De profeet Jona
1973-11-09
V. Epiloog (slot)- Jaargang 17
- nummer 41
Maar terwijl aan Christus een veel groter wonder geschiedt dan aan Jona zullen de Joden Jezus Christus en zijn boodschap niet geloven.
En daarom zullen de mannen van Ninevé op de dag van het eindoordeel "zich verheffen" en de Joden die Christus verwierpen veroordelen. Scherp zal in dat oordeel de houding van de Ninevieren ten opzichte van Jona afsteken tegen de houding van de Joden tegenover Jezus. Want de Ninevieten hebben naar de prediking van Jona gehoord en zich op die prediking bekeerd. Maar de joden hebben Christus en zijn Evangelie verworpen. En Jezus Christus was oneindig veel meer dan Jona.
Zo sprak Christus over Jona. En hij laat nóg eens zien - en wie weet het beter dan Hij? - dat het in de geschiedenis van Jona's optreden tegenover Ninevé vooral hierom gaat dat wij goed zullen weten dat de farizeese, wettische, harde, quasi-orthodoxe kerk en kerkmensen veel meer van God en zijn Christus zijn vervreemd en veel vijandiger tegenover hen staan dan volbloed heidenen.
5. De geschiedenis van Jona eindigt abrupt. Jona verdwijnt uit de geschiedenis na zijn laatste op-
.standige woord tegen God. We begeren hem ook niet terug. Andere profeten leven voort door de profetieën die ze in de Naam des HEEREN verkondigden. En die profetieën zijn naar haar kern steeds Evangelie. Van Jona is geen dergelijke profetie bewaard. Het boek Jona gaat over Jona maar is niet van Jona.
Daarin wordt boven alles en ondanks Jona, ja in scherp contrast met hem, getekend Gods oneindige ontferming. Die wordt daarin zelfs groter en heerlijker getekend dan overal elders in het Oude Testament. Want ze wordt ons daarin getoond als een barmhartigheid die uitgaat naar heidenen, heidenen van de ergste soort. Maar daartegenover, ja zelfs in fel contrast daarmee, wordt Jona geschilderd die, hoewel hij een lid is van het heilige volk van God en een profeet des HEEREN en daarbij diep overtuigd een trouw dienaar van Jahweh te zijn, in heel zijn gedrag ver beneden dat van de heidenen blijft en in de dienst des HEEREN volkomen faalt.
En in Jona wordt ons getekend het volk Gods dat in eigengerechtigheid, hoogmoed, hardheid zich tegen God keert - en dat nota bene in de overtuiging God van ganser harte te dienen en zijn eer boven alles te zoeken! - omdat het van geen genade weet en niet uit genade wil leven en daarom geen ootmoed kent die een wezenlijk element is in de dienst van God.
In Jona zien we de volledige tegenstelling van wat een andere profeet - Zacharia - later omtrent het ware volk Gods zou profeteren.
Dit namelijk: "In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord dat God met u is" (8 : 23).
Literatuur
Dr J. Ridderbos, De kleine Profeten, lI, in Korte Verklaring der Heilige Schrift met Nieuwe Vertaling.
Dr J. Ridderbos, Het Godswoord der profeten. Eerste deel Van Elia tot Micha.
J. van Andel, Jona in: Bloemlezing uit de Avondster, blz. 92-
111. Deze studie is zeer belangrijk.
In het register van dit boek werd vergeten het hoofdstuk over Jona aan te geven! Dit opstel werd herdrukt in Opbouw, 8ste jaarg., no. 34, 35, 39, 40; 3, 11 dec. 1964, 15e 22 jan. 1965 onder de titel "De enge man in de enge kluis".
Ds J. Overduin, Het Avontuur van een Deserteur