Verlangen naar de binnenpleinen van de Heer
2013-04-06
Met zo’n 250 deelnemers had het congres ‘Kerk tussen muren en mensen’ van Opbouw en De Reformatie op 23 maart een prachtige opkomst. En belangrijker: de sfeer was hartelijk en open. Weinig herinnerde aan de tijd van koude oorlog tussen de GKv en de NGK. ‘Verlangen naar de binnenpleinen van de Heer’, zongen we samen. De sprekers Barend Kamphuis en Johan Schaeffer pakten in hun verhalen de twee wendingen waarmee het credo de kerk typeert: katholiek en heilig.- Jaargang 57
- nummer 7
Een terugblik op hun toespraken, omlijst door uitspraken van verscheidene sprekers en deelnemers.
De Kamper hoogleraar Kamphuis nam de eerste kreet, ‘katholiek’, voor zijn rekening en noemde het een wonder van de kerk: ‘In een verdeelde wereld geeft God de ene kerk, in een gefragmenteerde wereld de katholieke kerk.’ Kamphuis onderscheidde in dat katholieke een kwantitatief en een kwalitatief aspect. Kwantitatieve katholiciteit betekent dat je altijd weer het geheel van de kerk voor ogen moet houden – de kerk van alle tijden en alle plaatsen. ‘Ze is open voor Joden en Grieken, mannen en vrouwen, mensen uit achterstandswijken en mensen uit villadorpen. Dit aspect van de katholiciteit noemen we het “kwantitatieve aspect”’, aldus Kamphuis.
Dat heeft ook zijn betekenis voor wat de kerk vindt en beweert: ‘Een idee dat pas gisteren is opgekomen, mist katholiciteit. Wat alleen in Noord-Afrika of alleen in Kampen wordt geleerd, kan moeilijk katholiek zijn... Houd er rekening mee dat je niet op je eentje kerk bent. Je besluiten mogen nog zo bijbels gefundeerd lijken en nog zo verstandig zijn, als je er onnodig de afstand met andere kerken of christenen mee vergroot, dan schaden ze de katholiciteit.’
Kamphuis vindt dit kwantitatieve aspect van de katholiciteit een fundamenteel bijbels gegeven. ‘Een kerk die dit kwantitatieve aspect mist, heeft alle reden haar bestaansrecht ter discussie te stellen. Dat er bij de introductie van paus Franciscus alleen al op het Sint Pietersplein meer mensen stonden dan er ingeschreven staan in de hele GKv, geeft ons een heleboel te denken.’ Prikkelende gedachten, die vragen om een vertaling naar de concrete werkelijkheid van gemeente-zijn in de wereld van 2013.
Naast die kwantatieve kant is er ook een kwalitatief-inhoudelijke kant aan katholiciteit. Want een kerk die niet leeft uit de volheid van het Evangelie van Christus is niet katholiek.
Daarbij moet het gaan over God en over de mensen die God geschapen heeft, over het begin en einde van de wereld, over vergeving van zonden en over heiliging van het leven. ‘In de katholieke kerk wordt geprobeerd de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte van Gods liefde in Christus te verstaan.’ Kamphuis wees er vervolgens op dat katholiciteit ook zijn grenzen kent.
In de oude kerk speelde dat in de confrontatie met de ketters, in latere tijden ging de strijd tussen Rome en Reformatie.
Wie bepaalt die grenzen? Rome zocht zijn vastigheid uiteindelijk in het leergezag en de paus. Voor de kerk van de Reformatie was de ene Meester van de kerk, Jezus Christus, allesbepalend. Kamphuis: ‘Hij in zijn goddelijke volheid bepaalt wat de volheid van het Evangelie is, wat de katholiciteit van de kerk is. Hij trekt de grens voor de kerk.’ Tegelijk markeert juist deze begrenzing de ruimte die in de kerk zo nodig is. Kamphuis: ‘Ruimte betekent dat je niet allemaal op dezelfde plek staat, of hoeft te staan... Er is ruimte voor verschil in cultuur in de kerk, voor verschillende generaties, voor mensen van heel verschillende etnische achtergrond.’ Kamphuis besloot zijn verhaal met de overweging dat katholiciteit de kerk binnenstebuiten keert, ‘van gerichtheid op de eigen groep en het eigen gelijk naar de ruimte van de algemene, christelijke kerk. Maar ook van gerichtheid op het eigen belang en het eigen voortbestaan naar die wereld die God zo lief had dat Hij zijn enige Zoon ervoor over had.’ Genoeg stof om over door te praten.
Iets wat ’s middags ook gebeurde!
Heilig
Emeritus predikant Johan Schaeffer zette zijn thema – de heiligheid van de kerk – op een zeer persoonlijke manier neer, vanuit de donkere schaduw van de onheiligheid. Drie generaties Schaeffers leden aan de kerk door scheuring en tweedracht.
Schaeffer: ‘Het gaat aan geen kerk voorbij. In hoeveel gemeenten zijn er geen spanningen? Het eindeloos doorzeuren van conflicten? Kerkmensen die in elkaar teleurgesteld raken, elkaar niet meer kunnen bereiken?
Kerkenraden en commissies die eindeloos vergaderen? Gemeenteleden die uiteindelijk teleurgesteld hun heil ergens anders zoeken? Of compleet afhaken...? De kerk is in veel opzichten een onveilige plek.
