"Ik wil God in het Gelaat zien"
1973-11-02
(Opmerkingen n.a.v. het gelijknamige boek van Michel Lancelot) (3)- Jaargang 17
- nummer 40
"Morele Overwegingen"
4. Als we die "oude boodschap" als uitgangpunt kiezen dan kunnen we ons de vraag voorleggen of er ook "morele overwegingen"
in geding zijn als we nadenken over een "trip" die ons een deur zou kunnen openen waardoor we "God in het gelaat kunnen zien".
Ik heb hier niet zo zeer overwegingen op het oog, die gauw genoeg in geding gebracht worden als men over het gebruik van, "drugs" praat. Dat zijn overwegingen die zich bezighouden met de risico's en ik zei al: waarom zou je geen risico's willen lopen als zonder die risico's ons bestaan nauwelijks met "leven" aan te duiden is?
Morele overwegingen gelden als we iets doen, waar iemand anders in betrokken wordt. Je vraagt je dan af: kan ik zo iets tegenover die ander doen, zonder hem te kwetsen, te beledigen of te benadelen.
Zonder zijn eer aan te tasten.
Als God "Iemand" is, een ander dan ik zelf ben, gaat het Hem dan niet aan als ik naar een middel grijp, waardoor ik Hem "in het gelaat zou kunnen zien"?
Moet ik dan niet oppassen dat ik me op een brutale en beledigende manier tegenover Hem gedraag?
Je loopt toch ook niet zó maar bij iemand de badkamer binnen? Als je genoeg hebt van een wereld waarin de mensen met allerlei middelen, ook psychologische middelen en technieken, gemanipuleerd worden om te bereiken dat ze "bruikbare" instrumenten worden voor de maatschappelijke, politieke en economische doelstellingen, verbeteren we dan veel als we met hulpmiddelen en technieken die we zelf bedacht hebben, "God" manipuleren om "zich aan ons te vertonen", telkens als wij behoefte hebben om Hem "in het gelaat te zien"?
Als het waar is wat die "oude bijbel" ons vertelt, dat God een God is, die zichzelf een weg baant om zich aan mensen te openbaren, moeten we ons dan niet afvragen wat dat voor een weg is, waarop Hij naar ons toekomt en mogen wij dan een andere weg "zoeken"?
Zulke vragen zou je jezelf kunnen stellen als je "morele overwegingen" in geding brengt. Het is duidelijk dat die vragen niet specifiek betrekking hebben op LSD of iets dergelijks, maar dat ze betrekking hebben op elke vergelijkbare vorm van mystiek die naar een vorm van extase streeft, de extase van "God in het gelaat zien".
Het is óók waar dat je zulke vragen, alleen maar kunt stellen als "God" de God van die "oude voorstellingen" is. Een levende, persoonlijke God, die macht heeft zich te openbaren en ook de macht heeft zich te verbergen.
Die de macht heeft ons Zijn wil, Zijn bedoelingen met ons leven en met deze wereld kenbaar te maken en die het recht heeft om van ons te vragen dat we ons leven naar die wil en naar die bedoelingen richten.
Als ik er wat van begrepen heb, dan mag ik zeggen dat in heel de filosofie die achter deze mystiek verborgen is, voor die God van de "oude voorstellingen" geen plaats is. Ik meen ook te mogen zeggen, dat hier de positie-keuze ligt t.a.v. "het verschijnsel".
5. Daarmee zijn echter hippies nog niet geholpen.
Ze zouden ons kunnen vragen: waar is die God die zich aan de mensen kenbaar maakt en wat is dat voor een weg waarlangs Hij zich kenbaar maakt? Zie je daar wat van? Merk je daar wat van?
Zit daar een kracht in waardoor de wereld anders zou worden? Is dáár een bron, waardoor we zouden kunnen leven vóór we sterven?
Hebben ze niet het recht dat te vragen?
We moeten bedenken dat dat geen vragen zijn, van mensen die er nu eenmaal plezier in hebben om in hun vrije tijd wat "diepzinnige gesprekken" te voeren, maar dat het vragen zijn, die uit nood zijn geboren.
Vóór we er op antwoorden zullen we onze eigen schuld aan deze nood moeten bedenken. We zullen moeten bedenken dat het onze eigen nood is. Het is toch de nood van een wereld, waarin God zich "in duisternis hult"? Maken wij niet deel uit van deze wereld?
