehad. En dat wil ik ook niet graag krijgen.
Maar nu de dag voorbij is, kan ik niet nalaten een - zuivere!stem van een oud-leerling van hem door te geven. Ze is van ds Bakker uit Enschede.
"Iedere schriftgeleerde, die een discipel geworden is van het Koninkrijk der hemelen, (is) gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt". (Matth. 13 : 52)
Met deze woorden is de persoon en is ook het werk van één van mijn gewezen leermeesters, prof. Jager, dacht ik, het best getypeerd.
Prof. Jager was en is een schriftgeleerde.
.. en dan één, die tevens een discipel is geworden van het koninkrijk der hemelen.
Men behoeft alleen maar zijn persarbeid in vroegere jaargangen van De Reformatie en Opbouw na te gaan, om van deze bewering overtuigd te zijn.
We kunnen deze publicaties onder de ene noemer brengen: schriftverklaring. Hetzelfde gold trouwens van zijn werk op college.
Tijdens mijn studententijd 1 lazen we steeds altijd de Schrift, bij het ene "vak", exegese b.v. de brief aan de Hebreeën en 1 Cor.; bij een ander "vak" de gelijkenissen of de Romeinenbrief.
En wie bij zijn inauguratie (ambtsaanvaarding als hoogleraar) op 8 februari 1949 een verhandeling had verwacht over de een of andere moderne theoloog, werd wederom. met de Schrift in aanraking gebracht: "Het gesprek van Jezus, de Christus, en Nicodemus, den rabbi" naar Joh. 3.
De enige rectorale rede, die ik van prof. Jager gehoord heb, handelde over: "Dood voor de zonde - levend voor God in Christus Jezus." (Rom. 6).
Waarlijk een schriftgeleerde ... o neen ... deze wijze van doen was er geen uiting van, dat prof. Jager niet ook bizonder veel wist over moderne theologen als Bultman b.v., aan wie ook de nodige aandacht werd gewijd. Integendeel.
Als ik het wel heb, heeft prof. Veenhof hem eens - en terecht - getypeerd als: een "binnenvetter".
Hij kwam er dacht ik niet altijd uit om een bepaalde reden. Om deze reden, dat wij vóór alles de Bijbel moeten kennen en lezen.
Dát wilde deze leermeester bij ons in ieder geval bereiken. Hij wist blijkbaar hoe gemakkelijk en hoe vlug de ene theoloog door een volgende wordt verdrongen, en dat wij dus, eenmaal in de pastorie aangekomen, voor weer andere meningen zouden worden geplaatst dan die tijdens de studententijd opgeld deden.
De Bijbel - het voornaamste: het enige - het woord van God, de spijs der ziel. Waardoor wijzelf gevoed moesten worden én waarmee we de kerkleden zouden moeten voeden!
De studie bij prof. Jager, was, zouden we kunnen zeggen, direct op het toekomstig ambt en dus op de gemeente gericht.
Ik herinner me nog, dat hij eens vertelde, hoe hij aan het onderwerp kwam, waarover zijn proefschrift gaat: "Rechtvaardiging en zekerheid des geloofs". Er was, in de gemeente van Voorthuizen zo zei hij, erg veel onzekerheid, de mensen waren gevangen in de Kuyperiaanse beschouwingen die veel onheil stichtten. Daarom dacht ik: Laat ik het in mijn dissertatie maar dáárover hebben".
Een schriftgeleerde in het Koninkrijk.
Soms, als student ... zo iemand weet het, denkt hij, altijd béter ...
k!aagde je wel eens: zo weinig nieuws ... altijd hetzelfde.
Toch, wanneer je toe was aan een tentamen, stond je verwonderd dacht je: nieuwe dingen. .. Oude en nieuwe dingen.
Oude en tóch nieuwe. Ze kwamen tevoorschijn, déden je wat.
Er was nog wat, dat je wat dééd: De persoon van prof. Jager. "We moeten maar eenvoudig blijven, is 't niet?" was zijn veel gebruikt gezegde.
"Och, mijne heren, hierover is al eeuwen lang strijd ... laten we maar niet uitmaken wie er gelijk heeft. Als het belangrijk was had de Heere het wel duidelijker gezegd."
Op die wijze werd je, ongemerkt, behoed voor het opbouwen van een hele theologie op een paar bijbelteksten. Hoe verwoestend heeft het verlaten van de weg van de eenvoud én de hoogmoed, dat jij toch maar wat nieuws gevonden had... in de kerk gewerkt.
We willen deze schriftgeleerde, ons door de Koning gegeven, hartelijk gelukwensen met zijn jubileum.
We wensen hem en de zijnen een fijne en goede dag toe op 14 oktober.
En we willen onszelf in herinnering roepen de woorden uit Hebr.
13: Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het woord Gods tot u gesproken hebben; let op het einde van hun wandel en volgt hun geloof na.
Ja, zo was en is prof. dr H. J. Jager.
Ik zat een jaar of dertig geleden eens in een kringetje hele en halve theologen. Eén ervan vroeg omtrent een - niet-aanwezige-mede-theoloog op een ietwat hautaine wijze: "Wat is dat voor een vent?" Eén uit de kring reageerde op die vraag flitsend met de mordante opmerking: "Hij is precies het tegenovergestelde van jou: hij is èn knap èn bescheiden."
Dat kan men ook van prof. Jager zeggen: "knap en bescheiden".
Maar nog liever zeg ik het zo: "een oprecht christen die de bijbel kènt."
Ik kan niet nalaten nog een verhaaltje te vertellen dat Jager zelf èn zijn werk fijn typeert.
Een student kwam eens bij me vlak nadat hij een tentamen bij prof. Jager had afgelegd. Ik vroeg: "Hoe ging het?" Het antwoord luidde ongeveer zo: ,,'t Ging wel aardig. Maar bij één vraag heb ik hem verschrikkelijk gereden! Prof. Jager vroeg me wat de uitdrukking: "Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet" betekent. Ik gaf een paar opvattingen daarvan.
Maar ze werden met een nuchter zinnetje weggeveegd. Ten slotte zat ik met een mond vol tanden. En toen kwam er dit: "Zou het ook kunnen betekenen dat je als je wat geeft of iets goeds doet je het maar zo gauw mogelijk moet vergeten?"
Zo'n vraagje is echt Jager!
Wie hem een beetje kent en dat simpele vraagje goed proeft hoort er véél in van hem zelf en van zijn wijze van exegeteren.
We zijn blij met zijn "Kernwoorden" - een goudmijn.
En met zijn dictaten over een reeks bijbelboeken, die door de firma v. d. Berg in Kampen gestencild werden. Pat Jager ze per se niet wilde laten drukken maar alleen stencelen typeert hem weer echt. Er komt op concrete wijze in tot uitdrukking hoe hij zijn werk als Schriftverklaarder ziet in de verhouding tot de Heilige Schrift zelf.
God zegene hem en zijn fijne gezin!
Mogen we hem nog lang bij ons houden!