Ik weet dat er ook andere verhalen over de kerk te vertellen zijn, maar dit zijn de dingen die ik en velen met mij aan den lijve ervaren of hebben ervaren.’ Schaeffer signaleerde de spanning.
In alle eeuwen is er geworsteld met dat ‘ik geloof in een heilige kerk’.
Rome stelde dat het instituut kerk heilig was, maar de leden niet. De Dopersen maakten diepe ernst met de heiligheid van de kerk en de roeping tot een heilig leven. Want we leven toch na Pinksteren?
Schaeffer ziet het als twee manieren om de belijdenis van een heilige kerk vol te kunnen houden. Als hij moet kiezen, neemt hij de tweede, want ‘de oplossing van Rome haalt de spanning eruit’. De doperse oplossing appelleert aan een diep verlangen in Schaeffer. ‘Ik verlang met hart en ziel naar een kerk die ernst maakt met het gebod om lief te hebben.
Ik verlang naar een kerk waar mensen niet uit zijn op het eigen gelijk. Ik verlang naar een kerk waar het gaat om de eenheid in Christus en niet om de lieve vrede. Ik verlang naar een kerk waarin men de moed heeft zonden te benoemen. Ja, dat doperse ideaal dat trekt mij enorm!’ Toch kiest Schaeffer uiteindelijk voor de weg die rekent met ‘het zuchten’. Paulus zegt: ook wij zuchten, in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn (Romeinen 8). Dat zuchten blijkt in deze fase tussen hemelvaart en wederkomst onontkoombaar, aldus Schaeffer.
Heilige kerk, lijden, lijdenstijd...
Schaeffer: ‘We gedenken in deze weken Christus’ gang naar het kruis om zich te offeren voor onheiligen.
Terwijl zij elkaar de tent uitvechten, wast Hij hun de voeten. Hij eet met hen van het ene brood en drinkt met hen uit de ene beker. Met Judas, die Hem verraadt, en Petrus, die Hem verloochent. Met de anderen, die Hem volledig in de steek laten. Voor hen brengt Hij het offer van zijn leven. Dat offer bracht Hij voor eens en voor altijd. De kerk van toen en de kerk van nu is daar voortdurend op aangewezen.’
Schaeffer besluit met: ‘Als ik eraan denk dat Christus zijn leven gaf voor een kerk die zo vreselijk teleurstelt, houd ik dat dan wel vol? Lijden aan de kerk, hoe houd ik het vol? Door te blijven vechten voor een kerk die groeit in heiligheid. Leunend tegen het kruis van de opgestane Heer.’
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.
| Hoogleraar Kees de Ruijter tijdens zijn workshop: ‘Waarom zou ik bij deze gemeente willen horen?’: ‘Als we de Drie-enige kennen, dan heeft gemeenschap der heiligen toekomst, ook in een tijd van onverbondenheid.’ |
| Professor Barend Kamphuis tijdens zijn workshop: ‘Wij dachten en denken de waarheid te moeten handhaven door grenzen te stellen en door buiten te sluiten. Maar de waarheid blijkt veel krachtiger dan we denken. Wij dachten: de Rooms-Katholieke Kerk verandert nooit. Maar hoe kan de vorige paus dan zulke prachtige boeken schrijven? Het Evangelie is veel krachtiger dan we dachten. We dachten in 2004 bij de fusie: die Protestantse Kerk, dat wordt niks. Maar we zien er sindsdien tal van sterke dingen vanuit het Evangelie en de vrijzinnigen voelen zich er in de hoek gedrukt. Dat is toch omdat het Evangelie zo krachtig is?’ |
| Reinier Sonneveld, die na acht jaar buitenkerkelijk te zijn geweest weer terug ging naar de kerk, in zijn congrestoespraak: ‘Jezus zegt niet: neem mijn set ideëen over. Hij zegt: volg Mij. Laat je door Mij vormen. Dat is waarom ik weer naar de kerk ga. Niet om een goede preek te horen – op YouTube vind je veel betere – maar om me te laten vormen door Jezus en door de mensen die door Hem begeesterd zijn.’ |
| Op een ballast-en-bagagewand konden congresbezoekers met post-it-plakkers aangeven wat ze in en rond de kerk als ballast beleven die je kwijt moet raken en wat ze als bagage beleven die ze graag meenemen naar de toekomst: ‘Er is ruimte in de kerk: samen op weg naar het nieuwe Jeruzalem.’ ‘Denken dat wij als kerkmensen te goed zijn voor lelijke dingen.’ ‘Moeilijk om broeders en zusters die jou pijn doen als beelddragers van God te zien. Soms staat dat tussen jou en God in.’ ‘De ballast – 1967 en daarna – is weg: vergeven door warme bejegening van de vrijgemaakte kerk.’ |
| Reinier Sonneveld, die na acht jaar buitenkerkelijk te zijn geweest weer terug ging naar de kerk, in zijn congrestoespraak: ‘In de maatschappij is overal sprake van groepsdruk en kuddegedrag. Overal zijn kuddes die ons vormen. Los komen van beïnvloeding door groepsdruk kan gewoon niet. Dan hoor ik maar het liefst bij de kudde die door Jezus is gevormd en waar de goede Herder aan het hoofd staat.’ |
| Professor Barend Kamphuis tijdens zijn workshop: ‘Mijn droom is een echt katholieke kerk waar ieder die het heil in Christus zoekt (vrijgemaakten en Nederlands-gereformeerden, rooms-katholieken en baptisten en ga zo maar door) bij elkaar horen en samen de lof van Christus zingen.’ |