De brede en de smalle weg

1973-11-23
  • Jaargang 17
  • nummer 43
Toen ik eens, in een vlaag van heimwee naar de goede oude tijd, uiting gaf aan mijn spijt, dat ik nooit meer die bekende plaat van "de brede en de smalle weg" tegenkwam, en die zelf ook niet bezat, bleef dat niet zonder gevolgen.
Enige tijd later werd mij een exemplaar ter hand gesteld - de oude plaat op nieuw papier, tegelijk vermeldend Printed in Great Britian, en Uitgever: W. A. de Groot, Goudriaan, Nederland.
Zodoende was het in tweeërlei opzicht een weerzien van een oude bekende.
U weet natuurlijk dat de plaat is geïnspireerdop het beroemde boek van de Londense Ketellapper-lekeprediker John Bunyan (1628-1688), een man uit de tijdvan onze Gouden Eeuw. Kennelijk toch nog niet zó "uit de tijd", want "De Christenreis" verscheen na de oorlog als nr. 12 van de Boeketreeks in pocket-uitgave bij Kok. in Kampen, nog wel in "nieuwe vertaling".
Maar stel eens dat u die pláát moest moderniseren - hoe zou u die brede en die smalle weg uitbeelden?

Tien tegen één (foei! zegt de oude plaat: loterij en weddenschap) dat de brede weg omzoomd was met bioscopen, dancings en kroegen.
Liever nog: tentjes, sinds die verfoeilijke kroeg oogappel is geworden van de nette Vereniging tot Behoud van de Bruine Kroegen.
De hangende tuinen van Babylon hebben het veld moeten ruimen voor het mastbos der t.v.-antennes. Voorzover hippies niet op vol volume genieten van Radio Noordzee of Veronica hangen zij met hun aanhang onderuitgezakt in een (bijna!) platvloerse bank en consumeren bij borrel, borrelnootjes en sigaret per t.v, voetbalmatches.
De avondlijke straten, met om het andere pand een night-club, zijn bevolkt met lichtzinnige heertjes (nou ja - heertjes) en lichte meisjes (afwisselend in maxi en mini), dewelke allen en een iegelijk doen wat goed is in eigen ogen.
Kortom: een nieuwe versie van de Kermisse der ijdelheid, het carnaval van ijdel vermaak en 'n leventje van uitgaan en plezier, van "God noch gebod".

En omdat al 't plezier voor de brede weg is gereserveerd, blijft er voor de smalle weg, en de éénlingen die haar begaan, niet veel anders over dan de aanblik van lieden die, met wat spijtige gezichten, vergezeld van hun wettige ega en hun kindertjes, in het zondagse pak, hun burgerwoningen verlaten om (niet per zondagtrein en nu ook niet per auto) de weg in te slaan naar het kerkgebouw van niet al te moderne allure.

Over wegen

Of we het (weten) willen of niet - het puriteinisme uit de tijd van John Bunyan en van de Nadere Reformatie heeft z'n stempel gezet op ons - en op onze oude psalmberijming, te beginnen bij Psalm 1:

de HEER toch slaat der mensen wegen ga,
en wendt alom het oog van Zijn gena op zulken,
die oprecht en rein van zeden,
met vasten gang het pad der deugd betreden.

Toch is het heel erg de vraag, of Jezus het zo bedoelde en of de Joden Hem zo begrepen hebben, toen Hij sprak over de brede en de smalle weg (Mt. 7 : 13, 14). Wie en wat stonden Hem daarbij voor ogen?
De bergrede maakt duidelijk, dat Hij zich niet tot "heidenen" richtte, maar tot synagogegangers en -voorgangers. Verder: het beeld van de twee wegen was de Joden niet onbekend: zie, Ik stel u heden voor de weg des levens en de weg des doods (Jer. 21 : 8). Of: dit is de weg, wandelt daarop (Jer. 30: 21).
In die geest spreken wii ook van onze levensweg en, annex daarmee, van onze levenswandel. De Joodse Schriftgeleerden zouden bepaald waardering voor onze woordkeus hebben gehad. Vooral als wij daarbij Ps. 119 - de psalm van de wet - hadden geciteerd.
Dát is het terrein waarop zij zich thuis voelden, en 't begin van deze psalm moet hun uit het hart gegrepen zijn: welzalig zij, die onberispelijk van wandel zijn, die in de wet des HEREN gaan.
De wet is hun weg, de ruimte voor hun levenswandel.
Bii "weg" hebben Jezus èn de Joden aan "de wet" gedacht wet in de betekenis van "de Schrift". Héél de bergrede is op dit stramien geborduurd: meent niet dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden (Mt. 5: 17) ... alles wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus; want dit is de wet en de profeten (7 : 12).
Heel de bergrede gaat over de praktische toepassing van "de wet en de profeten" en is een stellingnemen tegen de weg, de leer der Schriftgeleerden: ,gij hebt gehoord dat door de Ouden gezegd is ... maar Ik zeg U ...
Het is niet ongebruikelijk de Schrift een "weg" te noemen. In het boek Handelingen komt het alleen al zeven keer voor. Aan Apollos wordt de weg nauwkeuriger uitgelegd (18: 27). In Efeze blijven sommigen kwaad spreken van de weg (19 : 9). En tegenover Felix betuigt Paulus: dit erken ik voor u, dat ik naar die weg ...
de God der vaderen vereer, gelovende al wat in de wet en de profeten geschreven staat. Zo kan Jezus ook zichzelf "de Weg" noemen (Joh. 14 : 6; vgl. 2 Petr. 2 : 2).

Poorten in de tale Kanaäns

Bij "de weg" denken de Joden dus aan "de wet". En nu citeren we D. J. Couvée (Met Jezus op den berg): "In overeenstemming hiermee ... dacht zich de Jood aan het begin van deze dag ... het onderricht in de wet. En het huis, waar de rabbijn onderwijst, noemt hij de poort!" Zou de wijk der ultra-orthodoxe Chassidim in Jeruzalem misschien daarom Mea Sjearim - de wijk der honderd poorten heten?
In elk geval: horen we nu over een wijde poort en een brede weg, dan gaat ons een licht op. De Schriftgeleerden en farizeeën, die angstvallige wetskenners en -volbrengers, hebben volgens Jezus de weg van de wet en de poort van het onderricht wijd en breed gemaakt. Geïllustreerd aan henzelf: zij achten zichzelf rechtvaardig en zullen niet als Petrus (I, 4 : 18) beweren, dat een rechtvaardige nauwelijks, ternauwernood zalig wordt. Zij voelen zich veilig. Maar hun zekerheid moet aan het wankelen gebracht zijn, toen Jezus bijna begon met te zeggen: indien uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van farizeeën en Schriftgeleerden, zult ge het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan (5 : 20).
Hun weg karakteriseert Jezus als breed, hun poort als wijd. Met hun wetsopvatting kunnen zij alle kanten uit: de brede weg.

Breed en smal in de praktijk

Dit is de brede weg, dat je zegt: gij zult niet doodslaan, maar je broeder doodzwijgt; dat je zegt: je naaste liefhebben, maar je vijand mag ie haten; dat je alléén je broeders groet; dat je royaal bent om geprezen te worden; dat je luidkeels bidt om bewonderd te worden; dat je vast - om voor extra vroom door te gaan; dat je God zegt lief te hebben, maar je naaste stenen voor brood geeft; dat je per giro (belastingaftrek!) een grote gift overmaakt, maar je ouders laat verkommeren (Korban); dat je in naam van de wet en de profeten de profeten en de Messias vermoordt.
't Is de weg van de feitelijk ongebroken zelfhandhaving, van de aanpassing van het evangelie aan eigen zaligheidsbehoeften - dan zijn de tienden niet te duur en duizend gebeden nog niet zwaar.
Gebed en gebod zijn een koopje als je rekent wat je ervoor terugkrijgt.
Maar 't is een misrekening zegt Jezus: deze weg voert (nu, vandaag al) tot het verderf. En velen gáán die weg ...
Smal echter is de weg en eng de poort waar onderricht wordt in de Iiefde: alles wat gij wilt dat u de mensen aandoen, doet gij (eigener beweging) hun ook aldus - want dit is de wet en de profeten!
Als die Schriftgeleerden daar eens aan begonnen waren, hadden ze gemerkt hoe eng de poort is en hoe weinigen die weg vinden. Het is de weg van het "je naaste liefhebben als jezelf" en dan met-ter-daad, omdat je God liefhebt. Het is je schuldenaar vergeven omdat je eigen schuld is kwijtgescholden. Het is de weg van zelfverloochening, nederigheid, vriendelijkheid, zachtmoedigheid - van het "ook de andere wang toekeren". Gá die weg - en je ontdekt het "ternauwernood", het "eigen vlees moeten kruisigen". Je ontdekt hoe smal die weg, hoe eng die poort is, hoe weinig er bij door kan. Maar het is wél de weg die ten leven leidt - en bepaald geen verzuurd leven, want zoet is de liefde!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief