TWIJFEL (2 - slot)

1973-11-23
  • Jaargang 17
  • nummer 43
De twee grote bedriegers - zo noemden de sceptici wel de waarneming en het denken, waarop de wetenschap berust.
De Twijfel belijdt slechts één waarheid, namelijk dat er geen waarheid is of dat zij althans buiten bereik is van onze kenvermogens.
Hij heeft maar een standpunt, namelijk dat hij geen standpunt heeft!
En daarom mist hij het recht om met gestolen tooi voor wetenschappelijk te willen doorgaan.

• Twijfel en ongeloof

Evenmin als met kritiek of wetenschap mag twijfel ·vereenzelvigd worden met ongeloof. Waar eigenlijk ongeloof is, heeft de twijfel geen bodem.
De eigenlijke karakteristiek van de twijfel is immers: geen geloof en geen ongeloof.
Daarom vinden wij de twijfel niet bij de dogmatische ongelovigen.
(Ge weet immers, dat er nergens meer dogma's gevonden worden dan buiten de kerk!) Evenmin vinden wij de twijfel bij de onverschilligen. Hun beeld is zo raak in de Bijbel getekend: met de neus in de wind gestoken, onderzoeken zij niet; al hun gedachten zijn, dat er geen God is.
Neen. Twijfel tiert alleen op de akker, waarop het geloof groeit.
Twijfel is de zonde van hen, die óf door het licht der natuur óf door de prediking des Evangelies iets van de Eeuwige hebben bespeurd.

• Twijfel is vreselijk

De twijfelaar verdient ons waarachtig medelijden.
Want Twijfel is vreselijk!
Hij verlamt de werkkracht: de twijfelaar weet niet, wat hij wil.
Hij voelt geen roeping, die zijn leven bestemde. Hij ziet geen doel, waarop het uitloopt.
Twijfel vergalt ook het levensgenot.
Hij kan niet genieten met de wereld en evenmin met Gods kinderen.
Hij is geen vrome kerkganger en geen vrolijke kermiszanger.
Hij voelt zich niet thuis in Sodom en evenmin in Sion.
Hij kan niet instemmen met een: "Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen."
Maar even weinig kan hij zijn Amen zeggen op het: "Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne!"
Het gaat bij hem als Sancho Pan oha uit de Don Quichotte. Als die ongelukkige landvoogd de heerlijkste spijzen worden opgediend en de reuk hem hongerig maakt, laat de lijfarts de schotels wegnemen als schadelijk voor de gezondheid.
Zo gaat het ook de twijfelaar.
Bij zondegenot vraagt hij: "Als er een God en een oordeel ware, wat dan?" Bij zielegenot pijnigt hij zichzelf met de vraag of alles niet op inbeelding berust.
De wellust der wereld kan hij evenmin rustig genieten als het zoet van Gods verborgen omgang smaken. Overal loopt hij rond met zijn "als" en zijn "maars".
Het naïeve genieten, de eerlijke geestdrift, de gloeiende passie zijn hem vreemd.
Alles ontleedt hij: de lach is hem hol, de traan is hem troebel.
Hoor Byron, het twijfelend genie, klagen:

Dat ik nog gevoelen konde,
Dat ik zijn konde als voorheen;
Schreien, als ik vroeger schreide,
Waar mij hoop of vreugd verdween.
Zoet is 't bronnat, zoet - hoe brak ook –
In een dorre zandwoestijn;
Zoet ook zouden mij die tranen
In mijns levens dorheid zijn.

En op een andere plaats biecht hij zo duidelijk de eigenaardig-tweeslachtige stemming van de twijfelaar, als hij zegt:

Ik heb alles in 't werk gesteld om te twijfelen;
Ik verlang niets vuriger dan te geloven!

Of, om nog een voorbeeld te kiezen, hoort u door de schrijver van "Pallieter" de pijnen van de twijfel tekenen: "Men moet die ziekte gehad hebben, om te weten wat dat is, hoe neerhalend en neerbrekend.
Geestdrift is weg, men is onzeker en onvast. Men snakt en slikt naar de Waarheid, die vrijmaakt, en men wanhoopt tevens, juist als een verdoold dorsteling in de woestijn. Het ene gedeelte van uw hart is theosoof, het andere katholiek, en het geheel hunkerend naar de mystiek. Zo'n toestand knakt een zielevrede. En dan geen enkele daad, geen woordt of geen gepeins meer, of die twee dingen controleren het eerst, vechten er om, en verscheurd, half en half, is de daad en het woord. Als men het eens gevoeld heeft en men ziet, hoe men ingezonken is van levensvitaliteit, dan bruist en schuimt in u het verlangen naar zielevrede. Vrede! Vrede! ... Dan is het ruwe geloof van een kolenbrander als een zon tegenover uw intellectueel, gespleten, tweeledig geloof. De zielevrede! De muizen uit de ziel te hebben!
Geen geknaag meer te voelen!"
Ja, ze knagen alles stuk, die muizen!
Twijfel kan geen halt houden.
Vreselijk als twijfelen tot vertwijfelen voert ...

