Interkerkelijke botsing
1973-11-23
Vanmorgen had ik toch zo'n onmogelijke ontmoeting!- Jaargang 17
- nummer 43
Was ik na kerktijd even onze kerkeraadskamer binnengelopen. Voor een afspraakje of zo. Ingewijden bij ons spreken van geen kerkeraadskamer, noch van consistorie, noch van sacristie. Ze zeggen gewoon: het keukentje. Want in onze consistorie bevinden zich aanrecht, kranen en een koffiezetapparaat, dingen welke de ambtsdragers op zondag veinzen niet te zien.
Goed, ik kom uit ons keukentje en been met grote stappen, dwars door de hal, naar de uitgang van ons dorpshuis. Kijk onderweg nog snel met een half oog de kerkzaal binnen, om de koster en de machinist van de bandrecorder met een handgroet te eren. En op dat ogenblik drukt zich een fragile vrouwenfiguur tegen mijn hart, kriebelen warrige lokken in mijn pasgeschoren gezicht en mijn haastig neergeslagen arm legt zich een fractie van een seconde rond vrouwenschouders ...
Jawel. Ten overstaan van de koster en de bandrecordist had ik met een zuster van de protestantenbond een interkerkelijke botsing. Haar naam weet ik niet, maar ik zal met haar man wel in een of andere club zitten; dat hoor ik nog wel. Ze was, met dezelfde vaart als ik, onderweg naar de zondagschool in hetzelfde dorpshuis. En kwam om dezelfde hoek als ik, even onverwacht als ik, even haastig als ik. En was even ontsteld als ik.
Voor ik u het tweede deel van deze interkerkelijke botsing vertel, gaan we even een zijstraatje in. U en ik. in het fatsoenlijke.
Wat een botsing is weten kerkmensen maar al te goed. We hebben allemaal ervaring van deze dingen. Wil je moeilijkheden krijgen zeggen we onder elkaar wel eens - dan moet je bij de kerk zijn.
Daar had ik deze week zo'n gek telefoongesprek over. Met een internationaal beroemd kunstenaar, wiens kunst altijd iets van het evangelie uitstraalt. Vroeg ik hem: zeg eens eerlijk, ben jij eigenlijk een kerkmens? - Ja, zegt hij, net als jij. - En kóm je ook in de kerk? vraag ik verbaasd. - Iedere zondag, zucht hij, ik kan het niet laten.
- Ik merk het aan je kunst, zeg ik hem, je laat altijd iets zien wat een buitenkerkelijke niet ziet. - Het is een beproeving, die kerk zegt hij-- ondanks alles. - 't Is overal misère waar je komt, waag ik nog. - Ja maar de kerkelijke misère zou ik toch niet willen missen, is zijn overtuigde antwoord.
Jawel, van botsingen en misère en conflicten en vervolgingen weten we alles af. Maar wat weten we van interkerkelijkheid af?
Na de historische vrijmaking hebben we de jaren gehad, waarin zelfs . uitmuntende predikanten ons diets maakten: dat de vrijgemaakte kerken in Nederland de enige ware kerk ter wereld vormden, lichtelijk te onderscheiden van de rest. Interkerkelijk verkeer kreeg toen de betekenis van: verkeer tussen de ware kerkjes. Eigenlijk was Christus, die tussen de kandelaren wandelt, de Interkerkelijke Figuur bij uitstek, speciaal verbonden aan de vrijmaking.
En overmits die kandelaartjes ook zelf toch enige contacten moesten onderhouden, ontstond een nieuw interkerkelijk verkeer. Ontstonden classes en synoden, deputaatschappen en bindende besluiten, buitenverband-stellingen en de rest. Zoals nu de buitenverbandelijke kerkjes weer haastig aansturen op interkerkelijk verkeer, classes, synoden, kerkorde, deputaatschappen, bindende besluiten en wie weet wat nog meer.
De geschiedenis heeft wel anders geleerd.
De geschiedenis heeft ons geleerd dat de vrijgemaakte kerkjes, binnen of buiten elk kerkverband. het monopolie van de titel kerk niet bezaten.
Want niet alleen zijn de twee of drie kenmerken van de ware kerk - tussen haakjes: u weet toch, dat Calvijn twee kenmerken noemde, zijn volgelingen drie? - zijn die kenmerken in de vrijgemaakte kerkjes allesbehalve zuiver geopenbaard. Maar ook bleken tal van andere kerkelijke gemeenschappen buiten de vrijgemaakte (proeft u met hoeveel zorg deze term is gekozen?) helder het licht van het evangelie uit te stralen. Weshalve wij, met zoveel boter op ons hoofd, de moed verloren hebben hen te discrimineren.
Vandaar dat een telefoongesprek met een synodaal kunstenaar een interkerkelijke ontmoeting mag worden genoemd. Vandaar dat een aanvaring met een NPB-zuster een interkerkelijke botsing mag heten.
Hoe is dat afgelopen? vraagt u ongeduldig. Dat moogt u nu eindelijk wel eens weten.
Ze schrok even erg als ik. We maakten gelijktijdig excuus voor deze onbehoorlijke voortvarendheid. Onze verontschuldigingen en motieven doorkruisten elkaar. Toen kwam de kibbelpartij. Ik begon en eiste de schuld voor mij op. Zij als echte vrouw liet dat niet op zich zitten en deed een gooi naar de verantwoordelijkheid. Ik zette mijn stem wat meer op en liet mijn mannelijk gezag gelden. Zij trok een charmant registertje open en liet zich niet wegpraten. Ik trachtte ridderlijk elke bodem onder haar aansprakelijkheid weg te nemen. Zij was geen doetje en behoefde niet te worden ontzien. Het slot was dat we lachend en gelijktijdig constateerden dat we beiden mensen waren vol plichtsgevoel, vol haast, vol onopzettelijke fouten en beiden onvoldoende attent voor de medemens. Daarmee was de vrede getekend en stond voor mij de weg open om nog even te zeggen: maar u kwam van rechts en verkeer van rechts heeft voorrang. Hetgeen zij onderworpen aanvaardde.
Zo'n kibbelpartijtje. Het is altijd leuk, een kibbel mee te -maken waarbij de deelnemers op elkaars stoelen zijn gaan zitten. Ze beschuldigen even fel als anders - maar zichzelf. Ze zijn welsprekend in excuses - ten behoeve van de tegenpartij. Ze eisen alle rechten op voor het standpunt - van de ander. Ze staan op schuldigverklaring van henzelf. Het is ontspannend en verheugend zo'n discussie aan te horen. "Humanistisch" zegt iemand snijdend? - Nu, althans niet breed-kerkelijk, moge het even snedige antwoord zijn.
Misschien wel goed om eens te proberen. Voor kerkmensen, geboren kibbelaars, kan het zo'n leuke hersengymnastiek zijn: hun strijdlust te beleven met hulp van andermans gedachtengang. De spelregels blijven gelijk - alleen speelt wit met de zwarte stukken en zwart speelt de witte partij. Wit begint en wint. Je valt van de ene lach in de andere. Want met alle inspanning raak je steeds meer overtuigd van eigen tekortkomingen en van de betrekkelijkheid van andermans fouten.
Calvijn was tegen toneelspel. Daarom staan wij er wat vreemd tegenover.
Maar op scholen, waar het toneelspel wel is toegestaan (de openbare lagere school van Nunspeet heeft een náám op dat punt) hebben kinderen al jong geleerd zich te verplaatsen in het denken van de ander. Ze hebben in het leven een hele voorsprong. Ik merkte het bij het aannemen van personeel.
Wij kunnen op dat punt van de kinderen dezer wereld misschien wat opsteken. Ze zijn dikwijls voorzichtiger in de omgang dan kinderen des lichts.
Humanisme zonder christendom - zal iemand zeggen.
En zij zullen antwoorden: maar prefereert u dan een christendom zonder humaniteit?
Dit artikeltje geschreven zijnde ging de telefoon. De NPB-mevrouw gaf nog even een verontschuldiging voor haar al te bruuske toenadering.
Zij was aan zet, want de patstelling was van mij geweest, weet u nog?
Wat ze me zei maakte geen indruk meer, want ze had me aan een meditatie geholpen - Meditatie? vroeg ze verwonderd. - Voor ons goede weekblad tot opbouw van het gereformeerde leven, zei ik, niet zonder nadruk. - Zit daar dan iets opbouwends in, dat we elkaar aanvliegen? vroeg ze. - Jawel mevrouw, meende ik, het was een interkerkelijke botsing, een choc des opinions, een kruisingsproduct van gereformeerde rechtlijnigheid en vrijzinnige bewegelijkheid, van humanistische wellevendheid en christelijke ootmoed, als u wilt!
We hebben tot drie geteld en de telefoon tegelijk op de haak gelegd, een iegelijk op de zijne.
En ik dacht: heel het leven is een waagstuk. Dit artikel is een waagstuk.
Maar al zou ik de redacteur kerkelijk leven voor de voeten lopen; al zou ik de redacteur voor kerkelijk verkeer en waterstaat op de tenen trappen; al zou ik de redacteur kerkrecht, al zou ik de redacteur geestelijke adviezen en ieder ander in de wielen rijden .....
ik geloof dat ik u het verhaal van die interkerkelijke botsing niet mocht onthouden.