Zijn wij niet met heel ons leven betrokken bij de geschiedenis van deze wereld?
Kunnen wij deze vragen beluisteren zonder ons hulpeloos en machteloos te voelen?
Ik ben bang dat Wij heel vaak de kop in het zand steken door ons te verschansen binnen de probleempjes van onze "kerkelijkheid".
Ik ben ook bang voor “goedkope oplossingen" in de trant van "de Here Jezus in je hart laten komen" e.d. Omdat het een slag in de lucht is als de grondvraag: "Wie is God"? onbeantwoord blijft.
We worden niet met tovermiddelen verlost, maar door een evangelie dat levend en krachtig is en dat langs de rationele weg van woord-communicatie bij ons aankomt, d.w.z. met woorden die een inhoud hebben, die voor mensen toegankelijk is. Maar het moet wel "existentieel" verwerkt worden!
Dat kan niet zonder dat de H. Geest ons daarbij helpt en leidt. Als we dat laatste vergeten komen we in een formele orthodoxie terecht, maar als we het eerste willen overslaan, maken 'we een kortsluiting, die onmenselijk is.
6. Ik denk dat ik nu terug mag komen op die vergelijking met "prostitutie en andere afwijkende sexuele gedragingen", die ik in mijn eerste opmerking maakte: Ik zei al dat ik die opmerking maakte zonder daarmee iets beledigends voor hippies op het oog te hebben. Dat kan ik nu nader verduidelijken.
De bijbel spreekt er herhaaldelijk over dat de man-vrouw relatie iets te maken heeft met onze "religie".
In het O.T. lijkt het nog vaak een beeldspraak, al is het een erg indringende, maar Paulus aarzelt niet om eerst te wijzen op, het echt-menselijke in die man-vrouw relatie en dan in één adem te zeggen: "Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en de gemeente".
Dat geeft mij aanleiding om vrijmoedig die man-vrouw relatie te gebruiken, als ik nog wat wil opmerken over de mystiek en de techniek daarvan. Als de bijbel ons wat zegt over de man-vrouw relatie in het huwelijk, dan begrijpen we dat het gaat om de meest intieme relatie die er tussen twee mensen kan bestaan en dat deze intimiteit alleen maar ongeschonden bewaard kan worden in liefde en vertrouwen, in een wederzijdse zelf-openbaring, die gaat tot de grenzen van onze mogelijkheden om elkaar in liefde te "kennen". De bijbel leert ons ook dat onze sexualiteit dáár een plaats heeft. In die menselijke verhouding ligt de weg naar de "extase" open. Alle "afwijkend" sexueel gedrag richt zich op "zelfbevrediging", die omgaat buiten de menselijke relatie van "gemeenschap-in-liefde". We maken dan een kortsluiting, die on-menselijk is. De nood die daar achter ligt is deze, dat er mensen zijn, die die weg naar gemeenschap-in-liefde niet vinden kunnen. Maar wat ze doen is onmenselijk. En het effect van wat ze doen is ont-menselijkend. Ze tasten zichzelf aan in hun eigen menseliikheid. Zo iets gebeurt er ook - dacht ik - als een mens de religieuze "extase" zoekt met middelen of technieken, die de persoonlijke relatie in liefde tussen God en mens buiten sluiten. We omzeilen de weg, die God met ons wil gaan. We sluiten die kort. Ook dat is ont-menselijk en het heeft eveneens een ontmenselijkend effect.
Het eerste wat we moeten begrijpen is, dat God's liefde voor de mens zó groot is, dat hij ook de gevallen mens in zijn menselijkheid geëerbiedigd heeft. Liever dan door middel van een "kunstgreep", die ons onze menselijkheid zou ontnemen, heeft Hij zich ingezet om de verbroken relatie te herstellen door Zijn eigen Zoon voor ons "door de hel te laten gaan". Het was de enige manier die Hem nog overbleef om de mens als mens voor Zijn liefde toegankelijk te maken. Als ik het goed begrijp, heeft de mystiek, waar Michel Lancelot over schrijft, daar geen oog voor. Komt dat niet omdat de nood is - ook hier - dat men de weg van persoonlijke-gemeenschap-in-liefde niet meer kan vinden? Heeft de geschiedenis van het christendom in onze westerse wereld daar geen schuld aan?
(wordt vervolgd )