• Tweeërlei twijfel

Maar niet alle twijfel voert tot zulk een hopeloos einde. Er is een twijfel als de avondschemering, in wier plooien de vale nacht komt aansluipen.
Er is een twijfel als de morgennevel, die straks als een sluier zal afvallen van de nieuwgeboren dag.
Er is twijfel, die tot scepticisme voortrent, en twijfel, die naar Gods genadig bestel eindigt in geloof en belijdenis.
Dat leren ons de geloofsmannen uit de Heilige Schrift. In die heilige apotheek is de medicijn bereid, waardoor ook de verterendste twijfel geneest.

• Twijfel bij gelovigen

Vreselijk, als de schemer van de twijfel overgaat in de nacht der vertwijfeling!
Maar zo gaat het niet altijd.
Ik denk aan Abraham, de vader der gelovigen. De Schrift getuigt van hem: "Hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof."
Maar heeft niet Sara, zijn vrouw, in twijfel gelachen, toen de God der beloften gesproken had?
Ik denk aan Mozes, de geweldige geloofsheld. Als God belooft het volk met vlees te zullen spijzigen, dan werpt hij zijn vraagtekens op: "600.000 man te voet is dit volk, in welks midden ik ben en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees te eten geven. Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat er voor hen genoeg zij? Zullen al de vissen der zee voor hen gevangen worden, dat er voor hen genoeg zij?"
Op de drempel van het Nieuwe Verbond is het Z a c h a r i a s, die de boodschapper Gods condities stelt en vraagt: "Waarbij zal ik dat weten?" En het is J o h a n n e s d e D o p e r, zijn zoon, die eenmaal zo gelovig getuigde van het Lam Gods, die twijfelmoedig gaat informeren: "Zijt Gij Degene, die komen zou of verwachten wij een ander?"
Jezus verweet Zijn d i s c i p e l e n hun twijfel, T h o m a s twijfelde tegen alle getuigenissen omtrent de opstanding in.
B u n y a n spreekt van donkere dagen en nare nachten in het Kasteel Twijfel doorgebracht.
En wie L u t h e r' s leven kent, weet hoe zijn geloof de wereld als vernieuwde en hoe daarbij de twijfel hem zelf vaak het hart verscheurde.
Eindelijk: hoevele uren van twijfel doorleeft niet elk gelovige?
Twijfel bij velen in betrekking tot de vergeving hunner zonden: "Mijn zonden zij te groot!"
Twijfel over onverhoorde gebeden.
Twijfel over bitter lijden, dat ons trof.

• Genezing van de twijfel

Dat zelfs een Mozes en een Luther getwijfeld hebben, bewijst, dat de twijfel niet ongeneeslijk is.
De eerste voorwaarde is echter de twijfel te erkennen en te oordelen, gelijk ook die Godsmannen zich niet vromer hebben voorgedaan dan zij waren. Men mag zijn twijfel evenmin verloochenen als zijn geloof.
Er is niets gevaarlijker dan een geloofsgetuigenis te geven, als het hart van twijfel krimpt.
De frase is de dood voor het geestelijk leven!
Gelijk belijden het geloof sterker maakt, zo wordt beleden twijfel zwakker.
Twijfel tiert in de schemering, maar teert weg als men hem in het aangezicht ziet.

• Oorzaak van twijfel

Om tot genezing van de Twijfel te komen, moeten wij zijn oorzaak kennen.
Twijfel heeft geen verstandelijke, maar een zedelijke oorzaak.
We moeten zijn kiem niet zoeken in ons wéten, maar in ons willen.
Twijfel komt op uit ongehoorzaamheid.
Ongehoorzaamheid om: het offer te geven, dat God vraagt; te laten, wat God verbiedt; te doen, wat God wil; goed te keuren, wat God doet.
In de val des mensen kwam de twijfel aan Gods bevel en bedreiging op uit de onwil om dat bevel te gehoorzamen.
De enige oplossing van de twijfel is gehoorzaamheid.
"Zo iemand wil deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen of zij uit God is dat Ik van Mijzelf spreek," sprak eenmaal de Heiland.
Het staat hier juist andersom als de twijfelaar meent. Hij zou gaarne willen, als hij maar wist. Neen, twijfelaar, gij vergist u. Gij zoudt wéten, als gij wildet! Jezus zegt tot u: "Volg Mij!"

