"Ik wil God in het Gelaat zien "
1973-10-26
(Opmerkingen n.a.v. het gelijknamige boek van Michel Lancelot) (2)- Jaargang 17
- nummer 39
• De religieuze Achtergrond
1. Michel Lancelot laat duidelijk zien, dat je voor een goed begrip van de situatie niet het gebruik van "hallucinogene middelen" als een op zichzelf staand avontuur moet beschouwen, maar dat er een verband ligt tussen de behoefte aan een "trip" en de teleurstelling - het gevoel van zinloosheid - die de georganiseerde samenleving oproept.
LSD en aanverwante artikelen zijn slechts hulpmiddelen die naar believen door iets anders vervangen kunnen worden als het bereikte resultaat maar hetzelfde is.
Dat "iets anders" kan b.v. ook gevonden worden in de "technieken" waarin vanouds de "oosterse mystiek" bedreven is geweest.
Het probleem is ontstaan door een behoefte aan compensatie voor de leegte, die de moderne samenleving en de doelstellingen van die samenleving in de harten heeft achtergelaten.
De manier waarop men deze compensatie meent te kunnen vinden is een "religieuze" manier of iemand zich dat bewust is of niet.
In ieder geval zijn Aldous Huxley en Tim. Leary zich dat bewust geweest en eveneens de hippies van het eerste uur.
"Religieus" staat tussen aanhalingstekens, omdat ik met dit woord niet méér wil aanduiden, dan dat het te maken heeft met een - al of niet gefingeerde werkelijkheid, die uitgaat boven de wetenschappelijke methoden van waarneming en analyse en die manipuleerbaar zijn door onze technische vaardigheden.
Natuurlijk heeft "het probleem" - als we er over willen nadenken - ook wel te maken met onze "gezondheid" - lichamelijk en geestelijk - maar we zullen het nooit kunnen verwerken als we de gezondheidszorg als het eerste, of als het enige punt van betekenis op de voorgrond schuiven.
Zonder daarmee beledigend te willen zijn voor hippies, zou ik nu alvast - ik zal daar later op terug moeten komen - een vergelijking willen maken met prostitutie en andere "afwijkende sexuele gedragingen". Ze leveren een probleem op voor de volksgezondheid, maar de eigenlijke nood die er achter zit ligt ergens anders.
2. De titel van het boek wijst er op dat Michel Lancélot de nadruk wil leggen op het religieuze karakter van wat hij voor ons beschreven heeft. Het boek herinnert ons eraan dat de mens in zijn menselijke levensdrang niet bevredigd kan worden als hij die bevrediging uitsluitend zoekt in de oplossing van de problemen die met ons aardse leven te maken hebben, met de middelen die in deze wereld voor ons toegankelijk zijn en door ons naar believen gehanteerd kunnen worden.
Zelfs al streeft men daarin naar een hoog idealisme.
In zijn menselijke levensdrang heeft de mens behoefte aan liefde, vrede en blijdschap, aan ruimte voor zachtmoedigheid, aan een zodanig vertrouwen, dat we onbaatzuchtige liefde kunnen schenken, dat we wegen van vrede kunnen bewandelen, dat we barmhartig en zachtmoedig kunnen zijn zonder "er aan kapot te gaan".
We ontdekken dat de bron voor die onbaatzuchtige liefde, de oorsprongen van de wegen van vrede en de basis voor vertrouwen liggen buiten de wereld van de aardse doelstellingen en van de aardse middelen om die doelstellingen te verwezenlijken.
3. Men kan er waardering voor hebben dat Michel Lancelot in zijn boek de positie wil innemen van iemand die informatie geeft en die vooral ook veel recht wil zetten t.a.v. tendentieuze voorlichting die circuleert. Ik geloof dat hij in dit opzicht probeert om er toe bij te dragen dat we allemaal recht doen aan zulke mensen als hippies, die we ons niet laten leiden door "kortzichtige burgerlijkheid" als we met ze te maken krijgen.
Maar als je nou in de titel van zo'n boek spreekt over "God in het gelaat zien", zou je dan aan je doel voorbijschieten als je óók probeert om er toe bij te dragen, dat we allemaal recht doen aan ...God? Want er zijn nu eenmaal in die titel twee "partijen" in geding: aan de ene kant "ik" en aan de andere kant "God". Dat is aan Michel Lancelot niet helemaal ontgaan, want ergens (blz. 112) schrijft hij:
"Deze observatie heeft mij er toe gebracht persoonlijk rekening te houden met de mogelijkheid dat er in de kennis van God - die voornaamste speurtocht van de Mens zoals professor Murphy haar noemt verschillende wegen zouden kunnen bestaan. Niet wegen die via diverse dogma's of verschillende praktijken samenkomen, maar wegen die integendeel totaal UITEENLOPEN en desniettemin alle volkomen bruikbaar zijn."
Je hoeft niet bevooroordeeld te zijn als je hier op z'n minst de vraag aan de orde stelt of dat inderdaad zo is. Je zou ook mogen vragen of aan deze manier van spreken niet minstens net zo'n "tendentieuze voorlichting" over God ten grondslag ligt, als aan de manier waarop veel mensen over hippies dachten en schreven een tendentieuze voorlichting over hippies ten grondslag gelegen heeft.
Een bescheiden vraag mogen we wel stellen. Die bescheiden vraag zou mogen luiden: Is het volstrekt ondenkbaar dat we over een relatie (hoe dan ook) tussen "God" (wat we er ook mee bedoelen) en de mens spreken op een andere manier dan dat we er altijd maar stilzwijgend van uit gaan dat jë in die relatie te maken hebt met "mensen, die - ieder op zijn manier - proberen een weg naar God toe te vinden? Zouden we ook eens kunnen overwegen of je zou kunnen denken aan de mogelijkheid dat God een weg naar de mensen toe baant?
Daar kunt je toch eens over nadenken?
Ik weet niet wat voor antwoord Michel Lancelot zou geven als iemand hem deze vraag zou voorleggen.
Maar hij zou kunnen antwoorden dat je alleen maar op zo'n gedachte kunt komen als je de mogelijkheid onder ogen ziet dat God "Iemand" zou zijn.
Iemand die in staat is zich iets voor te nemen, een plan te maken en die dan ook nog de macht heeft dat plan ten uitvoer te brengen. Iemand die zich aan de mensen kenbaar zou kunnen maken en die communicatie-mogelijkheid heeft met de mens.
Dat antwoord zou het voordeel hebben, dat we tenminste zouden begrijpen, dat we over het streven om "God in het gelaat te zien" geen woord aan elkaar kwijt kunnen als we niet éérst de vraag onder ogen zien: weten we eigenlijk wel wat we bedoelen als we over "God" spreken?
Het akelige is dat deze vraag al direct verzet op kan roepen in een omgeving die helemaal vervuld is van de honger naar "ervaring" en die elke vraag naar "weten" en elke poging om zich ergens rekenschap van te geven "ervaart" als een barrière op de weg naar die zo begeerde ervaring.
Maar ik was ook alleen nog maar een gesprek met Michel Lancelot aan het fantaseren en die man heeft zich heel wat moeite gegeven om iets te weten over hippies en om zich rekenschap te geven van wat er aan de hand is.
Welnu, ik zou tegen deze man kunnen zeggen: Laten we er ons rekenschap van geven dat de vraag: "Wat bedoelen we als we het woord "God" gebruiken?"
vandaag toch heel erg aan de orde is. Dat er mensen zijn die het nodig gevonden hebben om ons te vertellen dat de "oude voorstelling" over een God die Iemand is, een Ander, die buiten ons bestaat en die zich openbaart, volkomen achterhaald is. Al is het waar dat er buiten de werkelijkheid waarmee wetenschap en techniek zich bezig houden en waar onze wetenschappelijk-technocratisch gerichte "doelmatigheidsmaatschappij"
alleen maar rekening mee houdt, er ook nog een "andere werkelijkheid" is, die je met het woord "God" kunt aanduiden, dan moeten we toch beseffen dat die andere werkelijkheid niet meer is dan - als ik het persoonlijk wil zien - "De Oneindige Diepte van onze Menselijke Persoonlijkheid", of ook - als ik kosmisch denk - zoiets als "De Oneindige Macht" en zulke woorden zijn niet meer dan een "mystieke aanduiding" van "iets" dat we niet kunnen "kennen", maar hoogstens kunnen "ervaren".
Dat zeggen ons moderne theologen.
Er is dus reden genoeg - zou ik tegen Michel Lancelot willen zeggen - om ons er rekenschap van te geven dat het juist deze voorstelling van zaken is, die de mens er toe brengt om geen andere mogelijkheid te zien, dan dat hij zelf zich een weg moet banen naar "God" en er is reden genoeg om aan te nemen dat deze voorstelling van zaken de mens er toe kan brengen om elk middel aan te grijpen dat hem brengen kan tot de ervaring van deze werkelijkheid.
Er is zelfs reden genoeg om aan te nemen dat de mens die eenmaal op dat spoor gezet is en die dáár de bron van liefde, vrede en blijdschap zoekt, waarnaar hij, hongert, zich niet door "risico's" zal laten weerhouden. Zal hij niet zeggen: het is beter éénmaal te leven voor je sterft, dan straks te sterven zonder ooit uit onze dodelijke slaap wakker geworden te zijn?
Misschien zou Michel Lancelot dan toegeven dat een oprechte poging om eerlijk te zijn naar alle kanten, toch zeker nog nodig maakt, dat we met de "oude voorstelling" niet zó maar afrekenen en er ons rekenschap van geven dat die "oude" bijbel - de aan de kant geschoven werd een heel ander getuigenis omtrent God heeft gegeven. Dat dat getuigenis juist dáárin anders is, dat het nooit spreekt over mensen die de weg naar God zoeken, laat staan die weg openbreken, maar dat het ons vertelt van God die van begin af aan zelf naar de mens toegekomen is om voor die mens de bron van menselijk leven te ontsluiten.
Het zou dus nog steeds niet onbescheiden zijn om aan Michel Lancelot te vragen of we niet eens zouden kunnen nagaan waar we terecht komen als we de situatie van de hippies bekijken met deze boodschap als uitgangspunt.
Niet om hippies te veroordelen met hun honger naar liefde, vrede en blijdschap midden in een wereld waarin de “oude boodschap" genegeerd en veracht wordt, maar om na te gaan of er in die oude boodschap betrouwbare lichtpunten zitten, die ons een goede weg wijzen naar een wereld waarin liefde, vrede, blijdschap en barmhartigheid tastbare werkelijkheid geworden zijn.