• De openbaring van Jezus: de oplossing van de twijfel
Tegen twijfel is het slecht praten!
Verstandelijke redenering is hier een onnut middel. Mensen kunnen hier niet helpen. De knapste apologeet argumenteert de twijfel niet weg uit ons hart.
Een vurig geloofsgetuigenis van een kinderlijk vroom mens, het voorbeeld van een edel, zelfverloochenend leven zijn wel niet geheel zonder invloed op de twijfelaar, maar altijd blijft het toch in hem tegenspreken: Dat is voor die persoon, maar niet voor mij.
Om twijfel te kunnen wegnemen, is het niet voldoende dat men iemands denken kan beïnvloeden, men moet bij iemands HART kunnen.
En wie heeft dat vermogen?
Blijft niet altijd waar, wat de lekendichter uitsprak:

Daar is geen priester,
Die Hem verklaart.
In raads'len wandelt
De mens op aard.

Neen! dat is n i e t waar! De Priester, die God verklaart, IS er!
De Heere Jezus Christus kan ons van onze twijfel verlossen. Hij alleen! Want Hij kan bij ons hárt.
Hij kan dat hart veranderen door Zijn Woord en Zijn Geest. Wilt gij hiervan een voorbeeld?
"Kan uit Nazareth iets goeds ko men?" vroeg Nathanael. Hij was nog niet klaar met zijn christologie!
Maar: als hij gehoor geeft aan het "Kom en zie" van Filippus en naar Jezus gaat, is opeens zijn twijfel verdwenen en komt hij tot een geloofsroem als geen der andere discipelen: "Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israëlsl"
Let wel! zijn eigenlijke bezwaar is bij deze ontmoeting niet eens ter sprake gekomen. Opheldering over de aardse afkomst van Jezus heeft hij nog niet ontvangen, maar de ontmoeting met de Heiland, een enkele opmerking, waarin de Heiland zijn hárt aanraakt, helpt hem in een oogwenk van zijn bezwaar af! Zoals iemand heeft opgemerkt: "Hij is over Nazareth héén."

O, het is wonderlijk!
Aan niemand is meer en sterker getwijfeld dan aan Jezus. Alles schijnt aan Hem twijfelachtig.
Zijn geboorte. Zijn recht om als rabbi op te treden. De Farizeeën drongen steeds op zekerheid aan.
"Wie zijt Gij? Is Deze niet de zoon van Jozef? Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft? Door wat macht doet Gij deze dingen?"
Zo is het dóórgegaan.
De Twijfel heeft al zijn sluiers over Jezus geworpen.
Hij heeft Hem opnieuw gekruisigd aan duizenden van vraagtekens!
En toch! als een ziel gehoor geeft aan dat éne: "KOM TOT MIJ" dan breekt de glimlach van Jezus door de zwartste wolken heen. Maar dan moet men tot Jezus komen in gehoorzaamheid, men moet Zijn Woord, waarin Hij ons hart raakt, gehoorzamen en Hem volgen. Ik zeg niet, dat het Woord van Jezus geen onuitputtelijke schatten bevat ook voor ons verstand. Dat bezit het voorzeker.
Maar de toegang tot die schatten wordt nimmer ontsloten vóór ons hart voor Hem boog, vóór onze wil gehoorzaam werd en Hem volgde.
Er is met Jezus niets te proberen.
Er is met God niets te proberen.
Wij kunnen van verre blijven staan en onze condities aan Hem stellen, onze intellectuele condities, en wij blijven in onze ellende.
Wij kunnen ook mét onze ellende, mét ons verscheurde hart en ons worstelend verstand tot Hem gaan en geholpen worden.
Misschien is er onder mijn lezers een twijfelende ziel.
0, hoe gaarne zou ik bij hem zitten en hem persoonlijk van Jezus spreken! Van Jezus die ons doet ZIEN, van Jezus die ons doet WETEN! Twijfelaar, mag ik u één vraag doen? Gij hebt vele vragen, ik weet het. Want ik heb kennis aan deze pijn. Doch ik heb maar één vraag aan u. DEZE vraag: Waar en wanneer hebt gij "neen" geantwoord op de stem, die zeide: VOLG MIJ?
0, sta óp en vólg Jezus!
En voor u is dan Zijn belofte: Zo iemand Mij volgt, die zal in de duisternis niet wandelen, maar het licht des levens hebben.

Al mijn twijfel breng ik Jezus,
'k Heb Zijn nodiging gehoord.
Hij zal nimmer mij beschamen,
Hem vertrouw ik op Zijn Woord.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief